Skip to main content

Full text of "Liahona (Dutch)"

See other formats


■■■■■■■.. ■.■.■.■: ■ ■■■■.,■■. 
,v.'i..;; : .'-/v^-vï:'-^ 



■.'■: ; -■■-:■■■■ 

■'■'...-. - : 

■ 
. ■■■ ■ ■■■ 



102E JAARGANG NUMMER 1 DE KERK VAN JEZUS CHRISTUS VAN DE HEILIGEN DER LAATSTE DAGEN ■ JANUARI 2002 



LIAHONA 



. 



■ 



':.^:^.yr--::::\:-::i':J: : t' :: -. 







^mmm^^'-:, 









■ 




*.,. ■<?¥ 



: :. ■ A- y' -«'S-* 









f 1/ 









*$£> 



*5 



#'^% : 



•f» &■ • ' 



Iril 



rk ."^t^h 



mmTT 18 




19 
ft ••VtSl/I 






, -■ K 


m 



\$*J^m 



EJ 



| n«| n *«r»flj 



SS* 






tó_^j* 



■ fSêi 



■J*\\: 



<w. 



?&]\l -.' Sï 



■'f'»-' 



RsW; 



. *!V. 



Ssfë 






«*ÜSS 









'&&¥■> 



& 



Verslag van de 1 7 1 ste 

algemene oktoberconferentie van 

De Kerk van Jezus Christus van 

de Heiligen der Laatste Dagen 

Toespraken en verloop van de conferentie die op 6-7 oktober 
is gehouden in het Conferentiecentrum in Salt Lake City (Utah) 




Bi 



( 



I 



k hoef u er niet aan te herinne- 
ren dat we in een gevaarlijke 
tijd leven (...)', zei president 
Gordon B. Hinckley op zondagmor- 
gen, 7 oktober 2001. 'Maar ik wil 
geen paniekzaaier zijn. Ik wil geen 
onheilsprofeet zijn. Ik ben optimis- 
tisch. Ik geloof niet dat dit de tijd 
is dat we door een allesverterende 
ramp overmand zullen worden. Ik 
bid oprecht dat dit niet het geval 
zal zijn. Er moet nog zoveel werk 
voor de Heer verricht worden. Dat 
moeten wij en onze kinderen na ons 
verrichten.' 

Hij voegde eraan toe: 'We hoe- 
ven niet bang te zijn. We kunnen 
thuis en in ons hart gemoedsrust 
hebben. We kunnen allemaal een 
goede invloed in de wereld zijn.' 

In zijn toespraak op zondagmiddag 
zei president Hinckley: 'Momenteel 
staan we oog in oog met bepaalde 
problemen, ernstig en overweldigend, 
die ons zorgen baren. We hebben ze- 
ker de Heer nodig. (...) Onze deugd 
zal ons veiligheid verschaffen. Onze 
rechtschapenheid zal ons kracht ver- 
schaffen. God heeft duidelijk gesteld 
dat Hij ons niet zal verlaten als wij 
Hem niet verlaten.' 

Voordat hij de bijeenkomst sloot, 
bad president Hinckley dat de Heer 



'MS 




m 



1 



Uit een inscriptie op de 
Salt Lake-tempel blijkt dat 
dit het huis van de Heer is. 

'de zaak van vrede [zegent] en [..-,-] 
die weer snel aan ons [herstelt].' 

De bijeenkomsten van de alge- 
mene conferentie werden geleid 
door president Hinckley en door 
president Thomas S. Monson, eerste 
raadgever in het Eerste Presidium, 
en president James E. Faust, tweede 
raadgever. 

De bestuurlijke zaken die in de za- 
terdagmiddagbijeenkomst van de 
conferentie werden afgehandeld 



betroffen de quorums der Zeventig 
en het algemeen zondagsschool- en 
jongemannenpresidium. Er waren 
twee mutaties in het Presidium der 
Zeventig; vijf leden van het Eerste 
Quorum der Zeventig kregen hun 
emeritaat; vier leden van het Tweede 
Quorum der Zeventig werden onthe- 
ven; 24 gebiedszeventigen werden 
ontheven en drie geroepen; en het 
algemeen zondagsschool- en jonge- 
mannenpresidium werden gereorga- 
niseerd. (Zie blz. 126 in deze uitgave.) 
De conferentiebijeenkomsten zijn 
via de satelliet uitgezonden naar ve- 
le ringcentra in de Verenigde Staten 
en Canada; het Caribisch gebied; 
Mexico en Midden-Amerika; tien 
landen in Zuid-Amerika; Groot- 
Brittannië en Ierland; 19 andere Eu- 
ropese landen; en Zuid-Afrika. De 
algemene bijeenkomsten zijn via de 
satelliet doorgegeven aan ruim 1500 
radio- en televisiestations en kabel- 
bedrijven in de Verenigde Staten en 
Canada. De conferentie was ook te 
zien bij BYUTV op Dish Network. 
Alle algemene bijeenkomsten kon- 
den ook op www.lds.org/broadcast 
in 38 talen beluisterd worden. Waar 
de uitzendingen niet te ontvangen 
waren, zijn later videobanden ver- 
spreid. — De redactie □ 



J A N U A R 

1 



2 2 



Januari 2002 102e jaargang Nummer 1 
LIAHONA 22981 -120 

Officiële Nederlandstalige uitgave van De Kerk van 
Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen 

Het Eerste Presidium: 

Gordon B. Hincldey, Thomas S. Monson, James E. Faust 

Raad der Twaalf: 

Boyd K. Packer, L. Tom Perry, David B. Haight, 
Neal A. Maxwell, Russell M. Nelson, Dallin H. Oaks, 
M. Russell Ballard, Joseph B. Wirthlin, Richard G. Scott, 
Robert D. Hales, Jeffrey R. Holland, Henry B. Eyring 

Editeur: Dennis B. Neuenschwander 

Adviseurs: J. Kent Jolley, W. Rolfe Kerr, Stephen A. West 

Directie afdeling leerplannen: 

Hoofddirecteur: Ronald L. Knighton 
Directeur redactie: Richard M. Romney 
Directeur grafische vormgeving: Allan R. Loyborg 

Redactie: 

Hoofdredacteur: Marvin K. Gardner 
Redacteur: Roger Terry 
Assistent-redacteur: Jenifer Greenwood 
Redactiemedewerkster: Susan Barrett 
Assistent publicaties: Collette NebekerAune 

Afdeling vormgeving: 

Leidinggevend art-director: M. M. Kawasaki 

Art-director: Scott Van Kampen 

Senior vormgever: Sharri Cook 

Vormgever: Thomas S. Chiid, Randall J. Pixton 

Productiemanager: Jane Ann Peters 

Productie: Reginald J. Christensen, Denise Kirby, 

Kelli Pratt, Rolland F. Sparks, Kari A. Todd, 

Claudia E. Warner 

Digitale voorbewerking: Jeff Martin 

Abonnementen (in VS): 

Directeur: Kay W. Briggs 
Distributiemanager: Kris T. Christensen 

Vertaling: 

CPB Vertaalbureau 

Heschepad 1, NL-5341 GS Oss 

Telefoon: 0412-690490; Fax: 0412-690266 

Nieuwsredactie: 

Nieuwsredacteur: Frans Heijdemann 

Grovestins 64 

NL-7608 HN Almelo 

Telefoon: 0546 865984 

Kopij liefst op diskette aanleveren. 

Abonnementenadministratie: 

Administratrice: J. CA. Kroon 
Hengmeng 3 

NL-5235 JW 's-Hertogenbosch 
Telefoon/Fox: 073-6443685 
E-mail: jcakroon@home.nl 

Abonnementsprijs: 

EUR 15,00. Het jaarabonnement kan elk gewenst 
moment ingaan en wordt automatisch verlengd. 
U ontvangteen acceptgirokaart (België: stortings-/ 
overschrijvingsformulier). 

Stuur bijdragen en vragen, anders dan voor de rubriek 
Kerknieuws naar: Liahona, Floor 24, 50 East North 
Temple, Salt Lake City, UT 841 50-3223, USA; of e-mail 
naar CUR-Liahona-IMag@ldschurch.org 

De Liahona (een woord uit het Boek van Mormon dat 
'kompas' of 'aanwijzer' betekent) wordt gepubliceerd 
in het Albaans, Armeens, Bulgaars, Cambodjaans, 
Cebuano, Chinees, Deens, Duits, Engels, Ests, Fijisch, 
Fins, Frans, Haïtiaans, Hiligaynon, Hongaars, llokano, 
Indonesisch, Italiaans, Japans, Kiribati, Koreaans, 
Kroatisch, Lets, Litouws, Malagassisch, Marshalleilands, 
Mongools, Nederlands, Noors, Oekraïens, Pools, 
Portugees, Roemeens, Russisch, Samoaans, Sloveens, 
Spaans, Tagalog, Tahitiaans, Tamil, Telugu, Thais, 
Tongaans, Tsjechisch, Vietnamees, IJslands en Zweeds. 
(Frequentie verschilt per taal.) 

Uitgever: 

©2002 by Intellectual Reserve, Inc. Alle rechten voorbe- 
houden. Gedrukt in de Verenigde Staten van Amerika. 

For Readers in the United States and Canada: 

January2002 Vol. 102 No. 1. LIAHONA (USPS 31 1-480) 
Dutch (ISSN 1 522-91 73) is published monthly by The 
Church of Jesus Christ of Latter-day Saints, 50 East North 
Temple, Salt Lake City, UT 841 50. USA subscription price 
is $10.00 peryear; Canada, $15.50 plus applicable 
taxes. Periodicals Postage Paid at Salt Lake City, Utah and 
at additional mailing offices. Sixty days' notïce required for 
change of address. Include address label from a recent 
issue; old and new address must be included. Send USA 
and Canadian subscriptions to Salt Lake Distribution 
Center at address below. Subscription help line: 
1-800-537-5971 . Creditcard orders (Visa, MasterCard, 
American Express) may be taken by phone. (Canada Poste 
Information: Publication Agreement #4001 7431) 

POSTMASTER: Send address changes to Salt Lake 
Distribution Center, Church Magazines, PO Box 26368, 
Salt Lake City, UT 84 126-0368. 



REGISTER OP 
ONDERWERP 

Aaronische priesterschap 43, 47 

Begeleiding 7 

Bekering 19 

Boek van Mormon 7 1 

Dankbaarheid 37,49 

Dienstbaarheid 16,51,53,57,68, 

94, 115 
Dood 68 

Eenheid 10, 13, 40, 83 
Fatsoen 75 

Gebed 16, 87, 100, 104 
Gehoorzaamheid 31, 83, 98 
Geloof 10,16,24,31,94,104,106 
Geluk 33,49 
Getuigenis 100 
Gezinsband 80, 96, 109 
Heilige Geest 10, 100 
Heilsplan 33 
Heractivering 57 
Hoop 4, 19 
Insluiting 40, 75 
Jezus Christus 19, 31, 68, 80, 109 
Jongeren 43, 47, 77 
Karakter 96 
Kennis 35 
Kuisheid 90 
Leiderschap 77, 112 
Liefde 7,40,68,77,94,96,112, 

115 
Morren 98 
Naasten 40,75,94 
Nederigheid 16, 53 
Onderwijs 80 
Opstanding 19, 68 
Ouderschap 77, 80, 106, 109, 112, 

115 
Permanent studiefonds 60 
Pioniers 49 
Plicht 43,47,57 
Priesterschap 13,51,57,60 
Prioriteiten 35, 106 
Profeten 24,98 
Schriftstudie 16, 71, 87 
Tegenspoed 4, 27, 106 
Tiende 37,83 
Toewijding 53 
Vergeving 19 
Verzoening 19, 33 
Vloeken 75 
Volharding 27 
Volmaking 27 
Voorbeeld 75,109 
Vrede 83 
Vrouwzijn 13 
Waarheid 115 



Zelfbeheersing 90, 96 
Zelfredzaamheid 83 
Zendingswerk 7, 87 



Sprekers in alfabetische volgorde 

Ballard, M. Russell 40 

Burton, H. David 75 

Clayton, L. Whitney 3 1 

Dew, SheriL. 13,112 

Didier, Charles 10 

Eyring, Henry B. 16 

Faust, James E. 19, 23, 53 

Golden, Christoffel, jr. 33 

Gonzalez, Waker F. 35 

Haight, David B. 24 

Hales, Robert D. 43 

Hilbig, KeithK. 51 

Hinckley, Gordon B. 4, 60, 83, 104 

Holland, Jeffrey R. 37 

Jensen, Virginia U. 109 

Larsen, Sharon G. 77 

Maxwell, Neal A. 90 

Monson, Thomas S. 57, 68, 115 

Nelson, Russell M. 80 

Oaks, Dallin H. 7 

Orton, Robert F. 94 

Packer, Boyd K. 71 

Perry, L. Tom 87 

Peter son, Wayne S. 96 

Samuelson, Cecil O-, jr. 47 

Scott, Richard G. 100 

Smoot, Mary Ellen W. 106 

Snow, Steven E. 49 

Wirthlin, Joseph B. 27 

Workman, H. Ross 98 



Huisonderwijs en huisbezoek: de conferentie- 
nummers van de Liahona bevatten geen 
huisonderwijs- of huisbezoekboodschap. Daarom 
kiezen de huisonderwijzers en huisbezoeksters 
gebedvol een conferentietoespraak uit die tegemoet 
komt aan de behoeften van de gezinnen die zij 
bezoeken. 

Op de omslag: foto John tuke. 

Foto's conferentie: de foto's van de conferentie zijn 
genomen door Craig Dimond, Welden Andersen, John 
Luke, Jed Clark, Matt Reier, Kelly Larsen, Tamra Ratieta, 
Ellie Carter, Mark Hedengren en Robert Casey. 

Conferentietoespraken op het internet: de 

conferentietoespraken vindt u op de officiële website 
van de kerk: www.lds.org. 



LIAHONA 

2 



INHOUDSOPGAVE 



1 VERSLAG VAN DE 1 71STE ALGEMENE OKTOBER- 
CONFERENTIE VAN DE KERK VAN JEZUS CHRISTUS 
VAN DE HEILIGEN DER LAATSTE DAGEN 



ZATERDAGMORGENBIJEENKOMST 

4 LEVEN IN DE VOLHEID DER TIJDEN 

PRESIDENT GORDON B. HINCKLEY 

7 ANDEREN OVER HET EVANGELIE VERTELLEN 

OUDERLING DALLIN H. OAKS 

1 EEN BRUG VAN GELOOF BOUWEN 

OUDERLING CHARLES DIDIER 

1 3 HET IS VOOR EEN MAN NOCH EEN VROUW GOED DAT 
ZIJ ALLEEN ZIJN SHERI L DEW 

1 6 GEBED 

OUDERLING HENRY B. EYRING 

1 9 ONZE VURIGSTE HOOP IS IN DE VERZOENING 

PRESIDENT JAMES E. FAUST 



ZATERDAGMIDDAGBIJEENKOMST 

23 DE STEUNVERLENING AAN KERKFUNCTIONARISSEN 

PRESIDENT JAMES E. FAUST 

24 HET GELOOF VAN ONZE PROFETEN 

OUDERLING DAVID B. HAIGHT 

27 STAP VOOR STAP 

OUDERLING JOSEPH B. WIRTHLIN 

3 1 'KOM MIJN ONGELOOF TE HULP' 

OUDERLING L WHITNEY CLAYTON 

33 HET PLAN VAN ONZE VADER 

OUDERLING CHRISTOFFEL GOLDEN JR. 

35 DE EVANGELIEBEGINSELEN IN ONS HART SCHRIJVEN 

OUDERLING WALTER F. GONZALEZ 

37 'ALS EEN BESPROEIDE HOF' 

OUDERLING JEFFREY R. HOLLAND 

40 DE LEER VAN INSLUITING 

OUDERLING M. RUSSELL BALLARD 



PRIESTERSCHAPSBIJEENKOMST 

43 ONZE PLICHT JEGENS GOD VERVULLEN 

OUDERLING ROBERT D. HALES 

47 ONZE PLICHT JEGENS GOD 

OUDERLING CECIL O. SAMUELSON JR. 

49 DANKBAARHEID 

OUDERLING STEVEN E. SNOW 

51 PRIESTERSCHAPSSCHAKELS VORMEN OF VOORTZETTEN 

OUDERLING KEITH K. HILBIG 

53 'EEN GROTE ZAAK' 

PRESIDENT JAMES E. FAUST 

57 DE PLICHT ROEPT 

PRESIDENT THOMAS S. MONSON 



60 BUKKEN OM IEMAND ANDERS OP TE RICHTEN 

PRESIDENT GORDON B. HINCKLEY 

ZONDAGMORGENBIJEENKOMST 

68 DIT IS DE TIJD 

PRESIDENT THOMAS S. MONSON 

71 HET BOEK VAN MORMON: EEN GETUIGE VAN JEZUS 
CHRISTUS PRESIDENT BOYD K. PACKER 

75 PAL STAAN 

BISSCHOP H. DAVID BURTON 

77 'VREES NIET, WANT ZIJ, DIE BIJ ONS ZIJN, ZIJN 
TALRIJKER' SHARON G. LARSEN 

80 'UW EIGEN HUIS IN ORDE BRENGEN' 

OUDERLING RUSSELL M. NELSON 

83 DE TIJD WAARIN WIJ LEVEN 

PRESIDENT GORDON B. HINCKLEY 

ZONDAGMIDDAGBIJEENKOMST 

87 DE TERUGGEKEERDE ZENDELING 

OUDERLING L. TOM PERRY 

90 HET ZEVENDE GEBOD: EEN SCHILD 

OUDERLING NEAL A. MAXWELL 

94 'HET GROTE EN EERSTE GEBOD' 

OUDERLING ROBERT F. ORTON . 

96 ONZE DADEN BEPALEN ONS KARAKTER 

OUDERLING WAYNE S. PETERSON 

98 MOR NIET 

OUDERLING H. ROSS WORKMAN 

100 DE KRACHT VAN EEN STERK GETUIGENIS 

OUDERLING RICHARD G. SCOTT 

1 04 'TOT W'U WEDERZIEN' 

PRESIDENT GORDON B. HINCKLEY 

ALGEMENE BIJEENKOMST VAN 
DE ZUSTERSHULPVERENIGING 

1 06 STANDVASTIG EN ONWRIKBAAR 

MARY ELLEN W. SMOOT 

1 09 STA PAL 

VIRGINIA U. JENSEN 

I 1 2 ZIJN WIJ NIET ALLEMAAL MOEDER? 

SHERI L. DEW 

I I 5 'WEES EEN VOORBEELD' 

PRESIDENT THOMAS S. MONSON 



64 ALGEMENE AUTORITEITEN VAN DE KERK VAN JEZUS 
CHRISTUS VAN DE HEILIGEN DER LAATSTE DAGEN 

1 1 9 ZIJ HEBBEN OOK TOT ONS GESPROKEN 

120 HULPBRONNEN BIJ HET ONDERWIJS 

1 26 ALGEMENE PRESIDIUMS VAN DE HULPORGANISATIES 

126 KERKNIEUWS 



JANUARI 2002 
3 



Zaterdagmorgenbijeenkomst 

6 oktober 2001 

Leven in de 
volheid der tijden 



President Gordon B. Hinckley 



'Ondanks het onheil om ons heen, ondanks de vuiligheid die 
we bijna overal zien, ondanks het conflict dat zich over de 
wereld uitstrekt, kunnen wij beter worden. 1 



grote, wereldwijde kerk geworden, 
en het is het overgrote deel van onze 
leden nu mogelijk om als één grote 
familie aan deze bijeenkomsten deel 
te nemen, in vele talen, in vele lan- 
den, maar allemaal met één geloof, 
één leer en één doop. 

Ik word vanmorgen bijna door 
mijn gevoelens overmand als ik 
denk aan wat de Heer voor ons 
heeft gedaan. 

Ik weet niet wat we in het voor' 
bestaan hebben gedaan waardoor we 
al die wonderbaarlijke zegeningen 
die we bezitten, hebben verdiend. 
We zijn naar de aarde gekomen in 
deze geweldige periode in de lange 
geschiedenis van de mensheid. Dit is 
een fantastische tijd, de beste aller 
tijden. Als we terugdenken aan het 
lange geploeter van de mensheid, 
vanaf de tijd van onze eerste ouders, 
moeten we ons wel dankbaar voelen. 

De periode waarin wij leven is de 
volheid der tijden waarover in de 
Schriften gesproken wordt; de perio- 
de waarin God alle elementen van 
voorgaande bedelingen bijeen heeft 
gebracht. Vanaf de dag dat zijn ge- 
liefde Zoon en Hij zich aan de jonge 
Joseph openbaarden, is er een enor- 
me waterval van licht over de we- 
reld uitgestort. Het hart van de 
mensen heeft zich tot. hun vaders 
gekeerd ter vervulling van de woor- 
den van Maleachi. Het visioen van 
Joel is vervuld waarin hij verklaarde: 





Geliefde broeders en zusters, 
waar u zich ook bevindt, 
welkom op deze grote we- 
reldconferentie van De Kerk van Je- 
zus Christus van de Heiligen der 
Laatste Dagen. We zijn hier bij el- 
kaar in ons prachtige nieuwe Confe- 
rentiecentrum in Sak Lake City. Het 
gebouw is vol of zal dat snel zijn. Ik 
ben erg blij dat we dit gebouw heb- 
ben. Ik ben dankbaar voor de inspi- 
ratie die tot de bouw hiervan leidde. 
Het is een opmerkelijk bouwwerk. Ik 
zou willen dat we allemaal onder één 
dak bijeen konden komen, maar dat 
is onmogelijk. Ik ben innig dankbaar 
dat we het wonder van televisie heb- 
ben, van radio, de kabel, satellietuit- 
zending en het internet. We zijn een 



'Daarna zal het geschieden, dat 
Ik mijn Geest zal uitstorten op al 
wat leeft, en uw zonen en uw doch- 
ters zullen profeteren; uw ouden zul- 
len dromen dromen; uw jongelingen 
zullen gezichten zien. 

'Ook op de dienstknechten en op 
de dienstmaagden zal Ik in die da- 
gen mijn Geest uitstorten. 

'Ik zal wonderen geven in de he- 
mel en op de aarde, bloed en vuur 
en rookzuilen. 

'De zon zal veranderd worden in 
duisternis en de maan in bloed, 
voordat de grote en geduchte dag 
des Heren komt. 

'En het zal geschieden, dat ieder 
die de naam des Heren aanroept, be- 
houden zal worden, want op de berg 
Zion en te Jeruzalem zal ontkoming 



A H O N A 

4 




Het Conferentiecentrum loopt voor een conferentiebijeenkomst vol met leden. 



zijn, zoals de Here gezegd heeft; en tot 
de ontkomenen zullen zij behoren, die 
de Here zal roepen' (Joel 2:28-32). 

Er zijn in deze periode meer we- 
tenschappelijk ontdekkingen gedaan 
dan gedurende de gehele hieraan 
voorafgaande geschiedenis van de 
mensheid. Het vervoer, de commu- 
nicatie, de medische wetenschap, de 
volkshygiëne, het gebruik van 
atoomkracht en het wonder van de 
computer met alles wat daarbij be- 
hoort, zijn in het bijzonder in onze 
tijd tot bloei gekomen. Gedurende 
mijn eigen leven heb ik wonder na 
verbazend wonder tot stand zien ko- 
men. En wij vinden dat gewoon. 

Daarnaast heeft de Heer zijn 
priesterschap van weleer hersteld. 
Tijdens de afgelopen anderhalve 



eeuw heeft Hij zijn kerk en koninkrijk 
georganiseerd. Hij heeft zijn volk ge- 
leid. Ze zijn getemperd in de smelt- 
kroes van vreselijke vervolging. Hij 
heeft de geweldige tijd waarin wij nu 
leven tot stand gebracht. 

We hebben alleen nog maar de 
voorafschaduwing gezien van de 
sterke macht ten goede die deze 
kerk zal worden. En toch verbaas ik 
me over wat er al is bereikt. 

Ons ledental is gegroeid. Ik denk 
dat we ook in getrouwheid zijn ge- 
groeid. We verliezen nog te veel 
broeders en zusters, maar de getrou- 
wen zijn sterk. Zij die ons observe- 
ren, zeggen dat wij ons onder de 
vooraanstaande godsdiensten bevin- 
den. We veranderen niet. De kijk 
van de wereld op ons verandert. We 



onderwijzen in dezelfde leer. We 
hebben dezelfde organisatie. We ar- 
beiden om dezelfde goede werken te 
doen. Maar de oude haat verdwijnt, 
de oude vervolging sterft af. Mensen 
zijn beter op de hoogte. Ze beginnen 
in te zien waar wij voor staan en wat 
we doen. 

Maar hoe geweldig deze tijd ook 
is, het is een tijd vol gevaren. Het 
kwaad is overal om ons heen. Het is 
aantrekkelijk en verleidelijk, en 
heeft in veel gevallen succes. Paulus 
heeft gezegd: 

'Weet wel, dat er in de laatste da- 
gen zware tijden zullen komen: 

'want de mensen zullen zelfzuch- 
tig zijn, geldgierig, pochers, vermetel, 
kwaadsprekers, aan hun ouders on- 
gehoorzaam, ondankbaar, onheilig, 



J A N U A R 
5 



2 2 



'liefdeloos, trouweloos, lasteraars, 
onmatig, onhandelbaar, afkerig van 
het goede, 

'verraderlijk, roekeloos, opgebla- 
zen, met meer liefde voor genot dan 
voor God, 

'die met een schijn van gods- 
vrucht de kracht daarvan verloo- 
chend hebben; houd ook dezen op 
een afstand' (2 Timoteüs 3:1-5). 

. Al deze vormen van kwaad zijn 
tegenwoordig gewoner en algemener 
dan ze ooit zijn geweest. Daar zijn 
we onlangs weer op gewezen door 
wat er in New York, Washington en 
Pennsylvania is gebeurd, waarover ik 
morgen zal spreken. We leven in een 
tijd waarin gewelddadige mensen 
vreselijke, verachtelijke dingen 
doen. We leven in een tijd van oor- 
log. We leven in een tijd van arrog- 
antie. We leven in een tijd van 
slechtheid, pornografie en onzede- 
lijkheid. Alle zonden van Sodom en 
Gomorra waren rond in onze maat- 
schappij. Onze jonge mensen heb- 
ben nog nooit voor zulke enorme 
moeilijkheden gestaan. Nog nooit 
hebben we het wellustige aangezicht 
van het kwaad duidelijker gezien. 

Daarom, broeders en zusters, zijn 
we voor deze heerlijke conferentie 
bijeen gekomen om elkaar op te bou- 
wen en te versterken, elkaar te hel- 
pen en verheffen, bemoediging te 
geven en het geloof op te bouwen, na 
te denken over de wonderbaarlijke 



zaken die de Heer ons beschikbaar 
heeft gesteld, en ons besluit te ver- 
sterken dat we het kwaad zullen 
weerstaan in welke vorm het ook tot 
ons moge komen. 

We zijn gelijk een groot leger ge- 
worden. We zijn een aanzienlijk volk 
geworden. Men hoort ons als wij onze 
stem verheffen. We hebben onze 
kracht in tegenspoed bewezen. Onze 
kracht is ons geloof in de Almachtige. 
Geen enkele zaak onder de hemelen 
kan het werk van God tegenhouden. 
De tegenspoed zal zijn lelijke gezicht 
misschien laten zien. De wereld mag 
dan in beroering zijn met oorlogen en 
geruchten van oorlogen, maar dit 
werk gaat voorwaarts. 

U bent vast wel bekend met deze 
krachtige woorden van de profeet 
Joseph: '(...) geen onheilige hand 
kan de vooruitgang van het werk 
stuiten; al woeden vervolgingen, 
spannen benden samen, verzamelen 
er zich legers en viert laster hoogtij, 
toch zal Gods waarheid moedig, no- 
bel en onafhankelijk voorwaarts 
gaan, totdat zij in elk werelddeel is 
doorgedrongen, elke streek heeft be- 
zocht, elk land heeft overspoeld en 
in elk oor heeft geklonken, totdat 
Gods oogmerken zijn bereikt en de 
grote Jehova zegt dat het werk is 
volbracht.' (History of the Church, 
deel 4, blz. 540.) 

De Heer heeft ons het doel gege- 
ven waar wij naartoe werken. Dat 




doel is zijn koninkrijk opbouwen. 
Dat is een geweldige onderneming 
van grote aantallen mannen en 
vrouwen, van geloof, van integriteit, 
van liefde en zorg voor de mensheid, 
waarbij we voorwaarts gaan om een 
betere maatschappij te creëren, en 
onszelf en anderen tot zegen zijn. 

Als we inzien wat onze situatie en 
ons doel is, kunnen we niet arrogant 
worden. We kunnen niet zelfingeno- 
men worden. We kunnen niet zelf- 
voldaan of zelfzuchtig worden. We 
moeten de hele mensheid de hand 
toesteken. Zij zijn allemaal zoons en 
dochters van God, onze eeuwige Va- 
der, en Hij zal ons rekenschap vragen 
van wat wij voor hen doen. Moge de 
Heer ons zegenen. Moge Hij ons 
sterk en machtig in goede werken 
maken. Moge ons geloof stralen als 
het zonlicht in de ochtend. Mogen 
wij in gehoorzaamheid aan zijn god- 
delijke geboden leven. Moge Hij met 
genegenheid op ons neerzien. En 
mogen wij, terwijl we voorwaarts 
gaan, de mensheid tot zegen zijn 
doordat we iedereen de hand reiken 
en hen die vertrapt en onderdrukt 
worden, verheffen, en hen die hon- 
ger lijden en tekortkomen, voeden 
en kleden, en allen om ons heen die 
geen deel uitmaken van deze kerk, 
liefde en behulpzaamheid schenken. 
De Heer heeft ons de weg gewezen. 
Hij heeft ons zijn woord, zijn raad, 
zijn leiding, ja, zijn geboden gegeven. 
We hebben veel goeds gedaan. Er is 
veel waarvoor we dankbaar mogen 
zijn en waarop we trots mogen zijn. 
Maar we kunnen het nog beter doen, 
veel beter. 

Ik houd heel veel van u, mijn 
broeders en zusters in deze grote be- 
weging. Ik houd van u om wat u 
bent geworden en om wat u kunt 
worden. Ondanks het onheil om ons 
heen, ondanks de vuiligheid die we 
bijna overal zien, ondanks het con- 
flict dat zich over de wereld uit- 
strekt, kunnen wij beter worden. 

Ik smeek de zegeningen des he- 
mels op u af en betuig u mijn liefde, 
en beveel de fijne boodschappen bij u 
aan die u in de komende twee dagen 
vanaf dit spreekgestoelte zult horen. 
Dat doe ik in de heilige naam van 
onze Heer, Jezus Christus. Amen. □ 



L I A H O N A 
6 



Anderen over het 
evangelie vertellen 



Ouderling Dallin H. Oaks 

van het Quorum der Twaalf Apostelen 



'De beste zendelingen, zowel lid als voltijdzendeling, doen hun 
zendingswerk uit liefde. (...) Als wij die liefde voor anderen 
niet hebben, moeten we erom bidden. ' 



'Wie gelooft en zich laat dopen, 
zal behouden worden, maar wie niet 
gelooft, zal veroordeeld worden' 
(Marcus 16:15-16). 

Matteüs haalt dit gebod van de 
Heiland aan: 'Gaat dan henen, 
maakt al de volken tot mijn discipe- 
len en doopt hen in de naam des 
Vaders en des Zoons en des Heiligen 
Geestes' (Matteüs 28:19). 

Lucas verklaart: 'Aldus staat er 
geschreven (...) dat in zijn naam 
moest gepredikt worden bekering 
tot vergeving der zonden aan alle 
volken' (Lucas 24:46-47). 

De hedendaagse profeten hebben 
de aanwijzingen van de Heiland 
toegepast op onze tijd en hebben 
ons aangespoord om anderen over 
het evangelie te vertellen. 

President Gordon B. Hinckley 
heeft voor onze tijd de klaroen ge- 
stoken. In een wereldwijde satelliet- 
uitzending voor zendelingen en 
plaatselijke leiders heeft hij ge- 
vraagd om een 'toename van en- 
thousiasme' voor het zendingswerk 
'op alle niveaus in de kerk'. ('Zoek 
de lammeren, hoed de schapen', De 
Ster, juli 1999, blz. 118.) Hoewel 
zendelingen hun uiterste best moe- 
ten blijven doen om mensen te vin- 
den die zij kunnen onderwijzen, 
verklaarde hij dat 'de betere manier 
door middel van de leden van de 
kerk is.' (Blz. 119.) Hij vroeg ieder 
van ons om ons uiterste best te doen 
de zendelingen te helpen bij het 




Dank u, president Hinckley, 
voor uw fijne boodschap. 
Wij zijn allemaal uiterst 
dankbaar voor uw energieke, geïn- 
spireerde leiding in deze moeilijke 
tijd. Onder die leiding gaan wij 
voorwaarts met het werk van de 
Heer, dat zo dringend nodig is in de- 
ze wereld vol moeilijkheden. 

Het goede nieuws van het evan- 
gelie van Jezus Christus verkondi- 
gen is een basisbeginsel van het 
christelijk geloof. Drie auteurs van 
evangeliën schrijven dat de Hei- 
land ons daar opdracht toe heeft 
gegeven. 

In het boek Marcus staat: 'En Hij 
zeide tot hen: Gaat heen in de gehe- 
le wereld, verkondigt het evangelie 
aan de ganse schepping. 



zoeken van mensen die zij kunnen 
onderwijzen. Hij vroeg ook of elke 
ringpresident en bisschop 'de volle 
verantwoording op zich [wilde] ne- 
men voor het zoeken en begeleiden 
van onderzoekers' in hun unit. (Blz. 
121.) Verder smeekte president 
Hinckley de zegeningen van de 
Heer af over ieder 'in het uitvoeren 
van de enorme opdracht die wij 
hebben gekregen.' (Blz. 121.) 

Hoewel het al twee en een half 
jaar geleden is dat onze president 
die smeekbede heeft laten horen, 
hebben de meesten van ons nog niet 
erg doeltreffend op zijn aansporing 
gereageerd. 

Ik heb de woorden van president 
Hinckley onder gebed bestudeerd 
en heb erover nagedacht hoe wij an- 
deren over het evangelie kunnen 
vertellen, en ik ben tot de conclusie 
gekomen dat we drie dingen moeten 
doen om gehoor te geven aan de 
aansporing van onze profeet. Ten 
eerste moeten we een oprecht ver- 
langen hebben om anderen over het 
evangelie te vertellen. Ten tweede 
hebben we goddelijke hulp nodig. Ten 
derde moeten we weten wat we moe- 
ten doen. 

I. VERLANGEN 

Zoals bij zoveel andere zaken, be- 
gint anderen over het evangelie ver- 
tellen met een verlangen. Als wij 
doeltreffender werktuigen in de 
handen van de Heer willen worden 
om anderen over zijn evangelie te 
vertellen, moeten we een oprecht 
verlangen hebben om dat te doen. Ik 
geloof dat we dat verlangen ontwik- 
kelen in twee stappen. 

Ten eerste moeten we een sterk 
getuigenis hebben van de waarheid 
en het belang van het herstelde 
evangelie van Jezus Christus. Dat 
houdt in de allesovertreffende waar- 
de van Gods plan voor zijn kinderen, 
de essentiële rol van de verzoening 
van Jezus Christus in dat plan, en de 
rol van de Kerk van Jezus Christus in 
de uitvoering van dat plan in het 
sterfelijk leven. 

Ten tweede moeten we liefde 
hebben voor God en voor al zijn 
kinderen. In hedendaagse openba- 
ring wordt ons gezegd dat 'liefde, 



JANUARI 

7 



2 2 



met het oog alleen op de ere Gods 
gericht, [ons] bevoegd [maakt] voor 
het werk' (LV 4:5). De eerste apos- 
telen uit deze bedeling werd gezegd 
dat hun liefde 'overvloedig [moest] 
zijn jegens alle mensen' (LV 112:11). 

Door ons getuigenis van de waar- 
heid en het belang van het herstelde 
evangelie, zien wij de waarde in van 
wat ons is gegeven. Door onze liefde 
voor God en onze medemens krijgen 
wij een verlangen om die grote gave 
met iedereen te delen. De mate van 
onze bekering is uitstekend af te le- 
zen van de intensiteit van ons verlan- 
gen om anderen over het evangelie 
te vertellen. 

In het Boek van Mormon staan 
enkele prachtige voorbeelden van 
de uitwerking die getuigenis en lief- 
de hebben. Toen de zoons van Mo- 
siah, die 'de allerergste zondaren' 
waren geweest, hun getuigenis kre- 
gen, 'wilden zij gaarne, dat de zalig- 
heid aan alle schepselen zou worden 
verkondigd, want zij konden niet 
gedogen, dat de ziel van enig mens 
verloren zou gaan' (Mosiah 28:3-4). 
Later roept hun metgezel, Alma, 
uit: 'O, dat ik een engel ware, dat ik 
mocht uitgaan en spreken als met 
de bazuin Gods, met een stem, die 
de aarde zou doen beven' en 'het 
plan der verlossing' verkondigen 
aan elke ziel, 'zodat er geen verdriet 
meer op de gehele aardbodem zou 
zijn' (Alma 29:1-2). 

Ik noem het zendingswerk ook 
graag anderen laten delen in het 
evangelie. Die term 'laten delen in' 
geeft aan dat we iets buitengewoon 
waardevols hebben en dat we het 
aan anderen willen geven omdat het 
hun tot zegen en voor hun welzijn is. 

De beste zendelingen, zowel lid als 
voltijdzendeling, doen hun zendings- 
werk uit liefde. Dat is een les die ik al 
als jongeman geleerd heb. Ik moest 
op huisonderwijs bij een minder actief 
lid, iemand die vele jaren ouder was 
dan ik en al veel succes had gehad in 
zijn beroep. Erop terugkijkend, besef 
ik dat ik maar heel weinig liefdevolle 
zorg voor de man voelde. Ik ging uit 
plichtsgevoel, met een verlangen om 
te rapporteren dat ik honderd pro- 
cent huisonderwijs had gedaan. Op 
een avond, vlak voor het einde van 



de maand, belde ik hem om te vra- 
gen of mijn collega en ik meteen 
mochten langskomen voor een be- 
zoek. Zijn vermanende antwoord 
leerde mij een onvergetelijke les. 

'Nee, ik geloof niet dat ik wil dat 
jullie vanavond komen', zei hij. 'Ik 
ben moe. Ik heb me al omgekleed 
om naar bed te gaan. Ik ben aan het 
lezen, en ik wil nu niet meer ge- 
stoord worden alleen maar zodat jul- 
lie deze maand honderd procent 
huisonderwijs kunnen opgeven.' Dat 
antwoord steekt mij nog steeds, 
want ik wist dat hij mijn zelfzuchtige 
motivatie had aangevoeld. 

Ik hoop dat geen enkele persoon 
die wij ooit benaderen met een uit- 
nodiging om naar de boodschap van 
het herstelde evangelie te luisteren, 
aanvoelt dat wij daar een andere 
reden voor hebben dan oprechte 
liefde voor hem of haar, en een on- 
zelfzuchtig verlangen om iets te ver- 
tellen dat ons dierbaar is. 

Als wij die liefde voor andere 
mensen niet hebben, dan zouden we 
erom moeten bidden. In de geschrif- 
ten van de profeet Mormon wordt 
ons geleerd: 'Bidt tot de Vader met 
alle kracht, dat gij met deze liefde 
moogt worden vervuld, die Hij op 
allen, die oprechte volgelingen zijn 
van zijn Zoon, Jezus Christus, heeft 
uitgestort' (Moroni 7:47-48). 

II. GODDELIJKE HULP/JUISTE TIMING 

We hebben ook goddelijke hulp 
nodig om ons te leiden als we ande- 
ren over het evangelie willen vertel- 
len. Net zoals ons verlangen zuiver 
moet zijn, en in een getuigenis en in 
liefde geworteld moet zijn, moeten 
onze daden door de Heer geleid 
worden. Het is zijn werk, niet ons 
werk, en het moet op zijn wijze ge- 
daan worden en met zijn timing, en 
niet met onze timing. Anders leiden 
onze inspanningen mogelijk alleen 
maar tot frustratie en falen. 

We hebben allemaal familieleden 
of vrienden die het evangelie nodig 
hebben, maar er nu niet in geïnteres- 
seerd zijn. Om doeltreffend te zijn, 
moeten onze inspanningen voor hen 
geleid worden door de Heer, zodat 
we handelen op de wijze en de tijd 
dat zij er het meeste voor openstaan. 



We moeten bidden om de hulp en 
aanwijzingen van de Heer zodat wij 
een werktuig in zijn handen kunnen 
zijn voor iemand die er nu klaar voor 
is — iemand die Hij nu door ons wil 
laten helpen. Vervolgens moeten we 
opletten, zodat we de ingevingen 
van zijn Geest horen, en dat we er 
gehoor aan geven als we ons zen- 
dingswerk doen. 

Die ingevingen zullen we echt 
krijgen. Wij weten uit talloze getui- 
genissen dat de Heer op zijn eigen 
manier en zijn eigen tijd mensen 
voorbereidt om zijn evangelie te aan- 
vaarden. Die mensen zijn zoekende, 
en als wij ernaar streven om ze te 
vinden, zal de Heer hun gebeden 
verhoren door de onze te verhoren. 
Hij zal ingevingen en leiding geven 
aan hen die ernaar verlangen, en er 
oprecht naar streven, om leiding te 
ontvangen in de vragen waar, wan- 
neer en wie zij over het evangelie 
moeten vertellen. Op die manier 
geeft God ons overeenkomstig onze 
verlangens (zie Alma 29:4; LV 6:8). 

In hedendaagse openbaring heeft 
de Heer ons gezegd: 'Er zijn nog ve- 
len op aarde onder alle sekten, ge- 
nootschappen en gezindten, die (...) 
worden verblind (...) en die alleen 
verre van de waarheid worden 
gehouden, omdat zij niet weten, 
waar zij deze kunnen vinden' (LV 
123:12). Als wij 'als getuige van 
God staan, in alle dingen en in alle 
plaatsen' (Mosiahl8:9), zal de Heer 
ons mogelijkheden geven om zoe- 
kenden te vinden en hun te vertel- 
len wat zij zoeken. Dat zal gebeuren 
als wij ernaar streven leiding te 
ontvangen, en als wij dit doen uit 
oprechte, christelijke liefde voor an- 
dere mensen. 

De Heer heeft al zijn kinderen 
lief. Hij wil dat zij allen de volheid 
ontvangen van zijn waarheid, en de 
overvloed aan zijn zegeningen. Hij 
weet het als zij er klaar voor zijn, en 
Hij wil dat wij luisteren naar zijn 
aanwijzingen om anderen te vertel- 
len over het evangelie. Als wij dat 
doen, zullen zij die er klaar voor zijn 
reageren op de boodschap over Hem 
die heeft gezegd: 'Mijn schapen ho- 
ren naar mijn stem en zij volgen Mij' 
(Johannes 10:27). 



A H O N A 
8 



III. HOE WE HET MOETEN DOEN 

Als we een oprecht verlangen heb- 
ben om anderen over het evangelie te 
vertellen, en als we om goddelijke 
hulp bij onze inspanningen hebben 
gevraagd, wat moeten we dan doen? 
Wat is de volgende stap? We begin- 
nen bij het begin. We moeten dan 
niet meer wachten op een nadere uit- 
nodiging uit de hemel. Openbaring 
komt meestal juist als we ons ijverig 
inzetten. 

De Heer heeft ons de volgende 
instructie gegeven omtrent de vra- 
gen wie en hoe: 'En laat uw predi- 
king een ieder tot zijn naaste [zijn] , 
in zachtheid en nederigheid' (LV 
38:41). 'Naaste' betekent uiteraard 
niet alleen maar de mensen die 
naast ons wonen, of vrienden en 
kennissen. Toen de Heiland ge- 
vraagd werd 'Wie is mijn naaste?', 
vertelde de Heiland over een Sama- 
ritaan die 'een naaste' herkende op 
de weg naar Jericho. (Zie Lucas 
10:25-37.) Onze naasten houdt dus 
ook de mensen in die we tegenko- 
men op onze dagelijkse reizen. 

We dienen, net als Alma van wel- 
eer, te bidden dat de Heer ons de 
'kracht en wijsheid' geeft om onze 
kennissen tot de Heer te 'mogen 
brengen' (Alma 31:35). Wij bidden 
bovendien om het welzijn van hun 
ziel. (Zie Alma 6:6.) 

We moeten ervoor zorgen dat we 
uit liefde te werk gaan en niet in een 
poging om er persoonlijk erkenning 
of voordeel uit te halen. De waar- 
schuwing aan hen die kerkfuncties 
gebruiken om hun hoogmoed of ij- 
dele ambitie te bevredigen (zie LV 
121:37) slaat beslist ook op onze in- 
spanningen om anderen over het 
evangelie te vertellen. 

De noodzaak om uit liefde te 
werk te gaan, waarschuwt ons ook 
voor manipulatie, of die nu echt of 
slechts ingebeeld is. Mensen die niet 
van ons geloof zijn, kunnen afge- 
schrikt worden als zij ons iets een 
'zendingswerktuig' horen noemen. 
Een 'werktuig' is tenslotte iets dat we 
gebruiken om een levenloos voor- 
werp te manipuleren. Als we het dus 
hebben over een 'zendingswerktuig', 
kunnen we de indruk wekken dat we 
iemand willen manipuleren. En die 




indruk staat haaks op de onzelfzuch- 
tige, mededeelzame geest van ons 
zendingswerk. 

President Hinckley zegt in zijn fij- 
ne boodschap dat 'er overal kansen 
zijn om anderen over het evangelie 
te vertellen.' (De Ster, juli 1999, blz. 
119.) Hij noemt veel voorbeelden 
van wat wij kunnen doen. We dienen 
zó te leven dat wat hij 'de enorme 
kracht van het voorbeeld van een lid 
van de kerk' (ibid.,119) noemde, de 
mensen om ons heen zal beïnvloe- 
den. 'De doeltreffendste zendingsbro- 
chure die we ooit bij ons kunnen 
dragen,' zei hij, 'is onze goede levens- 
wijze en voorbeeld.' (Ibid., 121.) Wij 
moeten oprecht vriendelijk zijn voor 
iedereen. 

President Hinckley heeft ons er- 
aan herinnerd dat wij bij ieder met 
wie wij in contact komen 'wat kerk- 
lectuur.' (Ibid., 120-121.) kunnen 
achterlaten. Wij kunnen ons huis 
ter beschikking stellen 'om het zen- 
dingswerk te steunen.' (Ibid., 119.) 
'Het is gepast voor de zendelingen 
om de leden om introducés te vra- 
gen' (Ibid., 119), en als zij dat doen, 
dienen wij te reageren. 

Samenvattend zei president 
Hinckley dat elk lid van de kerk 
'voortdurend bezig [dient te] zijn 
met het zoeken en aanmoedigen van 
onderzoekers.' (Ibid., 121.) 



En we kunnen ook andere dingen 
doen, vooral als we ons gedragen 
naar deze grote uitspraak van de 
profeet Mormon: 'Ik vrees niet, wat 
de mens kan doen; want volmaakte 
liefde verdrijft alle vrees' (Moro. 
8:16; zie ook 1 Johannes 4:18). We 
kunnen vrienden uitnodigen naar 
kerkbij eenkomsten of -activiteiten. 
We kunnen positieve opmerkingen 
maken over onze kerk en de uitwer- 
king van haar leringen, en we kun- 
nen mensen vragen of ze er meer 
over willen horen. 

Makkelijker nog: we kunnen een 
pakje van deze aantrekkelijke ge- 
schenkbonnen bij ons dragen en die 
geven aan de mensen — zelfs ter- 
loopse kennissen — met wie wij in 
onze dagelijkse activiteiten in con- 
tact komen. Deze bonnen zijn een 
ideale manier om mensen uit te no- 
digen de aanvullende waarheden te 
onderzoeken die wij te bieden heb- 
ben. Zij bieden, zonder opdringerig 
te zijn, iets waardevols, maar of het 
genoemde geschenk wordt besteld, 
is afhankelijk van de keuze en het 
initiatief van de ontvanger. Uit onze 
ervaring blijkt dat een aanzienlijk 
percentage van hen die bellen om 
het aangeboden geschenk te bestel- 
len, besluiten om het te laten bezor- 
gen door mensen die hen er meer 
over kunnen vertellen. 



JANUARI 
9 



2 2 



De kerk heeft net een extra ma' 
nier aangekondigd om het evangelie 
wereldwijd te verbreiden via het in- 
ternet. Dit nieuwe initiatief heeft een 
potentieel dat net zo belangrijk is als 
het uitgeven van gedrukte brochures 
in de negentiende eeuw en ons ge- 
bruik van radio, tv en film in de twin- 
tigste eeuw. De kerk heeft een nieuwe 
internetsite geactiveerd waarnaar we 
mensen kunnen verwijzen die geïnte- 
resseerd zijn in informatie over de 
kerk en haar leringen, en hoe zij een 
kerk kunnen vinden waar zij samen 
met ons kunnen aanbidden. Het 
adres is www.mormon.org. Voor zen- 
delingen zal in de praktijk blijken hoe 
waardevol en nuttig deze nieuwe 
hulpbron is. Leden van de kerk zal 
het helpen met het beantwoorden 
van vragen van vrienden, zowel 
rechtstreeks als door verwijzing naar 
de site. Bovendien kunnen we er digi- 
tale wenskaarten versturen naar onze 
vrienden, inclusief evangeliebood- 
schappen en uitnodigingen. 

IV. TOT SLOT 

Ons is gevraagd om onze inspan- 
ningen en onze doeltreffendheid in 
het vertellen over het evangelie te 
verdubbelen om de doeleinden van de 
Heer met dit grote werk te bereiken. 
Totdat wij dat doen, worden deze fijne 
voltijdzendelingen — onze zoons en 
dochters en onze edele medewerkers 
in het werk van de Heer — niet opti- 
maal gebruikt in hun grote opdracht 
om te onderwijzen in het herstelde 
evangelie van Jezus Christus. 

We hebben het gehad over een 
liefdevol verlangen, hemelse leiding 
en manieren waarop wij het godde- 
lijke gebod kunnen nakomen om on- 
ze naasten te vertellen over het 
evangelie. Het evangelie van Jezus 
Christus is het helderste licht en de 
enige hoop voor deze verduisterde 
wereld. 'Daarom', leert Nephi ons, 
'moet gij standvastig in Christus 
voorwaarts streven, met onverzwak- 
te hoop, en met liefde voor God en 
alle mensen' (2 Nephi 31:20). 

Ik getuig van Jezus Christus, onze 
Heiland, en van zijn verlangen dat 
wij vol overgave deelnemen aan dit 
werk. In de naam van Jezus Christus. 
Amen. D 



Een brug van 
geloof bouwen 



Ouderling Charles Didier 

van het Presidium der Zeventig 



'Ons sterfelijk leven is de tijd voor de mens om God te 
ontmoeten door een brug van geloof te bouwen en de deur van 
de onsterfelijkheid en het eeuwige leven te openen. ' 



'een muur van onverdraagzaamheid' 
of 'het lijkt wel of ik tegen een muur 
praat'! 

Bruggen zijn het tegenovergestel- 
de van muren. Bruggen worden ge- 
bouwd om te verbinden, om twee of 
meer eenheden samen te voegen en 
om eenheid te scheppen. Ze worden 
gebouwd om belemmeringen te 
overbruggen. Ook sommige bruggen 
zijn beroemd geworden, zoals de 
'Bridge of Sighs', de Allenby Bridge' 
en vele andere. De term wordt ook 
in onze taal gebruikt om vereniging 
of eenheid uit te drukken, zoals 'een 
kloof overbruggen' of 'onze verschil- 
len overbruggen'. 

Als we nadenken over ons sterfe- 
lijk bestaan op deze aarde, het doel 
van het leven en de uitdrukking van 
Alma dat 'dit leven de tijd [is] voor 
de mens om zich voor te bereiden 
God te ontmoeten' (Alma 34:32), 
wat is dan de manier van de Heer 
om ons dit doel te helpen bereiken? 
Met behulp van deze gelijkenis is het 
eenvoudigweg het bouwen van een 
brug van geloof om de muren van 
ongeloof, onverschilligheid, angst en 
zonde te overbruggen en te overwin- 
nen. Ons sterfelijk leven is de tijd 
voor de mens om God te ontmoeten 
door een brug van geloof te bouwen 
en de deur van de onsterfelijkheid en 
het eeuwige leven te openen. 

Hoe bouwen we zo'n brug van 
geloof? 

Toen ik als jongeman in de stad 




In de hal van een groot adverten- 
tiebureau hangt de volgende 
spreuk ingelijst aan de muur: 'De 
mens bouwt teveel muren en niet 
genoeg bruggen' (bij JCDecaux, een 
firma in Frankrijk). 

Muren worden inderdaad meestal 
gebruikt om twee of meer eenheden 
fysiek, mentaal of zelfs geestelijk te 
scheiden en om belemmeringen te 
vormen. Ze worden gebouwd omdat 
zij verdediging, bescherming en af- 
scheiding vertegenwoordigen. Som- 
mige muren zijn daarom beroemd 
geworden: de muren van Jeruzalem, 
de Chinese Muur, de Berlijnse Muur. 
Muren worden in het hedendaagse 
taalgebruik ook symbolisch gebruikt 
om dit idee van afscheiding weer te 
geven, zoals 'een muur van onbegrip', 



L I A H O N A 
10 




De leden van het Eerste Presidium overleggen voorafgaand aan een conferentiebijeenkomst: president Gordon 
B. Hinckley (midden); president Thomas S. Monson, eerste raadgever (links); president James E. Faust, tweede 
raadgever (rechts). 



Namen in België woonde, werd die 
stad door een grote rivier van een 
andere stad aan de overkant geschei- 
den. In die tijd was er maar één brug 
waardoor de beide steden met elkaar 
werden verbonden. Die brug was ge- 
bouw en herbouwd op de overblijfse- 
len van een brug die eeuwen eerder 
door de Romeinen was gebouwd. Hij 
was te smal geworden voor het ver- 
keer en er waren teveel kleine poor- 
ten voor grote boten en aken. Er 
moest een nieuwe brug gebouwd 
worden, breder en met slechts één 
poort. Het werk aan de fundering be- 
gon al snel aan beide zijden van de 
rivier. En binnen korte tijd stak er 
van iedere kant een grote metalen 
arm boven de rivier uit om in het 
midden bij elkaar te komen. Ik vond 
het bouwwerk prachtig en reed er 
bijna iedere dag met mijn fiets langs. 
Uiteindelijk brak de dag aan dat het 
middelpunt, een stalen sluitstuk, tus- 
sen de armen geplaatst werd. Er 
stonden veel mensen te kijken naar 
die nauwkeurige onderneming, de 
laatste stap waardoor de twee armen 
met elkaar verbonden werden en de 
brug voor het eerst gebruikt kon 
worden. Tijdens de plaatsing applau- 
disseerden de toeschouwers en sloe- 
gen de arbeiders de armen om elkaar 
heen. De belemmering van de rivier 
was overwonnen. 



Ik noem deze ervaring vanwege de 
symboliek. De brug is meer dan een 
brug van metaal. Hij is het symbool 
van de brug van geloof waardoor wij 
als kinderen van onze hemelse Vader 
in staat worden gesteld om Hem op- 
nieuw te ontmoeten. Het sluitstuk 
van de brug, de aansluiting, is symbo- 
lisch voor de verzoening van Jezus 
Christus, de Middelaar, de verbinding 
tussen de sterfelijkheid en de onster- 
felijkheid, de verbinding tussen de na- 
tuurlijke mens en de geestelijke mens, 
de verandering van het aardse leven 
naar het eeuwige leven. Door Hem 
kan de mens met onze hemelse Vader 
verzoend worden en de muren van 
zonde en sterfelijkheid overwinnen, 
die belemmeringen die de geestelijke 
en lichamelijke dood voorstellen. De 
verzoening van Jezus Christus is het 
middelpunt van het heilsplan, de be- 
loofde hereniging met onze hemelse 
Vader, zoals we in het boek Mozes 
kunnen lezen: 'Dit is het plan van za- 
ligheid, bestemd voor alle mensen, 
door het bloed van mijn Eniggebore- 
ne, die in het midden des tijds komen 
zal' (Mozes 6:62). 

De liefde van God, de andere 
kant van de brug, is de beloning 
voor ons geloof in zijn Zoon, Jezus 
Christus. 'Want alzo lief heeft God 
de wereld gehad, dat Hij zijn enigge- 
boren Zoon gegeven heeft' (Johan- 



nes 3:16). De grootste van alle ga- 
ven Gods is het ultieme offer van 
zijn Zoon, zijn verzoening, waardoor 
niet alleen de onsterfelijkheid tot 
stand wordt gebracht, maar ook het 
eeuwige leven als we zijn geboden 
onderhouden en tot het einde toe 
volharden (zie LV 14:7). 

En als we een brug van geloof pro- 
beren te bouwen, moeten we een 
sterk getuigenis van de Vader en de 
Zoon en zijn verzoening ontwikke- 
len. Deze brug van geloof zal het ver- 
schil uitmaken tussen de realiteit van 
eeuwig leven bij onze hemelse Vader 
en eeuwige verwijdering van Hem als 
we muren van zonde bouwen, waar- 
door we van zijn liefde en barmhar- 
tigheid worden afgescheiden. 

De gave van de Heilige Geest is 
de fundering van de brug van geloof. 
Het eeuwig heil kan alleen verkregen 
worden door middel van Jezus Chris- 
tus en als wij ons geloof in Hem oefe- 
nen, waardoor wij de kans krijgen 
om ons van onze zonden te bekeren 
en de verordeningen van het eeuwig 
heil, de leuningen van de brug, te 
ontvangen. De innerlijke gevoelens 
en influisteringen om de belemme- 
ringen van het leven te overwinnen 
en de juiste beslissingen te nemen, 
zullen wij ontvangen als we naar de 
stem van de Heilige Geest luisteren. 
Over de brug van geloof gaan is niet 



JANUARI 
11 



2 2 




zo eenvoudig als we misschien den- 
ken.. Een brug kan alleen door de 
kracht van de fundering de stormen 
weerstaan. De stormen van het le- 
ven, de crisissen van het geloof — 
zoals de dood, ernstige ziekte, werke- 
loosheid of financiële problemen — 
zijn een onderdeel van ons aardse 
bestaan. Soms zijn die crisissen zo 
ernstig dat je aan het bestaan van 
God en een Heiland gaat twijfelen. 
Een roep om meer geloof in zo'n pe- 
riode zal altijd beantwoord worden 
door de Trooster, die de Heilige 
Geest is. Hij 'zal voortdurend uw 
metgezel zijn, (...) een onverander- 
lijke scepter van gerechtigheid en 
waarheid' (LV 121:46). 

Ja, de oplossingen voor onze dage- 
lijkse problemen kunnen we altijd 
vinden door ons dagelijks zoeken, 
door ons geloof en door de invloed 
van de Heilige Geest, die ons alles 
te binnen zal brengen (Johannes 
14:26). Dit wil ik graag verduidelij- 
ken door iets uit een brief te citeren 
die een nieuw lid van de kerk jaren 
geleden aan president Harold B. Lee 
schreef, nadat die tijdens een ring- 
conferentie had gesproken: 'Terwijl u 
sprak, kwam een bepaalde gedachte 
verscheidene malen bij mij op — dat 
het leven van een lid van De Kerk 
van Jezus Christus van de Heiligen 
der Laatste Dagen te vergelijken is 
met iemand die over een hangbrug 
loopt, vanaf de doop in de kerk tot 
aan de dood, over de woelige stroom 



van wereldse invloeden en zonde. 
Wanneer we de brug oplopen, ver- 
schaft de nabijheid van de doop een 
gevoel van veiligheid en geloof, maar 
als we de stroom beneden zien en de 
grote kloof die overbrugd moet wor- 
den, wordt dat gevoel van veiligheid 
vervangen door vlagen van twijfel en 
angst, waardoor we het ritme van ge- 
bed, geloof, liefde en werken kwijtra- 
ken, zaken die onze vooruitgang 
vergemakkelijken. De mist van twij- 
fel en apathie komt opzetten en 
vreet aan ons hart en aan ons ver- 
stand, waardoor onze vooruitgang 
wordt vertraagd en onze reactie op 
de magnetische kracht van de liefde 
die over de brug stroomt, beperkt. 
Dan blijven we staan, knielen neer 
totdat de kracht van liefde het geloof 
herstelt en de tocht over de brug 
richting geeft.' (Conference Report, 
april 1965, blz. 15.) 

Ten slotte, een brug van geloof is 
niet af als ouders en kinderen niet 
verenigd worden, zodat zij een eeuwig 
gezin kunnen vormen. Het doel van 
deze brug van geloof tussen generaties 
is om één te worden, net als de Vader 
en de Zoon één zijn — één in doel 
om het eeuwige leven tot stand te 
brengen. Om dat te kunnen bereiken, 
heeft Hij ons geboden gegeven. Ten 
eerste, dat kinderen hun ouders moe- 
ten eren, en ten tweede, dat ouders 
hun kinderen oprecht voor de Heer 
leren wandelen (LV 68:28). Laat me 
daar een voorbeeld van geven. 



Als jongetje tijdens de Tweede 
Wereldoorlog werd ons land bezet. Er 
was overal gevaar om ons heen. Mijn 
moeder heeft me toen een grootse les 
over vertrouwen en eenheid geleerd 
die ik nooit ben vergeten. Ze waar- 
schuwde mij voor de gevaren van de 
oorlog en zei eenvoudig: 'Vertrouw 
op mijn woord en volg mij; luister 
naar wat ik zeg. Als je dat doet, zal ik 
je zo goed mogelijk beschermen.' Ik 
luisterde naar mijn moeder omdat ik 
van haar hield en haar vertrouwde. 

Enige tijd later ging ik naar 
school, en dat was voor mij een nieu- 
we brug waar ik overheen moest. Als 
voorbereiding op deze nieuwe erva- 
ring buitenshuis, zei mijn moeder dat 
ik naar de leerkracht moest luisteren 
en gehoorzaam moest zijn. Opnieuw 
vertrouwde ik op het advies van mijn 
moeder. Ik besloot gehoorzaam 
te zijn en nieuwe regels te accepte- 
ren. De school werd een brug van 
kennis in plaats van een muur van 
onwetendheid. 

Die les van vertrouwen en een- 
heid was van essentieel belang om 
één met mijn ouders, familieleden 
en leerkrachten te worden. Hierdoor 
was ik later in staat één met mijn 
Heiland te worden door mij in zijn 
kerk te laten dopen. Daardoor dacht 
ik eraan als echtgenoot, vader en 
grootvader vertrouwen en eenheid 
onder mijn familieleden te ontwik- 
kelen door de verbonden van de 
tempel na te leven. In de woorden 
van president Hinckley: 'In de tem- 
pel gaat het om de onsterfelijkheid. 
Hij vormt een brug tussen dit leven 
en het leven hierna.' (Stand a Little 
Talier, blz. 6.) 

Het is in onze tijd zo gemakkelijk 
om ons af te zonderen door wereldse, 
geestelijke en zelfs familiale of gods- 
dienstige muren te bouwen. Laten 
we meer bruggen van geloof en een- 
heid bouwen en leven in vrede, 'niet 
gelijk de wereld die geeft' (Johannes 
14:27), maar door Jezus Christus, de 
Zoon van God. Hij is de brug van ge- 
loof tot in de eeuwigheid. 

Ik getuig dat Jezus de Christus is; 
ik vertrouw op Hem en op zijn evan- 
gelie van eeuwig heil om eens weer 
herenigd te zijn. In de naam van Jezus 
Christus. Amen. D 



A H O N A 
12 



Het is voor een man 
noch een vrouw goed 
dat zij alleen zijn 



Sheri L. Dew 

Tweede raadgeefster in het algemeen ZHV-presidium 



'Daarom zal in een huwelijk of gezin, een wijk of ring het 
volle potentieel waarschijnlijk pas worden waargemaakt 
als echtgenoten, ouders, mannen en vrouwen, doelgericht 
samenwerken en elkaars kracht respecteren en erop vertrouwen. ' 



de ene arm voor het evenwicht af- 
hankelijk is van de andere. Of dat ik 
met één arm zoveel minder kon til- 
len dan met twee. Of dat er dingen 
waren die ik helemaal niet kon. 
Door die handicap heb ik niet alleen 
meer respect gekregen voor wie goed 
met lichamelijke beperkingen om- 
gaat, maar ik besefte ook hoeveel 
meer je met twee armen kunt doen. 

Twee zijn meestal beter dan één, 1 
zoals onze Vader bevestigde toen Hij 
verklaarde dat 'het niet goed was, 
dat de mens alleen ware' 2 en een 
hulpe voor Adam maakte — ie- 
mand met onmiskenbare gaven op 
wie hij kon vertrouwen, die hem be- 
hulpzaam zou zijn bij het dragen van 
de lasten van dit leven en die hem 
in staat zou stellen te doen wat hij 
niet alleen kon. Want 'in de Here is 
evenmin de vrouw zonder man iets, 
als de vrouw zonder man.' 3 

Satan begrijpt hoeveel macht man 
en vrouw hebben als ze één zijn in 
rechtschapenheid. Hij is nog steeds 
gekwetst door zijn verbanning naar 
eeuwige ballingschap toen Michaël 
aanvoerder was van het hemelse le- 
ger, samengesteld uit moedige man- 
nen en vrouwen, verenigd in de zaak 
van Christus, tegen hem. Om de be- 
angstigende woorden van Petrus te 




Al bijna vijf jaar valt mij de 
zegen te beurt dat ik kan sa- 
menwerken met zusters van 
de ZHV en priesterschapsleiders van 
Afrika tot aan de Amazone. Die er- 
varingen hebben me doordrongen 
van het belang van een fundamen- 
teel evangeliebeginsel. Ik richt mij in 
verband met dat beginsel vooral tot 
de jong volwassen mannen en vrou- 
wen van de kerk. 

Deze zomer raakte ik geblesseerd 
aan een schouder en heb ik weken- 
lang een arm niet kunnen gebruiken. 
Ik had me niet gerealiseerd hoezeer 



gebruiken: 'De duivel gaat rond als 
een brullende leeuw, zoekende wie hij 
zal verslinden.' 4 Lucifer wil graag hu- 
welijken en gezinnen verslinden, 
want hun dood bedreigt het heil van 
alle betrokkenen en de levensvat- 
baarheid van het koninkrijk van de 
Heer. Daarom probeert Satan ons in 
verwarring te brengen omtrent ons 
rentmeesterschap en de verschillen 
tussen man en vrouw. Hij overstelpt 
ons met bizarre boodschappen over 
geslacht, huwelijk, gezin en alle man- 
vrouwrelaties. Hij wil ons laten gelo- 
ven dat mannen en vrouwen zo 
hetzelfde zijn dat onze unieke gaven 
niet nodig zijn, of zo verschillend dat 
er geen hoop is dat we elkaar ooit zul- 
len begrijpen. Geen van beide is waar. 

Onze Vader wist precies wat Hij 
deed toen Hij ons schiep. Hij maakte 
ons voldoende hetzelfde om van el- 
kaar te houden, maar zo verschillend 
dat we onze krachten en rentmeester- 
schappen moesten bundelen om een 
geheel te vormen. Geen man of 
vrouw is volmaakt of compleet zonder 
de ander. Daarom zal in een huwelijk 
of gezin, een wijk of ring het volle po- 
tentieel waarschijnlijk pas worden 
waargemaakt als echtgenoten, ouders, 
mannen en vrouwen, doelgericht sa- 
menwerken en elkaars kracht respec- 
teren en erop vertrouwen. 

Die waarheden over het door 
God gegeven rentmeesterschap van 
mannen en vrouwen zijn grotendeels 
onbekend in de hedendaagse wereld. 
U vindt ze niet op de televisie — en, 
droevig genoeg, zelfs niet in sommige 
gezinnen en wijken. Maar ze zijn 
niet onbekend aan de Heer, die ons 
'een voorbeeld in alle dingen [heeft 
gegeven], opdat [wij] niet (...) wor- 
den misleid.' 5 Het voorbeeld van de 
Heer voor echtparen en grotendeels 
aan alle mannen en vrouwen die in 
zijn koninkrijk werkzaam zijn, is 
door onze eerste ouders gegeven. 
Adam en Eva, onze eerste ouders, 
hebben het voorbeeld van de Heer 
voor echtparen gegeven, en groten- 
deels voor alle mannen en vrouwen 
die in zijn koninkrijk werkzaam zijn. 
Samen werkten ze, 6 rouwden ze, 7 
waren ze gehoorzaam, kregen ze kin- 
deren, 8 onderwezen ze hun nage- 
slacht in het evangelie, 9 riepen ze de 



JANUARI 
13 



2 2 



naam van de Heer aan, 'hoorden 
[ze] de stem des Heren', 10 prezen de 
naam van God, 11 en wijdden zich aan 
God toe. Herhaaldelijk wordt er in 
de Schriften met betrekking tot 
Adam en Eva gesproken over hen 
samen. 

Alleen met zijn priesterschap kon 
Adam de val niet tot stand brengen, 
en Eva kon dat evenmin alleen met 
haar moederschap. Hun rollen waren 
cruciaal en onderling verbonden. Ze 
overlegden met elkaar, droegen sa- 
men de lasten die ze niet alleen had- 
den kunnen dragen, en daarna 
trokken ze samen de wildernis van 
het sterfelijk leven in met alle onze- 
kerheden daarvan. Dat is het voor- 
beeld van de Heer voor rechtschapen 
mannen en vrouwen. 

Sommigen van ons krijgen te ma- 
ken met minder ideale omstandighe- 
den. Ik ben daar een voorbeeld van. 
En toch, jonge vrienden en vriendin- 
nen in wier handen de toekomst van 
de kerk en haar gezinnen ligt, moet ik 
jullie vertellen dat jullie inzicht in dit 
goddelijke patroon invloed zal hebben 



op je huwelijk, je huisgenoten, je mo- 
gelijkheid om het koninkrijk op te 
bouwen, en op je eeuwige leven. 

Jonge zusters, sommigen zullen 
proberen jullie ervan te overtuigen 
dat jullie, omdat jullie niet tot het 
priesterschap geordend zijn, bedr- 
ogen zijn. Zij hebben het gewoon- 
weg mis en begrijpen het evangelie 
van Jezus Christus niet. De zegenin- 
gen van het priesterschap staan elke 
rechtschapen man en vrouw ter be- 
schikking. We kunnen allemaal de 
Heilige Geest ontvangen, persoonlij- 
ke openbaring krijgen en onze begif- 
tiging ontvangen in de tempel 
waaruit we 'gewapend' met macht 
tevoorschijn komen. 12 De macht van 
het priesterschap heelt, beschermt 
en maakt ons immuun voor de 
machten van de duisternis. Het be- 
langrijkste is dat de volheid van het 
priesterschap, vervat in de hoogste 
verordeningen van het huis des He- 
ren alleen door man en vrouw sa- 
men ontvangen kunnen worden. 13 
President Harold B. Lee heeft ge- 
zegd: 'Zuivere vrouwelijkheid plus 




priesterschap betekenen verhoging. 
Maar de vrouw zonder de priester- 
schap, of de priesterschap zonder 
zuivere vrouwelijkheid brengt geen 
verhoging tot stand.' 14 

Zusters, als vrouwen worden we 
door de macht van het priesterschap 
niet minder, we worden er beter 
van. Ik weet dat dit waar is, want ik 
heb het steeds weer ervaren. 

Jullie toekomstige man en de 
mannen waarmee jullie samenwer- 
ken, hebben de steun nodig die 
alleen jullie kunnen geven. Jullie 
hebben een innerlijke, geestelijke 
kracht waarover president James E. 
Faust heeft gezegd dat je daarin die 
van de man evenaart en 'hem zelfs 
voorbij (streeft) ,' 15 Schuif je geestelij- 
ke verantwoordelijkheid niet van je 
af. Door je geloof zul je fascineren. 
Uren voor de spiegel zullen je niet 
zo aantrekkelijk maken als wanneer 
je de Heilige Geest bij je hebt. Wees 
jullie gezin en de kerk tot zegen zo- 
als alleen een vrouw van God dat 
kan — met deugd, geloof, integriteit 
en meegevoel dat geen grenzen 
kent. 

Jongemannen, jullie ordening tot 
het priesterschap is een groot voor- 
recht en een belangrijke taak, geen 
vrijbrief om te overheersen. Wees 
steeds waardig om die goddelijke 
macht te gebruiken. Je hebt die ge- 
kregen om te dienen. Een man is het 
mooist wanneer hij door de Geest 
wordt geleid en het priesterschap 
dat hij draagt, eert. 

Als je trouwt met een deugdzame 
vrouw die de stem van de Heer her- 
kent, zal ze je elke dag van je leven 
tot zegen zijn. Denk maar aan Eva. 
Zij was de eerste die zag dat de 
vrucht van de boom goed was; en 
toen ze ervan had genomen, 'gaf 
[zij] ook aan haar man (...), en hij 
at.' 16 Zonder Eva zou onze vooruit- 
gang geblokkeerd zijn. Ouderling 
Dallin H. Oaks heeft verklaard dat 
haar daad 'een heerlijke noodzaak 
was waardoor de deur naar het eeu- 
wige leven geopend werd. Adam 
toonde wijsheid door hetzelfde te 
doen.' 17 

Jongemannen, jullie zullen thuis 
en in de kerk presideren, maar wees 
nederig genoeg om te leren van de 



L I A H O N A 
14 



vrouwen in jullie leven. Zij zullen in- 
zicht, evenwicht en unieke wijsheid 
brengen. En als er zich moeilijkhe- 
den voordoen, zullen jullie de veer- 
kracht zien van een vrouw die zich 
aan Jezus Christus heeft toegewijd. 

Dit goddelijke patroon voor man- 
nen en vrouwen dat huwelijken en 
gezinnen versterkt, versterkt ook de 
kerk. Want de kerk kan pas volledig 
aan de mate van haar schepping be- 
antwoorden als getrouwe mannen 
die het priesterschap dragen, én 
rechtschapen vrouwen die het fijn 
vinden om werkzaam te zijn onder 
leiding van de priesterschap, samen- 
werken. Steeds weer heb ik die 
vreugde ervaren. 

Ik denk aan een bijeenkomst in 
Brazilië waar ik een vertaalster had 
die niet zeker wist of ze mijn Engels 
in Portugees om kon zetten. Maar al 
gauw bleek dat zij en ik met onge- 
woon gemak communiceerden. Na 
de bijeenkomst merkte ik hoe dat 
kwam. Ik kwam erachter dat de alge- 
meen autoriteit die daar presideerde 
niet alleen de hele bijeenkomst let- 
terlijk op het puntje van zijn stoel 
had gezeten om de vertaalster te 
souffleren als haar woorden niet hele- 
maal goed gekozen waren, maar ook 
had hij een andere priesterschapslei- 
der opdracht gegeven om de hele bij- 
eenkomst voor ons te bidden. 

Die algemene autoriteit bouwde 
een zekerheid in waardoor ik de op- 
dracht kon vervullen die hij me had 
gegeven. Zo'n ondersteuningssys- 
teem kent geen einde, want er is 
geen einde aan de goede werken van 
rechtschapen mannen en vrouwen 
die elkaar respecteren en hun sikkels 
inslaan om te maaien, zij aan zij, in 
de wijngaard van de Heer. Als wij 
Gods koninkrijk willen opbouwen, 
moeten wij, als mannen en vrouwen 
van God, elkaar opbouwen. Er be- 
staat geen probleem — met active- 
ring, mensen in de kerk houden, 
gezinnen, jeugd, wat dan ook — dat 
we niet kunnen oplossen als we in 
raden overleggen en elkaar helpen. 

Lieve jonge vrienden en vrien- 
dinnen, leer nu welk patroon de 
Heer voor mannen en vrouwen 
heeft vastgesteld. Denk na over de 
schriftuurlijke verslagen over Adam 




Dit uitzicht vanaf het podium achter de quorums der Zeventig laat zien dat 
het Conferentiecentrum helemaal vol is. 



en Eva, en kijk wat de Heer jou leert 
om jouw huwelijk, jouw gezin en 
jouw werk in de kerk sterker te ma- 
ken. De recente verwoestende ge- 
beurtenissen in de Verenigde Staten 
lijken erop te wijzen dat er moeilijke 
tijden in het verschiet liggen. Maar 
het zal een tijd zijn die gevuld is met 
moedig vertrouwen als de mannen 
en vrouwen van jouw generatie zich 
als nooit tevoren in rechtschapen- 
heid verenigen. Er zijn geen grenzen 
aan wat je kunt verwezenlijken als 
jullie samenwerken onder de leiding 
van de priesterschap. 

De patronen van onze Vader hel- 
pen ons misleiding vermijden. Ver- 
trouw op de Heer en niet op de 
wereld voor je ideeën en idealen in 
verband met mannen en vrouwen. 
Want, jonge vrienden en vriendin- 
nen, jullie zijn de ouders en de leiders 
die voor deze ongekende tijd zijn be- 
waard omdat onze Vader jullie kent 
en weet dat jullie hebben wat nodig is 
om de wereld het hoofd te bieden en 
onbevreesd het koninkrijk op te bou- 
wen. Doe het samen, want het is niet 
goed dat een man of een vrouw alleen 
is. Bouw elkaar op, en samen zullen 
jullie de prachtige lasten van dit leven 
kunnen dragen, en op jullie hoofd zal 



eeuwige heerlijkheid vermeerderd 
worden. 18 De Heer heeft rechtscha- 
pen mannen en vrouwen nodig die 
zijn koninkrijk opbouwen. Ik weet dat 
dit waar is. God is onze Vader. Zijn 
eniggeboren Zoon is de Christus. Dit 
is hun werk en hun heerlijkheid. In 
de naam van Jezus Christus. Amen. D 



NOTEN 

1. Zie Prediker 4:9. 

2. Mozes3:18; zie ook Abraham 5:14. 

3. 1 Korintiërs 11:11. 

4. 1 Petrus 5:8. 

5. LV 52:14. 

6. Zie Mozes 5:1. 

7. Zie Mozes 5:27. 

8. Zie 2 Nephi 2:20. 

9. Zie Mozes 5:12. 

10. Mozes 5:4. 

11. Zie Mozes 5:12. 

12. Zie LV 109:22. 

13. Zie LV 131:1-4; LV 132:19-20. 

14. The Teachings ofHarold B. Lee, 
(1996), blz. 292. 

15. Zie 'Wat het inhoudt een dochter 
van God te zijn', Liahona, januari 2000, 
blz. 123. 

16. Mozes 4:12. 

17. 'Het grote plan van gelukzaligheid', 
De Ster, januari 1994, blz. 67. 

18. Zie Abraham 3:26. 



JANUARI 
15 



2 2 



Gebed 



Ouderling Henry B. Eyring 

van het Quorum der Twaalf Apostelen 



'Met (...) geloof kunnen we bidden voor wat we willen en op 
prijs stellen wat we ook krijgen. Alleen met dat geloof zullen 
we met de ijver bidden die God verlangt. ' 




De wereld is in beroering. Er 
zijn oorlogen en geruchten 
van oorlogen. De economie 
van hele werelddelen wankelt. Over- 
al ter wereld mislukken oogsten door 
gebrek aan regen. En de mensen die 
in gevaar zijn, hebben de hemel 
overstelpt met gebeden. In het open- 
baar en privé smeken ze op aarde 
God om hulp, troost en leiding. 

U heeft waarschijnlijk, net als ik 
onlangs, gemerkt dat de gebeden 
niet alleen talrijker, maar ook inni- 
ger zijn geworden. Ik zit tijdens een 
bijeenkomst vaak op het podium 
naast iemand die gevraagd is het ge- 
bed uit te spreken. Ik heb in stille 
verbazing zitten luisteren. De woor- 
den die werden gesproken, zijn 
duidelijk door God geïnspireerd, 
welsprekend en wijs. En de toon is 
die van een liefhebbend kind dat om 
hulp vraagt, niet zoals aan een aard- 
se vader, maar aan een almachtige 



hemelse Vader, die onze behoeften 
kent, voordat we vragen. 

De tendens om in een ontwrichte 
wereld vurig te bidden, is zo oud als 
de mensheid. In periodes van ramp- 
spoed en gevaar wenden de mensen 
zich in gebed tot God. Zelfs koning 
David zag wat er gebeurde. U herin- 
nert zich zijn woorden in het boek 
Psalmen wel: 

'Daarom is de Here een burcht 
voor de verdrukte, een burcht in tij- 
den van nood. 

'Daarom vertrouwen op U wie uw 
naam kennen, want Gij hebt nooit 
verlaten wie U zoeken, o Here.' 1 

Het grote verlangen om vurig te 
bidden en de algemene acceptatie 
ervan is mij en anderen opgevallen. 
De afgelopen dagen heeft meer dan 
eens iemand tegen mij gezegd, heel 
intens en met een bezorgde klank in 
zijn stem: 'Ik hoop dat die verande- 
ring blijvend is.' 

Die bezorgdheid is terecht. Dat le- 
ren we uit eigen ervaring en uit Gods 
kroniek over de omgang met zijn kin- 
deren. Afhankelijkheid van God kan 
snel verdwijnen als gebeden verhoord 
zijn. En als de narigheid vermindert, 
wordt er ook minder gebeden. In het 
Boek van Mormon wordt dat verhaal 
steeds weer verteld. 

In het boek Helaman staat: 'O, 
hoe hebt gij uw God kunnen verge- 
ten, juist nu hij u heeft bevrijd?' 2 En 
verderop staat in datzelfde boek, na- 
dat God met genadige goedheid ge- 
beden had beantwoord, wordt dat 
vreselijke patroon weer ter sprake 
gebracht: 

'En aldus kunnen wij zien, hoe 



vals en ook hoe onbestendig het 
menselijk hart is; ja, wij kunnen 
zien, dat de Here in zijn grote en on- 
eindige goedheid hen zegent en 
voorspoedig doet zijn, die hun ver- 
trouwen in Hem stellen. 

'Ja, juist ten tijde, wanneer Hij 
zijn volk voorspoedig doet zijn, door 
de opbrengst van hun landerijen, en 
de vermeerdering van hun kleinvee 
en hun grootvee, en van hun goud 
en hun zilver en allerlei kostbare 
voorwerpen van iedere soort en be- 
werking, en door hun leven te spa- 
ren, en hen uit de handen hunner 
vijanden te bevrijden, en door het 
hart van hun vijanden te verzach- 
ten, opdat dezen geen oorlogen aan 
hen zouden verklaren, ja, kortom, 
wanneer Hij alles doet, wat voor het 
welzijn en geluk van zijn volk moge- 
lijk is, ja, te dien tijde kunnen wij 
zien, dat zij hun hart verstokken en 
de Heilige met de voeten treden; ja, 
en dit wegens hun zorgeloosheid en 
hun buitengewoon grote voorspoed. 
'En aldus zien wij, dat, wanneer de 
Here zijn volk niet met vele beproe- 
vingen kastijdt, ja, wanneer Hij hen 
niet bezoekt met de dood, schrik, 
hongersnood en allerlei pestilentie, 
zij Hem niet indachtig willen zijn.' 3 

En uit de volgende woorden van 
datzelfde boek leren we ook waarom 
we de bron van onze zegeningen zo 
makkelijk vergeten en ophouden 
met in geloof bidden omdat we daar 
de noodzaak niet meer van inzien: 

'O, hoe dwaas, en hoe ijdel, en 
hoe boosaardig en duivels zijn de 
mensenkinderen; en hoe vlug om 
het kwade te doen, en hoe traag om 
het goede te doen; ja, hoe gretig om 
naar de woorden van de boze te luis- 
teren, en hun hart op de ijdele din- 
gen der wereld te zetten! 

'Ja, hoe vlug om zich in hoog- 
moed te verheffen; ja, hoe vlug om 
te roemen en allerlei ongerechtighe- 
den te bedrijven; en hoe traag zijn 
zij om de Here, hun God, indachtig 
te zijn en aan zijn raadgevingen ge- 
hoor te geven, ja, hoe traag om de 
paden der wijsheid te bewandelen! 

'Ziet, zij verlangen niet, dat de 
Here, hun God, die hen heeft ge- 
schapen, over hen zal regeren en 
hen besturen; ondanks zijn grote 



A H O N A 
16 



goedheid en zijn barmhartigheid je- 
gens hen slaan zij zijn raadgevingen 
in de wind, en zij willen niet dat Hij 
hun Leidsman zal zijn.' 4 

In die drie korte verzen zien we 
drie redenen voor de bedroevende 
ontwikkeling waarin we afstand ne- 
men van nederig gebed. Ten eerste: 
hoewel God ons dringend vraagt om 
te bidden, wordt dat door de vijand 
van onze ziel gebagatelliseerd en 
vervolgens bespottelijk gemaakt. 
In 2 Nephi wordt terecht gewaar- 
schuwd: 'En nu, mijn geliefde broe- 
deren, bemerk ik, dat gij nog in uw 
hart overlegt; en het doet mij leed, 
dat ik hierover moet spreken. Want 
indien gij naar de Geest zoudt willen 
luisteren, die de mens leert te bid- 
den, dan zoudt gij weten dat gij 
moet bidden; want de boze geest 
leert een mens niet te bidden, maar 
leert hem, dat hij niet moet bidden.' 5 

Ten tweede: We vergeten God 
door onze ijdelheid. Een beetje wel- 
vaart en vrede, of zelfs een kleine po- 
sitieve wending, kan ons een gevoel 
van onafhankelijkheid geven. We 
kunnen al snel het gevoel krijgen dat 
we ons leven onder controle hebben, 
dat we er zelf die positieve wending 
aan hebben gegeven, en niet God, 
die met ons communiceert door de 
stille, zachte stem van de Geest. 
Hoogmoed veroorzaakt zoveel lawaai 
in ons binnenste dat de zachte stem 
van de Geest moeilijk te horen is. En 
al gauw, in onze ijdelheid, willen we 
er zelfs niet meer naar luisteren. We 
kunnen al snel denken dat we hem 
niet nodig hebben. 

De derde oorzaak is diep in ons ge- 
worteld. Dat zit in onze natuur. Wij 
zijn geestkinderen van een liefdevolle, 
hemelse Vader die ons in de sterfelijk- 
heid heeft geplaatst om te zien of we 
zouden kiezen — in vrijheid zouden 
kiezen — om zijn geboden te onder- 
houden en tot zijn geliefde Zoon zou- 
den komen. Zij dwingen ons niet. Dat 
kan niet, want dat zou niet in over- 
eenstemming zijn met het heilsplan. 
En daarom hebben we een door God 
ingegeven verlangen om verantwoor- 
delijk te zijn voor onze eigen keuzen. 

Dat verlangen om onze eigen keu- 
zen te doen, is onderdeel van ons in- 
gebouwde verlangen om vooruitgang 




Conferentiegangers passeren de Salt Lake-tempel op weg naar het 
Conferentiecentrum. 



te maken in de richting van het eeu- 
wige leven. Maar het kan, als we het 
leven slechts door onze sterfelijke 
ogen bekijken, afhankelijkheid van 
God moeilijk of zelfs onmogelijk 
maken als we een dergelijk over- 
weldigend verlangen naar onaf- 
hankelijkheid voelen. Deze ware 
leerstelling kan dan hard klinken: 

'Want de natuurlijke mens is een 
vijand van God, en is dat geweest se- 
dert de val van Adam en zal dat voor 
eeuwig en immer zijn, tenzij hij zich 
aan de ingevingen des Heiligen Gees- 
tes overgeeft, en de natuurlijke mens 
afsterft en een heilige wordt door de 
verzoening van Christus, de Here, en 
wordt gelijk een kindeke, onderwor- 
pen, zachtmoedig, nederig, geduldig, 
vol liefde, gewillig zich aan alles te 
onderwerpen wat de Here geschikt 
acht hem op te leggen, evenals een 
kind zich aan zijn vader onderwerpt.' 6 

Wie zich als een kind onderwer- 
pen, doen dat omdat ze weten dat 
de Vader alleen wil dat zijn kinderen 
gelukkig zijn en omdat Hij alleen 



weet hoe. Dat is het getuigenis dat 
we nodig hebben om te blijven bid- 
den als een nederig kind, zowel in 
goede als in slechte tijden. 

Met dat geloof kunnen we bidden 
voor wat we willen en op prijs stel- 
len wat we ook krijgen. Alleen met 
dat geloof zullen we met de ijver 
bidden die God verlangt. In die ge- 
vallen waarin God ons gebiedt te 
bidden, gebruikt Hij woorden als 
'bidden zonder ophouden', 'bidt al- 
tijd', en 'krachtig gebed'. 

Dat gebod houdt niet in dat we 
veel woorden hoeven te gebruiken. In 
feite heeft de Heiland ons geleerd dat 
we niet in herhaling hoeven te vallen. 
Voor het ijverige gebed dat God ver- 
langt hoeven we niet breedsprakig te 
zijn noch ons urenlang af te zonderen. 
Dat wordt heel duidelijk in Alma in 
het Boek van Mormon geleerd: 

'En als gij de Here niet overluid 
aanroept, laat dan uw hart voortdu- 
rend tot Hem in gebed uitgaan voor 
het welzijn van hen, die rondom u 
zijn.' 7 



ANUARI 2002 
17 



Ons hart kan alleen naar God uit- 
gaan als het vervuld is met liefde voor 
Hem en vertrouwt op zijn goedheid. 
Joseph Smith heeft ons als jongen al 
een voorbeeld gegeven hoe we kun- 
nen beginnen met bidden vanuit een 
hart, vervuld met liefde voor God, en 
vervolgens de rest van ons leven on- 
ophoudelijk kunnen blijven bidden, 

Joseph ging naar het bos om te 
bidden, omdat hij geloofde dat een 
liefhebbende God zijn gebed zou be- 
antwoorden en zijn verwarring zou 
wegnemen. Hij kreeg die zekerheid 
doordat hij het woord van God las, 
en een getuigenis ontving van de 
waarheid ervan. Hij vertelde dat hij 
in Jakobus las: '(...) [d]at hij ze van 
God begere, die een iegelijk milde- 
lijk geeft, en niet verwijt; en zij zal 
hem gegeven worden.' 8 Zijn geloof 
om God in gebed te vragen, kreeg 
hij toen hij nagedacht had over een 
tekst waardoor hij de zekerheid 
kreeg dat God liefdevol is. Hij bad 
zoals wij moeten bidden met geloof 
in een liefdevolle God. 

Hij bad niet alleen om te luisteren, 
maar ook om te gehoorzamen. Hij 
vroeg niet alleen om de waarheid te 
weten te komen. Hij was bereid om te 
doen wat God hem ook zou vertellen. 
Uit zijn verslag blijk dat hij bad met 
de oprechte bedoeling om zich te 
schikken naar het antwoord dat hij 
ontving, ongeacht wat het was. 

'Nog nooit had een tekst uit de 
Schriften een menshart sterker getrof- 
fen dan deze, toen, het mijne. Hij 
leek wel met grote kracht in iedere 
vezel van mijn hart door te dringen. 
Ik dacht telkens en telkens weer over 
deze tekst na, in het besef dat, als ie- 
mand ooit wijsheid van God nodig 
had, ik het was; ik immers wist niet 
wat ik moest doen, en als ik niet meer 
wijsheid zou krijgen dan ik toen bezat, 
zou ik het nooit te weten komen; 
want de godsdienstleraars van de ver- 
schillende sekten vatten dezelfde bij- 
belteksten zo verschillend op, dat al 
iemands vertrouwen aan de hand van 
de Bijbel tot een oplossing te komen 
de bodem werd ingeslagen.' 9 

De Vader en zijn geliefde Zoon 
verschenen hem in antwoord op zijn 
gebed. En hem werd verteld wat hij 
moest doen, zoals hij verlangd had. 



Hij gehoorzaamde als een kind. Hem 
werd verteld zich bij geen van de 
kerken aan te sluiten omdat ze alle- 
maal ongelijk hadden. Hij deed wat 
hem gezegd was. En door zijn ge- 
trouwheid werden zijn gebeden in de 
dagen, maanden en jaren daarna be- 
antwoord met een overvloed aan 
licht en waarheid. De volheid van 
het evangelie van Jezus Christus en 
de sleutels van Gods koninkrijk wer- 
den op aarde hersteld. Zijn nederige 
afhankelijkheid van God leidde tot 
zegeningen voor alle kinderen van 
onze hemelse Vader. Door de herstel- 
ling van het evangelie met bevoegd- 
heden en heilige verordeningen, 
hebben we de kans om de onafhan- 
kelijkheid te kiezen, die onbetaalbaar 
is — vrij te zijn van de slavernij van 
zonde door de reinigende macht van 
de verzoening van Jezus Christus. 

De zending van Joseph Smith was 
uniek, en toch kan zijn nederig gebed 
ons tot voorbeeld zijn. Hij begon — 
en dat moeten wij ook doen — met 
geloof in een liefdevolle God die met 
ons kan en wil communiceren en ons 
wil helpen. Dat geloof was gebouwd 
op indrukken die hij kreeg toen 
hij nadacht over de woorden van 
Gods dienstknechten in de Schriften. 
Wij kunnen en moeten het woord 
van God veelvuldig en aandachtig 



bestuderen. Als we nonchalant wor- 
den in onze studie van de woorden 
van Gods dienstknechten, worden 
onze gebeden nonchalant. 

Als we de woorden des levens van 
onze profeten negeren, houden we 
misschien niet op met bidden, maar 
onze gebeden zullen steeds hetzelfde 
en ondoordachter worden, zonder 
blijk te geven van een oprechte be- 
doeling. Ons hart kan niet uitgaan 
naar een God die we niet kennen, en 
door de Schriften en de woorden 
van de levende profeten leren we 
Hem kennen. Als we Hem beter 
kennen, houden we meer van Hem. 

We moeten Hem ook dienen om 
van Hem te gaan houden. Joseph 
Smith deed dat, gaf in zijn dienst 
uiteindelijk zelfs zijn leven. Joseph 
bad met de bedoeling om te gehoor- 
zamen. Die gehoorzaamheid houdt 
altijd hulp aan anderen in. Door ons 
aandeel in Gods werk voelen we een 
deel van wat Hij voelt en leren we 
Hem kennen. 

'Want hoe kent iemand de mees- 
ter die hij niet heeft gediend, en die 
voor hem een vreemdeling is, en 
verre is van de gedachten en voor- 
nemens van zijn hart?' 10 Naarmate 
onze liefde voor Hem toeneemt, 
wordt ook ons verlangen om de Va- 
der in gebed te naderen, groter. 




L I 



A H O N A 

18 



De woorden en de muziek van de- 
ze conferentie zullen u ertoe brengen 
te doen wat u sterkt tegen het gevaar 
om nederig gebed na te laten. Door 
wat u hoort, zult u zich gedrongen 
voelen de Schriften te bestuderen. 
Geef daar gehoor aan. U zult er tij- 
dens deze conferentie aan herinnerd 
worden dat u, toen u afdaalde in de 
wateren van de doop, beloofd heeft te 
dienen. Kies ervoor te gehoorzamen. 

Als u de Schriften overpeinst en 
gaat doen wat u beloofd heeft, kan ik 
U beloven dat u meer liefde voor God 
gaat voelen en meer van zijn liefde 
voor u. En daarbij zullen uw gebeden 
uit uw hart komen, vol dank en sme- 
king. U zult zich afhankelijker voelen 
van God. U zult de moed vinden om 
in zijn dienst te zijn, zonder angst, en 
met vrede in uw hart. En u zult Hem 
niet vergeten, ongeacht wat de toe- 
komst brengt. 

Ik geef u mijn getuigenis dat God, 
de Vader leeft. Hij houdt van ons. 
Hij hoort onze gebeden en verhoort 
ze met wat voor ons het beste is. Als 
we Hem leren kennen door zijn 
woorden en in zijn dienst, zullen we 
nog meer van Hem gaan houden. Ik 
weet dat dit waar is. 

De volheid van het evangelie van 
Jezus Christus en de ware kerk van 
Jezus Christus zijn hersteld door de 
profeet Joseph Smith. De sleutels 
van het priesterschap zijn alleen in 
deze kerk. Ik weet zo zeker als ik leef 
dat president Gordon B. Hinckley de 
sleutels op aarde draagt en gebruikt. 
Jezus Christus leeft en Hij leidt zijn 
kerk in deze tijd. Hij zal u in deze 
conferentie onderwijzen door middel 
van zijn dienstknechten. 

In de heilige naam van Jezus 
Christus. Amen. □ 

NOTEN 

1. Psalmen 9:10-11. 

2. Hekman 7:20. 

3. Helaman 12:1-3. 

4. Helaman 12:4-6. 
5.2Nephi32:8. 
6.Mosiah3:19. 

7. Alma 34:27. 

8. Jakobus 1:5; zie Geschiedenis van 
Joseph Smith 1:11. 

9. Geschiedenis van Joseph Smith 1:12. 
10.Mosiah5:13. 



Onze vurigste hoop 
is in de verzoening 



President James E. Faust 

Tweede raadgever in het Eerste Presidium 



'Ons heil hangt af van ons geloof in de verzoening en de 
aanvaarding ervan. Die aanvaarding vereist een constante 
inspanning om haar beter te begrijpen. ' 




Beminde broeders, zusters en 
vrienden, op deze ochtend sta 
ik deemoedig voor u, omdat ik 
wil spreken over de belangrijkste ge- 
beurtenis in de hele geschiedenis. Die 
uitzonderlijke gebeurtenis was de on- 
vergelijkelijke verzoening van onze 
Heer en Heiland, Jezus de Christus. 
Het was het belangrijkste dat ooit 
heeft plaatsgehad, en toch is het heel 
moeilijk te begrijpen. De reden waar- 
om ik alles over de verzoening wil 
weten, is voor een deel zelfzuchtig: 
ons heil hangt af van ons geloof in de 
verzoening en de aanvaarding ervan. 1 
Die aanvaarding vereist een constan- 
te inspanning om haar beter te begrij- 
pen. Door de verzoening maken we 
vooruitgang in het sterfelijk leven 
doordat we de mogelijkheid krijgen 



volmaakt te worden. 2 We hebben al- 
lemaal gezondigd en we moeten ons 
bekeren om ons deel van de schuld te 
betalen. Als we ons oprecht bekeren, 
wordt de rest van die schuld betaald 
door de schitterende verzoening van 
de Heiland. 3 

Paulus heeft eenvoudig uitgelegd 
hoe noodzakelijk de verzoening is. 
'Want evenals in Adam allen ster- 
ven, zo zullen ook in Christus allen 
levend gemaakt worden.' 4 Eer de 
wereld was, is Jezus Christus aange- 
steld en geordend tot onze Verlosser. 
Doordat Hij de Zoon van God is, 
door zijn zondeloos leven, het ver- 
gieten van zijn bloed in de hof van 
Getsemane, zijn verschrikkelijke 
dood aan het kruis en daarna zijn 
herrijzenis uit het graf, is Hij de oor- 
zaak van ons heil geworden en heeft 
Hij de volmaakte verzoening voor 
de hele mensheid bewerkstelligd. 5 

Door zoveel mogelijk van de ver- 
zoening en de herrijzenis van Chris- 
tus te begrijpen, komen we meer te 
weten over Hem en zijn zending. 6 
Naarmate we meer inzicht krijgen 
in zijn zoenoffer, komen we nader 
tot Hem. De verzoening houdt in 
dat we één worden met Hem. De 
aard van de verzoening en de gevol- 
gen ervan zijn zo oneindig, zo on- 
peilbaar en zo diepgaand dat het de 
kennis en het bevattingsvermogen 
van de sterfelijke mens te boven 
gaat. Ik ben diep dankbaar voor het 
beginsel van verlossende genade. 



JANUARI 
19 



2 2 



Veel mensen denken dat ze alleen 
maar hoeven te belijden dat Jezus 
de Christus is en dat ze dan alleen 
door genade verlost worden. We 
kunnen niet door genade alleen 
verlost worden, want we 'weten, dat 
wij na alles, wat wij kunnen doen, 
slechts door genade zalig worden.' 7 

Een paar jaar geleden heeft presi- 
dent Gordon B. Hinckley een soort 
gelijkenis verteld over 'een schooltje 
in de bergen van Virginia waar de 
jongens zo baldadig waren dat geen 
leraar ze in het gareel kreeg. 

'Op een goede dag solliciteerde er 
een jonge leerkracht. Ze vertelden 
hem dat elke leerkracht een vrese- 
lijk pak rammel had gekregen, maar 
de leerkracht nam het risico. De 
eerste schooldag vroeg de leerkracht 
of de jongens hun eigen regels wil- 
den maken, met de straf voor over- 
treding van de regels. De klas kwam 
met tien regels die op het bord wer- 
den geschreven. Toen vroeg de leer- 
kracht: "Wat doen we met iemand 
die de regels overtreedt?" 

"Tien stokslagen op de rug, zon- 
der jas aan", was het antwoord. 

'Een dag of wat later werd de lun- 
ch van "Bolle Tom" gestolen. "De 
dief werd opgespoord — een klein, 
hongerig joch van een jaar of tien." 

'Toen kleine Jim zijn straf kwam 
halen, smeekte hij of hij zijn jas 
mocht aanhouden. "Uit die jas", zei 
de leerkracht. "Je was erbij toen de 
regels werden opgesteld!" 

'De jongen deed zijn jas uit. Hij 
had geen overhemd aan en ze zagen 
een knokig, verzwakt lijfje. Toen de 
leerkracht, met de stok in de hand, 
aarzelde, sprong Bolle Tom op en 
stelde zich beschikbaar om de straf 
van de jongen te ondergaan. 

' "Goed dan, er is een wet die toe- 
staat dat iemand de plaats van een 
ander inneemt. Zijn jullie het ermee 
eens?" vroeg de leerkracht. 

'Na vijf slagen op Toms rug brak 
de stok. De klas snikte. Kleine Jim 
was op zijn tenen gaan staan en had 
beide armen om de nek van Tom 
heengeslagen. "Tom, het spijt me dat 
ik je boterhammen heb gestolen, 
maar ik had zo'n honger. Tom, ik zal 
tot aan mijn dood van je blijven 
houden omdat jij de klappen voor 



me hebt opgevangen. Ja, ik zal altijd 
van je houden!"' 8 

Toen haalde president Hinckley 
Jesaja aan: 'Nochtans, onze ziekten 
heeft Hij op Zich genomen, en onze 
smarten gedragen; (...) Om onze 
overtredingen werd Hij doorboord, 
om onze ongerechtigheden verbrij- 
zeld; de straf die ons vrede aan- 
brengt, was op Hem, en door zijn 
striemen is ons genezing geworden.' 9 

Niemand weet hoe zwaar het was 
wat onze Heiland heeft doorstaan, 
maar door de macht van de Heilige 
Geest kunnen we iets begrijpen van 
de hemelse gave die Hij ons heeft 
geschonken. 10 In de woorden van 
onze avondmaalslofzang: 

Wij weten niet, beseffen niet 
de smart die Hij doorstond, 
maar wij geloven: 't was voor ons 
dat Hij daar werd gewond. 11 

Voor ons heeft Hij zoveel pijn , 
'onbeschrijflijk lijden' en 'overstel- 
pende kwellingen' doorstaan. 12 Zijn 
intense lijden in de hof van Getse- 
mane, waar Hij alle zonden van alle 
andere stervelingen op zich nam, 
deed Hem 'van pijn (...) sidderen 
en uit iedere porie bloeden, en zowel 
lichamelijk als geestelijk (...) 
lijden.' 13 'En Hij werd dodelijk be- 
angst en bad des te vuriger' 14 en zei: 
'Mijn Vader, indien deze beker niet 
kan voorbijgaan, tenzij dan dat Ik 
die drinke, uw wil geschiede!' 15 Hij 
werd verraden door Judas Iskariot 
en verloochend door Petrus. Hij 
werd bespot door de hogepriesters 
en hun functionarissen; in het ge- 
rechtsgebouw werd Hij ontkleed, ge- 
slagen, bespuwd en gegeseld. 16 

Hij werd naar Golgota geleid, 
waar nagels in zijn handen en voeten 
werden gedreven. Urenlang hing Hij 
in doodsstrijd aan een houten kruis 
waarop door Pilatus was geschreven: 
'JEZUS DE NAZOREEËR, DE KO- 
NING DER JODEN.' 17 De avond 
viel en 'omstreeks het negende uur 
riep Jezus met luider stem, zeggende: 
Eli, Eli, lama sabachtani? Dat is: 
Mijn God, mijn God, waarom hebt 
Gij Mij verlaten?' 18 Niemand kon 
Hem helpen; Hij trad de wijnpers al- 
leen. 19 Toen riep Jezus 'wederom met 



luider stem en gaf de geest.' 20 En 'een 
van de soldaten stak met een speer 
in zijn zijde en terstond kwam er 
bloed en water uit.' 21 'De aarde beef- 
de', en 'de hoofdman en zij, die met 
hem Jezus bewaakten, zagen de aard- 
beving en wat er plaats had en zij 
werden zeer bevreesd en zeiden: 
Waarlijk, dit was een Zoon Gods.' 22 
Met de woorden van de lofzang: 
'Laat ons niet vergeten, Heiland, dat 
Gij voor ons leed en stierft.' 23 Ik 
vraag me af hoeveel druppels bloed 
er voor mij zijn vergoten. 

Wat Hij deed, kon alleen een 
God. Als de eniggeboren Zoon van 
de Vader in het vlees, erfde Jezus 
goddelijke eigenschappen. Hij was 
de enige die ooit geboren werd die 
deze uiterst belangrijke en boven- 
aardse daad kon stellen. Als de eni- 
ge zondeloze Mens die ooit op aarde 
heeft geleefd, was Hij niet onderhe- 
vig aan de geestelijke dood. Door 
zijn goddelijke aard bezat Hij ook 
macht over de lichamelijke dood. Zo 
heeft Hij voor ons gedaan wat we 
zelf niet kunnen. Hij verbrak de 
koude greep van de dood. Hij heeft 
voor ons ook de grootste en vredige 
vertroosting van de gave van de 
Heilige Geest mogelijk gemaakt. 24 

De verzoening en de opstanding 
maken veel mogelijk. De verzoening 
reinigt ons van de zonde, op voor- 
waarde van onze bekering. Bekering is 
de voorwaarde waarop genade wordt 
verleend. 25 Na alles wat we kunnen 
doen om de laatste penning te beta- 
len en onze fouten goed te maken, 
wordt de genade van de Heiland in 
ons leven van kracht door de verzoe- 
ning die ons reinigt en ons kan ver- 
volmaken. 26 Christus' herrijzenis heeft 
de dood overwonnen en schonk ons 
de zekerheid van leven na de dood. 
Hij heeft gezegd: 'Ik ben de opstan- 
ding en het leven; wie in Mij gelooft, 
zal leven, ook al is hij gestorven.' 27 De 
opstanding is onvoorwaardelijk en 
van toepassing op iedereen die ooit 
geleefd heeft of zal leven. 28 Het is een 
gratis geschenk. President John Taylor 
heeft dat duidelijk beschreven toen 
hij zei: 'De graven zullen worden geo- 
pend en de doden zullen de stem van 
de Zoon van God horen, en zij zullen 
voortkomen, wie het goede hebben 



L I A H O N 
20 




President Gordon B. Hinckley wuift naar de aanwezigen in het Conferentiecentrum. Achter hem (vlnr) de 
ouderlingen Jeffrey R. Holland, Robert D. Hales en Richard G. Scott van het Quorum der Twaalf Apostelen, 
en de presidenten Thomas S. Monson en James E. Faust, raadgevers in het Eerste Presidium. 



gedaan in de opstanding van de 
rechtvaardigen, en wie het kwade 
hebben gedaan in de opstanding van 
de onrechtvaardigen.' 29 

In verband met onze daden in dit 
leven en de verzoening heeft presi- 
dent J. Reuben Clark jr. ons deelge- 
noot gemaakt van het volgende 
waardevolle inzicht: 

'Ik denk dat [de Heiland] de 
laagste straf zal geven die de wet 
voor onze overtreding eist. Ik geloof 
dat Hij in zijn gerechtigheid alle on- 
eindige liefde, zegen, barmhartigheid 
en vriendelijkheid die Hij heeft, zal 
inzetten. (...) 

En anderzijds, denk ik dat Hij, als 
onze beloning voor goed gedrag aan 
de orde is, ons het maximale zal ge- 
ven, de zonde die we hebben begaan 
in overweging genomen.' 30 

Als we naar de Heer terugkeren, 
zal Hij zoals Jesaja schreef, veelvul- 
dig vergeven. 31 

Ons is geboden om de belangrijke 
gebeurtenissen van de bemiddeling, 
de kruisiging en de verzoening te ge- 
denken door wekelijks het avond- 
maal te gebruiken. In de geest van de 
avondmaalsgebeden nemen we van 
het brood en het water ter gedachte- 
nis aan het lichaam en het bloed dat 



voor ons geofferd is, en we behoren 
Hem te gedenken en zijn geboden te 
onderhouden opdat wij altijd zijn 
Geest bij ons zullen hebben. 

Onze Verlosser heeft alle zonden, 
pijnen, gebreken en ziekten op zich 
genomen van iedereen die ooit ge- 
leefd heeft en zal leven. 32 Niemand 
heeft ook maar enigermate geleden 
als Hij. Hij kent onze beproevingen 
uit eigen ervaring. Ik vergelijk het een 
beetje met ons, als we zouden probe- 
ren de Mount Everest te beklimmen 
en niet verder kwamen dan de eerste 
meters. Maar Hij heeft alle 8.640 me- 
ter naar de top van de berg geklom- 
men. Hij heeft meer geleden dan 
enige andere sterveling zou kunnen. 

De verzoening komt niet alleen de 
zondaar ten goede, maar ook dege- 
nen tegen wie gezondigd is — de 
slachtoffers. Door te vergeven wie 
'tegen u zondigt' (BJS, Matt. 6:13), 
brengt de verzoening een mate van 
vrede en troost teweeg bij wie on- 
schuldig slachtoffer zijn geworden 
van de zonden van anderen. De be- 
langrijkste bron voor genezing van de 
ziel is de verzoening van Jezus Chris- 
tus. Dat is waar, of het nu gaat om de 
pijn van een persoonlijke tragedie of 
van zo'n vreselijke, nationale ramp 



als we kortgeleden in New York, 
Washington D.C., en bij Pittsburgh 
hebben meegemaakt. 

Een zuster die een pijnlijke schei- 
ding heeft doorgemaakt, schreef hoe 
ze kracht ontleende aan de verzoe- 
ning. Ze schreef: 'Onze scheiding 
(...) ontsloeg me niet van de plicht 
om te vergeven. Ik wilde het echt, 
maar het was of me iets werd gebo- 
den waartoe ik eenvoudig niet in 
staat was.' Haar bisschop gaf haar 
een doeltreffend advies: 'Houd in uw 
hart een plaats vrij voor vergeving, 
en als ze komt, sta er dan voor open.' 
Vele maanden gingen voorbij, waarin 
ze worstelde om te kunnen vergeven. 
Ze vertelde: 'Tijdens die lange mo- 
menten van gebed (...) was ik aan- 
gesloten op een levengevende bron 
van troost van mijn hemelse Vader. 
Ik voelde dat Hij niet teleurgesteld 
naar me keek omdat ik nog niet kon 
vergeven; Hij treurde eerder met mij 
samen toen ik huilde. (...)' 

'Wat er uiteindelijk in mijn hart 
gebeurde, is voor mij een verbazing- 
wekkend en wonderbaarlijk bewijs 
van de verzoening van Christus. Ik 
had de verzoening altijd gezien als 
een middel om bekering van de zon- 
daar effectief te maken. Ik had me 



JANUARI 
21 



2 2 




niet gerealiseerd dat het degene tegen 
wie gezondigd is, mogelijk maakt om 
in zijn of haar hart de zoete vrede van 
vergeving te ontvangen.' 33 

Wie gekwetst zijn, behoren al het 
mogelijke te doen om hun beproe- 
vingen te verwerken, en de Heiland 
zal 'zijn volk hulp (...) verlenen vol- 
gens hun krankheden.' 34 Hij zal onze 
lasten helpen dragen. Sommige 
wonden zijn zo pijnlijk en diep dat 
ze niet kunnen genezen zonder de 
hulp van een hogere macht en de 
hoop op volmaakte gerechtigheid en 
herstelling in het volgende leven. 
Omdat de Heiland alles heeft gele- 
den wat wij ooit kunnen voelen of 
meemaken, 35 kan Hij de zwakken 
helpen sterker te worden. Hij heeft 
het allemaal zelf meegemaakt. Hij 
begrijpt onze pijn en zal zelfs in onze 
donkerste uren bij ons zijn. 

Wij verlangen naar de grootste ze- 
geningen van de verzoening — een- 
wording met Hem, in zijn goddelijke 
tegenwoordigheid zijn, persoonlijk 



bij onze naam worden genoemd als 
Hij ons liefderijk welkom heet met 
een stralende glimlach, ons met 
open armen opwacht om ons te hul- 
len in zijn grenzeloze liefde. 36 Wat zal 
dat een heerlijke, prachtige ervaring 
zijn als we ons waardig genoeg voe- 
len om in zijn tegenwoordigheid te 
zijn! De kosteloze gave van zijn grote 
zoenoffer voor ieder van ons is de 
enige manier waarop we voldoende 
verhoogd kunnen worden om vóór 
Hem te staan en Hem van aange- 
zicht tot aangezicht te aanschouwen. 
De overstelpende boodschap van de 
verzoening is de volmaakte liefde die 
de Heiland heeft voor ieder van ons. 
Het is een liefde vol erbarmen, ge- 
duld, genade, billijkheid, lankmoe- 
digheid, en vooral vergeving. 

De slechte invloed van Satan kan 
alle hoop die we hebben om onze fou- 
ten te overwinnen, vernietigen. Hij 
wil dat we denken dat we verloren 
zijn, en dat er geen hoop is. Daar te- 
genover reikt Jezus ons de hand om 



ons op te beuren. Door onze bekering 
en de gave van de verzoening kunnen 
we ons voorbereiden totdat we het 
waardig zijn vóór Hem te staan. 
Dat getuig ik in de naam van Jezus 
Christus. Amen. D 

NOTEN 

l.Mosiah 4:6-7. 

2. Moroni 10:32. 

3. 2Nephi25:23. 

4. 1 Korintiërs 15:22. 

5. Zie Bible Dictionary, Atonement', 
blz. 617. 

6.Jakob4:12. 

7. 2 Nephi 25:23; cursivering 
toegevoegd. 

8. 'Pres. Hinckley: Christmas a 
Result of Redeeming Christ', Church 
News, 10 december 1994, blz. 4. 

9. Jesaja 53:4-5. 

10. 1 Korintiërs 12:3. 

11. 'Er is een heuvel ver van hier', 
lofzang 130. 

12. John Taylor, The Mediation and 
Atonement [1892], blz. 150. 

13. LV 19:18. 

14. Lucas 22:44. 

15. Matteüs 26:42. 

16. Matteüs 26:47-75, 27:28-31. 

17. Johannes 19:19. 

18. Matteüs 27:46. 

19. Zie LV 133:50. 

20. Matteüs 27:50. 

21. Johannes 19:34. 

22. Matteüs 27:51, 54. 

23. 'Bij 't gebed voor 't brood en 't 
water', lofzang 115. 

24. Johannes 15:26. 

25. Alma 42:22-25. 

26. 2 Nephi 25:23; Alma 34:15-16, 
42:22-24; Moroni 10:32-33. 

27. Johannes 11:25. 

28. Handelingen 24:15. 

29. John Taylor, The Gospel Kingdom, 
blz. 118. Zie ook Johannes 5:28-29. 

30. As Ye Sow (...)', Brigham Young 
University Speeches of the Year, 3 mei 
1955, blz. 7. 

31. Jesaja 55:7. 

32. Alma 7:11-12. 

33. Naam bij de redactie bekend, 'My 
Journey to Forgiving', Ensign, februari 
1997, blz. 42-43. 

34. Alma 7:12. 

35. Alma 7:11. 

36. Alma 26:15; Mormon 5:11; 6:17; 
Mozes 7:63. 



A H O N A 

22 



Zaterdagmiddagbijeenkomsf 

6 oktober 2001 



De steunverlening aan 
kerkfunctionarissen 



President James E. Faust 

Tweede raadgever in het Eerste Presidium 




Broeders en zusters, president 
Hinckley heeft mij verzocht 
de algemene autoriteiten, de 
gebiedszeventigen en de leden van 
de algemene presidiums van de 
hulporganisaties ter steunverlening 
voor te stellen. 

Wij stellen u voor Gordon Bitner 
Hinckley steun te verlenen als pro- 
feet, ziener en openbaarder en presi- 
dent van De Kerk van Jezus Christus 
van de Heiligen der Laatste Dagen; 
Thomas Spencer Monson als eerste 
raadgever in het Eerste Presidium; 
en James Esdras Faust als tweede 
raadgever. 

Wie hiermee instemt, maakt dat 
kenbaar. 

Wie er niet mee instemt, maakt 
dit kenbaar. 

Wij stellen u voor Thomas Spen- 
cer Monson steun te verlenen als 
president van het Quorum der 
Twaalf Apostelen; Boyd Kenneth 
Packer als waarnemend president 



van het Quorum der Twaalf Aposte- 
len; en de volgende broeders als lid 
van dat quorum: Boyd K. Packer, 
L. Tom Perry, David B. Haight, 
Neal A. Maxwell, Russell M. Nelson, 
Dallin H. Oaks, M. Russell Ballard, 
Joseph B. Wirthlin, Richard G. 
Scott, Robert D. Hales, Jeffrey R. 
Holland, en Henry B. Eyring. 

Wie hiermee instemt, maakt dat 
kenbaar. Wie tegen is, eveneens. 

Wij stellen u voor de raadgevers 



in het Eerste Presidium en de twaalf 
apostelen steun te verlenen als pro- 
feet, ziener en openbaarder. 

Wie hiermee instemt, maakt dat 
kenbaar. Wie tegen is, eveneens. 

Wij stellen u voor de ouderlingen 
L. Aldin Porter en Marlin K. Jensen 
te ontheffen als lid van het Presidi- 
um der Zeventig. Ook stellen wij u 
voor de ouderlingen L. Aldin Porter, 
Vaughn J. Featherstone, Rex D. Pi- 
negar, John K. Carmack, en L. Lio- 
nel Kendrick te ontheffen als lid van 
het Eerste Quorum der Zeventig en 
hen de status van emeritus lid van 
het Eerste Quorum der Zeventig te 
verlenen. Wie hiermee kan instem- 
men, maakt dit kenbaar. 

Met dank voor hun diensten als 
lid van het Tweede Quorum der 
Zeventig ontheffen wij de ouderlin- 
gen Richard B. Wirthlin, Richard E. 
Cook, Wayne M. Hancock, and 
Ray H. Wood en de volgende 
gebiedszeventigen: Norman C. 
Boehm, Jess L. Christensen, Dale L. 
Dransfield, David W Eka, James E. 



Beeld op Temple Square om de offers te herdenken die de handkarpioniers 
gebracht hebben. 




JANUARI 
23 



2 2 



Griffin, Esteban Guevara, Ronald J. 
Hammond, Thomas A. Holt, Ernst 
Husz, Julio H. Jaramillo, Lloyd W. 
Jones, Seiji Katanuma, J. Grey Larkin, 
Haruyoshi Nakamura, Karl E. 
Nelson, Jesüs Nieves, Rodrigo Obeso, 
James S. Olson, Glen A. Overton, 
William W Parmley, Steven H. Pond, 
Michael T. Robinson, Jorge W. 
Ventura, en Craig T. Vincent. Wie 
met ons hun waardering willen ui- 
ten, maken dat kenbaar door de 
hand op te steken. 

Wij stellen u voor met een woord 
van dank de ouderlingen Marlin K. 
Jensen, Neil L. Andersen, en John H. 
Groberg te ontheffen als het alge- 
meen zondagsschoolpresidium; en de 
ouderlingen Robert K. Dellenbach, 
E Meivin Hammond, en John M. 
Madsen als het algemeen jongeman- 
nenpresidium. Wie hiermee instemt, 
maakt dat kenbaar door de hand op 
te steken. 

Wij stellen u voor steun te verle- 
nen aan de ouderlingen Charles 
Didier en Cecil O. Samuelson als lid 
van het Presidium der Zeventig. Wie 
hiermee instemt, maakt dat kenbaar. 
Wie tegen is, eveneens. 

Wij stellen u voor steun te verle- 
nen aan Carlos J. Garcia, R. Randall 
Huff, en John W. Yardley als gebieds- 
zeventigen. Wie hiermee instemt, 
maakt dat kenbaar. Wie tegen is, 
eveneens. 

Wij stellen u voor steun te verle- 
nen aan de ouderlingen Cecil O. 
Samuelson, John H. Groberg, en 
Richard J. Maynes als het algemeen 
zondagsschoolpresidium en de ouder- 
lingen E Meivin Hammond, Glenn L. 
Pace, en Spencer J. Condie als het al- 
gemeen jongemannenpresidium. Wie 
hiermee instemt, maakt dat kenbaar. 
Wie tegen is, eveneens. 

Wij stellen u voor de andere alge- 
mene autoriteiten, gebiedszeventi- 
gen en algemene presidiums van de 
hulporganisaties zoals die nu in 
functie zijn, te steunen. Wie hiermee 
instemt, maakt dat kenbaar. Wie er 
niet mee instemt, maakt dit kenbaar. 

Naar het zich laat aanzien, is de 
steunverlening unaniem bevestigend 
geweest. 

Dank u, broeders en zusters, voor 
uw geloof en gebeden. □ 



Het geloof van 
onze profeten 



Ouderling David B. Haight 

van het Quorum der Twaalf Apostelen 



'Wat wij nodig hebben, is het geloof van Brigham Young en het 
geloof van Gordon B. Hinckley en het geloof van de mensen 

die onze profeten en leiders zijn. ' 




Ik hoop dat u, evenals ik, een 
warm gevoel in uw hart had toen 
ik mijn hand opstak om steun te 
verlenen aan president Hinckley als 
president van de kerk, en als pro- 
feet, ziener en openbaarder, en van 
de andere functionarissen die u zijn 
voorgesteld. Wat een geweldige ge- 
legenheid voor ons allen om onze 
huidige profeet op aarde te kunnen 
steunen — maar niet alleen door 
uw hand eventjes op te steken, 
maar door in uw hart en ziel te voe- 
len dat u hem niet alleen steunt 
maar dat u onderschrijft wat hij 
heeft gedaan en wat hij voor ons 
heeft gedaan als onze vertegenwoor- 
diger naar de wereld toe. We zijn 
dankbaar voor de fantastische, 
geïnspireerde manier waarop hij met 



de wereld heeft gecommuniceerd en 
haar heeft toegesproken, met name 
de afgelopen dagen en weken. 

Een paar jaar geleden was Arturo 
Toscanini dirigent van het New York 
Philharmonic Orchestra in New 
York en hij verzorgde als zodanig ie- 
dere zaterdag een radio -uitzending. 
Op zekere dag ontving hij per post 
een verfrommeld gelig briefje waarin 
stond: 

'Geachte meneer Toscanini, ik ben 
een eenzame schaapherder in de ber- 
gen van Wyoming. Ik heb twee kost- 
bare bezittingen: een oude viool en 
een radio die op batterijen loopt. De 
batterijen beginnen leeg te raken en 
mijn viool is zo ontstemd dat ik er niet 
meer op kan spelen. Zou u aanstaande 
zaterdag in uw radioprogramma alstu- 
blieft een A willen laten horen?' 

De volgende week maakte Arturo 
Toscanini tijdens de uitzending be- 
kend: 'Voor een splinternieuwe 
vriend in de bergen van Wyoming zal 
het gehele New York Philharmonic 
Orchestra nu unisono een zuivere A 
laten horen.' En ze speelden een zui- 
vere A. Vervolgens kon die eenvou- 
dige, eenzame man zijn A-snaar 
stemmen, en daarop ook zijn E-snaar 
en D-snaar en G-snaar afstemmen. 

Is het geen interessante gedachte 
voor de vele mensen die mij op dit 
ogenblik horen - wier viool ofwel le- 
ven misschien een beetje ontstemd 
is — dat we naar een algemene con- 
ferentie van de kerk kunnen komen 



L I A H O 
24 



N A 



en de fijne boodschappen kunnen 
beluisteren die worden gebracht? 

Wij die in de gelegenheid zijn om 
hier te spreken, bidden met kracht 
dat we de energie en sterkte en vita- 
liteit mogen hebben, zoals ik nu, ter- 
wijl ik in de nazomer van mijn leven 
ben, om te getuigen van de waar- 
heid van dit werk — want ik ben 
daar een getuige van. 

Ik verkeer in de omstandigheid 
— evenals velen onder u, en zoals 
vele anderen zouden wensen — dat 
ik in een mormoons gezin ben opge- 
groeid en een product van de kerk 
ben. Ik had de kans om erop uit te 
gaan, in de wereld te verkeren en 
met mensen in allerlei posities om te 
gaan, of dat nu de overheid was of 
het bedrijfsleven of wat dan ook, 
maar in ieder geval contact te heb- 
ben met mensen en hun te vertellen 
van de gevoelens in mijn hart. 

President Hinckley heeft vaak in 
onze bijeenkomsten gezegd, en ik 
denk dat het en public was, dat er in 
zijn kantoor achter zijn stoel een 
plaat van Brigham Young hangt. En 
soms als president Hinckley een 
drukke dag achter de rug heeft en 
een zware dag met heel veel moeilij- 
ke beslissingen, draait hij zich om in 
zijn stoel en kijkt naar de plaat van 
Brigham achter hem, en stelt hem 
dan hardop of in gedachten de vraag: 
'Broeder Brigham, wat zou u doen?' 
of 'Welk advies zou u me geven?' 

Denk eens aan wat er de laatste 
paar jaar allemaal gebeurd is. U 
bent allemaal goed op de hoogte 
van de inspiratie en leiding die pre- 
sident Hinckley ontvangen heeft bij 
de groei van de kerk — de bouw 
van tempels, de restauratie van het 
vroegere Hotel Utah tot een prach- 
tig gebouw dat nu naar de profeet 
het Joseph Smith Memorial Building 
heet, en dit opmerkelijke bouw- 
werk, het Conferentiecentrum, 
waarin we ons vandaag bevinden — 
zo'n gebouw is waarschijnlijk ner- 
gens ter wereld te vinden. En voor 
ons die nu een aantal jaren nauw 
met president Hinckley hebben sa- 
mengewerkt en naar hem hebben 
geluisterd, was dat een geweldige 
ervaring en zegen, daar wij de geïn- 
spireerde uitbreiding die gaande is, 



konden waarnemen en voelen en 
meemaken. 

Als we eens naar Brigham Young 
kijken en nadenken over de inspira- 
tie en leiding die deze bijzondere 
man ontving, herinneren we ons hoe 
hij in staat was om de tragische leeg- 
te als gevolg van de dood van de 
profeet Joseph Smith te vullen, hoe 
hij naar voren trad en door inspira- 
tie en openbaring de eindperiode 
van het verblijf in Nauvoo en de 
planning van de reis naar het westen 
leidde en stuurde. We herinneren 
ons het ononderbroken werk aan de 
tempel te Nauvoo in die tijd en de 
organisatie daarvan zodat het voort 
kon gaan. En dan de grote groepen 
huifkarren die naar het westen trok- 
ken en tenslotte in Salt Lake City 
aankwamen. Dat zou het Zion wor- 
den waar zij konden aanbidcfen en 



onderwijzen en prediken en kerken 
bouwen, en alles konden doen wat 
nodig was, zodat deze beschaving en 
cultuur die we hebben, zouden kun- 
nen uitdijen en groeien. 

Denk u eens in hoe geïnspireerd 
de profeet Brigham Young was toen 
hij de mensen niet alleen de grote 
stad Salt Lake City liet bouwen, maar 
ze ook uitzond om al die andere plaat- 
sen te vestigen. Het was geniaal dat 
hij de mensen erop uit stuurde en de 
verder weg gelegen valleien en gebie- 
den liet bekijken, zodat de pioniers 
die deze vallei binnenstroomden 
daarheen konden gaan en zich vesti- 
gen, huizen en steden en nederzettin- 
gen bouwen, en hun persoonlijkheid, 
karakter en talenten ontwikkelen. 
Dus in plaats van één grote stad 
werden er onder zijn leiding zo'n 
360 plaatsjes in Wyoming, Nevada, 



President Gordon B, Hinckley begeleidt na een conferentiebijeenkomst zijn 
vrouw, Marjorie, bij het verlaten van het Conferentiecentrum. Zij worden 
gevolgd door de presidenten Thomas S. Monson en James E. Faust, 
raadgevers in het Eerste Presidium, en Boyd K. Packer, waarnemend 
president van het Quorum der Twaalf Apostelen. 




JANUARI 2002 
25 



Arizona, zuidelijk Idaho en Utah 
opgebouwd. 

Als de mensen erop uit gingen en 
die kleine plaatsjes vestigden, ont- 
wikkelden ze hun talenten en capaci- 
teiten door in het schoolbestuur of de 
dorpsraad te werken of leiding te ge- 
ven in de nederzetting. Ze werden de 
burgers van dat gebied en begonnen 
scholen te bouwen en de gemeen- 
schap uit te breiden. We zien wat er 
gebeurd is in die gebieden waarvan 
Brigham Young een visie had en ze 
op gang bracht. Stel u voor hoe dat 
zich ontwikkeld heeft — bijvoorbeeld 
een plaatsje als Las Vegas (Nevada), 
zodat mensen via die plaats naar San 
Bernardino (Californië) konden rei- 
zen. Men kwam per boot in San Pe- 
dro (Californië) aan, ging naar San 
Bernardino voor de nodige uitrusting 
en voorraden om naar deze vallei te 
komen, en reisde vervolgens door 
naar de randgemeenschappen tot in 
het zuidelijke Sanpete County of het 
noordelijke Idaho, of ergens anders. 

Ik ben een product van die on- 
derneming. Toen de familie van mijn 
moeder hier in Salt Lake City aan- 
kwam, werden ze naar Tooele ge- 
stuurd om zich daar te vestigen. 
Later werden ze naar Idaho gezon- 
den omdat daar een zaagmolen en 
een graanmolen gebouwd moesten 
worden. De familie van mijn vader 
maakte deel uit van deze kolonise- 
ring in Farmington (Utah) — een 
kolonisering waardoor mensen ster- 
ker werden en allerlei kansen kre- 
gen. In plaats van in de menigte van 
een grote stad op te gaan, werd hun 
gevraagd naar een kleiner plaatsje te 
verhuizen waar ze hun capaciteiten 
konden ontwikkelen, waar meer 
scholen zouden zijn en de behoefte 
aan leerkrachten, en waar mensen 
met talent hun mogelijkheden zou- 
den ontplooien. Uiteindelijk werd 
mijn familie gevraagd Farmington en 
Tooele te verlaten, hun mooie ak- 
kers te verkopen en naar zuidelijk 
Idaho te gaan. Daar was in die tijd 
niets anders te vinden dan alsem. 

In zo'n kleine nederzetting wer- 
den mijn moeder en vader verliefd 
op elkaar. Tegen de tijd dat ze twintig 
jaar waren en wilden trouwen, waar 
gingen ze trouwen? In de tempel in 







Een rij wachtenden voor het Conferentiecentrum slingert zich via een trap 
aan de buitenkant van het gebouw naar boven. 



Logan (Utah). Hoe gingen ze daar- 
heen? Met paard en wagen. Hoe 
lang duurde dat? Nou, vijf a zes da- 
gen. Autowegen of mooie paden? 
Natuurlijk niet. Ze reisden over pa- 
den die bestonden uit karrensporen 
over en door de alsem en over rot- 
sen. Waar gingen ze trouwen? Waar 
werden ze verzegeld? Er was maar 
één plaats mogelijk — in de tempel. 
Ze gingen met paard en wagen. 

Dat werd een deel van mijn erf- 
goed. Men groeide dus op in zulke 
kleine plaatsjes. Vervolgens besloot 
de kerk academies te openen en er 
werden er ongeveer dertig in die af- 
gelegen gebieden gestart. Ook bij 
ons in het dorp kwam zo'n school, 
en daardoor kwamen veel mensen 
uit aangrenzende gebieden in die 
plaats wonen om een hogere oplei- 
ding te krijgen. Die hogere opleiding 
was natuurlijk slechts een middelba- 
re school, maar het werd een acade- 
mie genoemd. 

Ik spreek dus over de inspiratie die 
de profeet Brigham Young ontving 
toen men zich hier vestigde, bij de 
opbloei van dit berggebied rond Salt 
Lake City. Kijk eens wat we nu zijn 
en hoe we zijn gegroeid. Denk aan de 
zegen die we genieten in de vorm van 



president Hinckley als onze profeet, 
ziener, openbaarder en leider. En la- 
ten we een visie ontwikkelen van wat 
er gebeurt en wat er nog zal gebeuren 
als we maar genoeg geloof hebben 
om voort te zetten waaraan men hier 
begonnen is. Besef wat er nog staat te 
gebeuren en wat er nu wordt gedaan. 

President Hinckley bespreekt vaak 
met ons dat hij graag meer geloof on- 
der ons volk zou zien groeien. Dat ge- 
loof een resultaat is van het naleven 
van de beginselen van het evangelie, 
leven zoals we moeten en onze kin- 
deren opvoeden zoals dat behoort. 
En dan te zien hoe zij groeien en hun 
karakter en persoonlijkheid zodanig 
ontwikkelen dat ze een toonbeeld 
worden van waar we in geloven en 
wat we hopen te doen en te bereiken. 

U herinnert zich allemaal de man 
die een maanzieke zoon had. Hij 
ging naar de Heiland toe en vroeg 
de Heiland of Hij die kwade geest 
uit zijn zoon wilde drijven. En de 
man zei tegen de Heiland: 'Ik heb 
het aan uw discipelen gevraagd, 
maar zij konden het niet.' De Hei- 
land zegende de jongen. De kwade 
geest verliet hem onmiddellijk en de 
discipelen van de Heiland kwamen 
naar Hem toe en zeiden: 'Waarom 



L I A H O N A 
26 



konden wij dat niet? Waarom waren 
we er niet toe in staat?' (Zie Matteüs 
17:14-21.) De Heiland zei ook: 'Gij 
(...), kleingelovigen' (Matteüs 16:8). 

Als u maar het geloof had van zo'n 
klein — ik probeer me de naam van 
de boom te herinneren. [President 
Hinckley zegt: 'Mosterd.'] Mosterd! 
Dank u, president. (Ik houd de presi- 
dent dichtbij me in de buurt om me 
te helpen.) Als u maar het geloof van 
een mosterdzaadje had. Velen van u 
hebben misschien nooit een mosterd- 
zaadje gezien. Een paar jaar geleden 
zaten we in Jeruzalem in een auto en 
de chauffeur zei: 'O, daar staat een 
mosterdboom.' En ik zei: 'Laten we er 
even naar kijken.' We stapten dus uit 
om die mosterdboom te bekijken. Er 
hing een peukje aan en ik kon het 
openmaken. Het leek op de peukjes 
van een johannesbroodboom. Ik zag 
de piepkleine zaadjes, niet veel groter 
dan een peperkorrel. 

Probeer de gelijkenis van de Hei- 
land goed te begrijpen. Als u slechts 
zo weinig geloof had als dat piepklei- 
ne mosterdzaadje — ik had er een in 
mijn hand en kon hem nauwelijks 
zien — als u zo'n beetje geloof had, 
kon u tegen de berg zeggen: 'Ver- 
plaats u van hier daarheen', en hij 
zou verplaatst worden als u zoveel 
geloof had. (Zie Matteüs 17:20.) 'O, 
gij kleingelovigen.' 

Dus het geloof dat wij nodig heb- 
ben, is het geloof van Brigham 
Young en het geloof van Gordon B. 
Hinckley en het geloof van de men- 
sen die onze profeten en leiders zijn. 

God leeft. Ik weet dat Hij echt be- 
staat en ik weet dat Hij van ons 
houdt. Ik weet dat. En ik weet dat 
Jezus de Christus is, de zoon van God. 
ik heb die invloed gevoeld. Ik ben er 
getuige van. Ik weet dat Joseph Smith 
een profeet is en dat alle historische 
verslagen van wat hij als werktuig in 
de herstelling heeft gedaan, waar zijn, 
en dat de profeten door de jaren 
heen, inclusief president Hinckley, 
door God geroepen zijn. Het werk is 
waar. Ik geef u mijn liefde en mijn ge- 
tuigenis dat in mijn hart brandt. Elke 
dag van mijn leven hoop ik iemand te 
vertellen en iemand te helpen begrij- 
pen dat dit werk waar is. In de naam 
van Jezus Christus. Amen. D 



Stap voor stap 



Ouderling Joseph B. Wirthlin 

van het Quorum der Twaalf Apostelen 




'We hoeven vandaag niet volmaakt te zijn. We hoeven niet 
beter te zijn dan een ander. We moeten alleen zo goed mogelijk 
doen wat wij kunnen.' 



wereld hun pareloester is, hebben 
anderen het gevoel dat zij zelf de pa- 
reloester zijn, uit de oceaan geplukt, 
opengebroken en beroofd van alles 
wat hun dierbaar is. 

Wat uw huidige situatie ook is, 
wat uw emotionele of geestelijke 
toestand ook is, ik wil u graag raad 
geven waar u, ongeacht waar u nu 
staat in uw reis door dit sterfelijk le- 
ven, wat aan zult hebben. 

We hebben veel ontvangen waar- 
voor we dankbaar kunnen zijn. En ik 
denk dat we een deel van onze zor- 
gen zullen vergeten als we bedenken 
hoeveel zegeningen we hebben. 
Kalmte en vreugde zullen zeker uw 
deel zijn als u beseft dat we als kerk 
onder het leiderschap van onze ge- 
weldige president, president Gordon 
B. Hinckley, zeer gezegend zijn. Dat 
zal ons kracht geven. 

Onlangs heb ik gelezen over Erik 
Weihenemayer, een man van drieën- 
dertig jaar die ervan droomde de 
Mount Everest te kunnen beklimmen 
— een prestatie die een uitdaging 
zou zijn voor de meest bedreven 
klimmers van de wereld. In feite be- 
reikt negentig procent van hen die de 
poging wagen, nooit de top. De tem- 
peraturen daar dalen tot vijftig gra- 
den onder nul. Naast de extreme 
kou, windsnelheden van honderd zes- 
tig kilometer per uur, dodelijke berg- 
spleten en lawines, moet de klimmer 
uitdagingen als grote hoogte, zuur- 
stoftekort en misschien onhygiënisch 
eten en drinken overwinnen. Sinds 
1953 zijn minstens 165 klimmers om- 
gekomen bij hun poging om de top 
op 8.839 meter hoogte te bereiken. 



Geliefde broeders en zusters, 
het is mij een voorrecht hier 
voor u te staan en mij getui- 
genis te geven over de waarheid van 
het evangelie dat is hersteld. We 
hebben net geluisterd naar ouderling 
David B. Haight — 95 jaar. Ik hoop 
maar dat mijn geheugen op die leef- 
tijd half zo goed is dat van hem — 
als ik zolang leef. 

Ik vind het heerlijk als de heili- 
gen bijeenkomen. Of het nu is als 
gezin in een bescheiden onderko- 
men of met duizenden in enorme za- 
len, de hemelen verheugen zich als 
zij die de naam van Jezus Christus 
liefhebben en eren, bijeenkomen om 
in zijn naam te aanbidden. 

Wij maken allemaal iets anders 
mee in ons leven. Terwijl sommigen 
vandaag vervuld zijn van vreugde, 
hebben anderen het gevoel dat hun 
hart zal breken van verdriet. Hoewel 
sommigen het gevoel hebben dat de 



JANUARI 

21 



2 2 



Ondanks de risico's staan er ieder 
jaar honderden klaar om de tocht te 
wagen, onder andere Erik. Maar er 
is een belangrijk verschil tussen Erik 
en alle andere klimmers die het eer- 
der hadden geprobeerd: Erik is vol- 
slagen blind. 

Toen Erik dertien jaar was, ver- 
loor hij zijn gezichtsvermogen als ge- 
volg van een erfelijke ziekte in het 
netvlies. Hoewel hij veel van wat hij 
graag wilde doen niet meer kon, was 
hij vastbesloten zijn leven niet te 
verspillen met gevoelens van depres- 
siviteit en nutteloosheid. Hij begon 
toen zijn grenzen te verleggen. 

Op zestienjarige leeftijd ontdekte 
hij het bergbeklimmen. Door het 
oppervlak van een rots af te tasten 
vond hij steunplekken voor zijn 
handen en voeten zodat hij kon 
klimmen. Zestien jaar later ging hij 
de Mount Everest beklimmen. Het 
verslag van zijn tocht staat, zoals u 
zich voor kunt stellen, vol beangsti- 
gende en levensbedreigende uitda- 
gingen. Maar uiteindelijk bereikte 
Erik de top aan de zuidkant en 
schaarde zich zo bij allen die hem 
voor waren gegaan; een van de wei- 
nigen die op de top van de hoogste 
berg ter aarde hebben gestaan. 

Toen hem gevraagd werd, hoe hij 
het had gedaan, zei Erik: 'Ik zei 
steeds tegen mezelf: blijf op het doel 
gericht. Laat al die twijfel en angst 
en frustratie daar niet tussen komen.' 



Maar belangrijker nog, hij zei: 'Neem 
iedere dag stap voor stap.' 1 

Ja, Erik heeft de Mount Everest 
bedwongen door gewoon de ene 
voet voor de andere te zetten. En hij 
ging daarmee door totdat hij de top 
bereikte. 

Net als Erik kennen wij waar- 
schijnlijk obstakels die ons belemme- 
ren. Wellicht voeren wij zelfs excuses 
aan om duidelijk te maken waarom 
we niet kunnen doen wat we willen. 
Maar misschien kunnen we, als we in 
de verleiding zijn om ons gebrek aan 
prestatie goed te praten, eens aan 
Erik denken, die, ondanks het verlies 
van zijn gezichtsvermogen, iets be- 
reikte waarvan velen dachten dat het 
onmogelijk was, gewoon doordat hij 
de ene voet voor de andere zette. 

Een oude spreuk luidt dat een 
reis van duizend mijl met een enkele 
stap begint. 

Soms maken we ons het voort- 
gaan moeilijker dan nodig is. We 
kunnen een reis van duizend kilome- 
ter nooit maken door te tobben over 
hoe lang die zal duren of hoe moeilijk 
die zal zijn. We maken zo'n reis door 
elke dag stap voor stap te nemen en 
dat keer op keer te herhalen totdat 
we onze bestemming bereiken. 

Hetzelfde beginsel is van toepas- 
sing op de vraag hoe u en ik geestelijk 
tot grote hoogten kunnen klimmen. 

Onze hemelse Vader weet dat we 
onze tocht moeten beginnen op het 




punt waar we nu staan. 'Als u een 
ladder opklimt,' legde de profeet Jo- 
seph Smith uit, 'moet u onderaan 
beginnen en u stap voor stap om- 
hoog bewegen totdat u bovenaan 
komt. Zo is het ook met de beginse- 
len van het evangelie — u moet bij 
het eerste beginsel beginnen en 
doorgaan totdat u alle beginselen 
van de verhoging leert beheersen. 
Maar u zult ze pas beheersen als u al 
lang door de sluier bent gegaan.' 2 

Onze hemelse Vader houdt van 
ons allemaal en begrijpt dat klim- 
men voorbereiding, tijd en vastbe- 
slotenheid vergt. Hij begrijpt dat we 
af en toe een fout maken, dat we 
struikelen, dat we ontmoedigd ra- 
ken, en het misschien zelfs op willen 
geven en tegen onszelf zeggen dat 
het de worsteling niet waard is. 

We weten dat het de moeite waard 
is, want de prijs — het eeuwige leven 
— is 'de grootste van alle gaven 
Gods.' 3 En om te kwalificeren moeten 
we de ene stap na de andere doen en 
doorgaan om de geestelijke hoogten 
te bereiken waarnaar we verlangen. 

In de heilige Schrift wordt een 
eeuwig beginsel geopenbaard: 'Het is 
niet nodig, dat een mens harder 
loopt dan zijn kracht hem toelaat. 
En verder is het nuttig, dat hij naar- 
stig zij, opdat hij daardoor de prijs 
moge behalen.' 4 

We hoeven niet snel te zijn. We 
moeten alleen gestaag doorgaan en 
ons in de juiste richting bewegen. 
We moeten doen wat we kunnen, de 
ene stap na de andere. 

Toen ik jong was, hield ik van 
hardlopen. Hoewel u het misschien 
moeilijk kunt geloven, heb ik enkele 
wedstrijden gewonnen. Ik ben niet 
zo snel meer. Feitelijk weet ik niet 
eens of ik het er goed vanaf zou 
brengen in een wedstrijd waarin de 
enige andere mededingers de andere 
leden van het Quorum der Twaalf 
Apostelen zouden zijn. 

Mijn vermogen om hard te lopen 
is niet zo geweldig meer. Ik verheug 
me op die tijd in de toekomst dat ik, 
met een herrezen lichaam, weer 
over een veld kan sprinten en de 
wind door mijn haren kan voelen. 
Maar ik sta niet echt stil bij het feit 
dat ik dat nu niet kan. 



L I 



A H O N A 
28 




Algemene autoriteiten en leden van het koor steunen kerkleiders tijdens de zaterdagmiddagbijeenkomst van de 
conferentie. 



Dat zou onverstandig zijn. In 
plaats daarvan doe ik de stappen die 
ik wel kan doen. Ondanks de beper- 
kingen van mijn leeftijd, kan ik nog 
één stap tegelijk doen. Het enige dat 
mijn Vader in de hemel nu van mij 
vereist, is dat ik doe wat ik kan. En 
dat is ook alles wat Hij van u ver- 
eist, ongeacht onze handicaps, be- 
perkingen of onzekerheden. 

John Wooden was misschien wel 
de beste coach in de geschiedenis van 
het college basketbal. Vier seizoenen 
lang werd hij niet één keer verslagen. 
Zijn teams hebben tien nationale 
kampioenschappen gewonnen. Ooit 
hebben zijn teams achtentachtig keer 
achter elkaar gewonnen. 5 

Een van de eerste dingen die 
coach Wooden er bij zijn spelers in- 
pompte, was iets wat zijn vader hem 
geleerd had toen hij als jongen op de 
boerderij opgroeide. 'Maak je niet te 
veel zorgen over beter worden dan 
iemand anders', zei zijn vader. 'Leer 
van anderen, ja. Maar probeer niet 
alleen maar beter dan zij te zijn. Daar 
heb je geen controle over. Probeer in 
plaats daarvan, en werk daar heel 
hard aan, zo goed te zijn als je maar 
kunt. Daar heb je wel controle over.' 6 

Laat me een hypothetisch voor- 
beeld geven van een lieve zuster in 
een gegeven wijk met volmaakte 
kinderen, die nooit in de kerk sto- 
ren. Ze werkt aan de twintigste gene- 
ratie van haar familiegeschiedenis, 



haar huis is om door een ringetje te 
halen, ze heeft het boek Marcus uit 
het hoofd geleerd en breit wollen 
truien voor weeskinderen in Roe- 
menië. Ik zeg absoluut niets ten 
nadele van deze lofwaardige doelen. 
Maat als u nu in de verleiding komt 
om uw handen in de lucht te gooien 
en op te geven vanwege deze lieve 
zuster, denk er dan aan dat u even- 
min een partij voor haar bent als ik 
voor de leden van het Quorum der 
Twaalf bij de zestig meter sprint. 

Het enige waar u zich om moet 
bekommeren is dat u ernaar streeft 
zo goed mogelijk te zijn. En hoe doet 
u dat? U houdt het oog gericht op de 
doelen die er in dit leven het meest 
toe doen en beweegt u stap voor stap 
in de richting van die doelen. 

Ik weet dat velen vinden dat het 
pad moeilijk begaanbaar en de weg 
donker is. Maar net als Erik, de 
moedige bergbeklimmer, zijn we niet 
zonder gids. 

We hebben Schriften waarin de 
wil van God aan de mensheid door 
de eeuwen heen staat geopenbaard. 
Als wij ons in het woord van God 
verheugen, stellen we onze geest 
open voor eeuwige waarheden en 
ons hart voor de vriendelijk influis- 
teringen van de Heilige Geest. Gods 
woord, in de vorm van de Schriften 
en de profeten van deze tijd, is waar- 
lijk een 'een lamp voor [onze] voet 
en een licht op [ons] pad.' 7 



Als we lezen over de grote zielen 
die ons zijn voorgegaan, komen we 
tot de ontdekking dat ook zij hun 
perioden van ontmoediging en ver- 
driet kenden. We ontdekken dat ze 
hebben doorgezet ondanks tegen- 
spoed, soms zelfs ondanks hun eigen 
zwakheden. We ontdekken dat ook 
zij voorwaarts bleven gaan, de ene 
stap na de andere. Wij kunnen zoals 
die rechtschapen zielen zijn, waar- 
over Lehi zei dat zij 'de ijzeren roede 
vastgrepen; en zij drongen zich naar 
voren door de donkere mist heen, 
(...) totdat zij bij de boom kwamen 
en van de vrucht ervan aten.' 8 

We hebben ook een levende pro- 
feet, president Gordon B. Hinckley. 
Hij geeft raad en profetische leiding 
in onze tijd. 

Door zijn raad en onze gebeden 
kunnen wij de hemel bereiken en 
persoonlijk met de Oneindige com- 
municeren. Door geloof kan zelfs de 
hemel ten bate van ons worden be- 
wogen. Deuren zullen opengaan en 
wij zullen antwoord krijgen. 

Denk eens aan Joseph Smith. Als 
jongen zag hij zich omgeven door ver- 
warrende en tegenstrijdige stemmen 
en snakte ernaar te weten welke van 
alle kerken de juiste en ware was. Hij 
voelde zich ook blind — omgeven 
door het duister van zijn tijd. Toen hij 
in het boek Jakobus in het Nieuwe 
Testament had gelezen, geloofde hij 
de woorden van de apostel vanouds 



JANUARI 
29 



2 2 



die zei: 'Indien echter iemand van u 
in wijsheid tekortschiet, dan bidde hij 
God daarom, die aan allen geeft, een- 
voudigweg en zonder verwijt; en zij 
zal hem gegeven worden.' 9 Joseph ge- 
loofde die woorden en trok zich op 
een lentemorgen in 1820 terug in een 
stuk bos om zijn ziel in gebed te ver- 
heffen en zijn hemelse Vader om wijs- 
heid te vragen. 

Het antwoord op zijn gebed ver- 
vulde hem met licht en richting. 
Onze hemelse Vader en zijn geliefde 
Zoon verschenen aan hem. Hun lei- 
ding verjoeg de dikke duisternis die 
hem had aangegrepen en die hem 
dreigde te vernietigen. Ze verjoeg 
zijn verwarring voorgoed. 

Vanaf dat ogenblik tot aan zijn 
martelaarsdood bijna een kwart 
eeuw daarna wijdde Joseph Smith 
zich aan het pad dat hem door de 
Vader en de Zoon was gewezen. Sta 
er eens bij stil hoe pijnlijk zijn leven 
was. Sta eens stil bij het lijden en 
de vervolging die hij te verduren 
had. Toch ging hij door, stap voor 
stap; hij heeft nooit opgegeven; hij 
heeft er nooit aan getwijfeld dat 
zijn hemelse Vader, als hij zelf maar 
deed wat hij kon, voor de rest zou 
zorgen. 

Broeders en zusters, onze tijd hier 
is zo kort. Ik kan me goed inleven in 
de gevoelens van de profeet Jakob 
toen hij zei: 'Ons leven is als een 
droom voorbijgegaan.' 10 



Onze tijd zal maar al te snel voor- 
bij zijn. Laten we, nu we het kunnen 
■ — nu we nog tijd hebben — in de 
juiste richting lopen en de ene stap 
na de andere doen. 

Dat is gemakkelijk. We hoeven 
vandaag niet volmaakt te zijn. We 
hoeven niet beter te zijn dan een an- 
der. We moeten alleen zo goed mo- 
gelijk doen wat wij kunnen. 

Hoewel u zich wellicht moe voelt, 
hoewel u de weg soms misschien niet 
ziet, weet dat uw Vader in de hemel 
zijn rechtschapen volgelingen nooit in 
de steek zal laten. Hij zal u niet zonder 
troost laten. Hij zal aan uw zijde zijn 
en u iedere stap op de weg begeleiden. 

Luister naar deze prachtige woor- 
den, geschreven door president 
Joseph Fielding Smith waarmee hij 
dit leven beschrijft. 

Schijnt de reis u wat lang, en het 

pad soms zo steil? 
Raakt met distels en doornen gij 

slaags? 
Wondt gaan stenen uw voet bij uw 

worst'len omhoog 
naar de top, door de hitte des daags? 

Voelt g'u zwak en bedroefd en neer- 
slachtig misschien, 

nu gij onder uw vracht gaat gebukt? 

Schijnt het kruis u te zwaar, dat u 
op werd gelegd? 

Deelt geen ander de last, die u 
drukt? 




Zonder vrees zij uw hart nu gij zijt 

onderweg; 
er is Eén, die gestadig u wenkt. 
Zie met blijdschap omhoog, grijp 

Hem kloek bij de hand, 
die naar 't hoogste geluk u dan 

brengt. 

't Land zo heilig en rein, waar geen 

moeite bestaat, 
— zonder zond' volgt gij immer zijn 

stem — 
waar geen traan wordt gestort, want 

men vindt er geen leed; 
grijp zijn hand en treed binnen met 

Hem. 11 

Mogen wij de moed hebben om 
onze eigen Mount Everest te beklim- 
men; mogen wij stap voor stap op de 
reis door het leven voorwaarts gaan 
totdat we het beste dat we in ons 
hebben, bereiken. 

Onze hemelse Vader leeft en kent 
ons en houdt van ieder van ons. Je- 
zus is de Christus, de Zoon van God, 
de Heiland en Verlosser van ieder- 
een, de Vredevorst. Joseph Smith is 
de profeet van de herstelling, en pre- 
sident Gordon B. Hinckley is nu on- 
ze profeet, ziener en openbaarder. Ik 
geef u dit getuigenis, en het is mijn 
getuigenis dat u gelukkig en content 
zult zijn als u uw best doet. Dit is 
mijn gebed in de naam van Jezus 
Christus. Amen. □ 

NOTEN 

1. 'Everest Grueling for Blind Man', 
Deseret News, 5 juni 2001, A12; zie ook 
Karl Taro Greenfield, 'Blind to Failure', 
Time, 18 juni 2001. 

2. Joseph Smith, Encyclopedia of Joseph 
Smith's Teachings, samengesteld door 
LarryE. Dahl en Donald Q. Cannon 
(1997), blz. 519. 

3. LV 14:7. 

4. Mosiah 4:27. 

5. http://www.coachwooden.com/ 
bio.shtml 

6. http://www.coachwooden.com/ 
bodysuccess.shtml 

7. Psalmen 119:105. 

8. 1 Nephi 8:24. 

9. Jakobus 1:5. 

10. Jakob 7:26. 

11. 'Schijnt de reis u wat lang?', Heilige 
lofzangen, nr. 150. 



A H O N A 
30 



'Kom mijn 
ongeloof te hulp' 



Ouderling L. Whitney Clayton 

van de Zeventig 



We stimuleren het proces van geloofsversterking als we doen 
wat goed is — : groeiend geloof is daarvan altijd het gevolg. ■ 




Eens voegde de Heiland zich 
bij een grote menigte, die luis- 
terde naar een gesprek tussen 
zijn discipelen en de schriftgeleer- 
den. Hij vroeg de schriftgeleerden 
toen: 'Waarom zijt gij met hen aan 
het redetwisten?' 

Een man kwam naar Hem toe, 
knielde voor Hem neer en ant- 
woordde dat hij de discipelen ge- 
vraagd had bij zijn zoon een kwade 
geest uit te werpen, maar 'zij hebben 
hem niet kunnen genezen'. De va- 
der smeekte Hem: 'Maar als gij iets 
kunt doen, help ons en heb medelij- 
den met ons! 

'Jezus zeide tot hem: Als Gij 
kunt! Alle dingen zijn mogelijk voor 
wie gelooft. 

'Terstond riep de vader van de 
knaap uit en zeide: Ik geloof, kom 
mijn ongeloof te hulp!' 



De Heiland sprak toen de kwade 
geest bestraffend toe: '(...) Ga van 
hem uit en kom niet meer in hem. 
En [de geest] ging uit onder ge- 
schreeuw en hevige stuiptrekkingen. 

Wij allemaal hebben moeilijke, 
zelfs wanhopige uren doorgemaakt 
waarin we onder tranen op onze 
knieën vielen en net als die vader 
smeekten: 'Heer, ik geloof; kom 
mijn ongeloof te hulp.' 

Zoals de Heiland klaarstond om 
die vader te helpen wiens zoon 
'maanziek' 2 was, zo staat Hij ook 
klaar om in deze tijd ons ongeloof te 
hulp te komen, zodat we met geloof 
onze worstelingen in dit leven kun- 
nen overleven en 'als overwinnaar 
uit de strijd [mogen] komen.' 3 

Geloof in de Heer Jezus Christus 
is het eerste evangeliebeginsel. 4 Ge- 
loof is '[hoop] op dingen, die niet 
worden gezien, maar die waar zijn' 5 
'Iemand die geloof heeft, is altijd ge- 
motiveerd om (...) lichamelijk en 
mentaal in actie te komen.' 6 'Geloof 
in Jezus Christus houdt in dat we 
zoveel vertrouwen in Hem hebben, 
dat we gehoorzaam zijn aan wat Hij 
ons ook gebiedt. Zonder gehoor- 
zaamheid is er geen geloof.' 7 

'Zo is dan geloof uit het horen' 
van het woord van God, en het is 
een geestelijke gave. 8 Geloof groeit 
als we niet alleen horen, maar ook 
handelen naar het woord van God, 
gehoorzaam aan de waarheden die 
ons geleerd zijn. 9 

Het antwoord van Maria op de 



aankondiging van de engel is een 
schitterend voorbeeld. Maria kreeg 
van de engel Gabriël te horen: 'Gij 
zult zwanger worden en een zoon ba- 
ren, en gij zult Hem de naam Jezus 
geven. Deze zal groot zijn en Zoon 
des Alle rhoogs ten genoemd worden.' 
Maria zei toen gehoorzaam tegen Ga- 
briël: 'Zie, de dienstmaagd des Heren; 
mij geschiede naar uw woord.' 10 

Bij een andere gelegenheid '(...) 
Zag [Jezus] twee broeders, Simon, 
die Petrus genoemd wordt, en And- 
reas, diens broeder, een net in zee 
werpen; want zij waren vissers. 

'En Hij zeide tot hen: Komt ach- 
ter Mij en Ik zal u vissers van men- 
sen maken. 

'Zij nu lieten terstond hun netten 
liggen en volgden Hem.' 11 

Na de herrijzenis van de Heiland 
gingen Petrus en andere discipelen 
vissen. Maar 'die nacht vingen zij 
niets. Toen het reeds morgen werd, 
stond Jezus aan de oever; de discipe- 
len wisten echter niet, dat het Jezus 
was.' Hij zei tegen hen: 'Werpt uw 
net uit aan de rechterzijde van het 
schip en gij zult vinden. Zij wierpen 
het (net) uit en konden het niet 
meer trekken vanwege de menigte 
der vissen.' 12 

Zo'n geloofsversterkende gehoor- 
zaamheid zien we ook in het leven 
van de profeet Joseph Smith. Na de 
nachtelijke bezoeken van de engel 
Moroni op 21 september 1823, ging 
Joseph 's morgens met zijn vader aan 
het werk. Omdat hij bijna de hele 
nacht wakker was geweest, 'bleek 
[hij] zo uitgeput te zijn, dat [hij] er 
helemaal niet toe in staat was.' Zijn 
vader zei dat hij weer naar huis 
moest gaan, en '[hij] begaf [zich] op 
weg (...); maar [zijn] krachten bega- 
ven [hem] geheel, en [hij] viel (...) 
hulpeloos op de grond en lag daar 
enige tijd zonder [zich] ook maar van 
iets bewust te zijn.' Toen hij bijkwam, 
'keek [hij] op en zag boven [zijn] 
hoofd dezelfde boodschapper staan, 
evenals tevoren door licht omgeven.' 
Hij gebood Joseph om 'naar [zijn] va- 
der te gaan en hem te vertellen van 
het visioen en de opdrachten die 
[hij] had ontvangen.' Hoewel hij be- 
grijpelijkerwijs moe was, ging hij ge- 
hoorzaam 'terug naar [zijn] vader in 



JANUARI 2002 
31 



het veld en vertelde hem alles.' Zijn 
vader antwoordde 'dat het van God 
was en dat [hij] moest heengaan en 
doen wat de afgezant des hemels 
[hem] had opgedragen.' Toen verliet 
Joseph, uitgeput maar gehoorzaam, 
'het veld en begaf [zich] naar de 
plaats waar volgens de bode de pla- 
ten bewaard lagen', een paar kilome- 
ter verderop. 13 

Elke dag besluiten we wat we wel 
en niet zullen doen en kunnen daarbij 
uit talloze mogelijkheden kiezen. Als 
het onze eerste prioriteit is de gebo- 
den blijmoedig te gehoorzamen, en 
niet mopperen of oordelen over wat 
Hij ons gebiedt, worden we dienst- 
maagden van de Heer en vissers van 
mensen, en werpen we ons net uit 
aan de rechterzijde van ons eigen 
schip. We doen gewoon wat de Heer 
heeft geboden, ook als we moe zijn, in 
het vertrouwen dat Hij ons zal helpen 
om precies te doen wat Hij vraagt. 14 
Als we dat doen, komt de Heer ons 
ongeloof te hulp en wordt ons geloof 
krachtig, levend en onwankelbaar. De 
profeet Joseph Smith schreef vanuit 



de gevangenis in Liberty: 'Zeer gelief- 
de broeders, laten wij daarom blijmoe- 
dig alles doen wat in ons vermogen 
ligt, en dan mogen wij onbewogen 
staan met de volste verzekering, de za- 
ligheid Gods en de openbaarmaking 
van zijn arm te kunnen zien." 5 

Ongeacht wie we zijn of waar we 
wonen, er is altijd veel routine en 
herhaling in ons dagelijks leven. 
Daarbij moeten we heel bewust 
doen wat het belangrijkste is. Dat 
houdt ook in dat we allereerst ruim- 
te maken voor de minimale, dage- 
lijkse vereisten voor gelovig gedrag: 
oprechte gehoorzaamheid, nederig 
gebed, serieuze schriftstudie en on- 
zelfzuchtige hulp aan anderen. Geen 
andere vitaminen die we dagelijks 
innemen, versterken de spieren van 
ons geloof zo snel. We moeten ook 
niet vergeten dat oprecht vasten ons 
geloof versterkt. Dat is vooral be- 
langrijk als we in geloof proberen af 
te rekenen met ingeroeste karakter- 
fouten die we alleen kwijtraken 
'door bidden en vasten.' 16 

Geloof in de Heer Jezus Christus 



ontwikkelen is een proces dat stap 
voor stap, regel op regel en gebod op 
gebod verloopt. We stimuleren het 
proces van geloofsversterking als we 
doen wat goed is — groeiend geloof 
is daarvan altijd het gevolg. 17 Als we 
dagelijks ons geloof oefenen door 
gebed, studie en gehoorzaamheid, 
zal de Heiland ons ongeloof te hulp 
komen en wordt ons geloof een 
schild dat 'alle vurige pijlen van de 
goddelozen (...) [kan] uitblussen.' 18 
Alma heeft gezegd dat we elke ver- 
leiding van de duivel kunnen weer- 
staan met ons geloof in de Heer 
Jezus Christus. 19 We kunnen echter 
niet de belangrijke ingrediënten van 
het geloof negeren of verwerpen en 
toch 'een rijke oogst' verwachten. 

Wij zien in deze tijd talloze voor- 
beelden van ontwikkelend geloof 
van kerkleden. Als jongemannen, 
jongevrouwen en volwassen echtpa- 
ren een zendingsoproep aanvaarden, 
als echtparen zich in deugd voorbe- 
reiden op een huwelijk in de heilige 
tempel, als ouders hun kinderen oe- 
fenen volgens de eis van hun weg 20 , 



Via grote schermen aan de rechter- en linkerkant van het Conferentiecentrum krijgen de aanwezigen een 
betere blik op de spreker. 




A H O N A 
32 



versterken zij hun geloof in de Heer 
Jezus Christus. Als wij de sabbat hei- 
ligen, onze roeping grootmaken, onze 
tiende en vastengaven betalen, nieu- 
we leden in de kerk verwelkomen in 
de groep waarin ze thuishoren, en 
vrienden en buren vragen zich te 
verdiepen in de waarheden van het 
evangelie, versterken we ons geloof. 
Als we ervoor kiezen onze zonden na 
te laten en ons willen bekeren, en zo- 
wel in goede als in woelige tijden op 
onze knieën vallen om te bidden, 
ontwikkelen we een krachtig geloof. 

Dan merken we dat er in ons ei- 
gen leven gebeurt wat in het Boek 
van Morraon wordt beschreven: 
'Nochtans vastten en baden zijn dik- 
wijls, en werden sterker en sterker in 
hun ootmoed, en steeds standvasti- 
ger in het geloof van Christus, zodat 
hun ziel met blijdschap en vertroos- 
ting werd vervuld, ja, zodat hun hart 
werd gereinigd en geheiligd, welke 
heiliging geschiedde, omdat zij hun 
hart aan God hadden gewijd.' 21 

Ik weet dat de Heiland leeft en dat 
Hij ons ongeloof te hulp komt. In de 
naam van Jezus Christus. Amen. D 

NOTEN 

1. Zie Marcus 9:14-29; zie ook 
Matteüs 17:14-18. 

2. Matteüs 17:15. 

3. LV 10:5. 

4. Zie Geloofsartikelen 1:4; Bible 
Dictionary, 'Faith,' blz. 670. 

5 . Alma 3 2: 2 1 ; zie ook Hebreeën 11:1; 
Ether 12:6. 

6. Bible Dictionary, blz. 670. 

7. Evangeliebeginselen, blz. 18. 

8. Zie Romeinen 10:17; Moroni 10:11; 
Bible Dictionary, blz. 669. 

9. Zie Bible Dictionary, blz. 669-670. 

10. Lucas 1:31-32, 38. 

11. Matteüs 4:18-20. 

12. Johannes 21:2-4, 6. 

13. Geschiedenis van Joseph Smith 
1:47-50. 

14. ZielNephi3:7. 

15. LV 123:17. 

16. Matteüs 17:21; zie ook 
Marcus 9:29. 

17. Zie Bible Dictionary, blz. 669. 

18. LV 27:17. 

19. Alma 37:33. 

20. Zie Spreuken 22:6. 

21. Helaman 3:35. 



Het plan van 
onze Vader 



Ouderling Chrisfoffel Golden jr. 

van de Zeventig 



'[Het is] de wens van de Vader ons allemaal in de gelegenheid 
te stellen een volheid van vreugde te ontvangen, de volheid die 
Hij bezit. ' 



we de gelegenheid hadden om onze 
talenten en vaardigheden te ontwik- 
kelen. In die gezegende, voorsterfe- 
lijke sfeer 'hebben [wij] het goede 
gekozen', zijn we 'vrij gelaten goed of 
kwaad te kiezen', hebben we 'een zeer 
groot geloof geoefend' en hebben we 
'goede werken' gedaan. Daarom heb- 
ben we onze eerste staat behouden en 
heeft onze Vader ons op zijn beurt ge- 
ordend om in dit leven bepaalde 
voorrechten te ontvangen. 3 

Zo wordt ook in openbaring van 
de laatste dagen bekendgemaakt dat 
onze hemelse Vader een groot plan 
van zaligheid heeft vastgesteld voor 
al zijn geestkinderen die hun eerste 
staat hadden behouden. 4 Dat houdt 
in dat we eens zoals onze Vader in de 
hemel kunnen worden en alle eigen- 
schappen en rechten kunnen bezit- 
ten die Hij nu heeft. De apostel 
Petrus bracht de heiligen in herinne- 
ring dat de goddelijke kracht van de 
Heer 'ons met alles, wat tot leven en 
godsvrucht strekt [heeft] begiftigd' 
opdat wij 'daardoor deel [zouden] 
hebben aan de goddelijke natuur 
(,..)' 5 Die bewering van Petrus kun- 
nen we stoutmoedig vinden, en we 
geven toe dat het een heel leven en 
meer vergt om zo ver te komen, maar 
toch worden zijn gedachten bevestigd 
in de opdracht van de Heiland: 'Gij 
dan zult volmaakt zijn, gelijk uw he- 
melse Vader volmaakt is.' 6 

Het plan van de Vader vereiste 
ook dat allen die hun eerste staat 




In een openbaring die de profeet 
Joseph Smith in juni 1830 ontving, 
wordt ons verteld wat de bedoe- 
ling van onze hemelse Vader is: 'Want 
zie, dit is mijn werk en mijn heerlijk- 
heid — de onsterfelijkheid en het 
eeuwige leven van de mens tot stand 
te brengen.' 1 Volgens die verklaring is 
het de wens van de Vader ons alle- 
maal in de gelegenheid te stellen een 
volheid van vreugde te ontvangen, de 
volheid die Hij bezit, in zijn volmaak- 
te en verheerlijkte staat. 2 

In deze gedenkwaardige laatste da- 
gen verklaren wij dat God, onze eeu- 
wige Vader, leeft. We getuigen dat we 
vóór dit leven als zijn geestkinderen 
in zijn tegenwoordigheid zijn geweest. 
Tijdens ons voorsterfelijk leven zijn 
we onderwezen in een omgeving waar 



JANUARI 
33 



2 2 




Conferentiegangers passeren op Temple Square de Tabernakel. 



hadden behouden, in een sterfelijke, 
of tweede staat, beproefd en getest 
zouden worden. In die omstandighe- 
den moeten we zelf handelen en 
onszelf en God bewijzen dat we al 
zijn geboden onderhouden, en zonde 
en tegenspoed te boven komen. 7 

Sinds de val van Adam en door de 
aard van de sterfelijke mens, heeft de 
mens de neiging ontwikkeld om 
Gods wetten te overtreden, en is hij 
daardoor onderworpen aan de eisen 
der gerechtigheid. En toch, wegens 
de voorkennis van onze hemelse Va- 
der en door het grote plan van geluk 
heeft Hij een plan van barmhartig- 
heid bedacht. Dat voorzag in een 
manier waarop aan de zware eisen 
der gerechtigheid werd voldaan door 
een oneindige verzoening. 8 

Jezus Christus, vanaf het begin 
Degene die de Vader had gekozen 9 , 
bezat alle kenmerken en eigenschap- 
pen die nodig waren om door zijn 
verzoening de wetten van gerechtig- 
heid en barmhartigheid met elkaar 
in harmonie te brengen. 10 

Door de verzoening, heeft koning 
Benjamin gezegd, kunnen we de 



natuurlijke mens afleggen als we ge- 
hoor geven aan de ingevingen van de 
Heilige Geest. 11 Het is daarom ons 
getuigenis dat allen die tot Christus 
komen, door gehoorzaamheid aan de 
wetten en verordeningen van het 
evangelie geloof kunnen oefenen om 
'eeuwigdurende zaligheid en het eeu- 
wige leven' te verkrijgen. 12 

Wij getuigen ook dat we pas kon- 
den voldoen aan alle voorwaarden 
van het grote plan van geluk toen 
onze hemelse Vader en zijn Zoon, 
Jezus Christus, na de Grote Afval, 
door middel van Joseph Smith het 
evangelie hadden hersteld. 13 

Onze dierbare profeet, president 
Gordon B. Hinckley, heeft gezegd dat 
'(...) het verslag van de profeet over 
deze gebeurtenissen waar is, dat de 
Vader (...) heeft getuigd van de god- 
delijke natuur van zijn Zoon, dat de 
Zoon de jonge profeet aanwijzingen 
heeft gegeven, waarna er een reeks ge- 
beurtenissen volgde die leidden tot de 
stichting van "de enige ware en leven- 
de kerk op de ganse aardbodem."" 4 

Het is het innige verlangen van 
alle getrouwen om hun tweede staat 



te behouden. We hoeven niet alleen 
onze weg terug naar huis te zoeken. 
De Heer heeft zijn koninkrijk op 
aarde gevestigd waarin Gods uitver- 
korenen vergaderd kunnen worden. 

De Heer heeft ons in zijn liefde- 
volle zorg voorzien van alle belang- 
rijke middelen die nodig zijn om ons 
een weg te banen langs de vele val- 
kuilen die de boze op ons pad heeft 
geplaatst. 15 

Die onmisbare middelen omvatten 
de verordeningen en verbonden van 
het evangelie waarin de macht van de 
verzoening zichtbaar is. 16 We hebben 
ook de heilige Schriften die ons voor- 
zien van een maatstaf om waarheid 
van dwaling te onderscheiden. 17 

Het is belangrijk dat we leven in 
een gezegende tijd waarin de Heer 
zijn wachters, de levende apostelen 
en profeten, in ons midden heeft ge- 
plaatst. Zij dragen alle noodzakelijke 
sleutels en de bevoegdheid die nodig 
zijn om de verordeningen van heil 
en verhoging te bedienen. 18 

Bovendien hebben wij, als ge- 
doopte leden van de kerk van Chris- 
tus, de buitengewone gave van de 



L I A H O N A 
34 



Heilige Geest. De Heiland heeft op 
de avond vóór zijn lijden voor onze 
zonden tegen zijn discipelen gezegd: 
'De Geest (. . .) zal (...) u de weg wij- 
zen tot de volle waarheid.' 19 

Johannes de Openbaarder zag in 
een hemels visioen dat het plan van 
onze Vader in vervulling ging en hij 
beschreef de toestand van degenen 
die grote beproevingen hadden door- 
staan en hun kleed hadden gewassen 
in het bloed van het Lam. Hij zag hoe 
zij de wereld hadden overwonnen, 
voor Gods troon stonden en Hem 
dienden in zijn tempel. De Heer was 
in hun midden, terwijl de getrouwen 
niet meer hongerden en dorstten, en 
God had alle tranen gedroogd. 20 

We hoeven niet te vrezen, maar 
we moeten met geloof het grote plan 
van geluk van onze hemelse Vader 
volgen. Wij roepen iedereen op om 
de genade en barmhartigheid van 
de Heer te ontvangen, want Hij is 
'machtig om te behouden' en 'zal 
[ons] geenszins verlaten' 21 

Ik bid dat de Heer ons zegent in 
dit belangrijke streven. In de naam 
van Jezus Christus. Amen. D 

NOTEN 

l.Mozes 1:39. 

2. Zie Mozes 7:67; LV 76:69-70. 

3. Zie Alma 13:3-13; 1 Petrus 1:20. 

4. Alma 42:8. 

5. 2 Petrus 1:3-4- 

6. Matteüs 5:48; zie ook 3 Nephi 12:48. 

7. Matteüs 7:21; Openbaring 3:21; 
LV 98:14-15. 

8. Zie Alma 42:15. 

9. Zie Mozes 4:2. 

10. Leringen van het evangelie, instituuts- 
lesboek, blz. 22. 

H.ZieMosiah3:19. 

12. Mosiah 5:15; Moroni 10:32. 

13. Ziel Nephi 11:13-36; 
2 Nephi 3:5-11. 

14. LV 1:30; 'Special Witnesses of 
Christ,' Liahona, april 2001, blz. 24. 

15. Zie Mozes 4:3-4; LV 93:39. 

16. Johannes 3:5; Mosiah 5:1-2; 
LV 76:50-54. 

17. Zie Alma 4:19; 31:5. 

18. Zie Matteüs 10:1-15; LV 1:14-15; 
21:1-8. 

19. Johannes 16:13. 

20. Openbaring 7:14-17. 

21. Zie Deuteronomium 7:7-18. 



De evangeliebeginselen 
in ons hart schrijven 



Ouderling Walter F. Gonzalez 

van de Zeventig 




'Kennis alleen is niet genoeg. We moeten de tijd nemen 
om de beginselen toe te passen. ' 



met het Boek van Mormon. Nephi 
bad dat de woorden die hij in zwak- 
heid had geschreven, voor ons sterk 
gemaakt zouden worden; 'want ze be- 
wegen hen goed te doen; ze geven 
hun kennis betreffende hun vaderen; 
en ze spreken van Jezus, en bewegen 
hen in Hem te geloven, en tot het 
einde te volharden, hetgeen het eeu- 
wige leven is' (2 Nephi 33:4) . 

Ik heb gezien hoe steeds meer le- 
den in Zuid-Amerika leiding vinden 
in de leer en de evangeliebeginselen. 
Het blijft onze taak, in Zuid-Amerika 
en overal elders, te zoeken naar de 
beginselen in de Schriften en de lerin- 
gen van de profeten, en die 'niet met 
inkt (...), maar met de Geest van de 
levende God, niet op tafelen van 
steen, maar op tafelen van vlees in de 
harten' (2 Korintiërs 3:3) te schrijven. 
Dat vergt tijd. Het vergt zowel tijd om 
de waarheden van het evangelie te le- 
ren als om ze toe te passen. 

Voor de meeste Zuid-Amerikaan- 
se leden begon onze kennismaking 
met de evangeliebeginselen met tijd 
vrijmaken om naar de lessen en het 
getuigenis van de zendelingen te luis- 
teren. We namen de tijd om te luis- 
teren, en nu zijn we de zendelingen 
die in ons land gewerkt hebben al- 
leen maar dankbaar. Onze diepe 
dankbaarheid betreft niet alleen de 
zendelingen, maar ook hun familie. 
(Nu sturen honderden Zuid-Ameri- 
kanen hun eigen kinderen op zen- 
ding om de blijde boodschap van het 
herstelde evangelie te verkondigen.) 
Wie van ons behoren tot de eerste 



Engels is de taal van de herstel- 
ling. In deze conferentiebijeen- 
komst is Engels, gesproken met 
een accent, het symbool van de we- 
reldwijde groei van de kerk. Ik kom 
uit Zuid-Amerika, waar de kerk 
enorm is gegroeid. Toen ik dertig jaar 
geleden lid werd, hadden we 108 dui- 
zend leden en zes ringen. Toen had- 
den we geen tempel. Nu hebben we 
twee miljoen 600 duizend leden en 
557 ringen. Er zijn elf tempels in ge- 
bruik en twee in aanbouw. Nephi, de 
zoon van Lehi, heeft gezegd: 'Maar 
ik, Nephi, heb geschreven wat ik heb 
geschreven, en ik acht het van grote 
waarde, in het bijzonder voor mijn 
volk. Want des daags bid ik onop- 
houdelijk voor hen, en des nachts is 
mijn peluw nat van tranen om hun- 
nentwil.' (2 Nephi 33:3.) Die oprech- 
te roep wordt in onze tijd verhoord 



JANUARI 2002 
35 



generatie kerkleden, zijn ook heel 
dankbaar voor onze ouders, die geen 
lid waren, dat ze ons rechtschapen 
beginselen hebben bijgebracht waar- 
door we voorbereid waren om de 
boodschap van het evangelie te her- 
kennen en te ontvangen. 

De zendelingen hebben de aanzet 
gegeven tot het aanleren van de leer 
en de evangeliebeginselen; maar het 
evangelie in ons hart houden is een 
aanhoudende taak die tijd vergt. 
Kennis alleen is niet genoeg. We 
moeten de tijd nemen om de begin- 
selen toe te passen. Nephi wist bij- 
voorbeeld dat de Heer onze gebeden 
beantwoordt. Eeuwen geleden paste 
hij die kennis toe en zorgde zo voor 
eeuwige zegeningen voor ons, in on- 
ze tijd. Als we aandachtig lezen, zien 
we dat Nephi in groot geloof tot 
God bad omdat hij wist dat God 
zijn 'geroep' zou horen. (Zie 2 Nephi 
33:3.) Wat zijn we Nephi dankbaar 
dat hij de tijd nam om zijn kennis 
toe te passen. Wat zijn we dankbaar 
dat Nephi die kennis in zijn hart 



schreef, niet 'met inkt (...) maar 
met de Geest van de levende God.' 

Net als kennis vergt discipel- 
schap ook tijd. Soms zien we dat 
een beginsel waar is, maar verande- 
ren we onze prioriteiten niet om tijd 
te maken en dat beginsel na te le- 
ven. Zo lopen we waardevolle kan- 
sen mis om een verandering van 
hart te ontwikkelen zoals de Heilige 
Geest ons leert. Denk eens even na 
over het voorbeeld van Enos die de 
toepassing van de kennis die hij van 
zijn vader ontving, uitstelde. Uitein- 
delijk nam hij de tijd om volgens die 
kennis te leven; daardoor hebben 
wij vele zegeningen ontvangen. 
Enos zegt dat hij in het bos op jacht 
was toen zijn hart diep geraakt werd 
door de leringen van zijn vader over 
het eeuwige leven en de vreugde 
van de heiligen. Daarom besloot hij 
tijd te maken om te bidden. (Zie 
Enos 1:3-4.) In goddelijk antwoord 
op zijn gebed sloot de Heer met 
Enos een verbond dat Hij de kro- 
nieken op een door Hem bepaald 




moment onder de Lamanieten te- 
voorschijn zou laten komen. (Zie 
Enos 1:16.) God beantwoordt onze 
gebeden. Enos schreef dit beginsel 
niet op de stenen tafels maar op de 
tafels van vlees in zijn hart, en ver- 
kreeg daardoor kennis van een hoger 
niveau. Dat bracht hem zegeningen, 
maar ook ons, in onze bedeling. 

Talloze zaken belemmeren ons in 
onze goede bedoelingen om tijd vrij 
te maken voor het aanleren van een 
evangeliebeginsel en vooral voor het 
naleven ervan. De overvloed aan in- 
formatie over welk onderwerp dan 
ook via de media kan bijvoorbeeld 
overweldigend zijn. Zo'n overvloed 
aan informatie kan er de oorzaak 
van zijn dat sommigen 'zich te allen 
tijde laten leren, zonder ooit tot er- 
kentenis der waarheid te kunnen 
komen' (2 Timoteüs 3:7). 

Allemaal kunnen we onszelf eva- 
lueren, bepalen wat ons ervan weer- 
houdt tijd te nemen om een bepaald 
evangeliebeginsel na te leven, ons 
dan bekeren en de nodige maatrege- 
len treffen zodat we tijd hebben om 
dat evangeliebeginsel toe te passen. 
Als we dat doen, heeft de Heer be- 
loofd dat we net als Enos zijn waar- 
heden beter zullen begrijpen. De 
Heiland heeft gezegd: 'Indien iemand 
diens wil doen wil, zal hij van deze 
leer weten, of zij van God komt, dan 
of Ik uit Mijzelf spreek' (Johannes 
7:17). 

Tijd vrijmaken om de evangelie- 
beginselen te leren, erover na te 
denken en vooral ze toe te passen, 
zal ons de vreugde en de vrede bren- 
gen die van de Geest komen. In 
Zuid-Amerika en andere delen van 
de wereld zal de kerk blijven bloei- 
en, omdat steeds meer leden de 
evangeliebeginselen niet met inkt, 
maar met de Heilige Geest zullen 
blijven schrijven; niet op tafels van 
steen, maar op de tafels van vlees in 
hun hart. Ik getuig dat de waarhe- 
den in de Schriften onze verstande- 
lijke waardering kunnen veranderen 
in een eenwording met Christus, als 
we de tijd nemen om die waarheden 
in ons leven te integreren. Ik weet 
dat de Heiland de levende Christus 
is. Daarvan getuig ik. In de naam 
van Jezus Christus. Amen. □ 



L I A H O N A 
36 



Als een 
besproeide hof 



Ouderling Jeffrey R. Holland 

van het Quorum der Twaalf Apostelen 



'Wij zouden [tiende en gaven] moeten betalen als persoonlijke 
manier om onze liefde voor een milddadige en barmhartige 
Vader in de hemel te laten zien.' 



nu ruim duizend ringen in andere 
werelddelen. Er zijn nu 125 tempels 
in gebruik of aangekondigd, waar- 
van meer dan de helft (64) buiten 
de Verenigde Staten. En ik was al 
bijna 16 jaar voordat er slechts één 
tempel buiten de Verenigde Staten 
en Canada was. 

We hebben meegemaakt dat de 
openbaring werd ontvangen waar- 
door het priesterschap aan alle goe- 
de mannen op de juiste leeftijd kan 
worden gegeven, een zegen die het 
werk op veel plaatsen in de wereld 
heeft versneld. We hebben meege- 
maakt dat onze Schriften, volledig 
of gedeeltelijk, in bijna honderd ta- 
len zijn uitgegeven. We hebben de 
langverwachte vorming meege- 
maakt van de quorums van zeventig 
met geweldige mannen afkomstig 
uit vele naties, die op hun beurt in 
vele naties werkzaam zijn. Onlangs 
heeft president Hinckley het perma- 
nente studiefonds bekendgemaakt, 
dat het potentieel bezit om velen, 
tot in de verste uithoeken van de 
aarde, tot zegen te zijn. En zo wordt 
de kerk steeds internationalen 

Ik geef deze korte samenvatting 
om u nu op een ander wonder te 
wijzen — nog een openbaring, zo u 
wilt — een wonder dat misschien de 
meeste leden van de kerk is ontgaan. 
In zekere zin was het ook niet de be- 
doeling dat het op zou vallen. Ik heb 
het over het besluit van de algemene 
autoriteiten, ruim tien jaar geleden, 




Zeker en gestaag verbreidt De 
Kerk van Jezus Christus van 
de Heiligen der Laatste Dagen 
zich, zoals geprofeteerd, over de aar- 
de. In de woorden van Daniël is het 
de steen die 'zonder toedoen van 
mensenhanden (...) van de berg 
losraakte'. 1 De beste beschrijving die 
Jesaja kon geven aan hetgeen hij 
voorzag, was 'wonderlijk en wonder- 
baar'. 2 Het is een wonder! Die her- 
stelling en verbreiding van het 
evangelie van Jezus Christus zijn 
vervuld van allerlei wonderen, 
openbaringen en manifestaties. Veel 
daarvan hebben in onze dagen 
plaatsgevonden. 

Ik was 17 jaar voordat er ook 
maar ergens buiten Noord-Amerika 
een ring van Zion bestond. Er zijn 



om van de leden van de kerk, zowel 
hier als in andere landen, geen aan- 
vullende bijdragen meer te verlan- 
gen voor bijzondere projecten en om 
ze niet meer te verplichten aan be- 
paalde fondsen bij te dragen. 

Die beslissing werd genomen 
midden in de periode van interna- 
tionale groei die ik zojuist heb 
beschreven, maar hoe was dat fi- 
nancieel mogelijk? Hoe konden we 
naar plaatsen gaan die nog verder 
weg lagen en waar de economische 
situatie vaak nog slechter was en te- 
gelijkertijd onze mensen vrijwaren 
van alle aanvullende financiële aan- 
slagen? Het zou lijken of het logi- 
scher was geweest om precies het 
tegengestelde te doen. 

Hoe is het dan gegaan? Ik zal u 
vertellen hoe het is gegaan — met 
het oprechte geloof van de kant van 
de broeders in het Presidium dat al- 
le leden, tot en met het nieuwste 
lid, het beginsel van tiende en vrij- 
willige gaven zouden eren en we er 
door getrouwheid aan zo'n goddelijk 
beginsel wel zouden komen. 

Ik hoorde nog niet bij het Quo- 
rum der Twaalf toen die belangrijke 
beslissing werd genomen, maar ik 
kan me voorstellen hoe die uitvoerig 
werd besproken, en wat voor geloof 
er van die liefhebbende en voorzich- 
tige mannen werd vereist. Wat te 
doen als de kerk geen aanvullende 
bijdragen meer vergde en de heili- 
gen hun tiende en gaven niet betaal- 
den? Voor zover ik weet, is dat idee 
nooit serieus overwogen. De alge- 
mene autoriteiten handelden met 
geloof — geloof in God, geloof in 
het geopenbaarde beginsel, geloof in 
ons. Ze hebben nooit achterom ge- 
keken. Dat was een schitterende 
(maar haast onopgemerkte) dag in 
het volwassen worden van De Kerk 
van Jezus Christus van de Heiligen 
der Laatste Dagen. 

Maar om dat besluit te eren, 
moeten wij, als individuele leden 
van de kerk, net zo volwassen zijn. 
Ik wil u graag vijf redenen noemen 
waarom wij allen, rijk of arm, door- 
gewinterd lid of recente bekeerling, 
getrouw onze tienden en gaven 
moeten betalen. 

Ten eerste: betaal het en leer het 



JANUARI 
37 



2 2 




In dit uitzicht vanuit het noordoosten op het centrum van Salt Lake City zijn kantoorgebouwen en gebouwen van 
de kerk te zien. 



uw kinderen en kleinkinderen, de 
opkomende generatie, die, als we 
niet oppassen, op zou kunnen groei' 
en in deze gezegende nieuwe werk- 
wijze van de kerk zonder ook maar 
iets te begrijpen van hoe er gezorgd 
wordt dat er tempels, kerkgebou- 
wen, seminaries en activiteiten ko- 
men. Laat uw kinderen weten dat 
veel van de zegeningen van de kerk 
er zijn omdat u en zij tienden en ga- 
ven aan de kerk geven, en dat die 
zegeningen praktisch niet op een an- 
dere manier mogelijk zijn. 

Neem uw kinderen dan met u mee 
naar de tiendeafrekening aan het ein- 
de van het jaar, zoals de kleinzoon 
van president Howard W Hunter en- 
kele jaren geleden door zijn vader 
werd meegenomen. Bij die gelegen- 
heid maakte de bisschop zijn genoe- 
gen kenbaar dat de jonge broeder 
Hunter een volledige tiende wilde be- 
talen. Terwijl hij de muntjes in ont- 
vangst nam, vroeg hij de jongen of hij 
dacht dat het evangelie waar was. 
Toen de jongen zijn volledige tiende, 
14 cent, overhandigde, zei de zevenja- 
rige dat hij dacht dat het evangelie 



waar was, maar 'het kost wel een boel 
geld.' 3 Maar aan de gebouwen, pro- 
gramma's en materialen die ik heb ge- 
noemd hangt een prijskaartje, en dat 
is een belangrijke les die onze kinde- 
ren al in hun jeugd moeten leren. 

Ten tweede: betaal uw tiende om 
aanspraak te kunnen maken op de 
zegeningen die zijn beloofd aan hen 
die dat doen. 'Beproeft Mij toch 
daarmede, zegt de Here der heer- 
scharen, of Ik dan niet voor u de 
vensters van de hemel zal openen en 
zegen in overvloed over u uitgieten.' 4 
President Joseph F. Smith vertelde al- 
tijd graag het verhaal over zijn moe- 
der, Mary Fielding Smith, die, nadat 
ze in N au voo haar man als martelaar 
was kwijtgeraakt en met vijf vaderlo- 
ze kinderen naar het westen was ge- 
trokken, in haar armoede nog steeds 
haar tiende betaalde. Toen iemand 
op het tiendekantoor eens de mis- 
plaatste suggestie deed dat zij van de 
enige aardappels die ze had kunnen 
oogsten, geen tiende zou moeten ge- 
ven, zei ze tegen die man: 'William, 
je moet je schamen. Zou je mij een 
zegen willen ontzeggen? Als ik mijn 



tiende niet betaalde, zou ik ver- 
wachten dat de Heer mij zijn zegens 
zou onthouden. Ik betaal mijn tien- 
de niet alleen omdat het een wet 
van God is, maar omdat ik verwacht 
ervoor gezegend te worden. [Ik heb 
een zegen nodig.] Door me aan deze 
en andere wetten te houden, ver- 
wacht ik (...) in staat te zijn voor 
mijn gezin te zorgen.' 5 

Ik kan niet alle manieren opnoe- 
men waarop zegeningen zullen volgen 
op gehoorzaamheid aan dit beginsel, 
maar ze zullen komen op een manier 
die veel verder gaat dan alleen het fi- 
nanciële. In mijn leven bijvoorbeeld 
heb ik de vervulling gezien van Gods 
belofte 'Dan zal ik, u ten goede, de 
afvreter dreigen.' 6 Die zegen, bescher- 
ming tegen hem die ons wil vernieti- 
gen, hebben mijn geliefden en ik 
rijkelijk ontvangen, meer dan ik on- 
der woorden kan brengen. Ik geloof 
dat die goddelijke bescherming, ten- 
minste voor een deel, is gekomen 
door ons vaste besluit om individueel 
en als gezin tiende te betalen. 

Ten derde: betaal uw tiende om te 
laten zien dat het bezit van materiële 



L I A H O N A 
38 



goederen en het vergaren van we- 
reldse rijkdom niet het belangrijkste 
doel van uw bestaan is. Een jonge 
echtgenoot en vader die van een 
studenteninkomen leeft, vertelde 
mij onlangs: 'De beslissende mo- 
menten voor ons als heiligen der 
laatste dagen komen wanneer we 
rechtstreeks tegen de stroom in on- 
ze cultuur op moeten zwemmen. 
Tiende betalen is zo'n moment. Ter- 
wijl we in een wereld leven waar het 
verkrijgen van materiële zaken be- 
langrijk is, en wantrouwen in ieder- 
een die of alles wat iets met ons 
geld wil, in de hand wordt gewerkt, 
schudden wij al die zelfzucht af om 
vrijwillig, vol vertrouwen en royaal 
te geven. Door dat te doen, zeggen 
we werkelijk dat we anders zijn, dat 
we Gods eigen volk zijn. In een 
maatschappij die ons voorhoudt dat 
geld het belangrijkst voor ons is, 
zeggen wij nadrukkelijk dat dit niet 

'7 

zo is. 

President Spencer W. Kimball 
heeft eens verteld over een man die 
zich beroemde op zijn grote grondbe- 
zit en enorme eigendommen — bos- 
sen en wijngaarden, kudden en 
velden, vijvers en huizen, allerlei 
soorten bezit. Hij beroemde zich 
daarop, maar tot het einde van zijn 
leven wilde hij er geen tiende van be- 
talen, of zelfs maar erkennen dat het 
gaven van God waren. President 
Kimball sprak toen op de begrafenis 
van die man, en merkte op dat deze 
grootgrondbezitter te ruste werd ge- 
legd in een klein, rechthoekig stuk 
grond, 'ter grootte van de lengte van 
een lange man en de breedte van een 
zware.' 8 Het antwoord op de eeuwen- 
oude vraag: 'Hoeveel heeft hij nage- 
laten?' is: 'Alles' — daar kunt u zeker 
van zijn. We zouden er dus goed aan 
doen om schatten te vergaren in de 
hemel, waar geen belastingen maar 
leerstellingen betekenis geven aan 
woorden als nalatenschap, erfenis, 
testament en wilsbeschikking. 9 

Ten vierde: betaal uw tienden en 
gaven omdat u eerlijk en rechtscha- 
pen bent en ze God rechtmatig toeko- 
men. Een van de opvallendste regels 
in de Schriften is Jehova's krachtig 
gestelde vraag: 'Mag een mens God 
beroven? [Wij vragen:] Waarin 



beroven wij U? [En Hij antwoordt:] 
In de tienden en de heffing.' 10 

Tiende betalen is niet een symbo- 
lisch bedrag geven dat we uit een 
soort liefdadigheid aan God schen- 
ken. Tiende betalen is een schuld in- 
lossen. Ouderling James E. Talmage 
heeft het eens beschreven als een 
contract tussen ons en de Heer. Hij 
stelde zich voor dat de Heer zei: ' "Je 
hebt veel nodig in deze wereld — 
voedsel, kleding, een onderdak voor 
je gezin en jezelf, de normale gemak- 
ken van het leven. (...) Je zult de 
middelen hebben om die dingen te 
verkrijgen; maar onthoud dat ze van 
Mij zijn, en Ik verwacht van jou dat 
je Mij huur betaalt van hetgeen Ik je 
in handen heb gegeven. Je zult ech- 
ter niet je hele leven dezelfde inkom- 
sten hebben, [dus] (...) in plaats van 
wat sterfelijke landeigenaars doen — 
die vereisen dat je vooruit betaalt, 
wat je lotgevallen of vooruitzichten 
ook mogen zijn — zul je Mij [alleen] 
betalen wanneer je wat hebt ontvan- 
gen; en je zult Mij betalen overeen- 
komstig hetgeen je ontvangt. Als het 
zo zou zijn dat je inkomen in een ze- 
ker jaar overvloedig is, dan [zal je 
tien procent] wat meer zijn; en als 
het zo is dat het volgende jaar er een 
van tegenspoed is en je inkomen niet 
is zoals het geweest is, dan [zal je 
tien procent] minder zijn. [Wat de 
omstandigheden ook mogen zijn, de 
tiende zal eerlijk zijn.] " 

'Hebt u ooit een verhuurder ge- 
vonden die bereid was om een 
dergelijk billijk contract met u te 
sluiten?' vraagt ouderling Talmage. 
'Wanneer ik de gulheid van dit alles 
overdenk,' zegt hij, 'krijg ik het ge- 
voel in mijn hart dat ik mijn gezicht 
nauwelijks naar de hemel zou kun- 
nen wenden (...) als ik probeerde 
[God] te onthouden wat [rechtma- 
tig van Hem is].' 11 

Dat brengt ons bij de vijfde re- 
den om onze tienden en gaven te 
betalen. Wij zouden ze moeten be- 
talen als persoonlijke manier om 
onze liefde voor een milddadige en 
barmhartige Vader in de hemel te 
laten zien. Door zijn genade heeft 
God de hongerigen brood gegeven 
en de armen kleding. Op verschil- 
lende tijden horen wij daar allemaal 



bij, hetzij in materiële of in geeste- 
lijke zin. Voor ieder van ons zijn het 
evangelie en de zegeningen ervan 
doorgebroken als het licht van de 
dageraad, en is de duisternis van 
onwetendheid en verdriet, angst en 
wanhoop verdreven. In natie na na- 
tie hebben zijn kinderen geroepen 
en heeft de Heer geantwoord. Door 
de verbreiding van zijn evangelie 
over de wereld, verlicht God de las- 
ten van de vermoeiden en laat Hij 
de verdrukten vrij. Zijn liefhebben- 
de goedheid heeft het leven van on- 
ze leden, rijk of arm, dichtbij of ver 
weg, gemaakt 'als een besproeide 
hof en als een bron, waarvan het 
water niet teleurstelt'. 12 

Ik wil mijn diepste dankbaarheid 
uiten voor alle zegeningen van het 
evangelie, vooral voor de grootste 
van Gods gaven, de verzoenende 
gave van Gods Eniggeboren Zoon. 
Ik weet dat ik de hemel nooit voor 
enige gunst terug kan betalen, maar 
er zijn veel manieren waarop ik 
mijn dankbaarheid moet proberen te 
tonen. Een van die manieren is 
door tienden en vrijwillige gaven te 
betalen. Ik wil iets teruggeven, maar 
ik wil niet (met de woorden van 
koning David) iets geven 'wat niets 
kost'. 13 

Ik getuig dat het beginsel tiende 
van God afkomstig is, verkondigd in 
een schriftuurlijke eenvoud dat zijn 
goddelijke herkomst verraadt. Het is 
mijn gebed dat wij allen deze zegen 
voor altijd veilig stellen. In de naam 
van Jezus Christus. Amen. □ 

NOTEN 

I. Daniël 2:45. 
2.Jesaja29:14. 

3 . Geciteerd door David B. Haight, 
De Ster van oktober 1981, blz. 57. 

4. Maleachi3:10. 

5 . Conference Report, april 1 900, 
blz. 48. 

6. Maleachi3:ll. 

7. Persoonlijke correspondentie. 

8. Conference Report, april 1968, blz. 74. 

9. Zie Matteüs 6:19-21. 

10. Maleachi 3:8. 

II. The Lord's Tenth (brochure, 1968), 
blz. 10-11. 

12. Jesaja 58:11; zie ook Jesaja 58:6-10. 

13. 2 Samuël 24:24. 



JANUARI 
39 



2 2 



De leer van insluiting 



Ouderling M. Russell Ballard 

van het Quorum der Twaalf Apostelen 



'Als wij ware discipelen van de Heer, Jezus Christus, zijn, 
zullen we al onze naasten altijd liefdevol de helpende hand 
bieden. ' 




Het kan een mooie, heldere 
herfstdag als vandaag zijn 
geweest. De Heiland onder- 
richtte een aantal van zijn discipe- 
len, toen een man, die alleen als 
'wetgeleerde' staat aangeduid, 
vroeg: 'Meester, wat moet ik doen 
om het eeuwige leven te beërven?' 

Jezus kende het hart van deze 
man en begreep dat de vraag een 
zwakke poging was om Hem iets te- 
genstrijdigs over de wet van Mozes 
te laten zeggen. 

De Heiland reageerde door zelf 
twee vragen te stellen: 'Wat staat in 
de wet geschreven? Hoe leest gij?' 

Zoals verwacht kon de wetgeleer- 
de de wet citeren: 'Gij zult de Here, 
uw God, liefhebben uit geheel uw 
hart en met geheel uw ziel en met 
geheel uw kracht en met geheel uw 
verstand, en uw naaste als uzelf.' 

'Gij hebt juist geantwoord', zei de 
Heiland. 'Doe dat en gij zult leven.' 



Maar de wetgeleerde was daar 
niet mee tevredengesteld. Hij wist 
dat de Joden strenge regels hadden 
over omgang met mensen die niet 
van hun geloof waren. Daarom wilde 
hij de Heer meer informatie ontlok- 
ken, in de hoop Hem op een tegen- 
strijdigheid te betrappen: 'En wie is 
mijn naaste?' vroeg hij. 

Het was opnieuw tijd voor onder- 
richt. Jezus gebruikte een van zijn 
favoriete en doeltreffendste onder- 
wijsmethoden: een gelijkenis, wel- 
licht een van de geliefdste en 
bekendste gelijkenissen in het hele 
christendom. 

U kent de gelijkenis, dat een man 
vanuit Jeruzalem naar Jericho on- 
derweg was, werd beroofd en half- 
dood achtergelaten. Er kwam een 
priester voorbij aan de overkant; 
ook een Leviet bleef niet staan om 
hem te helpen. Toen zei Jezus: 

'Doch een Samaritaan, die op reis 
was, kwam in zijn nabijheid, en toen 
hij hem zag, werd hij met ontferming 
bewogen. 

'En hij ging naar hem toe, ver- 
bond zijn wonden, goot er olie en 
wijn op; en hij zette hem op zijn ei- 
gen rijdier, bracht hem naar een her- 
berg en verzorgde hem.' 

Toen stelde Jezus de wetgeleerde 
nog een vraag: 'Wie van deze drie 
dunkt u, dat de naaste geweest is 
van de man, die in handen der ro- 
vers was gevallen?' 

En de wetgeleerde antwoordde: 
'Die hem barmhartigheid bewezen 
heeft.' 

Toen gaf Jezus zijn laatste instruc- 
ties aan de wetgeleerde - en aan 



iedereen die de gelijkenis van de 
barmhartige Samaritaan leest: 'Ga 
heen, doe gij evenzo.' (Zie Lucas 
10:25-37.) 

Iedere keer dat ik die gelijkenis 
lees, ben ik onder de indruk van de 
kracht en de eenvoud ervan. Maar 
hebt u zich ooit afgevraagd waarom 
de Heiland een Samaritaan uitkoos 
als held van dit verhaal? Er was nog- 
al wat antipathie tussen de Joden en 
de Samaritanen in de tijd van Chris- 
tus. Onder normale omstandighe- 
den wilden deze twee groepen niets 
met elkaar te maken hebben. Het 
was nog steeds een goede, leerzame 
gelijkenis geweest als de man die in 
de handen van rovers was gevallen, 
door een mede -Jood was gered. 

Uit zijn opzettelijke gebruik van 
Joden en Samaritanen blijkt duide- 
lijk dat we allemaal naasten van el- 
kaar zijn en dat we elkaar moeten 
liefhebben, achten, respecteren en 
dienen, ondanks al onze verschillen 
- waaronder religieuze, politieke en 
culturele verschillen. 

Die instructie maakt ook tegen- 
woordig deel uit van de leringen van 
De Kerk van Jezus Christus van de 
Heiligen der Laatste Dagen. Toen 
hij de belangrijkste leerstellingen 
van de herstelde kerk vermeldde, 
heeft Joseph Smith gezegd: 'Wij ei- 
sen het goed recht de almachtige 
God te vereren volgens de stem van 
ons eigen geweten, en kennen alle 
mensen hetzelfde goed recht toe, 
hoe, waar of wat zij ook mogen vere- 
ren' (Geloofsartikelen 1:11). 

Gelukkig begrijpen veel van onze 
leden deze leer, en leven die in hun 
dagelijks leven na. Ik las onlangs 
een artikel over een tragische dood 
in een gemeenschap hier in Utah. 
De verdrietige weduwe werd geci- 
teerd: 'We zijn overspoeld met hulp. 
We zijn geen lid van de mormoonse 
kerk, maar de plaatselijke wijk heeft 
ons geholpen met maaltijden, ande- 
re hulp en vertroostende woorden. 
Het was een volkomen uitstorting 
van liefde, en daar zijn we dankbaar 
voor.' (The Provo Daily Herald, 'For- 
mer Ute's Death Leaves Wife Coping, 
Wondering', 11 augustus 2001, blz. 
A-3.) 

En zo hoort het ook. Als wij ware 



L I A H O N A 
40 



discipelen van de Heer, Jezus Chris- 
tus, zijn, zullen we al onze naasten 
altijd liefdevol de helpende hand 
bieden, vooral in tijden van nood. In 
de Church News stond onlangs een 
verhaal van twee vrouwen die een 
sterke vriendschapsband hebben, 
een 'Joodse arts uit New York en een 
huismoeder [lid van de kerk] met 
zes kinderen uit Utah, die nu allebei 
in Dallas (Texas) wonen.' 

De zuster uit onze kerk zei: 'Als 
iemand had geprobeerd om met een 
computer te bepalen of onze vriend- 
schap mogelijk was, denk ik niet dat 
we de eerste ronde overleefd zouden 
hebben. (...) 

Een vrouw met een drukke art- 
senpraktijk zou volgens mij weinig 
interesse hebben om over de kleur 
van de servetjes voor de vergadering 
van de schoolraad te praten. 

'Maar onze veronderstellingen 
zijn niet altijd juist - ze kunnen de 
wortels vernietigen van iets dat kan 
bloeien en groeien. Ik ben zo dank- 
baar dat we veronderstellingen aan 
de kant hebben gezet.' ('Unlikely 
Friends Sharing a Lifetime', Church 
News, 18 augustus 2001, blz. 10.) 



Waarnemingen en veronderstel- 
lingen kunnen uitermate gevaarlijk 
en oneerlijk zijn. Er zijn leden van 
onze kerk die niet met een glimlach, 
een handdruk en liefdevol dienstbe- 
toon de helpende hand aan hun 
naasten bieden. Er kunnen mensen 
bij ons in de buurt komen wonen die 
geen lid van de kerk zijn en een 
vooroordeel hebben over de kerk en 
haar leden. Goede buren moeten ui- 
teraard hun uiterste best doen om 
elkaar te begrijpen en vriendelijk 
voor elkaar te zijn, ongeacht gods- 
dienst, nationaliteit, ras of cultuur. 

Soms hoor ik dat leden mensen 
van andere geloofsrichtingen beledi- 
gen door ze te negeren en ze nergens 
bij te betrekken. Dat geldt vooral 
voor gebieden waar de leden in de 
meerderheid zijn. Ik heb gehoord dat 
sommige kleingeestige ouders hun 
kinderen verbieden om met kinderen 
te spelen die geen lid van de kerk zijn. 
Dergelijk gedrag is niet in overeen- 
stemming met de leringen van de 
Heer, Jezus Christus. Ik kan niet be- 
grijpen waarom leden van onze kerk 
zoiets kunnen laten gebeuren. Ik ben 
al mijn hele leven lid van de kerk. Ik 



ben op zending geweest, ik ben twee 
keer bisschop geweest, zendingspresi- 
dent, een van de zeventigen en nu 
ben ik apostel. Ik heb nooit een leer 
van uitsluiting verkondigd - en heb 
die nooit horen verkondigen. Ik heb 
nooit iets anders gehoord dan dat de 
leden van deze kerk aangemoedigd 
worden om liefdevol, vriendelijk en 
verdraagzaam te zijn, en welwillend 
ten opzichte van onze vrienden en 
naasten van andere geloofsrichtingen. 

De Heer verwacht veel van ons. 
Ouders, leer uw kinderen en prakti- 
seer zelf het beginsel insluiting en 
niet uitsluiting vanwege godsdiensti- 
ge, politieke of culturele verschillen. 

Het is waar dat wij in de wereld 
de volheid van het evangelie van Je- 
zus Christus verkondigen, dat door 
middel van de profeet Joseph Smith 
op aarde is hersteld, en dat wij onze 
leden aanmoedigen om met anderen 
over het evangelie te praten en hun 
getuigenis te geven. Maar het is 
nooit het beleid van de kerk geweest 
dat de mensen die niet luisteren of 
onze boodschap niet accepteren ver- 
meden of genegeerd moeten wor- 
den. Het tegenovergestelde is zelfs 




^rtïw». 




JANUARI 2002 
41 



waar. President Gordon B. Hinckley 
heeft ons zelfs herhaaldelijk herin- 
nerd aan deze taak die wij als volge- 
lingen van de Heer, Jezus Christus, 
hebben. Ik citeer er slechts één: 

'Wij zijn allemaal individuen. We 
zijn allemaal anders. Er moet respect 
voor die verschillen bestaan. (...) 

Wij moeten harder werken om, 
ondanks afwijkende leerstellingen en 
denkbeelden, wederzijds respect, ge- 
duld en verdraagzaamheid voor el- 
kaar te ontwikkelen. U en ik zijn het 
misschien niet eens. Maar met re- 
spect en beleefdheid is het mogelijk.' 
(Teachings of Gordon B. Hinckley, blz. 
661,665.) 

Als lid van De Kerk van Jezus 
Christus van de Heiligen der Laatste 
Dagen begrijpen we dat we een Volk 
[Gode] ten eigendom' (1 Petrus 2:9) 
zijn. Onze leerstellingen en geloofs- 
overtuigingen zijn belangrijk voor 
ons. We houden ze stevig vast en 
koesteren ze. Ik zeg niet dat we dat 
niet moeten doen. Onze eigenheid en 
de unieke boodschap van het herstel- 
de evangelie van Jezus Christus zijn 
noodzakelijke elementen om de be- 
volking op aarde een duidelijke keus 
te bieden. Ik wil ook niet adviseren 
dat we relaties aangaan waardoor wij 
of ons gezin geestelijk risico lopen. 
We moeten echter begrijpen dat niet 
iedereen onze leer van de herstelling 
van het evangelie van Jezus Christus 
zal accepteren. Over het algemeen 
zijn onze naasten die geen lid van de 



kerk zijn, goede en eerzame mensen - 
even goed en eerzaam als waar wij 
naar streven. Zij geven om hun gezin, 
net als wij. Ze willen de wereld verbe- 
teren, net als wij. Ze zijn vriendelijke, 
liefdevolle, grootmoedige en trouwe 
mensen - net als waar wij naar stre- 
ven. Bijna 25 jaar geleden heeft het 
Eerste Presidium gezegd: 'Onze bood- 
schap (...) is er een van liefde en zorg 
voor het eeuwig welzijn van alle men- 
sen, ongeacht religieuze achtergrond, 
ras of nationaliteit, in het besef dat 
we waarlijk broeders en zusters zijn, 
omdat we zoons en dochters van de- 
zelfde hemelse Vader zijn.' (Verklaring 
van het Eerste Presidium, 15 februari 
1978.) 

Dat is onze leer - een leer van in- 
sluiting. Dat geloven we. Dat heb- 
ben we geleerd. Door die leer 
behoren wij van alle mensen op aar- 
de de liefdevolste, vriendelijkste en 
verdraagzaamste mensen te zijn. 

Ik wil graag drie eenvoudige din- 
gen noemen die we kunnen doen 
zodat anderen in onze omgeving 
zich niet uitgesloten voelen. 

Ten eerste, leer uw buren kennen. 
Verzamel informatie over hun gezin, 
hun werk en hun zienswijze. Kom 
met hen samen als ze dat willen. 
Wees niet opdringerig en heb geen 
bijbedoelingen. Vriendschap mag 
nooit met een ander doel worden 
ontwikkeld; de vriendschap zelf 
moet het doel zijn. Ik kreeg onlangs 
een brief van een vrouw die pas naar 




Utah verhuisd was. Ik zal een klein 
stukje citeren: 'Ouderling Ballard, ik 
moet zeggen dat als ik mijn buren 
gedag zeg of naar hen zwaai, zij hele- 
maal niet reageren. Als ik ze tijdens 
mijn ochtend- of avondwandeling 
begroet, zeggen ze niets terug. Ande- 
re kleurlingen zeggen dat zij dezelfde 
ervaring hebben.' Als er leden van 
de kerk in haar buurt wonen, moe- 
ten die weten dat dat niet mag ge- 
beuren. Laten wij zinvolle relaties 
van wederzijds vertrouwen en begrip 
ontwikkelen met mensen van andere 
achtergronden en geloofsrichtingen. 

Ten tweede, ik geloof dat het 
goed zou zijn als we een aantal zin- 
sneden uit onze woordenschat zou- 
den verwijderen: 'niet-lid' en 
'niet-mormoon'. Dergelijke woorden 
kunnen vernederend en kleinerend 
zijn. Ik beschouw mijzelf ook niet als 
'niet-katholiek' of 'niet-joods'. Ik 
ben een christen. Ik ben lid van De 
Kerk van Jezus Christus van de Hei- 
ligen der Laatste Dagen. Zo wil ik 
graag genoemd worden - wie en wat 
ik ben, en niet wie ik niet ben. La- 
ten wij de mensen in onze omgeving 
met dezelfde beleefdheid behande- 
len. Als we een algemeen woord wil- 
len gebruiken, is 'buren' of 'naasten' 
in de meeste gevallen gepast. 

En ten derde, als onze naasten 
geïrriteerd of gefrustreerd raken 
door een geschil met De Kerk van 
Jezus Christus van de Heiligen der 
Laatste Dagen of door een wet die 
we om morele redenen steunen, 
raad hen dan niet aan om te verhui- 
zen, ook niet als grapje. Ik kan niet 
begrijpen dat een lid van onze kerk 
zoiets zou kunnen zeggen! De pio- 
niers zijn door onjuist geïnformeerde 
en onverdraagzame mensen van 
plaats tot plaats verdreven. Zij heb- 
ben veel moeilijkheden en vervol- 
gingen moeten doorstaan omdat zij 
anders dachten, handelden en ge- 
loofden dan andere mensen. Als we 
iets van onze geschiedenis hebben 
geleerd, hoop ik dat we respect voor 
de rechten van alle mensen hebben 
geleerd, zodat we in vrede met el- 
kaar kunnen leven. 

Nu wil ik me graag richten tot de 
mensen die geen lid van onze kerk 
zijn. Als er kwesties zijn waar u zich 



L I A H O N A 
42 



zorgen over maakt, laten we daar 
dan over praten. We willen graag 
helpen. Ik hoop echter dat u be- 
grijpt dat onze leerstellingen en le- 
ringen van de Heer afkomstig zijn, 
dus soms moeten we ons erbij neer- 
leggen dat we het niet eens worden, 
maar dat kunnen we op vriendelijke 
wijze doen. In onze gemeenschap- 
pen kunnen en moeten we beleefd 
en beschaafd met elkaar omgaan 
en respect voor elkaar hebben. Hier 
in Utah heeft een groep burgers de 
'Alliance for Unity' (federatie voor 
eenheid) opgericht. Dit initiatief 
wordt door onze kerk en andere ker- 
ken en organisaties gesteund. Een 
van de doelstellingen is 'een samen- 
leving op te bouwen waar verschil- 
lende standpunten erkend en 
gewaardeerd worden.' Misschien is 
er geen beter moment voor de men- 
sen op aarde om met elkaar samen 
te werken. 

Slechts een aantal uren voordat 
Hij aan het pijnlijke, lichamelijke en 
geestelijke proces van de verzoening 
begon, kwam de Heiland met zijn 
discipelen bijeen om aan het Pascha 
deel te nemen - zijn laatste maaltijd 

- en om hun zijn laatste instructies 
te geven. Een van die instructies is 
de inspirerende verklaring die ons 
leven kan veranderen: 'Een nieuw 
gebod geef Ik u, dat gij elkander lief- 
hebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat 
gij ook elkander liefhebt. 

'Hieraan zullen allen weten, dat gij 
discipelen van Mij zijt, indien gij lief- 
de hebt onder elkander' (Johannes 
13:34-35). 

Dat heeft Jezus zijn discipelen 
geleerd - en ook 'een wetgeleerde' 

- door middel van de gelijkenis 
van de barmhartige Samaritaan. 
En dat leert Hij ons tegenwoordig 
door middel van hedendaagse pro- 
feten en apostelen. Heb elkaar lief. 
Wees vriendelijk voor elkaar, on- 
danks grote verschillen. Behandel 
elkaar met respect en fatsoen. Ik 
weet en getuig dat Jezus de Chris- 
tus is, onze Heiland en Verlosser. 
En ik weet dat Hij van ons alle- 
maal verwacht dat wij zijn aan- 
moediging opvolgen om betere 
naasten te worden. In de naam van 
Jezus Christus. Amen. □ 



Priesterschapsbijeenkomst 

6 oktober 2001 



Onze plicht jegens 
Godvervullen 



Ouderling Robert D. Hales 

van het Quorum der Twaalf Apostelen 



( ïk beloof je dat je door het verdienen van de onderscheiding 
Plicht jegens God een levend getuigenis zult ontvangen waar 
je de rest van je leven steun aan zult ontlenen. ' 



Al vele jaren zijn het Eerste Pre- 
sidium en het Quorum der Twaalf 
Apostelen uiterst bezorgd om het 
welzijn van onze jongeren in deze 
moeilijke tijden. Op 28 september 
2001 heeft het Eerste Presidium een 
brief gestuurd aan de priesterschaps- 
leiders in de Verenigde Staten en 
Canada, waarin staat: 

'In januari 2000 hebben wij in ge- 
bieden buiten de Verenigde Staten 
en Canada waar geen scouting was 
een prestatieprogramma voor de 
Aaronische priesterschap geïntro- 
duceerd. Het doel (...) is om de 
jongemannen te helpen met hun 
voorbereiding op het Melchizedeks 
priesterschap, de begiftiging, een 
voltijdzending, het huwelijk en het 
vaderschap. (...) [Dat internationale 
programma blijft van kracht en] is 
nu aangepast voor gebruik in de 
Verenigde Staten en Canada zodat 
het ook de belangrijke rol van scou- 
ting omvat voor de ontwikkeling 
van de jongemannen. (...) [en het 
gaat heten:] Aaronische priesterschap: 
onze plicht jegens God vervullen. 

In drie gidsen — Aaronische pries- 
terschap: onze plicht jegens God vervul- 
len voor diakenen, leraars en priesters 
— wordt het programma uitgelegd. 
Jongemannen die aan de eisen vol- 
doen in al die gidsen, ontvangen de 
onderscheiding Plicht jegens God. 




Wat een vreugde is het om 
voor de priesterschap te 
staan en het koninklijke 
leger van God toe te spreken. Het is 
belangrijk dat wij weten wie wij zijn: 
zonen van God met het Aaronisch 
priesterschap en het Melchizedeks 
priesterschap, hersteld in deze bede- 
ling. Het is belangrijk dat wij weten 
wat wij proberen te bereiken in het 
leven: namelijk met onze gezinsle- 
den terugkeren naar de tegenwoor- 
digheid van onze hemelse Vader. 
Omdat wij daarmee gezegend zijn, is 
het ook belangrijk dat wij onze 
plicht jegens God leren kennen en 
die vervullen. 



JANUARI 2002 
43 



'Wij kondigen ook een nieuw, 
vereenvoudigd jongevrouwenboek 
Mijn persoonlijke vooruitgang aan en 
een herzien boekje Voor de kracht van 
de jeugd. Al dit materiaal is bijge- 
werkt om de jongeren te helpen met 
het ontwikkelen van groter geloof en 
grotere moed in de huidige wereld. 
Verder kondigen wij een Leidraad 
voor ouders en leidinggevenden van jon- 
geren aan om de ouders en leidingge- 
venden te helpen met het sterken 
van onze jongeren. In deze leidraad 
wordt aangegeven hoe belangrijk en 
ondersteunend de rol van de weke- 
lijkse activiteitenavond is. 

'Wij willen dat alle jongemannen 
ernaar streven om de onderschei- 
ding kroonverkenner en de onder- 
scheiding Plicht jegens God te 
verdienen. Wij willen dat alle jonge - 
vrouwen ernaar streven de onder- 
scheiding Voorbeeldige jongevrouw 
te verdienen. Als de jongeren aan 
die doelen werken, zullen ze vaar- 
digheden en eigenschappen ontwik- 
kelen die hen naar de tempel zullen 
leiden en hen voorbereiden op een 
leven vol dienstbaarheid aan hun 
gezin en de Heer. 

'Exemplaren van dit materiaal wor- 
den tegen december 2001 naar alle 
ringen gestuurd voor distributie onder 
de wijken, om in januari 2002 ge- 
bruikt te worden.' (Brief van het Eer- 
ste Presidium, 28 september 2001.) 
Aldus eindigde de gedenkwaardige 
brief van het Eerste Presidium. 

Wij leven in een uiterst moeilij- 
ke periode van de wereldgeschiede- 
nis, waarin Satan heen en weer 
gaat over de aarde onder de kinde- 
ren van God om allerlei soorten 
kwaad te doen en de verlangens 
van ónze rechtvaardige God te 
dwarsbomen. Uit de Schriften leren 
wij dat Satans kwade bedoelingen 
met de mensen op aarde steeds 
erger zullen worden naarmate de 
wederkomst van onze Heer en Hei- 
land, Jezus Christus, naderbij komt. 
(Zie 2 Tessalonicensen 2:1-10; LV 
10:33; 52:14; 86:3-10.) 

Er is nog nooit een tijd in deze 
laatste dagen geweest als nu, waarin 
de boodschap van het Eerste Presi- 
dium en het Quorum der Twaalf zo 
sterk is dat ouders, bisschoppen en 



leidinggevenden van hulporganisa- 
ties ervoor moeten zorgen dat jullie, 
jongemannen, begrijpen wie je bent 
en wat je kunt worden — niet alleen 
in dit sterfelijke leven, maar in de 
eeuwigheid die volgt. 

Door de onderscheiding Plicht je- 
gens God kunnen jongemannen be- 
ter de moeilijkheden van het leven 
aan en kunnen zij beter de doelein- 
den van de Aaronische priester- 
schap bereiken. 

Het Eerste Presidium en het Quo- 
rum der Twaalf Apostelen hebben 
uitgelegd: 'Wij hopen dat je de on- 
derscheiding Plicht jegens God ver- 
dient en dat het een symbool wordt 
van je voorbereiding op het Melchi- 
zedeks priesterschap.' (Aaronische 
priesterschap — diaken: onze plicht je- 
gens God vervullen, [2001], blz. 4.) 

Om de onderscheiding Plicht je- 
gens God te verdienen, behaal je 
doelen op de volgende terreinen: 

• Getrouwheid in priesterschap- 
staken en normen 

• Betrokkenheid bij gezinsactivi- 
teiten 

• Deelname aan quorumactivi- 
teiten 

• Een dienstbetoonproject in het 
kader van de Plicht jegens God uit- 
voeren 

• Doelen behalen in elk van de 
volgende vier categorieën: waarvan 
de kern de priesterschapstaken zijn: 
geestelijke ontwikkeling; lichamelij- 
ke ontwikkeling; scholing, karakter- 
vorming en beroepsplanning; en 
burgerschap en sociale ontwikkeling. 

Als je voldoet aan de vereisten 
van deze priesterschapstaken en ei- 
genschappen, bereid je je voor op de 
Melchizedeks-priesterschapstaken 
en toekomstige uitdagingen. Ik be- 
loof je dat je door het verdienen van 
de onderscheiding Plicht jegens God 
een levend getuigenis zult ontvan- 
gen waar je de rest van je leven 
steun aan zult ontlenen. 

Waar dat wordt aangeboden, kan 
ook de scouting je daarbij helpen. 
Wij moedigen je aan om deel te ne- 
men aan de scouting. Veel scouting- 
vereisten kunnen meetellen voor de 
certificaten Plicht jegens God. 

Scouting maakt deel uit van het 
AP-activiteitenprogramma. De 



onderscheiding Plicht jegens God is 
een priesterschapsonderscheiding 
met vereisten waardoor je je geeste- 
lijk ontwikkelt en je je priester- 
schapstaken uitvoert. 

Enkele grote zegeningen van deze 
programma's zijn dat jullie, jongeren 
van de kerk, duidelijk zullen begrij- 
pen wie jullie zijn; dat je rekenschap 
aflegt voor wat je doet; dat je de 
verantwoording op je neemt voor je 
levenswijze; en dat je in staat bent 
doelen te stellen om te bereiken 
waarvoor je naar de aarde gestuurd 
bent. Wij verzoeken je dringend om 
heel goed je best te doen. 

Jongemannen, ga elke dag op je 
knieën en spreek de verlangens van je 
hart tegenover God uit. Hij is de bron 
van alle wijsheid en zal je gebeden 
verhoren. Wees nederig en bereid om 
te luisteren naar de ingevingen van 
de Geest. Lees dagelijks in de Schrif- 
ten. Versterk je getuigenis. Betaal 
tiende en vastengaven. Gedenk en 
onderhoud de verbonden die je hebt 
gesloten bij de doop, en hernieuw ze 
elke week door deel te nemen aan het 
avondmaal. Als je nu je doopverbon- 
den nakomt, kun je je beter voorbe- 
reiden op de tempelverbonden die je 
in de toekomst zult sluiten. 

Dat is de kern van je plicht je- 
gens God. Door je plicht jegens God 
te vervullen, ben je niet alleen jezelf 
maar ook anderen tot zegen. 

Dienstbetoon is een van de doe- 
len van de Aaronische priester- 
schap. Een van de vereisten voor de 
onderscheiding Plicht jegens God is 
dat je elk jaar een dienstbetoonpro- 
ject doet, dat je de kans biedt om 
een belangrijke dienst te verrichten 
bij je thuis, in de kerk of in de sa- 
menleving. Help en dien je andere 
mensen, dan ontdek je dat de vol- 
gende schrifttekst een erg belangrijk 
deel uitmaakt van het evangelie: 
'Want voor zoverre gij het aan de 
minste van dezen doet, doet gij het 
aan Mij' (LV 42:38). 

Ik hoop dat de ouders en de bis- 
schoppen — die president zijn van 
de Aaronische priesterschap — zul- 
len begrijpen dat de jongemannen en 
de jonge vrouwen voor wie zij verant- 
woordelijk zijn, voorbereid zijn om 
juist in deze tijd naar de aarde te 



A H O N A 
44 



gaan met een heilig en heerlijk doel 
Het is een grote zegening om je te 
kwalificeren voor het Melchizedeks 
priesterschap en het te ontvangen. 
Jullie, jongemannen, hebben een 
edele roeping om rechtschapen 
mannen te worden, in kracht toe te 
nemen en anderen ten goede te 
beïnvloeden. Jullie, jongemannen, 
zijn de toekomst van de kerk. 

Wij hebben allemaal vooruitgang 
geboekt sinds we uit de tegenwoor- 
digheid van onze hemelse Vader naar 
de aarde zijn gegaan. Onze eerste tien 
jaar in dit leven waren een grote leer- 
ervaring. Er werd om ons gegeven en 
voor ons gezorgd. We leerden lopen, 
praten en dit lichaam onder controle 
houden. We leerden wat keuzevrij- 
heid is — dat keuzen gevolgen heb- 
ben. Velen van ons zijn gedoopt toen 
ze acht jaar waren, wat volgens de 
Schriften de leeftijd van verantwoor- 
delijkheid is waarop we goed van 
kwaad kunnen onderscheiden, zodat 
we weten wie wij zijn — kinderen 
van God — waarom we hier op aarde 
zijn, en wat we proberen hier te berei- 
ken. (Zie LV 68:25, 27.) 

Vanaf onze doop tot ons twaalfde 
jaar hebben onze familieleden, pries- 
terschapsleiders en leidinggevenden 
van hulporganisaties ons evangeliebe- 
ginselen en -normen geleerd die ons 
erop voorbereidden om het priester- 
schap te dragen. Het Aaronisch pries- 
terschap wordt het voorbereidende 
priesterschap genoemd. Deze tweede 
tien jaar van ons leven is een periode 
van voorbereiding. Het is een tijd 
waarin we ons voorbereiden om de 
grote beslissingen te nemen die voor 
ons liggen. We bereiden ons voor op 
het Melchizedeks priesterschap, onze 
tempelverbonden en al onze priester- 
schapstaken, zodat we onze plicht je- 
gens God kunnen vervullen. 

De keuzen die je nu doet, hebben 
rechtstreekse gevolgen voor het aan- 
tal en de soort kansen die je in de toe- 
komst krijgt. Elke dagelijkse beslissing 
beperkt of verbreedt je mogelijkhe- 
den. Neem je goede beslissingen in 
deze periode van voorbereiding, dan 
ben je klaar om in de toekomst ook 
goede beslissingen te nemen. 

Bedenk eens op welke terreinen 
je de volgende tien jaar van je leven 



— als je in de twintig bent — beslis- 
singen gaat nemen: al dan niet 
waardig zijn om naar de tempel te 
gaan, zending, studie, beroep, eeuwi- 
ge partner, kinderen. Die tien jaar 
vol beslissingen is geen tijd om bang 
voor te zijn. Het is een tijd om van 
de zegeningen te genieten waarop 
je je hebt voorbereid. 'Wanneer gij 
zijt voorbereid, zult gij niet vrezen' 
(LV 38:30). 

Een van de grootste gaven die je 
bij de doop hebt gekregen, is de gave 
van de Heilige Geest. Met de gave 
van de Heilige Geest kun je geïnspi- 
reerde leiding krijgen om die belang- 
rijke beslissingen te nemen. 

In de voorbereidende periode van 
je leven is het erg belangrijk om 
geestelijke groei tot stand te bren- 
gen, maar ook lichamelijke groei, 
scholing, persoonlijke ontwikkeling, 
beroepsvoorbereiding, sociale en 
burgerschapsvaardigheden. Al die 
eigenschappen behoren tot je pries- 
terschapstaken en daarmee word je 
geholpen met de beslissingen die 
nog voor je liggen in de volgende 
tien jaar van je leven. 



Belangrijk onderdeel van je plicht 
jegens God vervullen is, op elke leef- 
tijd, een discipel van Jezus Christus te 
zijn, wat inhoudt dat je zijn uitnodi- 
ging aanneemt: 'Kom hier, volg Mij' 
(Lucas 18:22). Om de Heiland te vol- 
gen, moeten we weten wie Hij is — 
de Zoon van God — en moeten we 
zijn naam op ons nemen, zijn zoen- 
offer indachtig zijn, en zijn geboden 
onderhouden. We sluiten die verbon- 
den bij de doop, en we hernieuwen 
onze doopverbonden elke keer dat we 
deelnemen aan het avondmaal. 

We leren uit de gebeden van de 
Heiland tot zijn Vader in de hemel 
grote lessen van discipelschap en 
plicht jegens God. In het grote ho- 
gepriesterlijke gebed zegt Hij: 'lic heb 
U verheerlijkt op de aarde door het 
werk te voleindigen, dat Gij Mij te 
doen gegeven hebt' (Johannes 17:4; 
cursivering toegevoegd) . 

Toen Jezus Christus in de Hof 
van Getsemane leed voor de zonden 
van de hele mensheid, bad Hij: 
'Mijn Vader, indien het mogelijk is, 
laat deze beker Mij voorbijgaan; 
doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij 



Een moment van bezinning in het Conferentiecentrum. 




JANUARI 
45 



2 2 




wilt' (Matteüs 26:39; cursivering 
toegevoegd) . 

Discipelschap en plicht jegens 
God zijn ook te zien in het leven 
van profeten overal in de Schriften. 
De lessen die we leren van die profe- 
ten, zijn toe te passen in ons eigen 
leven. 

De jonge Joseph Smith zei: 'Ik ge- 
hoorzaamde, keerde terug naar mijn 
vader in het veld en vertelde hem al- 
les' (Geschiedenis van Joseph Smith 
1:50; cursivering toegevoegd). 

Elia l ging [...] heen en deed naar 
het woord des Heren' (1 Koningen 
17:5; cursivering toegevoegd). 

'En Noach deed het; geheel zoals 
God het hem geboden had, deed 
hij' (Genesis 6:22; cursivering toe- 
gevoegd) . 

Jozua leerde zijn volk: 'Maar ik en 
mijn huis, wij zullen de Here dienen. 
(...) En het volk zeide tot Jozua: De 
Here, onze God, zullen wij dienen, en 
naar zijn stem zullen wij horen (Jozua 
24:15, 24; cursivering toegevoegd) . 

Alma zei: 'O, gedenk, mijn zoon, 
om in uw jeugd wijsheid te leren; ja, 
leer in uw jeugd de geboden van God te 
Onderhouden 1 (Alma 37:35; cursive- 
ring toegevoegd) . 

Het Eerste Presidium en het Quo- 
rum der Twaalf Apostelen hebben 



alle dragers van het Aaronisch pries- 
terschap aangeraden: 

'Je leeft in een tijd met grote moei- 
lijkheden en kansen. Je bent geroepen 
om iets goeds tot stand te brengen in 
de wereld. Als zoon van God kun je, 
met de macht van het Aaronisch 
priesterschap, veel goeds doen. 

'Je kunt dienstbetoon verrichten, 
en van je tijd, talenten en energie 
geven zonder aan een beloning te 
denken. Je kunt priesterschapstaken 
uitvoeren, zoals [het klaarzetten, 
ronddienen en zegenen] van het 
avondmaal, [vastengaven ophalen, 
andere mensen helpen en] op huis- 
onderwijs gaan. Je kunt andere men- 
sen met jouw voorbeeld opbouwen. 
Je kunt jezelf sterken, je geloof en 
getuigenis opbouwen, en het evan- 
gelie naleven terwijl je erover leert 
en andere mensen erover vertelt. 

'Je hebt de opdracht om te leren 
wat je hemelse Vader wil dat je doet, 
en vervolgens je best te doen om 
zijn wil te volgen. (...) 

'De Heer heeft geloof in je en Hij 
heeft een belangrijke opdracht voor 
je. Hij zal je helpen als je je tot Hem 
wendt in gebed. Luister naar de in- 
gevingen van de Geest. Gehoorzaam 
de geboden. Sluit en onderhoud ver- 
bonden die je voorbereiden op de 



tempel. Overleg met je ouders en je 
leiders om doelen te stellen en er- 
naar te streven die te halen. Je krijgt 
een sterk gevoel dat je wat presteert 
als je je plicht vervult en je voorbe- 
reidt op de spannende uitdagingen 
van de toekomst.' (Aaronische pries- 
terschap — priester: onze plicht jegens 
God vervullen [2001], blz. 4-5.) 

Broeders van de Aaronische 
priesterschap, stel nu je doelen en ga 
werken aan het behalen van de on- 
derscheiding Plicht jegens God en 
de onderscheiding kroonverkenner. 
Je zult gezegend worden voor je in- 
spanningen. 

Ik houd van de jeugd van de kerk. 
Ik heb groot respect en veel bewon- 
dering voor de goede keuzen die jul- 
lie dagelijks doen. Jullie zijn zo 
getrouw in deze moeilijke tijden, on- 
danks de vele obstakels die voor je 
liggen. Je bent je aan het voorberei- 
den om in de toekomst vader en 
priesterschapsleider in de kerk te zijn. 

Het is van groot belang dat wij al- 
lemaal inzien dat wij in de laatste be- 
deling, van de volheid der tijden, 
leven — dat wij ons voorbereiden op 
de wederkomst van Jezus Christus en 
dat de tegenstander in deze laatste 
dagen nog meer kwaad op de wereld 
kan loslaten. Het is ons gebed dat alle 
jongeren van de kerk de kracht zullen 
hebben om de vurige pijlen van de te- 
genstander te weerstaan en dat wij, 
als ouders en priesterschapsleiders — 
ja, wij, hun herders — onze kinderen 
tot steun kunnen zijn in hun trouw 
aan het evangelie van Jezus Christus. 

Ik getuig van de waarheid van dit 
werk en van de herstelling van het 
priesterschap in deze laatste dagen. 
Ik beloof je dat je gezegend zult wor- 
den wegens je getrouwheid, en ik 
verklaar samen met de profeet Al- 
ma: 'Ik heb u deze dingen gezegd, 
opdat ik een besef uwer plichten je- 
gens God in u mocht opwekken, op- 
dat gij onberispelijk voor Hem 
moogt wandelen; opdat gij moogt 
wandelen volgens de heilige orde 
Gods' (Alma 7:22). Dat iedere Aa- 
ronisch-priesterschapsdrager zijn 
plicht jegens God zal vervullen en 
eervol zal terugkeren bij zijn hemel- 
se Vader, is mijn gebed. In de naam 
van Jezus Christus. Amen. □ 



L I A H o N A 

46 



Onze plicht 
jegens God 



Ouderling Cecil O. Samuelson 

van de Zeventig 



'Het priesterschap dragen en je plicht jegens God nakomen is 
niet alleen een heel ernstige verantwoordelijkheid, maar ook 
een opmerkelijk voorrecht. ' 



antwoordde Samuël: 'Spreek, want 
uw knecht hoort.' 3 

Wanneer we het leven van Sa- 
muël volgen, kunnen we zien dat hij 
zijn plicht jegens God is nagekomen. 
'Samuël nu groeide op, en de Here 
was met hem en liet geen van zijn 
woorden ter aarde vallen.' 4 Daar- 
door werd Samuël zelf een groot 
profeet en leider. 

Ik hoop dat jullie, jongemannen 
van de Aaronische priesterschap in 
deze tijd, begrijpen dat ook jullie, zo- 
als Samuël, een heilige plicht heb- 
ben jegens God. Samuël had een 
heel goede moeder, Hanna, en een 
geweldige priesterschapsleider, Eli. 
De meesten van jullie hebben ook 
geweldige ouders en geïnspireerde 
priesterschapsleiders, die voor jullie 
zorgen en die klaarstaan om jullie en 
je ouders te helpen bij je streven om 
je plicht jegens God na te komen. 

President Gordon B. Hinckley 
heeft over jullie en over jullie genera- 
tie van jonge mensen gezegd: 'Ik heb 
(...) altijd grote liefde voor de jonge- 
mannen en jonge vrouwen van de 
kerk gehad. (...) We hebben jullie 
erg lief, en bidden voortdurend dat 
wij in staat zullen zijn jullie te hel- 
pen. Jullie leven is vol moeilijke be- 
slissingen, en bovendien vol dromen, 
hoop en verlangens om datgene te 
vinden waardoor je gemoedsrust en 
geluk zult vinden. (...) 

'Ik beloof je dat God je niet in de 
steek zal laten als je doet wat Hij wil 




Als jongeman was ik onder 
de indruk van het verhaal 
in het Oude Testament 
over Samuël, wiens leven door zijn 
dankbare moeder, Hanna, aan God 
was toegewijd. Als jongen ging hij al 
in de tempel wonen om daar te wer- 
ken. Eens werd hij 's nachts drie 
maal door de Heer geroepen, en el- 
ke keer antwoordde hij 'Hier ben 
ik' 1 , menend dat hij was geroepen 
door zijn leraar, de hogepriester Eli. 
Samuël 'kende de Here nog niet; 
nog nooit was hem een woord des 
Heren geopenbaard.' 2 De wijze Eli 
wist dat en begreep dat de Heer de 
jonge knaap had geroepen. Daarom 
leerde hij Samuël hoe hij moest ant- 
woorden, en de volgende keer toen 
hij door de Heer werd geroepen, 



en je laat leiden door zijn geboden.' 5 
Laat ik jullie, met deze belofte 
van de profeet in gedachte, herinne- 
ren aan de hulpmiddelen die de 
kerk jullie biedt om je te helpen je 
plicht jegens God na te komen, zo- 
als ze zijn genoemd door ouderling 
Hales en de brief van het Eerste 
Presidium. De doeleinden van het 
Aaronisch priesterschap dragen er- 
toe bij dat jullie: 

• Je bekeren tot het evangelie 
van Jezus Christus en volgens zijn 
leringen leven. 

• Getrouw werkzaam zijn in 
priesterschapsroepingen en de taken 
vervullen die je hebt uit hoofde van 
je priesterschapsambt. 

• Zinvol dienstbetoon verrich- 
ten. 

• Je voorbereiden op het Melchi- 
zedeks priesterschap en de tempel- 
verordeningen en zo leven dat je die 
kunt ontvangen. 

• Je voorbereiden op een eervolle 
zending. 

• Zo veel mogelijk leren en je er- 
op voorbereiden om een goede 
echtgenoot en vader te worden. 

• Vrouwen, meisjes en kinderen 
respecteren zoals het hoort. 

Door het programma Plicht je- 
gens God kun je deze doeleinden 
van het Aaronisch priesterschap te 
bereiken. Om de onderscheiding 
Plicht jegens God te kunnen krij- 
gen, moet je voldoen aan een aantal 
doelen van het Aaronisch priester- 
schap; verder moet je deelnemen 
aan gezinsactiviteiten, bepaalde 
quorumactiviteiten en een dienstbe- 
toonproject in het kader van een 
Plicht jegens God, een persoonlijk 
verslag bijhouden en persoonlijke 
doelen bereiken in de volgende vier 
categorieën: 

• Geestelijke ontwikkeling 

• Lichamelijke ontwikkeling 

• Scholing, karaktervorming en 
beroepsplanning 

• Burgerschap en sociale ontwik- 
keling 

Als je aan de scouting kunt deel- 
nemen, zul je wel merken dat veel 
van de vereisten voor de scouting 
overeenkomen met wat je moet 
doen voor de onderscheiding Plicht 
jegens God. Zowel van Plicht jegens 



JANUARI 

47 



2 2 




God als van de scoutingactiviteiten 
leren we dat we voorbereid moeten 
zijn op 'elk noodzakelijk' terrein. 6 De 
onderscheidingen Plicht jegens God 
en kroonverkenner [of soortgelijke 
onderscheidingen] vullen elkaar aan. 

Het Eerste Presidium en het 
Quorum der Twaalf hebben jullie 
lief en willen jullie sterken in deze 
steeds moeilijker wordende tijden. 
Daarom hebben ze een vernieuwde 
brochure samengesteld: Voor de 
kracht van de jeugd: onze plicht jegens 
God vervullen, met aanvullend mate- 
riaal voor de jongemannen, jonge- 
vrouwen, ouders en leiders. 

Als jullie, jongemannen van de 
Aaronische priesterschap, ernaar 
streven de onderscheiding Plicht 
jegens God te behalen, zoals de 
jonge vrouwen ook aan hun per- 
soonlijke vooruitgang werken, zul- 
len jullie ook samen met hen als 
getuigen van God staan. Dat getui- 
genis komt tot uitdrukking in wat 
je zegt, maar ook in hoe je leeft en 
de geboden onderhoudt. 

Je weet dat de onderscheiding 
Plicht jegens God te ontvangen niet 
het uiteindelijke doel is, maar dat 
het erom gaat dat je die eigenschap- 
pen verwerft waardoor je je beter 
kunt richten op je plicht jegens God. 



Deze eigenschappen zullen je op het 
juiste spoor houden om de gedrags- 
normen na te leven en klaar te zijn 
voor de heilige taken en kansen die 
vóór je liggen. Door die eigenschap- 
pen kun je nu gelukkig, rein en sterk 
zijn, en je ook voorbereiden op be- 
langrijke gebeurtenissen voor de 
eeuwigheid, zoals de zegeningen van 
de heilige tempel ontvangen, op zen- 
ding gaan en uiteindelijk aan een 
goede partner worden verzegeld in 
het huis des Heren. 

Toen Alma de mensen in het land 
Gideon onderwees, maakte hij het 
volgende duidelijk in woorden die 
nog steeds dezelfde betekenis heb- 
ben: 'Nu, mijn geliefde broederen, ik 
heb u deze dingen gezegd, opdat ik 
een besef uwer plichten jegens God 
in u mocht opwekken, opdat gij on- 
berispelijk voor Hem moogt wande- 
len; opdat gij moogt wandelen 
volgens de heilige orde Gods, naar 
welke orde gij zijt ontvangen.' 7 

Jullie die het priesterschap hebt 
ontvangen, zullen willen wandelen 
volgens deze 'heilige orde' waarin je 
bent geroepen en geordend. Je 
merkt dat er bij elke zegening die is 
beloofd, verantwoordelijkheid 
hoort. Door aan die verantwoorde- 
lijkheid te voldoen, krijg je de gele- 
genheid om anderen te dienen en 
jezelf geestelijk te ontwikkelen. Dat 
zijn belangrijke stappen in je ont- 
wikkeling om meer op Jezus te gaan 
lijken. 

De Heiland, die alles voor ons 
heeft geleden, heeft moeilijkheden 
gehad die lijken op sommige proble- 
men waarmee wij te maken krijgen 
in onze jaren als Aaronisch-priester- 
schapsdrager. 8 Je weet nog wel van 
Jezus' ervaring op de leeftijd waarop 
de meesten van ons diaken worden. 
Hij was met zijn familie en anderen 
naar de tempel gegaan. Toen het tijd 
werd om naar huis te gaan, was Hij 
niet bij Maria en Jozef. Ze zullen wel 
hebben aangenomen dat hij bij an- 
dere goede vrienden of familieleden 
was. Pas toen Hij er nog steeds niet 
was, werden ze ongerust. Als goede 
ouders deden Maria en Jozef wat jul- 
lie ouders onder dergelijke omstan- 
digheden zouden hebben gedaan: 
ze gingen Hem zoeken. Ze vonden 



Jezus in de tempel, en waarschijnlijk 
zullen alleen ouders en grootouders 
hun gemengde gevoelens kunnen 
begrijpen toen Maria en Jozef 
merkten dat Hij veilig was, maar 
ook een beetje verbaasd waren 
door zijn reactie. Heeft een van jul- 
lie wel eens zoiets meegemaakt? We 
kennen allemaal het gesprek dat 
volgde: 'En toen zij Hem zagen, 
stonden zij versteld en zijn moeder 
zeide tot Hem: Kind, waarom hebt 
Gij ons dit aangedaan? Zie, uw va- 
der en ik zoeken U met smart! En 
Hij zeide tot hen: Waarom hebt gij 
naar Mij gezocht? Wist gij niet, dat 
Ik bezig moet zijn met de dingen 
mijns Vaders?' 9 

Jezus had kunnen zeggen: Weet u 
niet dat ik mijn plicht jegens God 
vervul? 

Volgens president Harold B. Lee 
is de betekenis van Jezus' antwoord 
te vinden in afdeling 64 van de Leer 
en Verbonden. 10 President Lee heeft 
gezegd: 'Als iemand priesterschaps- 
drager wordt, dan wordt hij een ver- 
tegenwoordiger van de Heer. Hij 
moet van zijn roeping begrijpen dat 
hij bezig is met het werk van de 
Heer. Dat is wat het groot maken 
van het priesterschap betekent. Stel 
u voor dat de Meester ieder van u 




A H O N A 
48 



die vraag stelt, zoals die Jongen het 
Jozef en Maria vroeg: Wist gij niet, 
dat ik bezig moet zijn met de dingen 
mijns Vaders? Wat u ook doet vol- 
gens de wil de Heren, is de zaak des 
Heren.' 11 Daarom is het priester- 
schap dragen en je plicht jegens God 
nakomen niet alleen een heel ernsti- 
ge verantwoordelijkheid, maar ook 
een opmerkelijk voorrecht. 

Soms kun je het gevoel hebben 
dat je ouders en leiders reageren 
zoals Maria en Jozef. Lucas schrijft, 
na Jezus' antwoord in de vorm van 
zijn belangrijke vraag over de din- 
gen van zijn Vader: 'En zij begrepen 
het woord niet, dat Hij tot hen 
sprak.' 12 

Let toch goed op wat Jezus deed! 
Het is een voorbeeld van wat wij 
moeten doen als we werkelijk onze 
plicht jegens God willen vervullen. 
'En Hij ging met hen terug en kwam 
te Nazaret en was hun onderdanig. 
(...) En Jezus nam toe in wijsheid 
en grootte en genade bij God en 
mensen.' 13 

Je moet bedenken dat je plicht je- 
gens God heel duidelijk verbonden 
is met je plicht jegens je eigen fami- 
lieleden, in het bijzonder je ouders. 
Door niet alleen God onderworpen 
en onderdanig te zijn zoals het be- 
hoort, maar ook onze ouders en 
priesterschapsleiders, kunnen we on- 
ze plicht jegens God werkelijk ver- 
vullen. Mogen wij allen zoals Samuël 
zijn, die tot de Heer zei: 'Spreek, 
want uw knecht hoort.' 14 In de naam 
van Jezus Christus. Amen. D 

NOTEN 

1. Ziel Samuël 3:4-8. 

2. 1 Samuël 3:7. 

3. 1 Samuël 3:10. 
4.1 Samuël 3:19. 

5. 'Advies en een gebed van een profeet 
voor jongeren', Liahona, april 2001, blz. 30. 

6. Zie LV 88:119. 

7. Alma 7:22. 

8. Zie Alma 7:11 en LV 18:11. 

9. Lucas 2:48-49. 

10. Zie LV 64:29. 

11. Harold B. Lee, Stand Ye in Holy 
Places (1974), blz. 255. 

12. Lucas 2:50. 

13. Lucas 2:51-52. 

14. 1 Samuël 3:10. 



Dankbaarheid 



Ouderling Steven E. Snow 

van de Zeventig 




'Onze dankbaarheid kan groter worden als we steeds denken 
aan onze zegeningen en in ons dagelijks gebed daarvoor danken. 1 



'Wil je mij vertellen', antwoordde 
de man, 'dat jij woont op twee en 
een half uur rijden van een van de 
zeven wereldwonderen en dat je er 
nog nooit bent geweest!' 

'Dat klopt', zei Paul. 

Even later antwoordde de man: 
'Nou, ik kan dat wel begrijpen. Mijn 
vrouw en ik wonen al meer dan 
twintig jaar in Manhattan en we zijn 
nog nooit naar het vrijheidsbeeld 
geweest.' 

'Ik wel', zei Paul. 

Is het geen ironie dat we vaak ve- 
le kilometers willen rijden om de 
wonderen van de natuur of om de 
creaties van mensen te bekijken, 
maar de schoonheid in onze eigen 
achtertuin niet opmerken? 

Ik veronderstel dat het in de 
menselijke aard ligt om ons geluk er- 
gens anders te zoeken. Het najagen 
van een carrière, rijkdom en materie 
kan ons perspectief verduisteren en 
leidt vaak tot een gemis aan waarde- 
ring voor onze huidige overvloedige 
zegeningen. 

Het is riskant om ons te blijven 
afvragen waarom ons niet meer is 
gegeven. We worden echter geze- 
gend en nederiger als we blijven stil- 
staan bij de vraag waarom we zoveel 
hebben gekregen. 

Een oud gezegde luidt: 'We zijn 
rijk als we met weinig tevreden zijn.' 

In zijn brief aan de Filippenzen 
schreef Paulus: 'Niet dat ik dit zeg, 
als zou ik gebrek lijden; want ik heb 
geleerd met de omstandigheden 
waarin ik verkeer, genoegen te ne- 
men' (Filippenzen 4:11). 

Alma gaf zijn zoon Helaman de 
raad die alle vaders hun kinderen 



Sommigen van ons die in het zui- 
den van Utah zijn opgegroeid, 
zochten werk bij de vele tank- 
stations langs de oude verkeersweg 91 
die toen door het centrum van St. 
George liep. Mijn jongere broer, Paul, 
was toen 18 en werkte bij Tom's Ser- 
vice, een tankstation, ongeveer drie 
straten van ons huis verwijderd. 

Op een goede dag in de zomer 
kwam een auto met een kenteken- 
plaat van New York daar tanken. 
(Voor broeders onder de dertig: in die 
tijd kwam er echt iemand naar buiten 
die je tank vulde met benzine, je ra- 
men waste en je oliepeil nakeek.) 
Terwijl Paul de voorruit schoonmaak- 
te, vroeg de bestuurder hoe ver het 
was naar de Grand Canyon. Paul ant- 
woordde dat het 274 kilometer was. 

'Ik heb mijn hele leven de Grand 
Canyon al willen zien', riep de man 
uit. 'Hoe is het daar?' 

'Ik weet het niet', antwoordde 
Paul. 'Ik ben er nog nooit geweest.' 



JANUARI 
49 



2 2 




Boven; Leden van de quorums der Zeventig luisteren naar een conferentiebijeenkomst. 



behoren te 
Heer in alles 
u ten goede 
u des nacht 



geven: 'Raadpleeg de 
wat gij doet, en Hij zal 
leiden; ja, wanneer gij 

s nederlegt, leg u dan 



.** 




wÈmm 

mBÊ : - "'■ 




ü». 






V4«i«-i' 




UT W É 










^BÈÈÈÈÈÈËÈÈ 


?*** • * | 




4?3»e , ■ 


.HoL' 










neder in des Heren hoede, opdat Hij 
in uw slaap over u moge waken; en 
wanneer gij des morgens opstaat, 
laat uw hart dan vol dankbaarheid 
tot God zijn; en indien gij deze din- 
gen doet, zult gij ten laatsten dage 
worden verheven' (Alma 37:37). 

Alma zegt: 'Laat uw hart vol 
dankbaarheid tot God zijn'. De Heer 
wil dat we danken. In Tessalonicen- 
zen lezen we: 'Dankt in alles, want 
dat is de wil Gods in Christus Jezus 
ten opzichte van u' (1 Tessalonicen- 
zen 5:18). 

Als priesterschapsdrager behoren 
we voortdurend te streven naar meer 
dankbaarheid. Onze dankbaarheid 
kan groter worden als we steeds den- 
ken aan onze zegeningen en in ons 
dagelijks gebed daarvoor danken. 

President David O. McKay heeft 
gezegd: 'De jongeman die de deur 
achter zich sluit, de gordijnen dicht- 
trekt en daar in stilte God om hulp 
smeekt, behoort eerst zijn hart uit te 
storten in dankbaarheid voor zijn 
gezondheid, vrienden, dierbaren, 
voor het evangelie, voor het teken 
van Gods bestaan. Eerst behoort hij 



zijn zegeningen te tellen en ze één 
voor één te noemen.' (Conference 
Report, april 1961, blz. 7-8.) 

We doen er goed aan in al onze 
gebeden onze dankbaarheid te ui- 
ten. Vaak bidden we om bepaalde 
zegeningen die we, met ons beperkte 
inzicht, menen nodig te hebben. 
Omdat de Heer gebeden beant- 
woordt volgens zijn wil, zal Hij zeker 
verheugd zijn als we nederige dank- 
gebeden opzenden. 

Broeders, laten we de volgende 
keer als we bidden, de Heer niet het 
ene verzoek na het andere doen, 
maar zo attent zijn om Hem te be- 
danken voor alles waarmee Hij ons 
heeft gezegend. 

President Joseph E Smith heeft 
gezegd: 'De geest van dankbaarheid 
is altijd aangenaam en bevredigend, 
want daarmee gepaard gaat de be- 
reidheid om anderen te helpen; lief- 
de, vriendschap en goddelijke 
invloed zijn het gevolg. Men zegt dat 
dankbaarheid het geheugen van het 
hart is.' (Joseph F. Smith, Gospel 
Doctrine, 5 de editie [1939], blz. 262.) 

In oktober 1879 werd een groep 



L i 



A H O N A 
50 



van 237 heiligen der laatste dagen 
uit diverse, kleine nederzettingen in 
het zuidwesten van Utah geroepen 
om een nieuwe nederzetting te ves- 
tigen in wat we nu kennen als San 
Juan County in het zuidoosten van 
Utah. De tocht moest eigenlijk zes 
weken duren, maar duurde bijna 
een halfjaar. Hun strijd en hun hel- 
dendaden zijn goed vastgelegd, met 
name hun schijnbaar onmogelijke 
opdracht om de rivier de Colorado 
over te steken bij een plaats die 
Hole-in-the-Rock heet. Wie daar 
geweest zijn, verbazen zich erover 
dat aangespannen wagens door die 
nauwe spleet in de rode rotsen kon- 
den afdalen en de Colorado in de 
diepte bereiken. Toen ze echter de 
Colorado waren overgestoken, 
wachtten hun nog zware beproevin- 
gen op weg naar San Juan County. 
Moe en uitgeput stonden ze begin 
april 1880 voor hun laatste obstakel, 
Comb Ridge. Dat is een steile berg- 
kam van bijna 305 meter hoog. 

120 jaar later hebben we op een 
zonnige lentedag met ons gezin 
Comb Ridge beklommen. De berg- 
kam is steil en gevaarlijk. We kon- 
den ons moeilijk voorstellen dat 
wagens, trekdieren, mannen, vrou- 
wen en kinderen die konden be- 
klimmen. Maar onder onze voeten 
bevonden zich de sporen van de 
wielen, het bewijs van hun inspan- 
ningen, zo lang geleden. Hoe voel- 
den ze zich na zo veel te hebben 
doorstaan? Waren ze verbitterd na 
die vele maanden van ploeteren en 
ontberingen? Bekritiseerden ze hun 
leiders dat die hun zo'n zware taak 
hadden gegeven, dat ze zoveel 
moesten opgeven? Onze vragen 
werden beantwoord toen we de top 
van Comb Ridge bereikten. Daar 
stonden de woorden, zo lang gele- 
den in de rode zandsteen gekrast: 
'Wij danken U, o God'. 

Broeders, ik bid dat ons hart ver- 
vuld mag blijven van dankbaarheid 
en waardering voor wat we hebben, 
en dat we niet blijven stilstaan 
bij wat we niet hebben. Ik bid dat 
wij, priesterschapsdragers, dankbaar 
zullen zijn in alles wat we doen. 
In de naam van Jezus Christus. 
Amen. D 




vormen of voortzetten 



Ouderling Keith K. Hilbig 

van de Zeventig 



'Wanneer we op rechtvaardige wijze met heel ons hart dienen, 
(.-. .) versterken we onze priesterschapsschakel en verhinden 
we hem nog vaster met hen die ons zijn voorgegaan en die ons 
zullen volgen. ' 



en dienst doen in het koninkrijk, 
waardoor ze gezinnen van generatie 
op generatie met elkaar verbinden. 
Over uw individuele schakel in die 
priesterschapsketen wil ik vanavond 
spreken. 

-In elke bedeling werd aan getrou- 
we mannen het priesterschap gege- 
ven om de doeleinden van de Heer 
te bewerkstelligen. De Schriften ver- 
halen hoe het priesterschapsgezag 
van profeet op profeet werd doorge- 
geven, beginnend bij Adam. 

Wij maken figuurlijk deel uit van 
die priesterschapsketen die teruggaat 
tot de begintijd van de aarde. Elk 
van ons is nu echter letterlijk betrok- 
ken bij de uiterst belangrijke taak om 
onze eigen sterke priesterschapsscha- 
kel te vormen, waardoor we met on- 
ze eigen voorvaders en ons eigen 
nageslacht worden verbonden. 

Als iemand er niet in slaagt het 
Melchizedeks priesterschap te ont- 
vangen of het te eren, zal zijn scha- 
kel ontbreken, en zal het eeuwig 
leven onbereikbaar zijn. (Zie LV 
76:79; 84:41-42.) Daarom is de gro- 
te taak die wij als kerk verrichten, 
de boodschap van de herstelling te 
brengen aan allen die bereid zijn te 
luisteren en allen voor te bereiden 
die verlangen naar de zegeningen 
van het priesterschap en de tempel. 

Dat wij vanavond het voorrecht 
hebben om het priesterschap van 
God te dragen, vindt zijn oorsprong 




In deze grote menigte priester- 
schapsdragers, hier en over heel 
de wereld bijeengekomen, zitten 
verschillende generaties — tiendui- 
zenden zoons, vaders, grootvaders 
en zelfs overgrootvaders — die allen 
geloof in Christus hebben, ernaar 
streven zijn geboden te onderhou- 
den en Hem verlangen te dienen. 

Sommigen maken deel uit van 
een lange traditie van mannen die 
het priesterschap dragen in de loop 
van jaren. Anderen zijn in hun fami- 
lie de eersten die het priesterschap 
van God draagt. Maar allen hebben 
de gelegenheid — en de verant- 
woordelijkheid — om een keten te 
vormen of voort te zetten van goede 
mannen die het priesterschap eren 



JANUARI 
51 



2 2 



in ons voorsterfelijk bestaan. De pro- 
feet Alma legde uit wie de mannen 
waren die op aarde tot het Melchize- 
deks priesterschap zijn geordend: 

'Zij waren volgens de voorkennis 
van God wegens hun buitengewoon 
groot geloof en goede werken sedert 
de grondlegging der wereld geroepen 
en voorbereid; in de eerste plaats wa- 
ren zij vrijgelaten goed of kwaad te 
kiezen; zij hebben het goede gekozen 
en een zeer groot geloof geoefend, en 
daarom werden zij geroepen met een 
heilige roeping (...)' (Alma 13:3). 

Het is al lang de bedoeling van de 
Heer dat u een vormer of voortzet- 
ter bent van de keten van getrouwe 



priesterschapsdragers in uw familie. 
Door uw geloof en verstandig ge- 
bruik van uw keuzevrijheid — in het 
voorsterfelijk bestaan en in dit ster- 
felijk bestaan — werd het u moge- 
lijk de 'heilige roeping' tot het 
priesterschap te ontvangen. 

De profeet Joseph Smith heeft in 
1844 gezegd: 

'Eenieder die een roeping heeft 
om tot de inwoners der aarde te pre- 
diken, is tot dat doel reeds geordend 
in de grote raadsvergadering in de 
hemel vóór deze wereld bestond.' 
(Teachings of the Prophet Joseph Smith, 
bezorgd door Joseph Fielding Smith, 
blz.365.) 




Of u nu de eerste in uw familie 
bent of tot de vijfde generatie be- 
hoort die het priesterschap draagt, 
we zijn allen naar de aarde gekomen 
met een persoonlijk erfdeel van ge- 
trouwheid en voorsterfelijke orde- 
ning. Dat te weten, geeft ons een 
sterk verlangen om het priester- 
schap altijd te eren en zodoende een 
familie van vele generaties in de 
kerk en in het celestiale koninkrijk 
te vormen of voort te zetten. 

Vaak definiëren we priesterschap 
als de macht en bevoegdheid om in 
Gods naam op aarde te handelen. 
Maar de Heiland, ons gezin en onze 
medemens dienen behoort ook tot de 
definitie van het priesterschap. De 
Heiland verlangt van ons dat we ons 
priesterschap in de eerste plaats uit- 
oefenen om anderen tot zegen te zijn. 
We kunnen onszelf niet dopen of een 
zegen geven, en evenmin kunnen wij 
de tempelverordeningen voor onszelf 
verschaffen. Maar iedere priester- 
schapsdrager heeft anderen nodig om 
zijn priesterschapsgezag en -macht in 
liefde uit te oefenen en eenieder van 
ons te helpen met zijn geestelijke 
vooruitgang. 

Ik heb de kans gehad om het be- 
lang van dienstbetoon door het 
priesterschap niet alleen te leren 
door te kijken hoe mijn grootvader, 
vader en broer hun roeping groot 
maakten, maar ook te leren van de 
broeders in mijn wijk die voor mij 
een voorbeeld van een goed pries- 
terschapsdrager waren. 

Toen ik pas als leraar in het Aaro- 
nisch priesterschap was geordend, 
was mijn eerste huisonderwijscollega 
Henry Wilkening, een hogepriester 
die bijna 60 jaar ouder was dan ik. Hij 
was een Duitse immigrant, schoen- 
maker van beroep, klein van gestalte, 
maar een energieke en getrouwe her- 
der voor de gezinnen die ons waren 
toegewezen. Bij onze maandelijkse 
bezoeken draafde ik achter hem aan, 
want hij leek altijd sneller te lopen en 
trappen te beklimmen dan ik kon. We 
kwamen bij mensen in moeilijke situ- 
aties die voor mij, met mijn be- 
schermde leventje, nog nieuw waren. 
Hij verwachtte van mij dat ik elke 
keer een deel van de les gaf en dat ik 
alle afspraken maakte, maar meestal 



AH O NA 

52 



luisterde en keek ik naar hem wan- 
neer hij broeders en zusters hielp met 
uiteenlopende geestelijke en sociale, 
economische en emotionele behoef- 
ten, die ik als veertienjarige nog niet 
had gekend. 

Ik ben gaan beseffen hoeveel goeds 
één getrouwe priesterschapsdrager 
kan doen. Ik heb gezien hoe broeder 
Wilkening een sterke priesterschaps- 
schakel voor zichzelf smeedde door 
zijn liefhebbende dienstbetoon aan 
die gezinnen in nood — en aan mij in 
mijn jeugd. 

De vele priesterschapsdragers naar 
wie ik heb gekeken toen ik opgroeide, 
hebben mij geleerd dat dienstbetoon 
door het priesterschap aan anderen 
niet afhangt van een bepaalde titel of 
specifieke roeping of officiële functie 
in het koninkrijk. Die gelegenheid 
komt juist door en is een deel van het 
feit dat iemand het priesterschap van 
God heeft ontvangen. 

President J. Reuben Clark jr. heeft 
tijdens de algemene conferentie van 
april 1951 wijselijk het volgende ge- 
zegd: 'Bij onze dienst aan de Heer 
gaat het er niet om waar u Hem dient 
maar hoe. In De Kerk van Jezus 
Christus van de Heiligen der Laatste 
Dagen neemt iemand de plaats in 
waarvoor hij of zij op de juiste wijze 
wordt geroepen, een plaats die ie- 
mand niet verlangt of weigert.' (Con- 
ference Report, april 1951, blz. 154.) 

Wanneer we op rechtvaardige wij- 
ze met heel ons hart dienen, welke 
taak ons ook wordt gegeven, verster- 
ken we onze priesterschapsschakel en 
verbinden we hem nog vaster met 
hen die ons zijn voorgegaan en die 
ons zullen volgen. 

Ik geef plechtig getuigenis van de 
goddelijke aard en het zoenoffer van 
de Heiland, en van de herstelling 
van zijn priesterschap, dat wij mogen 
dragen — en ik bid dat iedere zoon 
en vader die aan deze bijeenkomst 
deelneemt, vanavond zal besluiten 
om de Heer te dienen door het 
priesterschap getrouw te eren en 
door zijn persoonlijke schakel stevig 
vast te maken aan de priesterschaps- 
keten die hem, zijn voorvaders en 
zijn nageslacht voor eeuwig aan el- 
kaar zal verbinden. In de naam van 
Jezus Christus. Amen. D 



'Een grote zaak' 



President James E. Faust 

van hét Quorum der Twaalf Apostelen 



'Mogen we allemaal trouw zijn in de alledaagse, gewone 
dingen, waarmee we tonen dat we de gedragsnormen naleven, 
want daardoor komen we in aanmerking voor grote zaken. ' 




Geliefde broeders, van de pries- 
terschap Gods overal ter we- 
reld, ik vind het fijn tot u 
gerekend te worden. Vanavond wil ik 
de priesterschap van de kerk opwek- 
ken tot meer toewijding bij de zaken 
die geloof, karakter en spiritualiteit 
ontwikkelen. Het zijn de normale 
verplichtingen van de priesterschap 
waaraan we dagelijks, wekelijks, 
maandelijks — jaar in, jaar uit — be- 
horen te voldoen. Het werk van de 
kerk is afhankelijk van fundamentele 
zaken als tiende betalen; de zorg voor 
gezin en priesterschapstaken; de zorg 
voor de armen en behoeftigen; dage- 
lijks bidden, de Schriften bestuderen; 
gezinsavond; huisonderwijs, deelna- 
me aan quorumactiviteiten; en de 
tempel bezoeken. Als de president 
van de kerk ons roept, zouden we 
klaar moeten en kunnen staan, en 
bereid zijn om 'een grote zaak' te 



doen, zoals meebouwen aan de Nau- 
voo-tempel, maar velen zijn niet zo 
enthousiast over sommige fundamen- 
tele zaken. 

We kennen allemaal het verhaal 
uit het Oude Testament over 
Naaman, de legeroverste van de 
Arameeërs, die melaats was. Een 
Israëlitisch dienstmeisje vertelde de 
vrouw van Naaman dat er in Israël 
een profeet was die hem kon gene- 
zen. Naaman kwam met zijn paar- 
den en wagens naar het huis van 
Elisa, die een boodschapper stuurde 
met instructies voor Naaman: 'Ga 
heen en baad u zevenmaal in de 
Jordaan, dan zal uw lichaam weer 
gezond worden en gij zult rein zijn.' 1 

Jongens, jullie weten wel hoe laat 
het is als je je handen aan je moeder 
laat zien: zij zegt dat je ze moet was- 
sen! Maar Naaman was geen jongen. 
Hij was de overste van het Arameese 
leger en hij voelde zich beledigd dat 
Elisa hem gelastte zich in de Jordaan 
te gaan wassen. Dus 'werd Naaman 
toornig en ging heen.' 2 Een van Naa- 
mans dienaren die wijsheid bezat, 
was het niet met hem eens en zei: 'Zo 
die profeet tot u een grote zaak ge- 
sproken had, zoudt gij ze niet gedaan 
hebben? Hoeveel te meer, nu hij tot u 
gezegd heeft: Was u en gij zult rein 
zijn?' 3 Toen bekeerde Naaman zich en 
volgde de raad van de profeet op. De 
melaatsheid verdween 'en zijn li- 
chaam werd weer gezond als het 
lichaam van een kleine jongen, en 
hij was rein.' 4 'Een grote zaak' was in 
dit geval buitengewoon eenvoudig en 
gemakkelijk. 



JANUARI 
53 



2 2 




In de hedendaagse geschiedenis 
van de kerk kennen we tegengestelde 
voorbeelden van mannen die de 
Heer rijk gezegend had. Een van hen, 
Hyrum Smith, bleef volkomen trouw 
en toegewijd, zelfs tot in de dood, ter- 
wijl de ander, Oliver Cowdery, on- 
danks het feit dat hij getuige was 
geweest van een aantal grote zaken 
in de geschiedenis van de herstelling, 
werd verblind door zijn persoonlijke 
ambities en zijn hoge positie in de lei- 
ding van de kerk verloor. 

Oliver Cowdery heeft met de pro- 
feet Joseph Smith veel diepgaande 
gebeurtenissen van de herstelling 
meegemaakt, zoals hun doop onder 
gezag van Johannes de Doper, de 
verlening van het Aaronisch pries- 
terschap, de wonderbare verschij- 
ningen in de Kirtland- tempel, en hij 
heeft eigenhandig '(op een paar 
bladzijden na) het hele Boek van 
Mormon opgeschreven zoals de pro- 
feet [Joseph Smith] hem dicteerde.' 5 
Niemand, behalve de profeet, is 
meer gezegend met de bediening 
van engelen dan Oliver Cowdery. 

Maar toen de profeet Joseph 
moeilijkheden ondervond, had Oli- 
ver kritiek op hem en raakte van 
hem vervreemd. Ondanks de pogin- 
gen van de profeet om vriendschap 
met hem te sluiten, stond hij vijan- 
dig tegenover de profeet en de kerk. 



en hij werd op 12 april 1838 geëx- 
communiceerd. 

Een paar jaar na de dood van de 
profeet bekeerde Oliver zich en liet 
merken dat hij in de kerk terug wil- 
de komen. Daarop schreef Brigham 
Young hem op 22 november 1847 
een uitnodiging om 'tot het huis van 
onze Vader terug te keren, waarvan 
u bent afgedwaald, (...) en om uw 
getuigenis van de waarheid van het 
Boek van Mormon te hernieuwen.' 6 
Oliver verscheen voor het hoge- 
priestersquorum en zei: "Broeders, 
een aantal jaren ben ik van u ge- 
scheiden geweest. Ik verlang er nu 
naar om terug te keren. Ik wil nede- 
rig en een van u zijn. - — Ik streef 
niet naar status. Ik wil slechts bij u 
horen. — Ik ben uit de kerk, ik ben 
geen lid van de kerk, ik wil weer lid 
worden. Ik wil door de deur binnen- 
komen. Ik ken de deur. Ik ben hier 
niet gekomen om met voorrang be- 
handeld te worden. Ik kom nederig 
en onderwerp me aan het besluit 
van het quorum — want ik weet dat 
hun besluiten goed zijn en gehoor- 
zaamd moeten worden.' 7 

Hij gaf ook zijn getuigenis: 'Vrien- 
den en broeders, mijn naam is Cow- 
dery, Oliver Cowdery. In het begin 
van de geschiedenis van deze kerk 
was ik één met u. (...) In mijn han- 
den heb ik de gouden platen gehad 



waarvan het Boek van Mormon ver- 
taald is. Ik heb ook de uitleggers vast- 
gehouden. Dat boek is waar. Sidney 
Rigdon heeft het niet geschreven. De 
heer Spaulding heeft het niet ge- 
schreven. Ik heb het zelf opgeschre- 
ven zoals de profeet het dicteerde.' 8 
Hoewel Oliver terugkwam, verloor 
hij zijn hoge plaats in de kerk. 

In tegenstelling daarmee, heeft 
president Heber J. Grant over Hyrum 
Smith gezegd: 

'Er bestaat geen beter voorbeeld 
van de liefde van een oudere broer 
dan die van Hyrum Smith voor de 
profeet Joseph Smith. (...) Ze waren 
zo één, zo toegenegen en liefdevol 
als stervelingen maar konden zijn. 
(...) Er was nooit een sprankje af' 
gunst in het hart van Hyrum Smith. 
Geen enkele man kon in leven of 
dood loyaler, oprechter, trouwer zijn 
dan Hyrum Smith aan de profeet 
van de levende God.' 9 

Hij kwam tegemoet aan elke be- 
hoefte en elk verzoek van zijn jonge- 
re broer, Joseph, die de kerk leidde 
en de openbaringen ontving die wij 
nu hebben. Hyrum was standvastig, 
dag in, dag uit, maand in, maand 
uit, jaar in, jaar uit. 

Na de dood van hun broer Alvin, 
voltooide Hyrum het houten huis 
voor hun ouders. Toen Joseph de 
gouden platen had ontvangen, zorg- 
de Hyrum voor de houten kist waar- 
in ze werden opgeborgen en veilig 
waren. Toen de platen vertaald wa- 
ren, vertrouwde Joseph het manu- 
script voor de drukker aan Hyrum 
toe. Hyrum bracht de bladzijden, 
vaak in gezelschap van Oliver Cow- 
dery, dagelijks naar de letterzetter en 
weer terug. 10 

Hyrum werkte als boer en arbei- 
der om zijn gezin te onderhouden, 
maar toen de kerk in 1830 georgani- 
seerd was, aanvaardde hij de roeping 
om de gemeente Colesville te presi- 
deren. Hij trok met zijn vrouw en 
gezin in bij het gezin van Newell 
Knight en besteedde veel tijd 'aan 
de verkondiging van het evangelie, 
waar hij maar iemand trof die wilde 
luisteren.' 11 Hij was zo'n goede zen- 
deling dat hij niet alleen in de buurt 
van zijn huis predikte, maar ook aan 
de oostkust en in het zuiden van de 



A H O N A 



54 



Verenigde Staten. In 1831 ging hij 
met John Murdock naar Missouri en 
weer terug en verkondigde onder- 
weg het evangelie. 12 

Toen de bouw van de Kirtland- 
tempel in 1833 in zicht kwam, nam 
Hyrum onmiddellijk zijn zeis ter 
hand om onkruid van het perceel 
van de tempel te verwijderen en hij 
begon het fundament te graven. 
Toen in 1834 Zionskamp werd geor- 
ganiseerd, assisteerde Hyrum Lyman 
Wight bij de werving van deelne- 
mers aan het kamp en leidde hij een 
groep heiligen van Michigan naar 
Missouri. 

Toen hij zo zijn trouw in kleine 
dingen bewezen had, werd Hyrum in 
december 1834 assistent-president 
van de kerk. Hij werkte onder lei- 
ding van zijn jongere broer, de pro- 
feet Joseph. Hij was altijd een bron 
van kracht en troost voor zijn broer, 
hetzij in de kerk, hetzij in de gevan- 
genis van Liberty. Toen de vervol- 
gingen losbraken en Joseph in 1844 
vluchtte voor de bende in Nauvoo, 
ging Hyrum met hem mee. Toen ze 
op de oever van de rivier stonden na 
te denken of ze terug zouden gaan, 
wendde Joseph zich tot Hyrum met 
de vraag: 'Jij bent de oudste, wat 
zullen we doen?' 

'Laten we teruggaan, onszelf aan- 
geven en zien wat er gebeurt', ant- 
woordde Hyrum. 13 

Ze keerden terug naar Nauvoo en 
werden naar Carthage overgebracht, 
waar ze enkele minuten na elkaar als 
martelaar stierven. Hyrum was zijn 
taak trouw gebleven tot in de dood. 
In alle opzichten was hij een discipel 
van de Heiland. Maar door zijn 
trouw door dik en dun werd hij wer- 
kelijk groot. In tegenstelling daarmee 
was Oliver Cowdery groots toen hij 
de platen in zijn handen hield en 
door engelen bediend werd, maar 
toen van hem gevraagd werd trouw 
te blijven door de aanhoudende be- 
proevingen en moeilijkheden heen, 
wankelde Oliver en werd hij afvallig. 

We bewijzen onze liefde voor de 
Heiland niet alleen maar door 'een 
grote zaak' te doen. Zou jij gaan als 
de profeet je vroeg op zending te 
gaan in de een of andere uitheemse 
plaats? Je zou misschien je uiterste 



best doen om te gaan. Maar hoe zit 
het met het betalen van tiende. Hoe 
zit het met huisonderwijs? We tonen 
onze liefde voor de Heiland door 
kleine daden van geloof, toewijding 
en vriendelijkheid jegens anderen 
die ons karakter verfijnen. Dat heb- 
ben we heel goed gezien in het leven 
van dr. George R. Hill III, voormalig 
algemeen autoriteit, die een paar 
maanden geleden is gestorven. 

Ouderling Hill was een gezagheb- 
bende op het gebied van steenkool 
en een bekend wetenschapper. Hij 
ontving veel onderscheidingen en 
eerbewijzen voor zijn wetenschappe- 
lijke prestaties. Hij was faculteits- 
voorzitter aan het College of Mines 
and Mineral Resources and Enviro- 
tech, en hoogleraar techniek aan de 
University of Utah. Maar als per- 
soon was ouderling Hill nederig, be- 
scheiden en volkomen toegewijd. 
Hij is bisschop geweest van drie ver- 
schillende wijken en regionaal verte- 
genwoordiger voordat hij geroepen 
werd als algemeen autoriteit. Na zijn 
ontheffing als algemeen autoriteit, 
werd hij raadgever in een bisschap 



van een wijk. Terwijl zijn gezond- 
heid achteruit ging, was hij nog di- 
recteur van de conservenfabriek van 
de ring en lid van een wijkkoor. Hij 
vervulde die laatste roepingen met 
dezelfde toewijding als alle andere. 
Hij deed waarvoor hij geroepen was 
— het hoefde niet 'een grote zaak' 
te zijn. 

Een vriend heeft eens gezegd: 'Als 
we onze talenten, onze aardse of aca- 
demische eer, of onze steeds beperk- 
tere tijd op het altaar aan God 
offeren, verbindt ons hart zich met 
Hem door dat offer en voelen we 
hoe onze liefde voor Hem toeneemt.' 

'Welk werk we in het koninkrijk 
ook doen — lesgeven, gedroogde 
groenten inblikken op Welfare 
Square — het heeft veel minder 
waarde voor ons als we het alleen 
zien als iets wat moet. (...) Maar als 
we ons voorstellen dat we onze ta- 
lenten of onze tijd op het altaar voor 
God leggen, zoals een bijeenkomst 
in de kerk die eigenlijk niet gelegen 
komt, dan wordt ons offer persoon- 
lijk en een eerbetoon aan Hem,' 14 

Een verhaal van onze dierbare 




s 

*» " a *» 



JANUARI 
55 



2 2 



ambtgenoot, ouderling Henry B. 
Eyring, illustreert dat beginsel van 
toewijding nog beter. Dat verhaal 
gaat over zijn vader, de grote geleer- 
de Henry Eyring, die werkzaam was 
in de hoge raad van de ring Bonne- 
ville. Hij was verantwoordelijk voor 
de welzijnsboerderij, wat ook inhield 
dat er op een veld uien onkruid 
gewied moest worden. In die tijd 
was hij bijna tachtig en leed hij aan 
botkanker. Hij nam het wieden op 
zich, hoewel hij zoveel pijn had dat 
hij zich op zijn buik en ellebogen 
voortbewoog. Door de pijn kon hij 
niet knielen. Toch glimlachte en 
lachte hij, praatte hij vrolijk met de 
anderen die op die dag onkruid 
wiedden. Ik citeer nu wat ouderling 
Eyring over die gebeurtenis heeft 
gezegd: 

'Toen al het werk gedaan was en 
al het onkruid gewied was, zei ie- 
mand tegen hem: "Mijn hemel, 
Henry! Dat onkruid heb je er toch 
zeker niet uitgetrokken? Dat is twee 
dagen geleden bespoten, en het zou 
toch zijn doodgegaan." 

'Pa lachte alleen maar hard. 
Hij vond het een beste grap. Hij 
vond het een grote grap. Hij had 
de hele dag het verkeerde onkruid 



uitgetrokken. Het was bespoten en 
zou toch doodgaan. 

'Ik vroeg hem: "Pa, hoe kon u dat 
nou leuk vinden?" 

(...) Hij zei iets wat ik nooit zal 
vergeten. (...) Hij zei: "Hal, ik was 
daar niet voor het onkruid." ' 15 

Kleine zaken kunnen groot wor- 
den. De televisie, een grote zegen 
voor de mensheid, is uitgevonden 
door een tiener in Idaho die met een 
schijfeg rechte voren ploegde op het 
land van zijn vader. Hij stelde zich 
voor dat hij rechte lijnen van het 
ene elektronische apparaat naar het 
andere kon overbrengen. 16 Vaak zien 
we de mogelijkheden niet als we 
schijnbaar kleine dingen doen. Die 
veertienjarige jongen deed gewoon, 
alledaags werk toen hij dat buiten- 
gewone idee kreeg. Zoals Nephi eens 
gezegd heeft: 'En zo zien wij, dat de 
Her e met kleine middelen grote din- 
gen teweeg kan brengen.' 17 

Jongemannen, jullie vormen een 
uitverkoren generatie met een veel- 
belovende toekomst. De toekomst 
kan eisen dat je wedijvert met ande- 
re jongemannen op een wereldwijde 
markt. Je hebt een speciale opleiding 
nodig. Je kunt voor een opleiding 
worden gekozen, niet vanwege de 




een of andere buitengewone presta- 
tie of een grote zaak, maar omdat je 
kroonverkenner bent, de onder- 
scheiding 'Plicht jegens God' hebt 
gekregen, omdat je je seminarie 
hebt afgemaakt of op zending bent 
geweest. 

In de gelijkenis van de talenten 
kreeg degene die zijn talenten ver- 
meerderd had, te horen: 'Wél ge- 
daan, gij goede en getrouwe slaaf; 
over weinig zijt gij getrouw geweest, 
over veel zal ik u stellen; ga in tot 
het feest van uw heer.' 18 Mogen we 
allemaal trouw zijn in de alledaagse, 
gewone dingen, waarmee we tonen 
dat we de gedragsnormen naleven, 
want daardoor komen we in aan- 
merking voor grote zaken. In de 
naam van Jezus Christus. Amen. □ 

NOTEN 

1. 2 Koningen 5:10. 

2. 2 Koningen 5:12. 

3. 2 Koningen 5:13. 

4. 2 Koningen 5:14. 

5. Reuben Miller, dagboek, 1848-1849, 
kerkelijke archieven, 21 oktober 1848. 

6. Brief van Brigham Young aan Oliver 
Cowdery, 22 november 1847, aangehaald 
door Susan Eaton Black in Wko's Who in 
the Doctrine and Covenants, blz. 76. 

7. Miller, dagboek, 1848-1849, kerke- 
lijke archieven, november 1848. 

8. Miller, dagboek, 1848-1849, kerke- 
lijke archieven, 21 oktober 1848. 

9. Heber J. Grant, 'Hyrum Smith and 
His Distinguished Posterity', Improvement 
Era, augustus 1918, blz. 854-855. 

10. Ronald K. Esplin, 'Hyrum Smith: 
The Mildness of a Lamb, the Integrity of 
Job', Ensign, februari 2000, blz. 32. 

11. 'Newell Knight's Journal', uit 
'Scraps of Biography' in Classic Experiences 
and Adventures (1969), blz. 65. 

12. Zie LV 52:8-10. 

13. Zie 'Hyrum Smith — Patriarch' 
geciteerd in Ensign, februari 2000, blz. 36. 

14. James S. Jardine, On Becoming a 
DiscipleScholar, blz. 80. 

15. Henry B. Eyring, 'Waiting upon the 
Lord', BYU, haardvuuravond, 30 septem- 
ber 1990, blz. 7-8. 

16. Verhaal over Philo Farnsworth, 
'Dr. X's Instant Images', U S. News & 
World Report, 17 augustus 1998, blz. 44. 

17. 1 Nephi 16:29. 

18. Matteüs 25:23. 



L I A H O N A 

56 



De plicht roept 



President Thomas S. Monson 

Eerste raadgever in het Eerste Presidium 




'Wij hebben allen de plechtige taak om het priesterschap te eren 
en om vele dierbare zielen tot de Heer te brengen.' 



gehoor geven aan onze plicht ge- 
woon angstaanjagend is. Ik heb 
zoiets ervaren in de dagen voor de 
Algemene Conferentie van april 
1966. Dat is 35 jaar geleden, maar ik 
kan het me nog levendig herinneren. 

Ik had de opdracht om tijdens een 
van de conferentiebijeenkomsten te 
spreken, en ik had een boodschap 
voorbereid en uit het hoofd geleerd, 
getiteld 'Uw Goliat ontmoeten'. Die 
was gebaseerd op het verhaal van het 
beroemde gevecht tussen David en 
Goliat in lang vervlogen tijden. 

Toen kreeg ik een telefoontje van 
president David O. McKay. Het ge- 
sprek ging ongeveer als volgt: 'Broe- 
der Monson, hier is president McKay. 
Hoe gaat het met u?' 

Ik antwoordde: 'O, met mij gaat 
het goed, president, en ik kijk uit 
naar de conferentie.' 

'Dat is waar ik over bel, broeder 
Monson. De bijeenkomst van zater- 
dagmorgen zal zondag nogmaals 
worden uitgezonden, als paasbood- 
schap van ons aan de wereld. Ik zal 
over een onderwerp spreken dat bij 
Pasen past, en ik zou graag willen 
dat u datzelfde thema in die belang- 
rijke bijeenkomst behandelt.' 

'Natuurlijk, president. Dat zal ik 
graag doen.' 

Toen begon de reikwijdte van dat 
korte gesprek pas goed tot me door 
te dringen. Opeens was 'Uw Goliat 
ontmoeten' niet zo geschikt als paas- 
boodschap. Ik wist dat ik me hele- 
maal opnieuw moest voorbereiden. 
Er was nog maar weinig tijd. Mijn 
'Goliat' stond nu werkelijk voor me. 

Die avond maakte ik de keukenta- 
fel leeg en zette mijn schrijfmachine 



Mijn beste broeders, het is 
een enorme verantwoor- 
delijkheid, maar voor mij 
ook een formidabel voorrecht, om 
gehoor te geven aan de opdracht om 
u vanavond toe te spreken. De alge- 
mene conferentie, inclusief de alge- 
mene priesterschapsbijeenkomst, 
waar we naar hebben uitgekeken — 
of we nu hier zijn of hem volgen via 
de satelliet of de televisie — brengt 
vreugde in ons hart. 

De Heer heeft duidelijk gezegd wat 
onze verantwoordelijkheid is, en Hij 
heeft ons in afdeling 107 van de Leer 
en Verbonden een plechtige opdracht 
gegeven: 'Laat daarom nu eenieder 
met zijn plicht bekend worden, en het 
ambt waartoe hij is aangesteld, met 
alle ijver leren uitoefenen." 

Soms is de vervulling van onze 
plicht, gehoor geven aan een godde- 
lijke roeping of op een ingeving van 
de Geest reageren, niet al te moei- 
lijk. Maar het komt ook voor dat het 



op tafel, en een flinke stapel schrijf- 
papier, met naast me een behoorlijke 
prullenmand om alle valse starts op 
te vangen die zulke voorbereidingen 
begeleiden. Ik begon om 7 uur 's 
avonds en had om 1 uur 's nachts 
nog niet één regel geschreven waar ik 
tevreden over was. De prullenbak 
was vol, maar mijn geest beslist niet. 
Wat moest ik doen? De klok tikte 
door — en niet zo zachtjes ook. Ik 
onderbrak mijn werk om te bidden. 

Spoedig daarna dacht ik aan het 
verdriet van mijn buren, Mark en 
Wilma Shumway, om het verlies van 
hun jongste kind, kort geleden. Ik 
dacht bij mezelf: Misschien zou ik 
rechtstreeks tot hen kunnen spreken en 
daarbij tot alle anderen, want wie heeft 
niet iemand verloren die hem dierbaar 
is en reden gehad om te treuren? Mijn 
vingers haastten zich over het toet- 
senbord van de schrijfmachine, 
maar ze konden mijn gedachten 
nauwelijks bijhouden. 

Toen het eerste flauwe morgen- 
licht door ons keukenraam viel, had 
ik mijn boodschap klaar. Nu restte 
nog de taak om hem uit het hoofd 
te leren en aan de wereld te bren- 
gen. Zelden heb ik zo geworsteld om 
aan een opdracht van de profeet te 
voldoen. Ik zal die ervaring nooit 
vergeten. 

Twee monumentale schriftplaat- 
sen kwamen in me op aan het einde 
van die conferentiebijeenkomst, U 
kent ze beide, broeders. Ze hebben 
geen uiterste geldigheidsdatum. 
Eeuwen geleden heeft Nephi gezegd: 
'Ik zal heengaan en doen, wat de 
Here heeft bevolen, want ik weet, 
dat de Here geen geboden aan de 
kinderen der mensen geeft, zonder 
tevens de weg voor hen te bereiden, 
zodat zij zullen kunnen volbrengen, 
wat Hij hun gebiedt'. 2 

De tweede is deze belofte van de 
Heer zelf aan u en aan mij uit de 
Leer en Verbonden: 'Ik zal voor uw 
aangezicht uitgaan. Ik zal aan uw 
rechterhand en aan uw linkerhand 
zijn, en mijn Geest zal in uw hart 
zijn, en mijn engelen zullen rondom 
u zijn om u te bemoedigen.' 3 

Velen van ons die hier vanavond 
bij elkaar zijn dragen het Melchize- 
deks priesterschap, terwijl anderen 



JANUARI 2002 

57 




Conferentiegangers, met op de achtergrond de waterval buiten een raam 
op het zuiden in het Conferentiecentrum. 



het Aaronisch priesterschap dragen. 
Wij hebben allen de plechtige taak 
om het priesterschap te eren en hard 
te werken om vele dierbare zielen tot 
de Heer te brengen. We denken er- 
aan dat Hij heeft gezegd: 'Gedenkt, 
dat de waarde van zielen groot is in 
Gods ogen.' 4 Doen we alles wat we 
behoren te doen? Herinneren we ons 
dan ook die woorden van president 
John Taylor: 'Als u uw roeping niet 
grootmaakt, zal God u verantwoorde- 
lijk stellen voor hen die u had kunnen 
redden als u uw plicht had gedaan.' 5 

Het verlangen om iemand anders 
te helpen, de zoektocht naar een 
verloren schaap, zal niet altijd on- 
middellijk succes hebben. Soms is de 
vooruitgang langzaam — zelfs on- 
merkbaar. Dat was ook de ervaring 
van Gill Warner, met wie ik al heel 
lang bevriend ben. Hij was pas als 
bisschop geroepen toen Douglas, 
een lid uit zijn wijk dat op zending 
was, een overtreding beging, waarna 
hem het lidmaatschap van de kerk 
werd ontnomen. Zijn vader was be- 
droefd; zijn moeder was totaal van 
de kaart. Douglas verhuisde kort 
daarna naar een andere staat. De ja- 
ren vlogen voorbij, maar bisschop 
Warner, die intussen hogeraadslid 
was, bleef zich afvragen wat er van 
Douglas geworden was. 

In 1975 bezocht ik de ringconfe- 
rentie van de ring van broeder War- 
ner. Zondagmorgen vroeg hielden we 
een priesterschapsleidersvergadering. 



Ik sprak over het disciplinaire sys- 
teem van de kerk en dat het nodig 
was om ernstig en liefdevol te wer- 
ken aan de redding van wie ook 
maar was afgedwaald. Gill Warner 
stak zijn hand op en schetste kort 
het verhaal van Douglas. Tenslotte 
stelde hij me een vraag: 'Behoort het 
nog steeds tot mijn taak om Douglas 
terug te brengen in de kerk?' 

Gill herinnerde me er later aan dat 
ik zijn vraag direct en zonder aarze- 
ling had beantwoord: Ik had gezegd: 
'Aangezien je zijn vroegere bisschop 
bent en hem kende en van hem hield, 
zou ik denken dat je alles zal willen 
doen om hem terug te brengen.' 

Zonder dat Gill Warner dat wist, 
had de moeder van Douglas de week 
daarvoor gevast en gebeden dat er 
iemand naar voren zou komen die 
haar zoon zou helpen redden. Gill 
hoorde dat toen hij, na de vergade- 
ring, het gevoel kreeg dat hij haar 
moest bellen om te vertellen dat hij 
had besloten hulp te bieden. 

Gill begon zijn lange reis van ver- 
lossing. Hij nam contact op met 
Douglas. Ze haalden herinneringen 
op aan de gelukkige tijd van weleer. 
Hij gaf zijn getuigenis, betuigde zijn 
liefde en wekte langzaamaan ver- 
trouwen. Het ging allemaal heel 
langzaam. Vaak raakte hij ontmoe- 
digd, maar stap voor stap bleek 
Douglas vooruitgang te maken. Uit- 
eindelijk werden zijn gebeden beant- 
woord, zijn pogingen beloond en de 



overwinning behaald. Douglas' doop 
werd goedgekeurd. 

De doopdatum werd vastgesteld, 
de leden van het gezin kwamen bij 
elkaar en de vroegere bisschop Gill 
Warner vloog naar de stad waar 
Douglas woonde en verrichtte de 
verordening. 

Door de liefde in zijn hart en met 
verantwoordelijkheidsgevoel voor 
een vroegere priester in het Aaro- 
nisch priesterschap — het quorum 
dat hij presideerde — was bisschop 
Warner 'uitgegaan om te redden', 
zodat er niet één verloren zou gaan. 

Er kunnen er nog wel meer zijn, 
maar ik heb zelf drie bisschoppen ge- 
kend die, toen ze hun wijk presideer- 
den, een priestersquorum van 48 of 
meer jongemannen hadden — met 
andere woorden: een volledig pries- 
tersquorum volgens de definitie in de 
Schriften. Die drie bisschoppen wa- 
ren Alvin R. Dyer, Joseph B. Wirthlin 
en Alfred B. Smith. Lieten zij zich 
door hun taak van de wijs brengen? 
Helemaal niet. Door hun ijverige in- 
zet en met hulp van liefhebbende ou- 
ders en de zegeningen van de Heer, 
leidden die bisschoppen elk lid van 
hun priestersquorum — vrijwel zon- 
der uitzondering — tot de ordening 
tot ouderling in het Melchizedeks 
priesterschap, een zending en een 
huwelijk in de tempel des Heren. Nu 
zijn broeder Dyer en broeder Smith 
hun eeuwige rust ingegaan, maar ou- 
derling Joseph B. Wirthlin, lid van 
het Quorum der Twaalf Apostelen, is 
vanavond hier. Ouderling Wirthlin, 
uw dienstbetoon en leiding aan deze 
jongemannen, die intussen ouder zijn 
geworden, zullen we nooit vergeten. 

Als jongen van twaalf was ik secre- 
taris van mijn diakenenquorum. Ik 
denk met plezier terug aan de vele 
opdrachten die wij als leden van dat 
quorum hebben mogen uitvoeren. Ik 
denk dan meteen aan het avondmaal 
ronddienen, de maandelijkse vasten- 
gaven inzamelen en voor elkaar zor- 
gen. Maar er gebeurde iets vreselijks 
bij de leidersvergadering van onze 
wijkconferentie. Die werd gepre- 
sideerd door William F. Perschon, lid 
van ons ringpresidium. Hij riep een 
aantal wijkfunctionarissen naar voren 
om te spreken. Toen stond president 



L I A H O N A 
58 



Perschon zonder enige waarschuwing 
op en zei: 'We zullen nu horen van 
Thomas S. Monson, secretaris van het 
diakenenquorum, die ons verslag zal 
doen van zijn werk en zijn getuigenis 
zal geven.' Ik kan me niets meer her- 
inneren van wat ik heb gezegd, maar 
ik ben die ervaring nooit vergeten. 

Broeders, denk altijd aan de ver- 
maning van de apostel Petrus: 
'[Wees] altijd bereid tot verantwoor- 
ding aan al wie u rekenschap vraagt 
van de hoop, die in u is'. 6 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog 
had ik het voorrecht om president 
van het lerarenquorum te zijn. Men 
vroeg mij de raad uit Leer en Ver- 
bonden 107:86 uit het hoofd te le- 
ren en vervolgens toe te passen: 'En 
zo is het de plicht van de president 
over het ambt van leraar om [de] 
leraars te presideren, met hen in 
raadsvergadering bijeen te komen, 
en hun de plichten van hun ambt te 
onderwijzen, zoals de verbonden dit 



aangeven.' Ik heb mijn best gedaan 
om naar die opdracht te leven. 

In dat quorum was een jongeman, 
Fritz Hoerold. Hij was klein van ge- 
stalte maar groot in moed. Kort nadat 
Fritz 17 was geworden, gaf hij zich op 
voor de marine van de Verenigde Sta- 
ten en ging hij naar de opleiding. Hij 
kwam op een groot oorlogsschip in 
een aantal van die bloedige gevech- 
ten op de Stille Oceaan terecht. Het 
schip liep zware schade op en veel op- 
varenden werden gedood of gewond. 

Fritz keerde na zo'n gevecht naar 
huis terug en kwam weer in ons lera- 
renquorum. De adviseur van het 
quorum vroeg hem ons toe te spre- 
ken. Hij zag er schitterend uit in zijn 
blauwe uniform met oorlogsonder- 
scheidingen. Ik weet nog dat ik Fritz 
vroeg of hij een goede raad voor ons 
had. We waren per slot van rekening 
van dezelfde leeftijd. Met een zure 
glimlach antwoordde hij: 'Geef je 
nooit als vrijwilliger op!' 



Ik heb Fritz vanaf die tijd niet 
meer gezien tot ik, enkele jaren gele- 
den, een artikel in een tijdschrift las 
over diezelfde zeegevechten. Ik vroeg 
me af of Fritz Hoerold nog zou leven, 
en zo ja, of hij ergens in Salt Lake 
City woonde. Via een telefoontje 
vond ik hem, en ik stuurde hem het 
tijdschrift. Hij en zijn vrouw bedank- 
ten me. Aangezien ik erachter was 
gekomen dat Fritz nog niet tot ouder- 
ling was geordend en dus nog nooit 
naar de tempel was geweest, schreef 
ik hem een brief om hem aan te moe- 
digen zich klaar te maken voor de ze- 
geningen van de tempel. Tweemaal 
zagen we elkaar toevallig bij een res- 
taurant. Zijn lieve echtgenote, Joyce, 
spoorde me telkens aan: 'Blijf aan die 
man van mij werken.' Zijn dochters 
zeiden dat ze het met de aansporing 
van hun moeder eens waren. Ik ging 
door met aanmoedigen. 

Een paar weken geleden zag ik bij 
de familieberichten in de krant dat 



Het Mormoons Tabernakelkoor verzorgt de muziek tijdens drie bijeenkomsten van de algemene conferentie. 




JANUARI 2 00 2 



59 



Joyce, de vrouw van Fritz, was over- 
leden. Wat wenste ik dat ik meer 
succes had gehad met mijn privé- 
project om Fritz naar de tempel te 
krijgen. Ik noteerde de tijd en plaats 
van de begrafenisdienst van zuster 
Hoerold, verzette andere afspraken 
en ging naar de dienst. Beiden lieten 
we wel wat tranen. Hij vroeg mij om 
als laatste te spreken. 

Toen ik opstond om te spreken, 
keek ik Fritz en zijn gezin aan en zei: 
'Fritz, ik ben hier vandaag als presi- 
dent van het lerarenquorum waar jij 
en ik eens lid van waren.' Ik hield 
hem voor hoe hij en zijn gezin een 
'eeuwig gezin' konden worden door 
de tempelverordeningen — verorde- 
ningen waarin ik beloofde te officie- 
ren wanneer het zover zou zijn. 

Terwijl ik tranen van emotie on- 
derdrukte besloot ik mijn woorden 
door tegen Fritz te zeggen, terwijl zijn 
gezin en alle aanwezigen het konden 
horen en zien: 'Fritz, mijn goede 
vriend en medematroos, jij hebt 
moed, jij bent vastbesloten. Je hebt je 
leven voor je land in de waagschaal 
gesteld in een tijd van gevaar. Fritz, 
nu moet je naar de fluit van de boots- 
man luisteren: "Allemaal aan boord 
— anker lichten — voor je reis naar 
de verhoging." Joyce wacht daarginds 
op jou. Ik weet dat jouw lieve kinde- 
ren en kleinkinderen voor je bidden. 
Fritz, als president van je lerarenquo- 
rum van lang geleden zal ik me er 
met hart en ziel voor inzetten om er 
zeker van te zijn dat je de boot niet 
mist die jou en je geliefden naar cele- 
stiale heerlijkheid zal brengen.' 

Ik gaf hem de marinegroet. Fritz 
stond op en salueerde terug. 

Broeders, moge eenieder van ons 
gehoor geven aan dat makkelijk te 
onthouden versje: 'Doe je plicht, dat 
kun je best. Dan zorgt de Heer wel 
voor de rest.' Dat bid ik in de naam 
van Jezus Christus. Amen. □ 

NOTEN 

1. LV 107:99. 

2. lNephi3:7. 

3. LV 84i88. 

4. LV 18:10. 

5. Deseret News Semiweekly, 6 augustus 
1878, blz. 1. 

6. 1 Petrus 3:15. 



Bukken om iemand 
anders op te richten 



President Gordon B. Hinckley 



'Laten we ons hart openstellen, laten we andere mensen 
oprichten, laten we onze portemonnee opendoen, laten we 
meer liefde tonen voor onze naasten. ' 



uitverkoren geslacht, een koninklijk 
priesterschap' (1 Petrus 2:9). 

Broeders, laten we het priester- 
schap dat we dragen waardig zijn. 
Laten we dicht bij de Heer leven. 
Laten we een goede echtgenoot en 
vader zijn. 

Elke man die thuis een tiran is, is 
het priesterschap niet waardig. Hij 
kan geen goed middel zijn in de han- 
den van de Heer als hij geen respect, 
vriendelijkheid en liefde toont je- 
gens de partner van zijn keuze. 

Zo zal ook elke man die zijn kinde- 
ren een slecht voorbeeld geeft, die 
zich niet kan beheersen, of die be- 
trokken is bij oneerlijke of onzedelijke 
praktijken, merken dat de macht van 
zijn priesterschap is weggenomen. 

Ik herinner u eraan 'dat de rech- 
ten van het priesterschap onafschei- 
delijk met de machten des hemels 
zijn verbonden, en dat de machten 
des hemels niet bestuurd noch aan- 
gewend kunnen worden, dan alleen 
volgens de grondbeginselen van 
gerechtigheid. 

'Dat ze op ons kunnen worden 
bevestigd is waar, doch wanneer wij 
het ondernemen onze zonden te be- 
dekken, of onze hoogmoed, onze ij- 
dele eerzucht te bevredigen, of in 
enige mate van ongerechtigheid be- 
stuur, heerschappij over of dwang op 
de menselijke zielen uit te oefenen, 
ziet, dan onttrekken de hemelen 
zich, de Geest des Heren is be- 
droefd, en wanneer deze Zich heeft 
teruggetrokken — vaarwel dan het 




Broeders, als ik kijk naar deze 
grote zaal vol mannen en be- 
sef dat er verspreid over de 
hele wereld nog tienduizenden zijn 
die, één van hart en één van geest, 
allemaal het gezag van het priester- 
schap van de levende God dragen, 
word ik stil en deemoedig. Ik vraag 
om leiding van de Heilige Geest. 

Zoveel priesterschapsdragers bij 
elkaar is uniek in de wereld. U bent 
de legers van de Heer, mannen die 
bereid zijn de tegenstander van de 
waarheid te bestrijden, mannen die 
klaar staan om iets goeds tot stand 
te brengen, mannen die een getuige- 
nis van de waarheid hebben, man- 
nen die veel opgeofferd en gegeven 
hebben voor deze belangrijke zaak. 
Moge de Heer u zegenen, steunen 
en grootmaken. 'Gij (...) zijt een 



L I A H O N A 

60 



priesterschap of het gezag van die 
man' (LV 121:36-37). 

Broeders, laten we goede mannen 
zijn omdat de Heer ons begunstigd 
heeft met zijn goddelijke macht. 

Nu iets anders, wat ermee in ver- 
band staat. 

In april heb ik tijdens onze pries- 
terschapsbijeenkomst een nieuw pro- 
gramma aangekondigd. Ik sprak toen 
over het grote aantal zendelingen uit 
Zuid-Amerika, Mexico, de Filipijnen 
en andere gebieden. Zij geven ge- 
hoor aan hun oproep en werken zij 
aan zij met hun Noord-Amerikaanse 
broeders en zusters. Ze ontwikkelen 
een sterk getuigenis. Ze gaan anders 
leven. Ze hebben veel succes omdat 
ze hun landstaal spreken en de cul- 
tuur van hun land kennen. Ze bele- 
ven een prachtige periode van hard 
en toegewijd werken. 

Dan worden ze ontheven en gaan 
terug naar huis. Hun ouderlijk gezin 
leeft in armoede, en velen vallen te- 
rug in dezelfde situatie, niet in staat 
om zich daar bovenuit te worstelen 
door gebrek aan vaardigheden en 
omdat het moeilijk blijft passend 
werk te vinden. 

Ik heb met u gesproken over het 
permanente emigratiefonds dat in de 
pionierstijd van de kerk werd opge- 
richt om de armen uit Engeland en 
Europa te helpen. Er werd een fonds 
opgericht waaruit kleine leningen 
werden toegekend, waardoor dertig- 
duizend leden vanuit hun geboorte- 
land naar Zion konden emigreren. 

Ik vertelde u dat we datzelfde be- 
ginsel gingen toepassen en het perma- 
nente studiefonds gingen oprichten. 
Met het geld dat onze mensen zouden 
schenken, en niet met tiendegeld, 
zouden we een kapitaal vormen waar- 
van we de winst zouden gebruiken 
om onze jonge broeders en zusters 
een opleiding te laten volgen om voor 
beter werk in aanmerking te komen. 
Ze zouden vaardigheden ontwikkelen 
waarmee ze genoeg konden verdienen 
om hun gezin goed te onderhouden 
en de armoede te boven te komen die 
zijzelf en voorgaande generaties ge- 
kend hadden. 

Er zat niets in het fonds in de 
periode dat we er plannen voor 
maakten. Maar in geloof zijn we 



doorgegaan en we hebben een be- 
scheiden organisatie in het leven ge- 
roepen om te verwezenlijken wat 
volgens ons nodig was. Het doet mij 
genoegen dat ik u kan vertellen dat 
er geld is binnengekomen, tiendui- 
zenden dollars, honderdduizenden 
dollars, miljoenen zelfs. Dat kwam 
van milddadige kerkleden die de 
Heer liefhebben en minder fortuin- 
lijke mensen willen helpen het eco- 
nomisch beter te krijgen. We hebben 
nu veel geld. Het is niet alles wat we 
nodig hebben. We hopen dat er bij- 
dragen zullen blijven komen. De 
grootte van het kapitaal bepaalt 
hoeveel mensen geholpen kunnen 
worden. 

Nu, een half jaar later, wil ik ver- 
slag uitbrengen van wat er bereikt 



is. Allereerst hebben we ouderling 
John K. Carmack geroepen. Hij heeft 
zoveel goed werk gedaan in het Eerste 
Quorum der Zeventig en heeft tijdens 
deze conferentie het emeritaat gekre- 
gen. Hij is een ervaren advocaat, een 
bekwaam zakenman, een man met 
veel talenten. Hij is aangesteld tot di- 
recteur, en hoewel hij gepensioneerd 
is als een van de zeventigen, zal hij al 
zijn tijd aan deze taak besteden. 

Ouderling Richard E. Cook van 
de Zeventig, die ook het emeritaat 
heeft gekregen, zal hem helpen met 
de financiën. Ouderling Cook is as- 
sistent-hoofd van de boekhouding bij 
Ford geweest, heeft ervaring met in- 
ternationale financiën, is een zeer be- 
kwaam leider en iemand die de Heer 
en de kinderen van de Heer liefheeft. 



Achter wachtende conferentiegangers buiten het Conferentiecentrum 
verheffen zich de spitsen van de Salt Lake-tempel. 




JANUARI 
61 



2 2 



We hebben deze twee broeders 
aan één kant versleten, en nu draai- 
en we ze om zodat We ze aan de an- 
dere kant kunnen verslijten. 

Ze werken samen met broeder 
Rex Allen, een expert in organisatie 
en scholing; en met broeder Chad 
Evans, die veel ervaring heeft met 
voortgezet onderwijs. 

Alle vier stellen zij hun tijd 
en expertise zonder compensatie 
beschikbaar. 

Het programma loopt. Deze broe- 
ders hebben het heel zorgvuldig en 
op goede grondbeginselen in gang 
gezet. We hebben het gebied waar 
het allereerst operationeel is nog be- 
perkt, maar als we meer middelen 
krijgen, zal dat uitgebreid worden. 

Deze broeders zijn begonnen de 
bestaande organisaties van de kerk 
te benutten. Het programma heeft 
de priesterschap als basis en zal 
daarom succes hebben. Het begint 
bij de bisschoppen en ringpresiden- 
ten. Ze werken geweldig samen met 
de kerkelijke onderwijsinstellingen, 
de bureaus van de afdeling arbeids- 
bemiddeling en andere instellingen. 
Eerst is het ingevoerd in Peru, Chili 
en Mexico, gebieden met een groot 
aantal teruggekeerde zendelingen 
waar de nood hoog is. De plaatselij- 
ke leiders zijn enthousiast en toege- 
wijd. De begunstigden leren ware 
beginselen van zelfredzaamheid. 
Hun visie op hun potentieel is aan- 
zienlijk verbreed. Ze kiezen een goe- 
de, plaatselijke opleiding en betalen 
die zoveel mogelijk zelf, via hun ou- 
ders of uit andere, plaatselijke bron- 
nen. Ze zijn erkentelijk, gewillig en 
dankbaar voor de kansen die ze krij- 
gen. Ik zal u twee of drie voorbeel- 
den geven. 

Het eerste is dat van een jonge- 
man die in Cochabamba (Bolivia) 
op zending is geweest. Hij woont 
met zijn gelovige moeder en nichtjes 
in een arme buurt. Hun huisje heeft 
een cementen vloer, één kale gloei- 
lamp, het dak lekt en het raam is 
stuk. Hij was een succesvolle zende- 
ling. Hij zegt: 

'Mijn zending was het beste wat 
ik ooit heb gedaan. Ik heb geleerd 
de geboden te gehoorzamen en ge- 
duldig te zijn in mijn beproevingen. 



Ik heb ook wat Engels geleerd en ik 
kan mijn geld, tijd en vaardigheden 
beter benutten. 

'Toen mijn zending ten einde 
was, vond ik het moeilijk om naar 
huis te gaan. Mijn Amerikaanse col- 
lega's gingen terug naar de universi- 
teit. Maar er is veel armoede in ons 
land. Het is moeilijk om een oplei- 
ding te volgen. Mijn moeder doet 
haar best, maar zij kan ons niet hel- 
pen. Ze heeft zoveel geleden, en ik 
ben haar hoop. 

'Toen ik hoorde van het perma- 
nente studiefonds, was ik zo blij. De 
profeet toonde zijn erkentelijkheid 
voor ons werk. Ik was ontzettend 
blij. (...) Ik kon studeren, zelfred- 
zaam worden, een gezin stichten, 
mijn moeder helpen. 

'Ik ga boekhouden studeren op 
een plaatselijke school waar ik kan 
studeren en werken. Het is een kor- 
te cursus van maar drie jaar. Ik moet 
blijven werken als conciërge, maar 
dat is niet erg. Als ik mijn diploma 
heb en werk heb als boekhouder, ga 
ik een hogere opleiding volgen in in- 
ternationale handel. 

'Dit is onze kans, die moeten we 
niet voorbij laten gaan. De Heer 
heeft vertrouwen in ons. Ik heb vele 
malen in het Boek van Mormon ge- 
lezen dat de Heer tegen de profeten 
zei dat wij, als we de geboden onder- 
houden, voorspoedig zullen zijn in 
het land. Dat gaat in vervulling. Ik 
ben God zo dankbaar voor deze 
prachtige kans om te ontvangen wat 
mijn broers en zussen niet hadden, 
dat ik onze familie kan helpen, mijn 
doelen kan verwezenlijken. En ik 
betaal de lening graag terug om te 
zorgen dat anderen ook zo gezegend 
worden. Ik weet dat de Heer me zal 
zegenen als ik dat doe.' 

Is dat niet mooi? Nog een voor- 
beeld. Een jongeman in Mexico- 
Stad kreeg een lening toegewezen 
van ongeveer duizend dollar om een 
opleiding tot dieselmonteur te vol- 
gen. Hij zei: 

'Ik beloof dat ik mijn uiterste best 
zal doen zodat ik tevreden zal zijn 
over mijn inzet. Ik weet dat dit een 
waardevol en belangrijk programma 
is. Daarom probeer ik er voor de 
toekomst zoveel mogelijk profijt van 



te hebben. Ik wil de armen kunnen 
helpen en mijn huisgenoten advise- 
ren. Ik dank mijn Vader in de hemel 
voor dit prachtige en geïnspireerde 
programma.' 

Onlangs is een lening toegekend 
aan een andere jongeman in Mexi- 
co-Stad die in Las Vegas (Nevada) 
op zending is geweest. Hij wil graag 
tandtechnicus worden. Zijn oplei- 
ding vergt dat hij vijftien maanden 
hard moet werken. Hij zegt: 

'Ik beloof dat ik, als ik mijn studie 
met de hulp van het permanente 
studiefonds heb afgerond, de lening 
zal terugbetalen zodat andere terug- 
gekeerde zendelingen die zegenin- 
gen ook kunnen ontvangen.' 

En zo zijn we begonnen het onze 
getrouwe, competente jonge man- 
nen en vrouwen mogelijk te maken 
de maatschappelijke ladder te be- 
klimmen waardoor ze het financieel 
beter krijgen. Door de veel betere 
kansen zullen ze de armoedecirkel 
doorbreken waarin zij en degenen 
die hen zijn voorgegaan, zolang ge- 
vangen hebben gezeten. Ze zijn op 
zending geweest en zullen in de kerk 
werkzaam blijven. In hun vaderland 
zullen ze leiders worden in dit be- 
langrijke werk. Ze zullen hun tiende 
en hun vastengaven betalen waar- 
door de kerk dit werk over de hele 
wereld kan uitbreiden. 

We gaan er vanuit dat er aan het 
einde van dit jaar ongeveer 1200 
deelnemers zijn. We schatten dat 
het er over drie jaar drieduizend 
zijn. De mogelijkheden zijn er. De 
nood is hoog. Misschien mislukt het 
soms. Maar de grote meerderheid zal 
presteren naar verwachting, zowel 
jonge mannen als jonge vrouwen. 

Onze enige beperking zal het geld 
zijn. Nogmaals vragen we iedereen 
die dat wil, een bijdrage te geven, 
klein of groot. Dan kunnen we dit 
grootse werk uitbreiden waardoor 
degenen met geloof en latente vaar- 
digheden, als leden van De Kerk 
van de Heiligen der Laatste Dagen 
financieel onafhankelijk kunnen 
worden. 

Begrijpt u wat het enorme werk 
van deze kerk betekent? Laat mij u 
een scenario schetsen. Een paar zen- 
delingen kloppen op de deur van een 



L I A H O N A 



62 




Linksboven: president Gordon B. Hinckley begroet de ouderlingen Henry B. Eyring (links), 

Jeffrey R. Holland en Robert D. Hales van het Quorum der Twaalf Apostelen. 

Rechtsboven: president Hinckley spreekt tijdens een conferentiebijeenkomst. 

Boven: president Hinckley wuift naar de aanwezigen. 



JANUARI 2002 
63 





o 




o 




3Z 




Q£ 




>^ 




tu 




m 




a> 




' 






O 




h < 




H 


CU 


Z 


o 


PU 


ZE 


> 


Q 


pj 


O 


N 






o 


C^ 




W 




Q 




s 




D 




i— i 


1= 
O 


Q 


t/l 


>— < 


-o 

o 


C/D 

S 




Pm 


cü 


H 




w 




£ 


e 




. r- 




■c 




S 




OQ 












Een vrouw en een jongen kijken peinzend naar het beeld de Christus 
in het pas gerenoveerde bezoekerscentrum Noord op Temple Square. 



L I A H O N A 
66 



huisje ergens in Peru. Een vrouw doet 
open. Ze begrijpt niet helemaal wat 
de zendelingen willen. Maar ze laat ze 
binnen. Ze spreken af dat ze terugko- 
men als haar man en de andere ge- 
zinsleden thuis zijn. 

De zendelingen geven het gezin 
les. Geraakt door de macht van de 
Geest, reageren ze op de boodschap 
van eeuwige waarheid. Ze laten zich 
dopen. 

Het gezin is actief in de kerk. Ze 
betalen een volledige, maar heel ma- 
gere tiende. Ze hebben een zoon of 
dochter die tegen de twintig is. Als 
de tijd daar is, wordt de zoon of 
dochter op zending geroepen. Het 
gezin doet al het mogelijke om hem 
of haar te steunen, en de rest wordt 
betaald met geld uit het zendings- 
fonds dat de heiligen bijeenbrengen. 

De zoon of dochter werkt samen 
met een collega uit de Verenigde 
Staten of Canada. Hij of zij leert En- 
gels, en het Spaans van de collega 
wordt een stuk beter. Ze werken zij 
aan zij met liefde, waardering en re- 
spect voor elkaar, vertegenwoordi- 
gers van twee totaal verschillende 
culturen. 

Aan het einde van hun zending 
gaat de Noord-Amerikaan naar huis 
en weer naar school. De Peruviaan 
gaat terug naar huis en hoopt dat hij 
een bescheiden baantje vindt. Hij 
wordt heel slecht betaald. De toe- 
komst is niet veelbelovend. Hij of zij 
heeft niet de nodige vaardigheden 
voor beter werk. En dan breekt er een 
helder straaltje hoop door. Broeders, u 
begrijpt dat wel. Ik hoef dat niet ver- 
der uit te leggen. Wat we moeten 
doen, is duidelijk, de nood is hoog, en 
de Heer heeft de weg gewezen. 

Ouderling Carmack vond pas ge- 
leden een oud kasboek. Hij bracht 
het aan mij. We ontdekten dat er in 
1903 een klein fonds was opgericht 
om mensen die leerkracht wilden 
worden tijdens hun opleiding een 
betere kans te geven door middel 
van kleine leningen. 

Dat is dertig jaar doorgegaan tot- 
dat er tijdens de crisis een eind aan 
kwam. 

Ik was verbaasd welke namen 
er in dat oude kasboek stonden. 
Twee daarvan zijn president van 



een universiteit geworden. Anderen 
zijn bekende en uiterst bekwame 
onderwijskundigen geworden. In 
het kasboek staan aflossingen van 
tien dollar, 5 dollar, van 3,10 dollar 
rente en dergelijke. Een van de be- 
gunstigden van dat programma is 
bisschop, ringpresident, vervolgens 
apostel en uiteindelijk raadgever in 
het Eerste Presidium geworden. 

Broeders, we moeten beter voor 
elkaar zorgen. We moeten ons wat 
meer inspannen om degenen die on- 
deraan de maatschappelijke ladder 
staan, te helpen. We moeten gelovi- 
ge, integere en bekwame mensen 
bemoedigen en ze de hand toeste- 
ken als ze met wat hulp hoger op die 
ladder kunnen komen. 

Dat beginsel is niet alleen van 
toepassing op wat we momenteel 
met dit studiefonds doen, maar is 
veel algemener. Laten we ons hart 
openstellen, laten we andere men- 
sen oprichten, laten we onze porte- 
monnee opendoen, laten we meer 
liefde tonen voor onze naasten. 

De Heer heeft ons zo overvloedig 
gezegend. En de nood is hoog. Hij 
heeft gezegd: 'In zoverre gij dit aan 
één van deze mijn minste broeders 
hebt gedaan, hebt gij het Mij ge- 
daan' (Matteüs 25:40). 

Ik lees voor uit het boek Hande- 
lingen: 

'En een man, die verlamd was 
van de schoot zijner moeder aan, 



zodat hij gedragen moest worden, 
zetten zij dagelijks bij de tempel, ge- 
naamd de Schone, om een aalmoes 
te vragen van de tempelgangers; 

'Toen deze zag, dat Petrus en Jo- 
hannes de tempel zouden binnen- 
gaan, verzocht hij om een aalmoes. 

'En Petrus zag hem scherp aan, 
met Johannes, en zeide: Zie naar 
ons. 

'En hij hield zijn blik op hen ge- 
vestigd in de verwachting iets van 
hen te ontvangen. 

'Maar Petrus zeide: Zilver en 
goud bezit ik niet, maar wat ik heb, 
geef ik u; in de naam van Jezus 
Christus, de Nazoreeër: Wandel! 

'En hij greep hem bij de hand en 
richtte hem op, en terstond werden 
zijn voeten en enkels stevig. 

'En hij sprong op en stond en liep 
heen en weer en hij ging met hen de 
tempel binnen, lopende en springen- 
de en God lovende' (Handelingen 
3:2-8). 

Let op: Petrus vatte hem bij de 
hand en richtte hem op. 

Petrus moest zich bukken om de 
lamme op te richten. Ook wij moe- 
ten ons bukken. 

God zegene u, broeders, jong en 
oud. Blijf trouw. Doe uw werk met 
liefde. Voed uw gezin op in de weg 
van de Heer. 'Zie op tot God en leef' 
(zie Alma 37:47). 

Dat bid ik in de naam van Jezus 
Christus. Amen. D 



Er stroomt zonlicht in een foyer van het Conferentiecentrum. 







; ■ • ■ .. •.; 



JANUARI 
67 



2 2 



Zondagmorgenbijeenkomst 

7 oktober 2001 

Dit is de tijd 



President Thomas 5. Monson 

Eerste raadgever in het Eerste Presidium 



'Mogen wij zó leven dat wij, als we ontboden worden, niets 
ernstig hoeven te betreuren, niets onafgemaakt hebben gelaten.' 




Nu ik voor u sta, moet ik den- 
ken aan de tijd dat ik jong 
was en we in de zondags- 
school vaak zongen: 

Welkom, welkom, sabbatmorgen, 
ruk ons uit der zorgen net. 
Welkom, welkom, is uw daglicht, 
heil' ge sabbat van gebed. 1 

Op deze sabbatmorgen bid ik dat 
ik het onderwerp mag zijn van uw 
geloof en gebeden als ik tot u spreek. 

Wij hebben allen de dramatische 
gevolgen gevoeld van de tragische 
gebeurtenissen op die noodlottige 
dag, 11 september 2001. Zonder eni- 
ge waarschuwing zaaide een ver- 
schrikkelijke vernietiging dood en 
verderf en doofde zij het leven uit 
van enorme aantallen mannen, 
vrouwen en kinderen. Zorgvuldig 



gemaakte plannen voor een prettige 
toekomst gingen in rook op. Ze 
maakten plaats voor tranen van ver- 
driet en uitroepen van zielsleed. 

We hebben de afgelopen drie en 
een halve week talloze verslagen ge- 
hoord over hen die op de een of an- 
dere manier — direct of indirect — 
door de gebeurtenissen van die dag 
geraakt zijn. Ik wil u graag vertellen 
wat een kerklid, Rebecca Sindar, die 
op dinsdagochtend 11 september 
aan boord was van een vlucht van 
Salt Lake City naar Dallas, gezegd 
heeft. Zoals alle vluchten die op het 
moment van de tragische voorvallen 
in de lucht waren, werd die vlucht 
onderbroken, en het vliegtuig werd 
aan de grond gezet in Amarillo 
(Texas). Zuster Sindar vertelt: 'We 
verlieten allemaal het vliegtuig, 
zochten een tv op de luchthaven en 
dromden eromheen om te zien wat 
er was gebeurd. Mensen stonden in 
de rij om dierbaren te bellen en hen 
te verzekeren dat ze zich veilig op de 
grond bevonden. Ik zal me altijd de 
ongeveer twaalf zendelingen herin- 
neren die met onze vlucht op weg 
waren naar hun zendingsgebied. Ze 
pleegden telefoontjes, en toen zag ik 
ze in een hoek van de luchthaven 
samendrommen en knielen voor een 
gebed. Ik wilde dat ik dat moment 
had kunnen vastleggen om te laten 
zien aan de moeders en vaders van 
die lieve jongemannen die de nood- 
zaak zagen om meteen te bidden.' 

Broeders en zusters, uiteindelijk 
overvalt de dood ieder mens. Hij 



overvalt mensen op leeftijd die wan- 
kelen op hun benen. Zijn ontbieding 
wordt gehoord door hen die nog 
maar nauwelijks halverwege de reis 
door het leven zijn, en vaak stilt het 
zelfs het gelach van kleine kinderen. 
De dood is het feit dat niemand kan 
ontvluchten of ontkennen. 

Vaak komt de dood als een in- 
dringer. Hij is een vijand die plotse- 
ling verschijnt, middenin het feest 
van het leven, die de lichten dooft 
en de vrolijkheid dempt. De dood 
legt zijn zware hand op hen die ons 
dierbaar zijn, en vaak laat hij ons 
verbijsterd en verwonderd achter. In 
bepaalde situaties, zoals bij zwaar lij- 
den en ziekte, komt de dood als een 
engel van genade. Maar over het al- 
gemeen zien we hem als de vijand 
van het menselijk geluk. 

De duisternis van de dood kan 
echter verdreven worden door het 
licht van de geopenbaarde waarheid. 
'Ik ben de opstanding en het leven', 
heeft de Meester gezegd. 'Wie in Mij 
gelooft, zal leven, ook al is hij ge- 
storven, en een ieder die leeft, en in 
Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet 
sterven.' 2 

Die zekerheid — ja, die heilige 
bevestiging — van het leven na de 
dood, zou heel goed de vrede kun- 
nen verschaffen die de Heiland be- 
loofde toen Hij zijn discipelen 
verzekerde: 'Vrede laat Ik u, mijn 
vrede geef Ik u; niet gelijk de wereld 
die geeft, geef Ik hem u. Uw hart 
worde niet ontroerd of versaagd.' 3 

Uit het duister en de gruwel van 
Golgota kwam de stem van het 
Lam: 'Vader, in uw handen beveel Ik 
mijn geest.' 4 En het donker was niet 
meer duister, want Hij was bij zijn 
Vader. Hij was van God gekomen, 
en naar Hem was Hij teruggekeerd. 
Ook zij die op deze aardse pelgrims- 
reis wandelen met God, weten uit 
eigen zalige ervaring dat Hij zijn kin- 
deren die op Hem vertrouwen niet 
in de steek zal laten. In de nacht 
van de dood, is zijn aanwezigheid 
'beter dan een licht en veiliger dan 
een bekende weg.' 5 

Saulus had op de weg naar Da- 
mascus een visioen van de herrezen, 
verhoogde Christus. Later gaf hij als 
Paulus, voorvechter van de waarheid 



L I A H O N A 
68 



en onbevreesde zendeling in dienst 
van de Meester, getuigenis van de 
herrezen Heer toen hij tegen de hei- 
ligen te Korinte zei: 'Christus is ge- 
storven voor onze zonden, naar de 
Schriften; 

'(...) Hij is begraven en ten 
derden dage opgewekt, naar de 
Schriften. 

'(...) Hij is verschenen aan Kefas, 
daarna aan de twaalven. 

'Vervolgens is Hij verschenen 
aan meer dan vijfhonderd broeders 
tegelijk. (...) 

'Vervolgens is Hij verschenen aan 
Jakobus, daarna aan al de apostelen. 

'Maar het allerlaatst is Hij ook 
aan mij verschenen.' 6 

In onze bedeling is ditzelfde ge- 
tuigenis ook stoutmoedig door de 
profeet Joseph Smith gegeven, toen 
Sidney Rigdon en hij getuigden: 

'En nu, na de vele getuigenissen, 
die van Hem zijn gegeven, is dit het 
getuigenis, het allerlaatste, dat wij 
van hem geven: Dat Hij leeft! 

'Want wij zagen Hem, namelijk 
ter rechterhand Gods; en wij hoor- 
den de stem, die getuigenis gaf, dat 
Hij de Eniggeborene des Vaders is 
— dat door Hem, en in Hem, en uit 
Hem de werelden worden en wer- 
den geschapen, en dat de bewoners 



er van Gode gewonnen zonen en 
dochteren zijn.' 7 

Dit is de kennis die steun geeft. 
Dit is de waarheid die troost geeft. 
Dit is de zekerheid die hen die ge- 
bukt gaan onder rouw uit de scha- 
duw in het licht brengt. Het staat 
allen ter beschikking. 

Hoe kwetsbaar is het leven, hoe 
zeker is de dood. Wij weten niet 
wanneer wij dit sterfelijk bestaan 
moeten verlaten. En daarom vraag 
ik: 'Wat doen wij met de dag van 
vandaag?' Als wij alleen voor mor- 
gen leven, dan zullen we veel lege 
gisterens hebben. Hebben wij ons 
schuldig gemaakt aan de uitspraak: 
'Ik heb erover gedacht wat koerswij- 
zigingen in mijn leven aan te bren- 
gen. Ik ben van plan de eerste stap 
te doen — en ik begin morgen.'? Als 
we zó denken, blijft morgen altijd in 
het verschiet. Een dergelijk 'morgen' 
komt zelden als we er niet vandaag 
al iets aan doen. Zoals we leren uit 
de bekende lofzang: 

Er is kans om te werken, waarheen 
gij ook blikt, 

Ja, gelegenheid vindt g 'overal. 
Als er iets moet gedaan, pakt het 

dadelijk aan, 
Zegt niet, 'k zal het doen hij geval. 8 




Laten we onszelf de vragen stel- 
len: 'Heb ik heden iets goeds in de 
wereld gedaan? Mij waar nood was 
ter hulpe gegord?' Wat een formule 
voor geluk! Wat een recept voor te- 
vredenheid, voor gemoedsrust — 
om dankbaarheid te hebben opge- 
wekt bij een ander mens. 

Wij hebben onbeperkte kansen 
om van onszelf te geven, maar het 
zijn wel kansen die voorbijgaan. We 
kunnen harten verlichten. Vriende- 
lijke woorden spreken. Geschenken 
geven. Goede daden verrichten. Zie- 
len redden. 

Als we onthouden dat 'wanneer 
gij in de dienst van uw naasten zijt, 
gij louter in de dienst van uw God 
zijt' 9 , dan komen we niet in de niet 
zo benijdenswaardige positie terecht 
van de geest van Jacob Marley, die 
in de onsterfelijke A Christmas Carol 
van Dickens tot Ebenezer Scrooge 
sprak. Marley sprak op droeve toon 
over kansen die voorbijgegaan wa- 
ren. Hij zei: 'Niet te weten dat elke 
christelijke geest, die goede daden 
verricht in zijn eigen kleine kringe- 
tje, wat dat ook moge zijn, zijn ster- 
felijke leven te kort vindt voor zijn 
oneindige nut. Niet te weten dat 
geen enkele mate van spijt ook maar 
iets kan goedmaken van de mis- 
bruikte kansen uit zijn leven! 

Maar toch, zo was ik. O, zo was 
ik!' 

Marley voegde daar nog aan toe: 
'Waarom liep ik door menigten me- 
demensen met mijn ogen neergesla- 
gen, en keek ik nooit op naar die 
gezegende ster die wijzen naar een 
eenvoudig onderkomen leidde? Wa- 
ren er dan geen armenhuizen waar- 
naar het licht ervan mij zou hebben 
geleid?' 

Gelukkig veranderde Ebenezer 
Scrooge, zoals wij weten, zijn leven 
ten goede. Ik vind deze zin mooi: 'Ik 
ben niet meer de mens die ik was.' 10 

Waarom is dat verhaal, A Christ- 
mas Carol, zo populair? Waarom is 
het tijdloos? Ik heb persoonlijk het 
gevoel dat het door God geïnspi- 
reerd is. Het brengt het beste in de 
menselijke aard naar boven. Het 
geeft hoop. Het zet aan tot verande- 
ring. Wij kunnen de paden verlaten 
die ons naar beneden zouden leiden 



JANUARI 2002 
69 



en kunnen, met een lied in ons hart, 
een ster volgen en naar het licht 
toelopen. We kunnen onze pas ver- 
snellen, moed vatten en ons koeste- 
ren in het zonlicht van waarheid. 
We kunnen het gelach van kleine 
kinderen duidelijker horen. We kun- 
nen de tranen drogen van hen die 
huilen. We kunnen de stervenden 
troosten door hen over de belofte 
van het eeuwige leven te vertellen. 
Als we een vermoeide hand ophef- 
fen die neerhangt, als we gemoeds- 
rust geven aan een ziel die het 
moeilijk heeft, als we geven zoals de 
Meester gedaan heeft, dan kunnen 
wij — door anderen de weg te wij- 
zen — een ster worden die een gids 
is voor de een of andere verdwaalde 
zeeman. 

Omdat het leven kwetsbaar en de 
dood onvermijdelijk is, moeten we 
het beste maken van elke dag. 

Er zijn veel manieren waarop we 
onze kansen kunnen misbruiken. 
Enige tijd geleden las ik een ontroe- 
rend verhaal, geschreven door 
Louise Dickinson Rich, dat deze 
waarheid levendig illustreert. Zij 
schreef: 

'Mijn oma had een vijand, me- 
vrouw Wilcox. Oma en mevrouw 
Wilcox kwamen als bruid naast el- 
kaar te wonen in de hoofdstraat van 
een klein dorpje, en daar zouden ze 
de rest van hun leven slijten. Ik 
weet niet hoe de strijd tussen hen 



begonnen is — en ik geloof dat ze 
het zich tegen de tijd dat ik kwam, 
meer dan dertig jaar later, zelf ook 
niet meer herinnerden wat de aan- 
leiding was. Het was geen beleefd 
dispuut; het was volslagen oorlog. 
(...) 

'Niets in het dorp ontkwam aan 
de gevolgen. De driehonderd jaar 
oude kerk, die de revolutie, de bur- 
geroorlog en de Mexicaanse oorlog 
had doorstaan, bezweek bijna toen 
oma en mevrouw Wilcox de Slag om 
de vrouwenhulp streden. Oma won 
de benoeming, maar het was een zin- 
loze overwinning omdat mevrouw 
Wilcox, daar ze geen voorzitster kon 
zijn, meteen aftrad. Wat is er zo leuk 
aan iets leiden als je je vijand niet 
kunt dwingen in het stof te kruipen? 
Mevrouw Wilcox won de Slag om de 
openbare bibliotheek door haar 
nicht, Gertrude, als bibliothecaresse 
te laten aanstellen in plaats van tan- 
te Phyllis. De dag dat Gertrude be- 
gon, was de dag dat oma ophield 
bibliotheekboeken te lezen. Die wa- 
ren plotseling 'vieze dingen vol bac- 
teriën' geworden. De Slag om de 
middelbare school was een gelijkspel. 
Het hoofd kreeg een betere baan en 
vertrok voordat mevrouw Wilcox er- 
in slaagde hem te laten ontslaan of 
oma erin slaagde hem een aanstel- 
ling voor het leven te bezorgen. 

'Als wij als kinderen mijn groot- 
moeder bezochten, dan hoorde het 





gezichten trekken naar de kleinkin- 
deren van mevrouw Wilcox bij de 
pret. Op een gedenkwaardige dag 
deden wij een slang in de regenton 
van mevrouw Wilcox. Mijn groot- 
moeder liet wat zwakke protesten 
horen, maar we voelden haar stil- 
zwijgende sympathie. 

'Denk niet dat dit een eenzijdige 
campagne was. Mevrouw Wilcox 
had ook kleinkinderen. Oma kwam 
er niet zonder kleerscheuren vanaf. 
Er ging geen winderige dag voorbij 
dat de waslijn niet op mysterieuze 
wijze brak, waardoor de kleren in de 
viezigheid vielen. 

'Ik weet niet hoe oma haar moei- 
lijkheden zo lang had kunnen ver- 
dragen als er niet de huishoudpagina 
van haar dagblad uit Boston was 
geweest. Die huishoudpagina was 
geweldig. Naast de gebruikelijke 
kooktips en schoonmaakadviezen, 
was er een rubriek die bestond uit 
brieven van lezers aan elkaar. De be- 
doeling was dat je, als je een pro- 
bleem had — of zelfs als je alleen 
maar stoom wilde afblazen — een 
brief schreef naar de krant met een 
fantasienaam zoals Arbutus. Dat was 
oma's schuilnaam. Dan schreven en- 
kele andere dames met hetzelfde 
probleem terug en vertelden wat zij 
eraan hadden gedaan, en zij onderte- 
kenden met namen zoals Iemand die 
het weet, of Xantippe of zoiets. Vaak 
bleef je, lang nadat het probleem uit 
de weg was geruimd, nog jaren via de 
krant naar elkaar schrijven, elkaar 
vertellend over je kinderen, je in- 
maakactiviteiten en je nieuwe eetka- 
merameublement. En zo ging het 
met oma ook. Zij en een vrouw die 
Zeemeeuw heette, correspondeerden 
een kwart eeuw met elkaar. Zee- 
meeuw was oma's ware vriendin. 

'Toen ik ongeveer zestien was, 
overleed mevrouw Wilcox. In een 
klein dorpje is het, ongeacht hoezeer 
je je buurvrouw haatte, niet meer dan 
fatsoenlijk om naar het huis van de 
overledene te gaan en te kijken wat je 
kunt doen voor de nabestaanden. 
Oma trok een katoenen schort aan 
om te laten zien dat ze het meende 
toen ze zei dat ze verwachtte aan het 
werk gezet te worden, stak het gras- 
veld over naar het huis van mevrouw 



A H O N A 



70 



Wilcox, waar de dochters van me- 
vrouw Wilcox haar de reeds smet- 
teloos schone voorkamer lieten 
schoonmaken voor de begrafenis. En 
daar, op de tafel in de voorkamer lag 
op een ereplekje een enorm plakboek. 
In dat plakboek zaten in nette kolom- 
men naast elkaar de brieven die oma 
in de loop der jaren aan Zeemeeuw 
had gestuurd, en de brieven van Zee- 
meeuw aan haar. Geen van de vrou- 
wen had ooit geweten dat oma's 
grootste vijand tevens haar beste 
vriendin was. Dat was de enige keer 
die ik me herinneren kan dat ik mijn 
oma heb zien huilen. Ik wist toen niet 
waar ze precies om huilde, maar nu 
wel. Ze huilde om al die verspilde ja- 
ren die reddeloos verloren waren.' 

Broeders en zusters, mogen wij van 
deze dag af aan ons hart met liefde 
vullen. Mogen wij de tweede mijl gaan 
om allen in ons leven toe te laten die 
eenzaam of terneergeslagen zijn, of die 
op de een of andere manier lijden. 
Mogen wij 'vreugde [hebben] ge- 
sticht, iemands lijden verlicht.' 11 
Mogen wij zó leven dat wij, als we 
ontboden worden, niets ernstig hoe- 
ven te betreuren, niets onafgemaakt 
hebben gelaten, maar met de woorden 
van de apostel Paulus kunnen zeggen: 
'Ik heb de goede strijd gestreden, ik 
heb mijn loop ten einde gebracht, ik 
heb het geloof behouden.' 12 In de 
naam van Jezus Christus. Amen. D 

NOTEN 

1. Robert B. Baird, 'Welkom, welkom, 
sabbatmorgeri, Heilige lofzangen, nr. 23. 

2. Johannes 11:25-26. 

3. Johannes 4:27. 

4. Lucas 23:46. 

5. Minnie Louise Haskins, 'The Gate of 
the Year', Masterpieces ofReligious Verse, 
onder redactie van James Dalton Morrison 
(1948), blz. 92. 

6. 1 Korintiërs 15:3-8. 

7. LV 76:22-24. 

8. Will L. Thompson, 'Heb ik heden 
iets goeds in de wereld gedaan?', Heilige 
lofzangen, nr. 193. 

9. Mosiah2:17. 

10. Works of Charles Dickens (1982), 
blz. 543, 581. 

11. 'Heb ik heden iets goeds in de 
wereld gedaan?', Heilige lofzangen, nr. 193. 

12. 2 Timoteüs 4:7. 



Het Boek van 
Mormon: een getuige 
van Jezus Christus 

President Boyd K. Packer 

Waarnemend president van het Quorum der Twaalf Apostelen 



'Het Boek van Mormon: een getuige van Jezus Christus heeft 
de voedende kracht om de verhongerende geesten van de 
wereld te genezen. ' 



al niet veroordeelde tot blijvende 
onbekendheid, dan zou het verhaal 
over de herkomst ervan dat zeker tot 
gevolg hebben. Denkt u zich eens 
in: een engel die een tienerjongen 
naar het bos dirigeert, waar de jon- 
gen een ondergrondse bewaarplaats 
van steen vindt en een set gouden 
platen. 

De geschriften op de platen waren 
vertaald met behulp van een Urim en 
Tummim, iets wat in het Oude Testa- 
ment 1 enkele malen genoemd wordt, 
en wat door Hebreeuwse geleerden 
wordt beschreven als een hulpmiddel 
'waarmee openbaring werd gegeven 
en waarheid verklaard'. 2 

Nog voordat het boek van de 
pers rolde, werden er bladzijden ge- 
stolen en afgedrukt in de plaatselijke 
pers, vergezeld van spottend com- 
mentaar. De weerstand ertegen zou 
hele benden ertoe aanzetten om de 
profeet Joseph Smith te vermoorden 
en hen die hem geloofden de wilder- 
nis in te drijven. 

Sinds dat uiterst onwaarschijnlij- 
ke begin zijn er tot op de dag van 
vandaag 108.936.922 exemplaren 
gedrukt van Het boek van Mormon: 
een getuige van Jezus Christus. Het 
is in 62 talen uitgegeven, in 37 an- 
dere talen verscheen een beknopte 
uitgave, en momenteel wordt het in 
nog eens 22 talen vertaald. 




In mijn hand heb ik een exemplaar 
van de eerste editie van het Boek 
van Mormon. Het is in 1830 ge- 
drukt op een met de hand bediende 
letterdrukpers van de E. B. Grandin 
Company te Palmyra (New York) . 

In juni 1829 bracht Joseph Smith, 
die toen 23 jaar was, samen met 
Martin Harris, een plaatselijke boer, 
een bezoek aan de 23-jarige meneer 
Grandin. De heer Grandin had drie 
maanden daarvoor in advertenties 
zijn bedoeling te kennen gegeven 
om boeken uit te geven. Joseph 
Smith gaf hem bladzijden van een 
met de hand geschreven manuscript. 

Als de inhoud van het boek het 



JANUARI 
71 



2 2 



Momenteel voorzien zestigdui- 
zend voltijdzendelingen in 162 lan- 
den zelf in hun levensonderhoud 
en wijden twee jaar van hun leven 
om te getuigen dat het Boek van 
Mormon waar is. 

Al generaties lang heeft het de le- 
zers geïnspireerd. Herbert Schreiter 
las zijn Duitse vertaling van het 
Boek van Mormon. Daarin las hij: 

'En wanneer gij deze dingen zult 
ontvangen, zou ik u willen vermanen, 
dat gij God, de eeuwige Vader, in de 
naam van Christus zoudt vragen, of 
deze dingen niet waar zijn; en indien 
gij zult vragen met een oprecht hart 
en met een eerlijke bedoeling, en ge- 
loof hebt in Christus, zal Hij door de 
kracht des Heiligen Geestes de waar- 
heid er van aan u bekendmaken. 

'En door de kracht des Heiligen 
Geestes kunt gij de waarheid van al- 
le dingen weten.' 3 

Herbert Schreiter beproefde de 
belofte en trad toe tot De Kerk van 
Jezus Christus van de Heiligen der 
Laatste Dagen. 

Toen Herbert in 1946 als krijgs- 
gevangene was vrijgelaten, keerde 
hij terug naar zijn vrouw en drie 
dochtertjes in Leipzig (Duitsland). 
Kort daarna ging hij als zendeling 
naar Bernburg (Duitsland). Alleen 
en zonder collega zat hij koud en 
hongerig in een kamer, zich afvra- 
gend hoe hij moest beginnen. 

Hij bedacht wat hij het door oor- 
log geruïneerde volk te bieden had. 
Met de hand maakte hij een plak- 
kaat met de tekst: 'Is er leven na de 
dood?' en hing het op een muur. 

Rond die tijd kwam er een fami- 
lie uit een dorpje in Polen naar 
Bernburg. 

Manfred Schütze was vier jaar. 
Zijn vader was gesneuveld in de oor- 
log. Zijn moeder, zijn grootouders en 
zijn tante, ook weduwe, en haar 
twee dochtertjes waren gedwongen 
om hun dorpje te evacueren, waar- 
voor ze slechts een half uur de tijd 
kregen. Ze pakten wat ze konden en 
trokken naar het westen. Manfred 
en zijn moeder trokken en duwden 
een karretje. Soms reed de zieke 
grootvader in de kar. Een Poolse offi- 
cier keek naar de zielige, kleine 
Manfred en begon te huilen. 



Bij de grens plunderden soldaten 
hun bezittingen en gooiden hun 
beddengoed in de rivier. Manfred en 
zijn moeder raakten de rest van de 
familie toen kwijt. Zijn moeder 
vroeg zich af of ze misschien naar 
Bernburg gegaan waren, waar haar 
grootmoeder geboren was, misschien 
naar familieleden. Na weken van 
ongelooflijk lijden, arriveerden ze in 
Bernburg en vonden de familie. 

Ze woonden met zijn zevenen in 
één klein kamertje. Maar hun moei- 
lijkheden waren nog niet voorbij. De 
moeder van de twee kleine meisjes 
overleed. De rouwende grootmoeder 
riep om een predikant en vroeg: 'Zie 
ik mijn familie weer terug?' 

De predikant antwoordde: 'Beste 
mevrouw, zoiets als een opstanding 
bestaat niet. Wie dood is, is dood!' 

Ze verpakten het lichaam voor de 
begrafenis in een papieren zak. 

Op de terugweg van het graf op- 
perde de grootvader dat ze zich van 
het leven konden beroven, zoals zo- 
veel anderen al hadden gedaan. Pre- 
cies op dat moment zagen ze het 
plakkaat dat broeder Schreiter op 
een gebouw had geplakt: 'Is er leven 
na de dood?', met een uitnodiging 
van De Kerk van Jezus Christus van 
de Heiligen der Laatste Dagen. Tij- 
dens een bijeenkomst hoorden ze 
van Het Boek van Mormon: een ge- 
tuige van Jezus Christus. 

In het boek staat uitleg van: 

• Het doel van het sterfelijk le- 
ven en de dood. 4 

• De zekerheid van het leven na 
de dood. 5 

• Wat er gebeurt als de geest het 
lichaam verlaat. 6 

• De beschrijving van de opstan- 
ding. 7 

• Hoe je vergeving van zonden 
ontvangt en behoudt. 8 

• Welke greep gerechtigheid of 
barmhartigheid op je kan hebben. 9 

• Waar je om moet bidden. 10 

• Het priesterschap. 11 

• Verbonden en verordeningen. 12 

• De functie en bediening van 
engelen. 13 

• De stille, zachte stem van per- 
soonlijke openbaring. 14 

• En, vooral, de zending van 
Jezus Christus. 15 



• En nog vele andere juwelen die 
samen de volheid van het evangelie 
van Jezus Christus zijn. 

Zij werden lid van de kerk. Al 
gauw veranderde hun leven. De 
grootvader vond werk als bakker en 
kon zijn familie van brood voorzien, 
net zoals broeder Schreiter, die hen 
'het brood des levens' 16 had gegeven. 

En toen kwam er hulp van de kerk 
in de Verenigde Staten. Manfred 
groeide op met graan uit kleine zak- 
ken met een plaatje van een bijen- 
korf, en met perziken uit Californië. 
Hij droeg kleding uit de hulpgoede- 
ren van de welzijnszorg van de kerk. 

Kort nadat ik was afgezwaaid uit 
de luchtmacht ging ik naar de fa- 
briek van de welzijnszorg in Kaysville 
(Utah) , waar ik hielp met het vullen 
van zakken graan voor de mensen in 
Europa die hongersnood leden. Ik 
denk graag dat een van de zakken 
graan die ik zelf vulde naar Manfred 
Schütze en zijn moeder is gegaan. Zo 
niet, dan is hij naar anderen gegaan 
die hem net zo hard nodig hadden. 

Ouderling Dieter Uchtdorf, die 
vandaag op het podium bij ons zit als 
een van de zeventigen, herinnert zich 
tot op de dag van vandaag hoe het 
graan rook en hoe het aanvoelde in 
zijn kleine jongenshanden. Misschien 
heeft zijn familie wel een van de zak- 
ken gekregen die ik gevuld heb. 

Toen ik ongeveer tien jaar oud 
was, deed ik mijn eerste poging om 
het Boek van Mormon te lezen. Het 
eerste deel was makkelijk lopende 
nieuwtestamentische taal. Maar toen 
kwam ik bij de geschriften van de 
oudtestamentische profeet Jesaja. Ik 
begreep het niet en vond het moeilijk 
te lezen. Ik legde het boek terzijde. 

Ik deed verdere pogingen om het 
Boek van Mormon te lezen. Maar ik 
las het pas helemaal uit op een troe- 
pentransportschip met andere bom- 
menwerperbemanningen dat op weg 
was naar de oorlog in de Grote Oce- 
aan. Ik besloot dat ik het Boek van 
Mormon zou lezen en er zelf achter 
komen of het waar was of niet. Ik las 
en herlas zorgvuldig het hele boek. 
Ik beproefde de belofte die erin staat. 
Dat was een gebeurtenis die mijn le- 
ven veranderde. Daarna heb ik het 
boek nooit meer terzijde gelegd. 



A H O N A 

72 



Veel jonge mensen hebben het 
beter gedaan dan ik. 

Een vijftienjarige zoon van een 
zendingspresident ging naar een 
school voor voortgezet onderwijs 
waar weinig leden van de kerk naar- 
toe gingen. 

Op een dag kreeg de klas een 
proefwerk met goed-of-fout-vragen. 
Matthew was er vast van overtuigd 
dat hij de antwoorden wist op alle 
vragen, behalve vraag 15. Die luidde: 
'Joseph Smith, de zogenaamde mor- 
moonse profeet, heeft het Boek van 
Mormon geschreven. Goed of fout?' 

Hij kon de vraag eigenlijk niet 
goed beantwoorden, dus herschreef 
hij, als slimme tiener, de vraag. Hij 
streepte het woord zogenaamde door 
en verving het woord geschreven door 
vertaald. Toen stond er: 'Joseph Smith, 
de mormoonse profeet, heeft het Boek 
van Mormon vertaald.' Hij gaf aan 
dat het goed was, en leverde het in. 

De volgende dag vroeg de leraar 
streng waarom hij de vraag had ver- 
anderd. Hij glimlachte en zei: 'Om- 
dat Joseph Smith het Boek van 
Mormon niet heeft geschreven, maar 
vertaald, en omdat hij niet zoge- 
naamd, maar echt een profeet was.' 

Toen mocht hij de klas vertellen 
hoe hij dat wist. 17 



In Engeland maakten mijn vrouw 
en ik kennis met Dorothy James, de 
weduwe van een predikant die bij de 
kathedraal van Winchester woonde. 
Ze haalde een familiebijbel tevoor- 
schijn die jarenlang zoek was geweest. 

Jaren eerder waren de bezittingen 
van een familielid verkocht. De 
nieuwe eigenaar vond de bijbel in 
een bureautje dat meer dan twintig 
jaar op slot had gezeten. Er zaten 
ook wat brieven in van een kind dat 
Beaumont James heette. Hij slaagde 
erin de familie James op te sporen en 
gaf ze de verloren familiebijbel terug. 

Op het titelblad las mijn vrouw 
de volgende notitie: 'Deze bijbel is 
in onze familie sinds de tijd van 
Thomas James in 1683, die een 
rechtstreekse afstammeling was van 
Thomas James, de eerste bibliothe- 
caris van de Bodleian Library te Ox- 
ford, die in augustus 1629 begraven 
is in de New College Chapel. [Was 
getekend] C.T.C. James, 1880.' 

De kantlijnen en lege bladzijden 
waren helemaal vol aantekeningen 
in het Engels, Latijn, Grieks en He- 
breeuws. Eén aantekening raakte 
haar vooral. Onderaan het titelblad 
las ze: 'De beste indruk van de Bijbel 
ontstaat als hij op het hart van de 
lezer gedrukt wordt.' 



En vervolgens dit citaat uit de 
Schriften: 'Onze brief zijt gij, ge- 
schreven in onze harten, kenbaar en 
leesbaar voor alle mensen, daar gij 
toont een brief van Christus te zijn, 
door onze dienst opgesteld, niet met 
inkt geschreven, maar met de Geest 
van de levende God, niet op tafelen 
van steen, maar op tafelen van vlees 
in de harten. 2 Korintiërs 3:2-3.' 18 

In mijn eigen exemplaar van het 
Boek van Mormon staan ook veel 
aantekeningen in de kantlijn en 
veel strepen onder teksten. Ik was 
eens met president Hinckley in Flo- 
rida. Aan het spreekgestoelte draai- 
de hij zich om en vroeg om een 
exemplaar van de Schriften. Ik gaf 
hem mijn exemplaar. Hij bladerde er 
een paar seconden doorheen, keer- 
de zich om, gaf het terug en zei: 
'Dat kan ik niet lezen. Je hebt alles 
doorgestreept!' 

Amos heeft geprofeteerd over 
'een honger in het land (...), geen 
honger naar brood, en geen dorst 
naar water, maar om de woorden des 
Heren te horen.' 19 

In een wereld die veel gevaarlij- 
ker is dan de wereld van de kleine 
Manfred Schütze en Dieter Uchtdorf, 
heeft Het Boek van Mormon: een ge- 
tuige van Jezus Christus de voedende 



Zendelingen die Temple Square als werkgebied hebben, begroeten bezoekers en vertellen in veel verschillende 
talen over het evangelie. 




JANUARI 
73 



2 2 



kracht om de verhongerende geesten 
van de wereld te genezen. 

Manfred Schütze is nu lid van het 
Derde Quorum der Zeventig en 
houdt toezicht op onze seminaries in 
Oost-Europa. Zijn moeder, die nu 88 
is, gaat nog steeds naar de tempel in 
Freiberg, waar Herbert Schreiter eens 
raadgever van de president was. 

Ik ging met ouderling Waker F. 
Gonzalez, een nieuw lid van de 
Zeventig, uit Uruguay, naar een con- 
ferentie in Moroni (Utah), een 
plaatsje met een naam uit het Boek 
van Mormon. Er is geen enkele dok- 
ter of tandarts in Moroni. Voor 
boodschappen moeten ze de stad 
uit. Hun leerlingen worden met bus- 
sen naar een scholengemeenschap 
aan de andere kant van de vallei 
gebracht. 

We hadden een bijeenkomst met 
236 aanwezigen. Om ouderling 
Gonzalez niet de indruk te geven dat 
er alleen maar simpele boeren aan- 
wezig waren, sprak ik dit korte getui- 
genis uit: 'Ik weet dat het evangelie 
waar is en dat Jezus de Christus is.' 
Ik vroeg of iemand dat in het Spaans 
kon herhalen. Er gingen enkele han- 
den de lucht in. Kon iemand anders 
het in een andere taal herhalen? De 
zin werd herhaald in het: 

Japans 

Spaans 

Duits 

Portugees 

Russisch 

Chinees 

Tongaans 

Italiaans 

Tagalog 

Nederlands 

Fins 

Maori 

Pools 

Koreaans 

Frans 



15 talen 



Testament in de Bijbel begrijpen. Ik 
weet dat het waar is. 

In deze uitgave van het Boek van 
Mormon uit 1830, die door de 23-ja- 
rige Egbert B. Grandin gedrukt is 
voor de 23-jarige Joseph Smith jr., 
lees ik op bladzijde 105: 'Wij spre- 
ken van Christus, wij verheugen ons 
in Christus, wij prediken Christus, 
wij profeteren van Christus, en wij 
schrijven volgens onze profetieën, 
opdat onze kinderen mogen weten 
uit welke Bron zij vergeving hunner 
zonden mogen verwachten.' 20 

En dat is, daarvan verzeker ik u, 
precies wat we doen. In de naam 
van Jezus Christus. Amen. □ 

NOTEN 

1. Zie Exodus 28:30; Leviticus 8:8; 
Numeri 27:21; Deuteronomium 33:8; 

1 Samuël 28:6; Ezra 2:63; Nehemia 7:65. 

2. John M'Clintock en James Strong, 
Cycbpedia of Biblical, Theological, and 
Ecclesiastical Literature (1867-1881), zie 
'Urim and Thummim'. 

3. Moroni 10: 4-5. 

4. Zie 2 Ne. 2:21; 33:9; Alma 12:24; 
34:32; 42:4. 

5. Zie 2 Ne. 9:3-7; Mosiah 16:8; 
3Nephill. 



6. Zie Alma 34:34; 40:11-14, 21. 

7. Zie 2 Ne. 9:12; Alma 40:23; 41:2; 
3 Ne. 11:1-16. 

8. Zie Mosiah 4:1-3, 12,26; 
Alma 4:14. 

9. Zie Alma 34:15-16; 41:14; 
42:15-16,22-25. 

10. Zie 2 Ne. 4:35; 32:8-9; Enos 1:9; 
Alma 13:28; 34:17-27, 37:36-37; 

3 Ne. 18:19-21; Moroni 7:26. 

11. Zie 2 Ne. 6:2; Mosiah 18:18; Alma 
6:1; 13; 3 Ne. 11:21; 18:37; Moro. 2:2; 3:4. 

12. Zie 2 Ne. 11:5; Mosiah 5:5; 18:13; 
Alma 13:8, 16. 

13. Zie 2 Ne. 32:2-3; Omni 1:25; 
Moro. 7:25, 37. 

14. Zie 1 Ne. 16:9; 17:44-^5; Enos 1:10; 
Alma 32:23; Helaman 5:30; 3 Ne. 11:3. 

15. Zie 1 Ne. 11:13-33; 2 Ne. 2:6-10; 
Mosiah 3:5-12; Alma 7:7-13; 

3 Ne. 27:13-16. 

16. Johannes 6:35. 

17. Zie George D. Durrant, 'Helping 
Your Children Be Missionaries', Ensign, 
oktober 1977, blz. 67. 

18. Donna S. Packer, On Footings from 
the Past: The Packers in England (1988), 
blz. 329. 

19. Amos8:ll. 

20. The Book of Mormon (1830), 
blz. 105; zie ook 2 Ne. 25:26. 



Nogmaals: ik weet dat het evange- 
lie waar is en dat Jezus de Christus is. 

Ik houd van dit Boek van Mor- 
mon: een getuige van Jezus Christus. 
Bestudeer het, dan kunt u zowel het 
Oude Testament als het Nieuwe 




L I A H O N A 

74 



Pal staan 



Bisschop H. Dctvid Burton 

Presiderende bisschop 




'Jezus Christus is ons volmaakte voorbeeld van iemand die 
altijd pal stond. Hij is de verpersoonlijking van integriteit, 
kracht en moed.' 



om tegen een gezamenlijke vijand te 
strijden. Overal is buitengewoon 
moedig gedrag waar te nemen. De 
humanitaire hulpverlening is onme- 
telijk. Ongeacht ras of godsdienst 
hebben mensen hulp aan de slacht- 
offers en hun familieleden gegeven. 
Ontelbare gebeden zijn uitgespro- 
ken. De macht van het goede staat 
pal tegen de macht van het kwaad 
en zinloos geweld. 

Er wordt wel gezegd dat iemand 
die geen partij kiest, ooit een keer 
een keus zal moeten doen. Als we 
tot nu toe moeite hebben gehad om 
partij te kiezen, wordt het nu tijd 
dat we de moed verzamelen om pal 
te staan voor rechtschapenheid en 
zonde te vermijden. 

Het leven, de bediening en de le- 
ringen van onze Heiland, Jezus 
Christus, zijn een voorbeeld voor 
ons eigen leven. Jezus Christus is 
ons volmaakte voorbeeld van ie- 
mand die altijd pal stond. Hij is de 
verpersoonlijking van integriteit, 
kracht en moed. Ik wil drie voor- 
beelden uit de bediening van de 
Heiland gebruiken. 

Ten eerste, na zijn doop werd 
Jezus geïnspireerd om Zich af te zon- 
deren en met zijn Vader te commu- 
niceren. Veertig dagen lang at Hij 
niet om zijn lichaam aan zijn godde- 
lijke geest te onderwerpen. In zijn 
verzwakte toestand werd Hij door 
de verzoeker bezocht, die Hem aan- 
spoorde om zijn grote macht te ge- 
bruiken en uitzonderlijke prestaties 
te verrichten. Toen de verzoeker 
voorstelde om stenen in brood te 
veranderen, zodat Hij zijn honger 



Een wijs man gaf vaak het vol- 
gende, eenvoudige advies: 
'David, sta pal'. Mijn vader 
verwachtte niet dat ik langer zou 
worden of op mijn tenen ging staan, 
maar hij bedoelde dat ik moedig de 
juiste beslissing moest nemen, zon- 
der principes aan de kant te zetten, 
zonder geestelijke normen te nege- 
ren, en zonder verantwoordelijkheid 
te ontlopen. Als ik zijn advies op- 
volgde, ging het goed in mijn leven. 
Als ik niet pal stond, was het leven 
meestal onprettig. Ik vroeg onlangs 
aan mijn twee kleinzoons wat zij 
zouden doen als onze hemelse Vader 
aan hen zou vragen om pal te staan. 
De een ging automatisch op zijn te- 
nen staan, maar allebei zeiden ze: 
'Hij wil dat wij het goede kiezen.' 

Na de diepe ellende en opschud- 
ding van 11 september staan man- 
nen, vrouwen en landen pal. 
Vijanden en vrienden komen samen 



kon stillen, stond de Heiland pal 
door te zeggen: 'Er staat geschreven: 
Niet alleen van brood zal de mens 
leven, maar van alle woord, dat uit 
de mond Gods uitgaat' (Matteüs 
4:4). Op de uitnodiging om Zich 
van de tempel af te werpen en door 
de engelen gered te worden, zei Hij: 
'Gij zult de Here, uw God, niet ver- 
zoeken' (Matteüs 4:7). En op het 
voorstel om Zich neder te werpen 
en de duivel te aanbidden, in ruil 
voor de rijkdom en de eer van de 
wereld, antwoordde Hij moedig: 'De 
Here, uw God, zult gij aanbidden en 
Hem alleen dienen' (Matteüs 4:10). 

De verleider zet zijn sluwheden 
onverminderd voort. Door het stre- 
ven naar wereldse goederen ver- 
waarlozen sommige mensen hun 
principes. De mens is vaak niet in 
staat om onderscheid te maken tus- 
sen behoeften en wensen. Gezinnen 
lijden door het gebrek aan genegen- 
heid, erkenning en leiderschap van 
de ouders. Velen gebruiken onethi- 
sche, onzedelijke en vaak illegale 
methoden om steeds meer goederen 
te verwerven. 

Als u verstrikt bent geraakt in het 
streven om goederen te verwerven, 
wordt het nu tijd om moedig pal te 
staan. Als u liever goederen hebt 
dan de liefde van God, wordt het nu 
tijd om pal te staan. Als u bent geze- 
gend met een overvloed, wordt het 
nu tijd om pal te staan en behoefti- 
gen in uw overvloed te laten delen. 

Het tweede voorbeeld — de Hei- 
land riep zijn volgelingen een keer 
bijeen en zei: 'Hoort en verstaat! 
Niet wat de mond binnengaat, 
maakt de mens onrein, maar wat de 
mond uitkomt, dat maakt de mens 
onrein' (Matteüs 15:10-11). 

Veel mensen gebruiken de naam 
van God ijdel in hun dagelijks taalge- 
bruik. Onder onze jongeren wordt 
vulgaire en ruwe taal gemakkelijk ge- 
bruikt om hun gevoelens tot uitdruk- 
king te brengen. Jonge vrienden, nu 
is het tijd om pal te staan en deze 
woorden uit je vocabulaire te verwij- 
deren. Jullie weten welke woorden ik 
bedoel. Helaas hoor je ze overal om 
je heen — op school, in muziek en 
tijdens sportevenementen. Is er 
moed voor nodig om pal te staan? 



JANUARI 

75 



2 2 




Een gezin buiten de Tabernakel op Temple Square. 



Uiteraard. Kun je die moed verzame- 
len? Natuurlijk. Vraag om kracht van 
je hemelse Vader om die zwakheid te 
overwinnen. De Heiland heeft ge- 
zegd: 'Bid altijd, en Ik zal mijn Geest 
op u uitstorten, en groot zal uw zegen 



zijn' (LV 19:38). Er wordt gezegd: 'De 
grootste hoogten zijn op onze knieën 
te bereiken.' ('New Era Poster: Stan- 
ding TalP, New Era, oktober 2001, 
blz. 19.) Vloeken en schelden is niet 
verheffend, maar ontheiligend. Mijn 



vrouw en ik hebben honderden sport- 
evenementen van jongeren bijge- 
woond. Te vaak horen we trainers en 
andere volwassenen schelden of vloe- 
ken, terwijl ze een voorbeeld zouden 
moeten zijn. Volwassenen moeten 
pal staan en ruwe en ongepaste taal 
mijden. 

U hebt de volgende zinsnede wel- 
eens gehoord: 'Uw daden zijn zo luid, 
dat ik uw woorden niet kan horen'. 
Onze daden spreken boekdelen over 
ons. Wij moeten de raad van de pro- 
feten opvolgen en ons fatsoenlijk kle- 
den. 'Onfatsoenlijke kleding omvat 
korte broeken en rokken; strakke 
kleding, truitjes die de navel niet be- 
dekken, en andere onthullende kle- 
dij.' (Voor de kracht van de jeugd 
[2001], blz. 12.) Kleding die fatsoen- 
lijk, netjes en schoon is, is opbou- 
wend. Onfatsoenlijke kleding is 
onterend. Als u ook maar enigszins 
twijfelt, vraag uzelf dan af: 'Zou ik mij 
op mijn gemak voelen als de Heer 
voor me stond?' Moeders, u bent het 
beste in staat om hier ons voorbeeld 
en geweten in te zijn. Maar vergeet 
niet dat jongeren schijnheiligheid net 
zo makkelijk kunnen ruiken als de 
geur van versgebakken brood. Ou- 
ders, adviseer uw zoons en dochters 
om pal te staan tegen onzedelijkheid, 
en voeg u zelf ook bij hen. 

Ten derde, u zult zich herinneren 
dat de Heiland als antwoord op de 
vraag van de wetgeleerde wie zijn 
naaste was de gelijkenis van de 
barmhartige Samaritaan vertelde. 
Hij zei dat een man tijdens zijn reis 
van Jeruzalem naar Jericho beroofd, 
mishandeld en voor dood achterge- 
laten werd. Eerst kwam er een 
priester langs, die zich van hem af- 
keerde en aan de overkant van de 
weg doorliep. De volgende persoon 
die langskwam, verleende ook geen 
hulp. De derde persoon, een Sama- 
ritaan, verbond zijn wonden en re- 
gelde dat hij verzorgd werd. Toen 
vroeg Jezus wie zijn naaste was. De 
wetgeleerde antwoordde dat de 
naaste de persoon was die hulp had 
verleend. De Heiland zei: 'Ga heen, 
doe gij evenzo.' (Lucas 10:37; zie 
vss. 30-37.) 

Als we onze naasten helpen, 
staan we dan alleen open voor hun 



LIAHONA 

76 



behoeften of ook voor hun gevoe- 
lens? Is onze naastenliefde selectief 
en alleen op de leden van onze kerk 
gericht? Of is die alomvattend, on- 
geacht geloof, huidskleur of andere 
ogenschijnlijke verschillen? De Hei- 
land maakte geen onderscheid in de 
definitie van onze naaste. Soms 
wordt ons kerkjargon verkeerd be- 
grepen en lijkt het wel of wij onge- 
voelig of zelfs laatdunkend zijn ten 
opzichte van onze naasten. Net als 
wat ouderling Ballard gisteren zei, 
ben ik ook geen voorstander van de 
term niet-lid. Als we andere mensen 
niet-leden noemen, kunnen zij zich 
afvragen of wij vinden dat zij geen 
lid van de samenleving, de stad of 
de mensheid zijn. We zeggen al snel 
dat wij anderen in onze omgeving 
accepteren en erbij betrekken, maar 
in de ogen van sommige mensen 
lijkt het erop dat we hen al te vaak 
nauwelijks tolereren. We kunnen al- 
leen liefde voor onze naasten ont- 
wikkelen als we onszelf en God 
liefhebben. Laten we pal staan en 
onze naasten ondubbelzinnig lief- 
hebben en respecteren. 

Een aantal jaren geleden overleed 
een goede vriend van de familie. Hij 
en zijn vrouw gingen af en toe in de 
bergen wandelen. Op een herfstmid- 
dag beklommen ze een steil bergpad 
naar een prachtige waterval. Toen ze 
terugliepen, vroegen verschillende 
mensen die naar boven gingen: 'Is 
het de moeite waard?' Onze vriend 
antwoordde altijd bevestigend. Maar 
later zeiden ze dat het alleen de 
moeite waard was als je van frisse 
lucht, bergen, lichaamsbeweging en 
liefdevol gezelschap houdt. 

Als de invloed en druk van ande- 
ren en de behoefte om geaccepteerd 
te worden groot is, kunnen sommige 
mensen zich afvragen: 'Is het de 
moeite waard om pal te staan?' Op 
die vraag antwoord ik: Als u het 
eeuwige leven belangrijk vindt en als 
u ware vreugde wilt ervaren, dan is 
pal staan de vereiste vastberaden- 
heid en onvermoeibare dagelijkse in- 
spanning waard.' 

Ik bid dat wij allemaal pal aan de 
kant van de rechtschapenheid staan, 
in de naam van onze Heer en Mees- 
ter, Jezus Christus. Amen. □ 



'Vrees niet, 

want zij, die bij 

ons zijn, zijn talrijker' 

Sharon G. Larsen 

Tweede raadgeefster in het algemeen [ongevrouwenpresidium 



l We staan er niet alleen voor in deze heilige opdracht van 
ouderschap, liefde en leiderschap. Er bestaat geen grotere 
vreugde. Het is ieder offer waard.' 



enige partner was bezorgd en telde 
met hoeveel man zij waren, maar 
Elisa verzekerde hem ervan dat zij, 
als ze aan de kant van de Heer ston- 
den, ongeacht het aantal wereldse 
vijanden, in de meerderheid waren. 
Ik getuig dat de troostende woorden 
van Elisa tot zijn jonge vriend ook 
nu nog waar zijn: 'Zij, die bij ons 
zijn, zijn talrijker dan zij, die bij hen 
zijn' (2 Koningen 6:16). De Heer zal 
onze jonge mensen met vurige paar- 
den en wagens omgeven en bescher- 
men (net als Elisa) in de vorm van 
ouders, grootouders, tantes, ooms, 
buren, leidinggevenden en vrienden 
die heel veel van hen houden en 
hen leiden. 

De afgelopen vier jaar zat ik tot 
mijn nek toe in het werk met de jon- 
gevrouwen. Wanneer we overal heen 
reizen en dan met hen praten, leren 
we hun hoop, hun dromen, angsten 
en teleurstellingen enigszins kennen. 
Ik herhaal de woorden van president 
Hinckley: 'Dit is de beste generatie 
die we ooit in de kerk hebben gehad.' 
(Church News, 15 februari 1997, blz. 
3.) In het algemeen staan onze jonge 
mensen heldhaftig en energiek voor 
goedheid en fatsoen. 

Maar hoe sterk en goed ze ook zijn, 
onze jongeren hebben hulp nodig. Het 
programma 'Mijn persoonlijke voor- 
uitgang' van de jongevrouwen, het 




Als ouders en jeugdleiders 
zijn we misschien gemakke- 
lijk geneigd de moed te ver- 
liezen en bezorgd in onze handen te 
wringen om de jeugd en de wereld 
waarin zij leven. 

Onze omstandigheden nu zijn 
niet zonder precedent, noch zonder 
hoop. Toen Henoch de profeet was, 
weenden de hemelen wegens de 
goddeloosheid van de wereld. (Zie 
Mozes 7:28-37.) Het lijdt geen twij- 
fel dat de hemelen tegenwoordig 
ook wenen. 

De profeet Elisa was door het he- 
le Syrische leger omsingeld en ze wa- 
ren vastbesloten hem te doden. Zijn 



JANUARI 

77 



2 2 




Een wachtende vrouw achter een pilaar op plazaniveau van het 
Conferentiecentrum. 



programma 'Plicht jegens God' van 
de Aaronische priesterschap, Lei- 
draad voor ouders en leidinggevenden 
van jongeren, en het herziene boekje 
Voor de kracht van de jeugd zal ouders 
en leiders tot steun zijn als zij actief 
en direct betrokken zijn bij het te- 
genhouden van de afglijdende mo- 
raal. Onze jongeren willen meer dan 
kostbazen. Ze willen mensen die van 
hen houden en hen leiden. Zij ver- 
dienen die bescherming. 

Een essentieel onderdeel van die 
liefde is luisteren. Ik weet wat luiste- 
ren is want ik heb dat gelukkig zelf 
ondervonden. 

Ik werkte vroeger vaak met mijn 
vader op de boerderij. Ik vond het 
niet altijd leuk, maar als het lunch- 
tijd was, gingen we altijd in de scha- 
duw van de hoge populieren zitten, 
en dan aten we ons lunchpakket en 
praatten met elkaar. Mijn vader 
greep dat niet aan als een gouden 
gelegenheid om mij eens even aan 
de regels te herinneren en de les te 
lezen. We praatten gewoon — over 
van alles en nog wat. 

Ik kon dan ook vragen stellen. Ik 
voelde me dan zo veilig dat ik zelfs 
vragen durfde stellen waarbij hij zich 
niet op zijn gemak zou voelen. Ik weet 



nog dat ik hem vroeg: 'Waarom heb je 
me vorige week bij mijn vrienden 
voor gek gezet toen ik niet op tijd 
thuis was, door me te komen halen?' 

Zijn antwoord brengt me bij een 
ander aspect van liefde. Hij was niet 
willekeurig in zijn houding. Hij ver- 
wachtte dat ik me aan bepaalde ge- 
dragsnormen hield. Hij zei: 'Ik 
maakte me zorgen over het feit dat je 
nog zo laat op stap was. Ik wil vooral 
dat je veilig bent.' Ik besefte dat zijn 
liefde voor mij sterker was dan zijn 
verlangen naar slaap of het ongemak 
zich weer te moeten aankleden en 
me met de auto te zoeken. 

Of het nu op het hooiveld is of op 
een andere ongedwongen plek, op 
zulke momenten wordt het reservoir 
bijgevuld voor andere momenten 
die misschien niet zo idyllisch en se- 
reen zijn. Met een dergelijke inves- 
tering blijft een band bestaan — 
ondanks strenge leer en correctie — 
of misschien als gevolg ervan. 

Liefde is luisteren als zij behoefte 
aan praten hebben — midden in de 
nacht, 's ochtends om zes uur op weg 
naar het seminarie of als u staat te 
koken. Heeft u de clip van de kerk op 
de televisie gezien die begint met een 
donkere slaapkamer? De deur gaat 



open en je ziet een meisje met een 
boek onder haar armen binnenko- 
men. Ze gaat naar haar vader die in 
diepe rust verkeert, en vraagt: 'Papa, 
wil je me voorlezen?' De vader doet 
zijn ogen niet open, maar mompelt in 
zijn slaap. 'O, liefje, papa is zo moe, 
vraag het maar aan mama.' Het klei- 
ne meisje trippelt naar de andere 
kant van het bed waar haar moeder 
slaapt en vraagt: 'Mama, mag papa 
me voorlezen?' Dan zie je hoe de 
ogen van de vader zich wijd open- 
sperren, en op het volgende beeld zit- 
ten ze gezellig met z'n drieën bij 
elkaar en leest de vader voor. 

Liefhebben doen we wellicht van 
nature, maar leiden is een verfijnde 
vaardigheid die we misschien niet 
serieus genoeg nemen. Wij leiden 
bijvoorbeeld meer door ons voor- 
beeld dan op welke andere manier 
dan ook. Dat is een zware belasting 
voor ouders en jeugdleiders. 

Kunnen onze jongeren aan de ma- 
nier waarop wij leven, praten en bid- 
den zien dat we van de Heer houden? 
Weten zij dat hun Vader in de hemel 
een God van liefde is doordat ze zich 
geliefd voelen als ze bij ons zijn? Zijn 
zij ervan overtuigd dat wij niet onder 
invloed van allerlei wind van leer of 
het valse spel van sociale druk en we- 
reldse acceptatie bewogen zullen wor- 
den? (Zie Efeziërs 4:14.) 

Als we in rechtschapenheid lei- 
ding willen geven, mag er geen twij- 
fel over bestaan waar wij staan. 
Kleine onzekerheden van onze kant 
kunnen grote onzekerheden in onze 
kinderen teweegbrengen. 

Soms vraag ik me af of wij als moe- 
ders er de oorzaak van zijn dat onze 
kinderen zich onder druk voelen 
staan om populair te zijn en geaccep- 
teerd te worden. Als wij onze verlan- 
gens zo bijstellen dat onze normen de 
normen van de Heer zijn, maken we 
duidelijk dat er in het koninkrijk van 
de Heer geen dubbele moraal is. 

Na de toespraak van president 
Hinckley vorig jaar november vertel- 
de een jonge vrouw aan haar moeder 
dat haar jongevrouwenleidster haar 
tweede setje oorringetjes uit had ge- 
daan. Deze kritische jonge mensen 
merken zoiets op. Ze merken hoe 
lang uw korte broek is, en of u iets 



L I 



A H O N A 
78 



moest wegstoppen of -spelden om die 
blouse te kunnen dragen. Ze merken 
wat u draagt (of niet draagt) als u in 
de tuin werkt. Ze merken naar welke 
film u gaat kijken in de bioscoop. 

Wij hebben verbonden met de 
Heer gesloten, en leidinggeven is 
vaak een toets voor het niveau van 
onze toewijding aan die verbonden. 

Een jonge moeder zei: 'Een goede 
ouder zijn vergt enorm veel tijd en 
energie. Het is gemakkelijker om 
mijn kinderen bij de televisie in slaap 
te laten vallen, intussen het huis op 
te ruimen en ze dan in bed te leggen, 
dan de Schriften met ze te lezen, sa- 
men te bidden, voor te lezen, en ze 
daarna in te stoppen. Maar ze ver- 
heugen zich op die avondceremonie, 
en ik weet dat die investering, zelfs 
als ik te moe ben om te bewegen, 
eeuwige winst zal opleveren.' Conse- 
quent leiderschap draagt ertoe bij dat 
jongeren verstandige keuzen doen en 
dan groeit ons vertrouwen in hen. 

Ik weet nog dat ik een keer toen 
ik zestien was, mijn moeder met 
mijn vader hoorde praten. Ze maak- 
te zich zorgen over bepaalde keuzen 
die ik deed. Ik was niet schuldig aan 
enige zonde erger dan de onvolwas- 
senheid van de jeugd, maar mama 
maakte zich zorgen. Wat mijn vader 
zei, werd in mijn hart gebrand: 
'Maak je geen zorgen', zei hij tegen 
mama. 'Ik heb vertrouwen in Sharon 
en ik weet zeker dat ze het goede zal 
kiezen.' Die uren in het hooiveld 
wierpen op dat moment hun vruch- 
ten af. Vanaf dat ogenblik was ik 
volledig verbonden met die ouders 
vol liefde en vertrouwen. 

Eén van de grootste toetsen voor 
ouders en leidinggevenden komt als 
ze moeten houden van iemand die 
dat schijnbaar onmogelijk maakt. 
Dat is een moeilijke taak. Wij moe- 
ten daarvoor ons hart oprekken en 
dat veroorzaakt pijn in de ziel. Als 
ouders met een gebroken hart om 
hulp bidden, komt die hulp vaak in 
de vorm van engelachtige tantes of 
ooms, grootouders, goede vrienden 
en leidinggevenden die onze geliefde 
na staan. Zij kunnen onze bood- 
schap nieuw leven inblazen zodat 
ons kind weer op het spoor komt zo- 
als wij hebben gebeden. 



Wijze liefde en doelmatig leider- 
schap onder andere zullen de vloed- 
golf van goddeloosheid stuiten terwijl 
we de volgende generatie voorberei- 
den op de verblijdende genoegens 
van het ouderschap. Wij zullen nooit 
de vreugde vergeten die we voelden 
toen onze zoon van twaalf voor het 
eerst het avondmaal ronddiende of 
wanneer wij het avondmaalsgebed 
met de stem van onze zoon hoorden. 
Hoe leg je uit wat je voelt als je je 
dochter getuigenis hoort geven van 
de Heiland of meemaakt dat ze haar 
onderscheiding 'Voorbeeldige jonge- 
vrouw' ontvangt? 

Wij zien een glimp van de hemel 



als we in de tempel zijn met ons kind 
dat aan het altaar knielt tegenover 
een fijne partner. Ze zijn klaar om sa- 
men een leven van belofte en presta- 
ties te beginnen dat wij mede gevoed 
hebben. Dat is de tijd van de oogst. 

Ik sluit met mijn getuigenis dat 
we er niet alleen voor staan in deze 
heilige opdracht van ouderschap, 
liefde en leiderschap. Er bestaat 
geen grotere vreugde. Het is ieder 
offer, elk ongelegen ogenblik, ieder 
onsje geduld, persoonlijke discipline 
en volharding waard. 'Als God voor 
ons is, wie zal tegen ons zijn?' (Ro- 
meinen 8:31.) In de naam van Jezus 
Christus. Amen. □ 




JANUARI 
79 



2 2 



'Uw eigen huis 
in orde brengen' 



Ouderling Russell M. Nelson 

van het Quorum der Twaalf Apostelen 



'Ons gezin is het middelpunt van ons grootste werk en onze 
grootste vreugde in dit leven; en dat zal ook in de eeuwigheid 
zo zijn.' 



andere arm om onze jongste dochter 
heen. Om ze te beschermen, pro- 
beerde ik ze dicht tegen me aan te 
houden. Maar toen we over de rand 
gingen, werd de gebogen boot een 
gigantische slinger die mij de lucht 
in slingerde. Ik kwam in de kolkende 
stroomversnellingen van de rivier 
terecht. Ik had moeite om boven te 
komen. Elke keer als ik probeerde 
ergens lucht te happen, kwam ik te- 
gen de onderkant van de boot aan. 
Mijn gezinsleden konden mij niet 
zien, maar ik hoorde ze roepen: 'Pa- 
pa! Waar is papa?' 

Uiteindelijk vond ik de zijkant 
van de boot, en ik kwam boven. De 
familie trok mijn bijna verdronken 
lichaam uit het water. We waren 
dankbaar dat we weer veilig bij el- 
kaar waren. 

De volgende paar dagen waren 
prettig en verrukkelijk. Maar toen 
kwam de laatste dag, waarop we over 
de Lava Falls -waterval moesten, die 
bekendstaat als de gevaarlijkste val 
van de reis. Toen ik zag wat er voor 
ons lag, liet ik onmiddellijk de boot 
aan de kant leggen en hielden we een 
noodgezinsraad, in de wetenschap 
dat we dit goed moesten plannen als 
we het wilden overleven. Ik zei tegen 
de anderen: 'Wat er ook gebeurt, de 
rubber boot blijft altijd drijven. Als 
we uit alle macht de touwen vasthou- 
den die aan de boot vastzitten, dan 
kunnen we het halen. Zelfs als kap- 
seist de boot, dan halen we het toch 




Toen mijn vrouw en ik jaren 
geleden nog enkele tienerd- 
ochters thuis hadden, gingen 
we als gezin op een vakantie, ver 
weg van telefoon en vriendjes. We 
zakten met een rubberboot door de 
Grand Canyon de rivier de Colorado 
af. Voordat we aan onze reis begon- 
nen, hadden we geen idee hoe ge- 
vaarlijk die reis kon zijn. 

De eerste dag was prachtig. Maar 
op de tweede dag, toen we de bij de 
Horn Creek stroomversnellingen 
aankwamen en ik zag hoe steil het 
daar naar beneden ging, was ik 
doodsbang. Ons dierbare gezinnetje 
stond op het punt om, drijvend in 
een rubber bootje, zich van een wa- 
terval af te storten! Instinctief sloeg 
ik een arm om mijn vrouw en de 



nog als we maar stevig de touwen 
vasthouden.' 

Ik wendde me tot ons dochtertje 
van zeven en zei: 'Alle anderen hou- 
den zich vast aan een touw. Maar jij 
moet papa vasthouden. Ga achter 
me zitten. Doe je armen om me 
heen en houd me stevig vast, terwijl 
ik het touw vasthoud.' 

Dat deden we. We gingen over 
die steile, ruwe stroomversnellingen, 
ons goed vasthoudend omdat ons le- 
ven ervan afhing, en we kwamen er 
allemaal veilig doorheen. 1 

DE LES 

Broeders en zusters, ik verspeelde 
bijna mijn leven en leerde daarbij 
een les die ik u nu breng. Op onze 
reis door het leven, over erg ruwe 
wateren, kan het zijn dat de instinc- 
tieve neiging van een vader om zich 
stevig vast te houden aan zijn vrouw 
of kinderen niet de beste manier is 
om zijn doel te bereiken. Als hij zich 
in plaats daarvan liefdevol vasthoudt 
aan de Heiland en aan de ijzeren 
roede van het evangelie, dan zullen 
zijn gezinsleden zich aan hem en aan 
de Heiland willen vasthouden. 

Die les geldt beslist niet alleen 
vaders. Iedereen, ongeacht wat zijn 
geslacht, burgerlijke staat of leeftijd 
is, kan besluiten zich rechtstreeks 
vast te houden aan de Heiland, en 
aan de roede van zijn waarheid, en 
zich te laten leiden door het licht 
van die waarheid. Doen zij dat, dan 
worden zij een voorbeeld van recht- 
schapenheid waaraan anderen zich 
zullen willen vasthouden. 

HET GEBOD 

Voor de Heer is het gezin van es- 
sentieel belang. Hij heeft de aarde 
geschapen zodat wij een stoffelijk li- 
chaam konden krijgen en een gezin 
stichten. 2 Hij heeft zijn kerk gesticht 
om gezinnen tot de verhoging te 
brengen. Hij verschaft ons tempels, 
zodat het gezin voor altijd bij elkaar 
kan blijven. 3 

Vanzelfsprekend verwacht Hij dat 
de vader de gezinsleden presideert, 
onderhoudt en beschermt. 4 Maar de 
Meester heeft nog veel meer ge- 
vraagd. In heilige Schriftuur is een 
gebod gegrift om 'uw huis in orde te 



A H O N A 
80 




Ondanks de grote menigte die in het Conferentiecentrum bijeen is, luisteren de conferentiegangers aandachtig 
naar elke spreker. 



brengen'. 5 Als wij, ouders, het belang 
en de betekenis van dat gebod een- 
maal begrijpen, dan moeten we leren 
hoe we dat doen. 

HOE UW HUIS IN ORDE TE BRENGEN 

Om ons huis zo in orde te bren- 
gen dat het de Heer behaagt, moe- 
ten we het op zijn manier doen. We 
moeten zijn eigenschappen 'gerech- 
tigheid, godsvrucht, geloof, liefde, 
volharding en zachtzinnigheid' 6 ge- 
bruiken. Elke vader dient te onthou- 
den dat 'geen macht of invloed [...] 
krachtens het priesterschap [kan of 
dient] te worden gehandhaafd, dan 
alleen door overreding, lankmoedig- 
heid, zachtmoedigheid, ootmoed en 
door ongeveinsde liefde.' 7 

Ouders behoren levende voor- 
beelden te zijn van 'vriendelijkheid 
en zuivere kennis, die de ziel (...) 
grotelijks zal ontwikkelen.' 8 Alle 
moeders en vaders dienen zelfzuch- 
tige belangen opzij te zetten en elke 
gedachte aan huichelarij, geweld of 
kwaadsprekerij te vermijden. 9 Ou- 
ders komen er al snel achter dat elk 
kind een aangeboren zucht naar 
vrijheid heeft. Ieder wil zijn of haar 
eigen weg gaan. Niemand wil beper- 
kingen opgelegd krijgen, zelfs niet 



door een ouder met goede bedoelin- 
gen. Maar we kunnen ons allemaal 
vasthouden aan de Heer. 

Dat wist Job eeuwen geleden ook 
al. Hij heeft gezegd: 'Aan mijn ge- 
rechtigheid houd ik vast en ik geef 
haar niet op.' 10 En Nephi heeft ge- 
zegd: 'Allen, die het woord Gods ge- 
hoor wilden schenken (. . .) en zich 
daaraan vasthouden, (. . .) zouden 
nimmer verloren gaan.' 11 

Die grondbeginselen zijn net zo 
tijdloos als het evangelie, en net zo 
eindeloos als de eeuwigheid. Denk 
maar eens na over deze andere aan- 
sporingen uit de Schriften: 

In het oudtestamentische Spreu- 
ken lezen we: 'Houd vast aan de 
tucht, laat haar niet los, bewaar 
haar, want zij is uw leven.' 12 

Uit het Nieuwe Testament: 'Broe- 
ders, staat vast en houdt u aan de 
overleveringen, die u door ons (...) 
geleerd zijn.' 13 

Uit het Boek van Mormon verne- 
men we dat er menigten mensen 
waren die 'zich voortdurend vast 
[hielden] aan de ijzeren roede" 4 en 
haar als zinnebeeld zagen van 'het 
woord Gods'. 15 Die ijzeren roede, die 
verankerd is in waarheid, is onwrik- 
baar en onveranderbaar. 



ANDERE GODDELIJKE OPDRACHTEN 

Ouders behoren zich niet alleen 
zelf vast te houden aan het woord 
van de Heer, maar zij hebben ook 
opdracht van God om hun kinde- 
ren dat te leren. De aanwijzing 
daarvoor in de Schriften is duide- 
lijk: 'Voor zoverre er in Zion (. . .) 
ouders zijn die kinderen hebben, en 
deze niet onderwijzen in de leer 
van bekering, geloof in Christus, 
de Zoon van de levende God, en 
van doop, en de gave des Heiligen 
Geestes door het opleggen van han- 
den, wanneer zij acht jaar oud zijn, 
dan zij de zonde op het hoofd der 



ouders 



'16 



Dat gebod legt de verantwoorde- 
lijkheid en rekenschap voor het 
onderwijs van kinderen op de 
schouders van de ouders. In de pro- 
clamatie aan de wereld over het 
gezin wordt gewaarschuwd dat 
mensen die 'hun taken in het gezin 
niet nakomen, [...] op een dag aan 
God rekenschap moeten afleggen.' 17 
Ik bevestig dat dat werkelijk zo zal 
zijn. 

Voor het uitvoeren van die taken, 
hebben we zowel de kerk als het ge- 
zin nodig. Zij gaan hand in hand om 
elkaar te sterken. De kerk is er om 



JANUARI 
81 



2 2 



het gezin te verhogen. En het gezin 
is de fundamentele eenheid van de 
kerk. 

Die onderlinge relatie wordt dui- 
delijk als we de eerste geschiedenis 
van de kerk bestuderen. In 1833 
vermaande de Heer jonge leiders 
van zijn kerk omdat ze als ouders te- 
kortschoten. De Heer heeft gezegd: 

'Ik heb u geboden uw kinderen in 
licht en waarheid groot te brengen. 

'Maar voorwaar zeg Ik tot u (...) 

'Gij hebt uw kinderen, in strijd 
met de geboden, geen licht en waar- 
heid onderwezen; (...). 

'En nu geef Ik u een gebod: [...] 
gij [moet] uw eigen huis in orde 
brengen, want er zijn vele dingen in 
uw gezin, die niet zijn, zoals het be- 
hoort. Breng [...] eerst uw huis in 
orde.' 18 

Deze openbaring is een van de 
krachtigste bevestigingen van de in- 
tegriteit van de profeet Joseph 
Smith. Hij verwijderde niets uit de 
schriftuurlijke woorden van krachti- 
ge vermaning, ook al waren sommi- 
ge tot hem zelf gericht. 19 

In onze tijd heeft het Eerste Pre- 
sidium de prioriteit van ouders nog 
eens beklemtoond. Uit hun recente 
brief aan de heiligen haal ik het vol- 
gende aan: 'Wij vragen de ouders 
hun uiterste best te doen om hun 
kinderen de beginselen van het 
evangelie bij te brengen en [hen] in 
de kerk groot te brengen. In het ge- 
zin krijgt een rechtschapen leven 
vorm, en het gezin kan dan ook 
door niets of niemand worden ver- 
vangen, omdat alleen daar de nood- 
zakelijke en door God gegeven 
taken kunnen worden uitgevoerd.' 20 

WAARIN MOETEN OUDERS 
ONDERWIJZEN? 

Laten we, met die heilige op- 
dracht in gedachten, eens overden- 
ken waarin wij moeten onderwijzen. 
In de Schriften krijgen ouders de 
aanwijzing om hun kinderen geloof 
in Jezus Christus, bekering, doop en 
de gave van de Heilige Geest te le- 
ren. 21 Ouders dienen te onderwijzen 
in het heilsplan 22 en het belang van 
een levenswijze die in overeenstem- 
ming is met de geboden van God. 23 
Anders zullen hun kinderen lijden 



onder hun onwetendheid omtrent 
Gods verlossende en vrijmakende 



wet. 



24 



Oud 



ers dienen tevens een 



voorbeeld te geven in het toewijden 
van hun leven — door hun tijd, ta- 
lenten, tiende en middelen 25 toe te 
wijden aan de vestiging van de kerk 
en Gods koninkrijk op aarde. 26 Door 
zo'n levenswijze zijn ouders hun na- 
geslacht letterlijk tot zegen. In de 
Schriften staat: 'Uw plicht [ligt] 
steeds in de kerk, en wel wegens uw 
[gezin].'" 

WEERSTAND TEGEN HET GEZIN 

Ouders en kinderen moeten be- 
seffen dat er altijd sterke tegen- 
stand zal zijn tegen het werk en de 
wil van de Heer. 28 Omdat het de 
heerlijkheid en het werk van God is 
om onze onsterfelijkheid en eeuwi- 
ge leven als gezin 29 tot stand te 
brengen, vloeit daar logischerwijze 
uit voort dat het werk van de te- 
genstander het hart van ons thuis 
zal treffen: het gezin. Lucifer valt 
onophoudelijk de heiligheid van 
het leven en de vreugde van het 
ouderschap aan. 

Omdat de boze altijd bezig blijft, 
mag onze waakzaamheid nooit ver- 
slappen, zelfs geen moment. Een 
eenvoudige, schijnbaar onschuldige 
uitnodiging kan omslaan in een gro- 
te verleiding die tot een tragische 
overtreding kan leiden. We moeten 
dag en nacht, binnens- of buitens- 
huis, zonde vermijden en 'het goede 
[behouden]'. 30 

Het opruiende kwaad van porno- 
grafie, abortus en verslaving aan 
schadelijke middelen, ondermijnt 
net als termieten de onderliggende 
kracht van een gelukkig thuis en 
een getrouw gezin. We kunnen niet 
toegeven aan goddeloosheid zonder 
ons gezin gevaar te laten lopen. 

Satan wil dat wij ons net zo ellen- 
dig voelen als hij. 31 Hij wil onze dier- 
lijke begeerten activeren, ons 
verleiden om in geestelijke duister- 
nis te leven en te twijfelen aan de 
realiteit van het leven na de dood. 
De apostel Paulus heeft gezegd: 'In- 
dien wij alleen voor dit leven onze 
hoop op Christus gebouwd hebben, 
zijn wij de beklagenswaardigste van 
alle mensen 



'32 



VOORTZETTING VAN DE ZEGENINGEN 
VAN HET GEZIN 

Maar als wij Gods grote plan van 
geluk begrijpen, dan versterkt dat 
ons geloof in de toekomst. Door zijn 
plan krijgen wij antwoord op eeu- 
wenoude vragen: is al onze genegen- 
heid en liefde voor elkaar alleen 
maar tijdelijk, en gaan zij verloren 
bij de dood? Nee! Kan het gezinsle- 
ven voortduren tot na deze periode 
van onze sterfelijke proeftijd? Ja! 
God heeft geopenbaard dat de eeu- 
wige aard van het celestiaal huwelijk 
en het gezin de bron van onze groot- 
ste vreugde zijn. 

Broeders en zusters, materieel be- 
zit en de eer van de wereld zijn niet 
blijvend. Maar uw verbintenis als 
vrouw, man en gezin kan wél blij- 
vend zijn. De enige duur van het ge- 
zinsleven dat de meest verheven 
verlangens van de mensenziel bevre- 
digt, is eeuwig. Geen enkel offer is te 
groot om de zegeningen van een 
eeuwig huwelijk te verkrijgen. Om 
daarvoor in aanmerking te komen, 
hoeven we onszelf alleen maar god- 
deloosheid te ontzeggen en de tem- 
pelverordeningen te eren. Door 
heilige tempelverbonden te sluiten 
en die na te komen, bewijzen wij on- 
ze liefde voor God en voor onze 
partner, en onze ware achting voor 
ons nageslacht, zelfs voor hen die 
nog niet geboren zijn. Ons gezin is 
het middelpunt van ons grootste 
werk en onze grootste vreugde in dit 
leven; en dat zal ook in de eeuwig- 
heid zo zijn, wanneer wij tronen, ko- 
ninkrijken, rijken, (. . .) machten, 
heerschappijen, (. . .) verhoging en 
heerlijkheid (beërven).' 33 

Wij kunnen die zegeningen van 
onschatbare waarde ontvangen als 
wij ons huis nu in orde brengen en 
ons getrouw vasthouden aan het 
evangelie. God leeft. Jezus is de 
Christus. Dit is zijn kerk. President 
Gordon B. Hinckley is zijn profeet. 
Daarvan getuig ik, in de naam van 
Jezus Christus, Amen. □ 

NOTEN 

1. Zie Russell M. Nelson en Rebecca 
M. Taylor, 'Van vriend tot vriend', 

De Kinderster, maart 1997, blz. 6-7. 

2. Zie LV 2:1-3. 



L I A H O N A 
82 



3. Zie LV 138:47-48. 

4. Zie 1 Timoteüs 5:8. 

5. LV 93:44; zie ook 2 Koningen 20:1; 
Jesaja 38:1. 

6. 1 Timoteüs 6:11. 

7. LV 121:41. 

8. LV 121:42. 

9. Ziel Petrus 2:1. 

10. Job 27:6. 

11. INe. 15:24. 

12. Spreuken 4:13. 

13. 2 Tessalonicensen 2:15. Andere 
aanverwante schriftteksten zijn onder 
meer: '[Houd u vast aan] (...) de gezonde 
woorden, die gij van mij gehoord hebt, in 
het geloof en de liefde, die in Christus Je- 
zus is'. (2 Timoteüs 1:13), en 'Laten wij de 
belijdenis van hetgeen wij [geloven] on- 
wankelbaar vasthouden' (Heb. 10:23). 

14. INe. 8:30. 

15. INe. 11:25. 

16. LV 68:25; cursivering toegevoegd. 

17. 'Het gezin: een proclamatie aan de 
wereld', De Ster, oktober 1998, blz. 24- 

18. LV 93:40-44. 

19. Zie LV 93:47. 

20. In deze brief, gedateerd 1 1 februari 
1999, en ondertekend door de presidenten 
Gordon B. Hinckley, Thomas S. Monson 
en James E. Faust, wordt ook beschreven 
wat ouders kunnen doen: 'Wij raden ou- 
ders en kinderen aan de hoogste prioriteit 
te geven aan gezinsgebed, gezinsavond, 
evangeliestudie en -onderwijs, en opbou- 
wende activiteiten. Zelfs als andere werk- 
zaamheden en bezigheden waardevol en 
nuttig zijn, moet men niet toestaan dat die 
de plaats gaan innemen van de taken die 
God heeft toegewezen aan ouders en ge- 
zin.' ('Brief van het Eerste Presidium', 
Liahona, december 1999, blz. 1.) 

21. Zie Moroni 8:10; LV 19:31; 
68:25-34; 138:33; Art. 1:4. 

22. Zie Mozes 6:58-62. 

23. Zie Leviticus 10:11; Deuteronomium 
6:7; Mosiah 4:14. 

24. Zie 2 Ne. 2:26; Mosiah 1:3; 5:8; 
LV 98:8. 

25. Zie Mosiah 4:21-26; 18:27; 
Alma 1:27. 

26. Zie BJS, Matteüs 6:38. 

27. LV 23:3. 

28. Zie Moroni 7:12-19. 

29. Zie Mozes 1:39. 

30. 1 Tessalonicensen 5:21. 

31. Zie 2 Ne. 2:17-18, 27. 

32. lKorintiërs 15:19. 

33. LV 132:19. 



De tijd waarin 
wij leven 



President Gordon B. Hinckley 




'Onze veiligheid schuilt in bekering. Onze kracht komt voort 
uit gehoorzaamheid aan de geboden van God. ' 



niet weten hoe die zal aflopen of hoe 
lang die zal duren. Voor het eerst 
sinds we een natie zijn geworden, zijn 
de Verenigde Staten op eigen grond- 
gebied zwaar aangevallen. Maar dit 
was niet alleen een aanval tegen de 
Verenigde Staten. Het was een aan- 
val tegen goede mensen en landen 
over de hele wereld. Alles was goed 
georganiseerd, schaamteloos uitge- 
voerd en de resultaten waren ramp- 
zalig. Naar schatting zijn er ruim 
vijfduizend mensen om het leven ge- 
komen, onder wie veel mensen uit 
andere landen. Het was een wrede, 
doortrapte en goddeloze daad. 

Onlangs was ik met een aantal 
nationale godsdienstige leiders op 
het Witte Huis uitgenodigd om met 
de president te spreken. Toen hij met 
ons sprak, was hij open en eerlijk. 

Diezelfde avond sprak hij in niet 
mis te verstane taal tot het congres 
en het land over het voornemen van 
Amerika en haar bondgenoten om 
de terroristen op te sporen die ver- 
antwoordelijk zijn voor de organisa- 
tie van deze gruweldaad en iedereen 
die hen een vrijplaats biedt. 

Nu zijn we in oorlog. Er zijn grote 
legers gemobiliseerd en er zal meer 
volgen. Er worden politieke bondge- 
nootschappen gesloten. We weten 
niet hoe lang dit conflict zal duren. 
We weten niet hoeveel slachtoffers 
er zullen vallen en hoeveel geld het 
gaat kosten. We weten ook niet hoe 
het conflict zich zal ontwikkelen. 
Het kan het werk van de Heer op 
verschillende manieren beïnvloeden. 



Geliefde broeders en zusters, 
nederig aanvaard ik deze gele- 
genheid. Ik bid dat ik door de 
Geest van de Heer geleid zal worden. 
Ik heb zojuist het bericht gekre- 
gen dat de VS een raketaanval zijn 
begonnen. Ik hoef u er niet aan te 
herinneren dat we in een gevaarlijke 
tijd leven. Ik wil graag over deze tijd 
en onze omstandigheden als leden 
van deze kerk spreken. 

U weet allemaal maar al te goed 
wat er op 11 september, nog geen 
maand geleden, is gebeurd. Door die 
wrede, gemene aanval zijn we in een 
oorlogstoestand terechtgekomen. 
Het is de eerste oorlog van de 21 5te 
eeuw. De laatste eeuw is beschreven 
als de eeuw met het meeste oorlogs- 
geweld in de geschiedenis van de 
mens. Nu staan we voor een andere 
gevaarlijke onderneming, waarvan we 



JANUARI 2002 
83 




Voor elke conferentiebijeenkomst komt er een grote menigte leden bijeen in het Conferentiecentrum om kracht 
te ontlenen aan de raad van kerkleiders. 



Onze nationale economie lijdt er- 
onder. Het ging al niet zo goed, en 
dit heeft het probleem alleen maar 
verergerd. Veel mensen raken hun 
baan kwijt. Onder onze leden kun- 
nen de welzijnsbehoeften beïnvloed 
worden en ook de tiende van de 
kerk. Het kan ons zendingsprogram- 
ma treffen. 

We zijn nu een wereldwijde orga- 
nisatie. We hebben leden in meer 
dan 150 landen. Het kan nu veel 
moeilijker worden om dit wereldom- 
spannende programma te beheren. 

De leden die Amerikaans staats- 
burger zijn, staan volledig achter de 
president van ons land. De afschu- 
welijke machten van het kwaad 
moeten geconfronteerd worden en 
ter verantwoording worden geroe- 
pen. Dit is geen zaak van christenen 
tegen moslims. Ik ben blij dat er 
voedsel wordt gestuurd naar de men- 
sen die honger lijden in een land dat 
onder grote druk staat. Wij waarde- 
ren onze naasten over de hele wereld 
die moslim zijn, en hopen dat wie 
volgens de beginselen van hun gods- 
dienst leven, niet zullen lijden. Ik 
vraag vooral onze eigen leden om op 
geen enkele wijze deel te nemen aan 
de vervolging van onschuldige men- 
sen. Laten wij vriendelijk en hulp- 
vaardig zijn, beschermen en steun 



verlenen. Het zijn de terroristische 
organisaties die gevonden en ten val 
gebracht moeten worden. 

Als leden van deze kerk weten wij 
iets over dergelijke organisaties. In 
het Boek van Mormon wordt gespro- 
ken over de rovers van Gadianton, 
een wrede en geheime organisatie 
waarvan de leden een eed aflegden 
en die uit was op onheil en verwoes- 
ting. In die tijd deden ze hun uiterste 
best om met alle mogelijke middelen 
de kerk te gronde te richten, om de 
mensen met spitsvondigheden te 
verleiden en om de samenleving in 
hun macht te krijgen. We zien nu 
hetzelfde gebeuren. 

Wij zijn een vredelievend volk. 
Wij zijn volgelingen van de Christus 
die de Vredevorst was en is. Maar er 
zijn momenten dat we pal moeten 
staan voor gerechtigheid en fatsoen- 
lijkheid, voor vrijheid en beschaving, 
net als Moroni zijn volk opriep om 
hun vrouwen, kinderen en de vrijheid 
te verdedigen. (Zie Alma 48:10.) 

Tijdens een televisie-uitzending 
van Larry King werd mij onlangs ge- 
vraagd wat ik vind van de mensen 
die in de naam van hun godsdienst 
zulke schandelijke acties verrichten. 
Ik antwoordde: 'Godsdienst is geen 
schild tegen goddeloosheid, kwaad 
en dergelijke zaken. De God in wie ik 



geloof, moedigt dergelijke acties niet 
aan. Hij is een barmhartig God. Hij is 
een liefdevol God. Hij is een God 
van vrede en geruststelling, en ik kijk 
in tijden zoals deze naar Hem op als 
een bron van troost en kracht.' 

De leden van de kerk in dit land 
en andere landen zijn nu met vele 
anderen betrokken bij een grote in- 
ternationale onderneming. Op de 
televisie zien we militairen afscheid 
nemen van hun dierbaren. Ze weten 
niet of ze terugkomen. Onze leden 
worden erdoor getroffen. Als kerk 
moeten we gezamenlijk neerknielen 
en een beroep op de macht van de 
Almachtige doen ten behoeve van 
hen die de lasten van deze operatie 
op hun schouders dragen. 

Niemand weet hoelang dit alles 
zal duren. Niemand weet precies 
waar de strijd zal worden gestreden. 
Niemand weet wat er allemaal zal ge- 
beuren voordat het geheel achter de 
rug is. We zijn aan een onderneming 
begonnen waarvan we de omvang en 
de aard nu niet kunnen overzien. 

Door gebeurtenissen zoals deze 
beseffen we dat het leven kwetsbaar 
is, dat de vrede kwetsbaar is en dat 
de beschaving zelf kwetsbaar is. Voor- 
al de economie is kwetsbaar. We heb- 
ben steeds opnieuw advies gekregen 
over zelfredzaamheid, schulden en 



A H O N A 
84 



spaarzaamheid. Zoveel mensen heb- 
ben hoge schulden voor bezittingen 
die niet geheel noodzakelijk zijn. Als 
jongeman kreeg ik van mijn vader 
het advies om een bescheiden huis te 
bouwen, geschikt voor de behoeften 
van mijn gezin, het te verfraaien en 
aantrekkelijk, veilig en aangenaam te 
maken. Hij raadde me aan om de hy- 
potheek zo snel mogelijk af te betalen 
zodat ik ongeacht de omstandighe- 
den in ieder geval een dak boven het 
hoofd van mijn vrouw en kinderen 
zou hebben. In die leer ben ik opge- 
voed. Ik vraag u, als leden van de 
kerk, om zo mogelijk uw schulden af 
te betalen en wat geld te sparen voor 
onvoorziene omstandigheden. 

We kunnen ons niet op alle even- 
tualiteiten voorbereiden, maar wel 
op vele. Laten we er door de huidige 
omstandigheden aan herinnerd wor- 
den dat we dat moeten doen. 

Laten we een voedselvoorraad 
voor noodgevallen aanleggen, zoals 
ons al zestig jaar lang is aangeraden. 
Maar laten we niet in paniek raken 
of overdrijven. Laten we in alle op- 
zichten met inzicht te werk gaan. En 
laten we vooral, broeders en zusters, 
voorwaarts gaan met geloof in de le- 
vende God en zijn geliefde Zoon. 

De beloften aangaande Amerika 
zijn groot. Er is ons onmiskenbaar 
verteld: 'Dit is een verkieslijk land, 
en welke natie het ook zal bezitten, 
zal vrij zijn van slavernij en van ge- 
vangenschap, en van alle andere na- 
tiën onder de hemel, indien zij 
slechts de God van het land wil die- 
nen, die Jezus Christus is' (Ether 
2:12). Dit is de essentie van de hele 
zaak — gehoorzaamheid aan de ge- 
boden van God. 

De grondwet die wij naleven en 
die niet alleen ons tot zegen is maar 
ook een voorbeeld is voor veel ande- 
re grondwetten, is de door God 
geïnspireerde nationale waarborg 
om vrijheid, gerechtigheid en gelijk- 
heid onder de wet te garanderen. 

Ik weet niet wat de toekomst ons 
zal brengen. Ik wil niet negatief klin- 
ken, maar ik wil u herinneren aan de 
waarschuwingen in de Schriften en 
de leringen van de profeten die ons 
voortdurend worden voorgehouden. 

Ik kan de grote les van Farao's 




droom niet vergeten over de vette 
en magere koeien en de dikke en 
dunne aren. 

Ik kan de onverbiddelijke waar- 
schuwingen van de Heer in Matteüs 
24 niet uit mijn hoofd zetten. 

Net als u ken ik de hedendaagse 
openbaringen dat de tijd zal komen 
dat de aarde gereinigd zal worden en 
er onbeschrijfelijk leed zal zijn, met 
geween, rouw en geklaag. (Zie LV 
112:24.) 

Maar ik wil geen paniekzaaier 
zijn. Ik wil geen onheilsprofeet zijn. 
Ik ben optimistisch. Ik geloof niet 
dat dit de tijd is dat we door een al- 
lesverterende ramp overmand zullen 
worden. Ik bid oprecht dat dit niet 
het geval zal zijn. Er moet nog zo- 
veel werk voor de Heer verricht 
worden. Dat moeten wij en onze 
kinderen na ons verrichten. 

Ik kan u verzekeren dat wij die ver- 
antwoordelijk zijn voor het bestuur 
van de kerk, spaarzaam en voorzichtig 
zullen zijn, zoals we in het verleden 
geprobeerd hebben. De tiende van de 
kerk is heilig. Het geld wordt besteed 
volgens de manier die de Heer heeft 
aangegeven. Wij zijn een zeer grote en 
ingewikkelde organisatie geworden. 
Wij hebben veel uitgebreide en dure 
programma's. Maar ik kan u verzeke- 
ren dat wij niet meer zullen uitgeven 
dan onze inkomsten. We zullen geen 
schulden maken. We zullen onze acti- 
viteiten aan de beschikbare middelen 
aanpassen. 



Wat ben ik dankbaar voor de wet 
van tiende. Het is de financiële wet 
van de Heer, die in weinig woorden 
in afdeling 119 van de Leer en Ver- 
bonden staat beschreven. Die wet is 
ingegeven door zijn wijsheid. Iedere 
man en vrouw, iedere jongen en 
meisje, ieder kind in deze kerk die 
een eerlijke tiende betaalt, groot of 
klein, wil ik bedanken voor het ge- 
loof in hun hart. Ik wil jullie en ie- 
dereen die geen tiende betaalt, maar 
dat eigenlijk wel zouden moeten 
doen, eraan herinneren dat de Heer 
prachtige zegeningen heeft beloofd. 
(Zie Maleachi 3:10-12.) Hij heeft 
ook beloofd: 'Want hij, die tienden 
heeft gegeven, zal niet worden ver- 
brand bij zijn komst' (LV 64:23). 

Ik wil ook mijn dank uitspreken 
voor de mensen die vastengaven be- 
talen. Dit kost de gever niets anders 
dan twee maaltijden per maand. Het 
wordt de ruggengraat van ons wel- 
zijnsprogramma, ontworpen om de 
behoeftigen te helpen. 

Wij weten allemaal dat oorlog, 
twist, haat en ernstig leed niet 
nieuw zijn. Het huidige conflict is 
slechts de zoveelste uitdrukking van 
het conflict dat tijdens de oorlog in 
de hemel is begonnen. Ik citeer uit 
het boek Openbaring: 

'En er kwam oorlog in de hemel; 
Michaël en zijn engelen hadden oor- 
log te voeren tegen de draak; ook de 
draak en zijn engelen voerden oor- 
log, maar hij kon geen standhouden, 



JANUARI 
85 



2 2 





■5C 
'lm 



■mm 



en hun plaats werd in de hemel niet 
meer gevonden. 

'En de grote draak werd (op de 
aarde) geworpen, de oude slang, die 
genaamd wordt duivel en de satan, 
die de gehele wereld verleidt; hij 
werd op de aarde geworpen en zijn 
engelen met hem. 

'En ik hoorde een luide stem in de 
hemel zeggen: Nu is verschenen het 
heil en de kracht en het koningschap 
van onze God en de macht van zijn 
Gezalfde' (Openbaring 12:7-10). 

Dat moet een verschrikkelijk 
conflict zijn geweest. De krachten 
van het kwaad tegen de krachten 
van het goede. De grote misleider, 
de zoon van de morgen, was versla- 
gen en verbannen, en hij nam een 
derde deel van de hemelse heerscha- 
ren met zich mee. 

Het boek Mozes en het boek 
Abraham werpen meer licht op deze 
strijd. Satan wilde de keuzevrijheid 
van de mens afnemen en zelf alle eer 
en glorie opstrijken. Daartegenover 



stond het plan van onze hemelse Va- 
der, waarvan de Heiland zei dat Hij 
het wilde vervullen. Hij kwam op 
aarde om zijn leven te geven en de 
verzoening tot stand te brengen voor 
de zonden van de mensheid. 

Vanaf de tijd van Kaïn tot op de 
dag van vandaag is de tegenstander 
het meesterbrein achter de ver- 
schrikkelijke conflicten die zoveel 
leed hebben gebracht. 

Verraad en terrorisme zijn met 
hem begonnen. En daar zal hij mee 
doorgaan totdat de Zoon van God te- 
rugkeert om met vrede en rechtscha- 
penheid onder de zoons en dochters 
van God te heersen en te regeren. 

Door de eeuwen heen hebben zo- 
veel mensen geleefd en zijn zoveel 
mensen gestorven. Misschien dat 
sommige mensen tijdens dit conflict 
zullen sneuvelen. Voor ons, en daar 
getuigen wij plechtig van, is de dood 
niet het einde. Het leven gaat ver- 
der, zo zeker als er leven hier op aar- 
de is. Dankzij het grote plan, dat de 



oorzaak van de oorlog in de hemel 
was, zal de mens verder leven. 

Job vroeg: 'Als een mens sterft, 
zou hij herleven?' (Job 14:14.) Toen 
zei hij: 'Maar ik weet: mijn Losser 
leeft en ten laatste zal Hij op het stof 
optreden. 

'Nadat mijn huid aldus geschon- 
den is, zal ik [van] uit mijn vlees God 
aanschouwen, die ik zelf mij ten 
goede aanschouwen zal, die mijn ei- 
gen ogen zullen zien en niet een 
vreemde' (Job 19:25-27). 

Broeders en zusters, wij moeten 
onze plicht doen, wat die plicht ook 
moge zijn. Er zal misschien een tijd 
geen vrede heersen. Misschien zullen 
er een aantal vrijheden beperkt wor- 
den. Misschien dat we er overlast van 
hebben. Het kan zijn dat we op de een 
of andere manier moeten lijden. Maar 
God, onze eeuwige Vader, zal over dit 
land waken en over de mensen in de 
wereld die naar Hem opkijken. Hij 
heeft gezegd: 'Welzalig het volk, welks 
God de Here is' (Psalmen 33:12). On- 
ze veiligheid schuilt in bekering. Onze 
kracht komt voort uit gehoorzaam- 
heid aan de geboden van God. 

Laten we een gebed in ons hart 
hebben. Laten we om rechtschapen- 
heid bidden. Laten we voor de 
machten van het goede bidden. La- 
ten we de helpende hand uitsteken 
naar goede mensen, ongeacht hun 
godsdienst en ongeacht waar zij wo- 
nen. Laten we pal staan tegen het 
kwaad, in binnen- en buitenland. 
Laten wij de zegeningen van de he- 
mel waardig zijn, en onze levenswij- 
ze zo nodig aanpassen, en op de 
Vader van ons allen vertrouwen. Hij 
heeft gezegd: 'Laat af en weet, dat Ik 
God ben' (Psalmen 46: 1 1) . 

Is dit een gevaarlijke tijd? Jazeker. 
Maar we hoeven niet bang te zijn. We 
kunnen thuis en in ons hart gemoeds- 
rust hebben. We kunnen allemaal een 
goede invloed in de wereld zijn. 

Moge de almachtige God ons ze- 
genen en ons helpen in de onzekere 
dagen die voor ons liggen. Mogen wij 
met onfeilbaar geloof naar Hem op- 
kijken. Mogen wij op zijn geliefde 
Zoon vertrouwen, die onze grote Ver- 
losser is, in leven of de dood, is mijn 
gebed in zijn heilige naam, ja, de 
naam van Jezus Christus. Amen. □ 



L I A H O N A 
86 



Zondagmiddagbijeenkomst 

7 oktober 2001 



De teruggekeerde 
zendeling 



Ouderling L. Tom Perry 

van het Quorum der Twaalf Apostelen 



'Wij hebben een koninklijk leger van teruggekeerde zendelingen 
nodig die weer in dienst gaan. ' 



uitnodiging om tot Hem te komen 
en de vruchten van het evangelie te 
proeven. Het was uw voorrecht om 
in veel verschillende culturen te ver- 
keren en verschillende talen te leren. 
Het was ook een tijd om uw eigen 
getuigenis van de zending van Jezus 
Christus verder te ontwikkelen. 

Het was mij altijd een eer om in 
de loop der jaren te spreken met u, 
teruggekeerde zendelingen — velen 
van u willen terugkeren en de men- 
sen bezoeken die u mocht dienen. U 
vertelt graag over uw ervaringen in 
het zendingsveld. In uw huwelijks- 
aankondigingen en cv's neemt u een 
regel op waaruit blijkt dat u een te- 
ruggekeerd zendeling bent. Hoewel 
u geen naamplaatje meer draagt, 
wilt u graag aangeven dat u de Heer 
als zendeling gediend hebt. En be- 
langrijker nog: u hebt dierbare her- 
inneringen omdat u de vreugde van 
dienstbetoon in het evangelie ont- 
dekt hebt. 

Uit vele gesprekken met u heb ik 
vernomen dat de aanpassing die no- 
dig is bij het verlaten van het zen- 
dingsveld en het terugkeren in de 
wereld die u had achtergelaten, 
soms moeilijk is. Misschien vonden 
velen van u het moeilijk om de 
geest van het zendingswerk levend 
te houden zodra u geen voltijdzen- 
deling van De Kerk van Jezus Chris- 
tus van de Heiligen der Laatste 
Dagen meer was. 




Vanmiddag wil ik tot een bij- 
zondere groep mensen spre- 
ken. De afgelopen vele jaren 
zijn honderdduizenden van u terug- 
gekeerd van een voltijdzending. Ie- 
der van u heeft gehoor gegeven aan 
dezelfde oproep die de Heiland zijn 
discipelen gegeven heeft: 

'Gaat dan henen, maakt al de 
volken tot mijn discipelen en doopt 
hen in de naam des Vaders en des 
Zoons en des Heiligen Geestes en 
leert hen onderhouden al wat Ik u 
bevolen heb. En zie, Ik ben met u al 
de dagen tot aan de voleinding der 
wereld' (Matteüs 28:19-20). 

Het was uw voorrecht om in vele 
delen van de wereld de boodschap 
van de Heiland uit te dragen 



een 



Ik wil enkele suggesties doen. 

Een van de sterkste herinnerin- 
gen die ik heb aan de tijd dat ik zen- 
deling was, is hoe dicht ik door 
geregeld gebed tot de Heer kwam. 
Destijds was er het Mission Home 
aan State Street in Salt Lake City. 
Het was een groot huis dat was om- 
gebouwd tot opleidingscentrum voor 
zendelingen. Het had grote slaapka- 
mers met wel tien bedden per kamer. 
We arriveerden op zaterdagavond. 

De week voordat ik op zending 
ging, was een opwindende tijd. Er 
waren veel feesten en afscheidsfui- 
ven. Ik ben bang dat ik niet erg 
goed uitgerust was, en ook niet erg 
goed voorbereid op de training die 
ik in het opleidingscentrum zou ont- 
vangen. Aan het eind van de avond 
van onze eerste dag in het oplei- 
dingscentrum was ik erg moe. 
Wachtend op de andere zendelingen 
die zich klaarmaakten om naar bed 
te gaan, ging ik op bed liggen en viel 
prompt in slaap. Maar ik werd in 
mijn slaap gestoord door het gevoel 
dat ik omsingeld was. Toen ik wak- 
ker werd, hoorde ik dat er een ge- 
bed werd uitgesproken. Ik deed mijn 
ogen open en zag tot mijn verbazing 
dat alle zendelingen in mijn slaapka- 
mer rond mijn bed knielden en de 
dag besloten met een gebed. Ik deed 
mijn ogen snel weer dicht en deed 
net alsof ik sliep. Ik schaamde me te 
erg om uit bed te komen en me bij 
hen te voegen. Hoewel mijn eerste 
ervaring met bidden als zendeling er 
een was die mij in verlegenheid 
bracht, was dit het begin van twee 
geweldige jaren waarin ik de Heer 
geregeld aanriep om leiding. 

Gedurende mijn zending bad ik 
aan het begin van elke ochtend met 
mijn collega. Dat proces herhaalde 
zich elke avond voor het naar bed 
gaan. We spraken een gebed uit 
voordat we gingen studeren, voor- 
dat we onze kamer verlieten om 
langs de deuren te gaan en natuur- 
lijk waren er de bijzondere gebeden 
als we leiding nodig hadden in ons 
zendingswerk. De frequentie van 
onze verzoeken aan onze hemelse 
Vader gaf ons de kracht en de moed 
om door te gaan met het werk waar- 
toe wij geroepen waren. Er kwamen 



JANUARI 
87 



2 2 



ook antwoorden, soms op een verba- 
zend directe en positieve wijze. De 
leiding van de Heilige Geest leek 
veel sterker te worden naarmate we 
de Heer per dag vaker om leiding 
verzochten. 

Als ik terugkijk op mijn leven na 
mijn zending, dan besef ik dat er pe- 
rioden waren waarin ik in staat was 
om net zo dicht bij de Heer te blij- 
ven als in het zendingsveld. Maar er 
waren ook perioden waarin de we- 
reld naar binnen leek te sluipen en 
ik minder consequent en getrouw 
was in mijn gebeden. 

Zou dit niet een goede tijd zijn 
voor wat zelfevaluatie om vast te 
stellen of we nog steeds dezelfde fijne 
band met onze Vader in de hemel 
hebben die we in het zendingsveld 
hadden? Als de wereld ons heeft af- 
geleid van de gewoonte van het ge- 
bed, dan zijn we een grote geestelijke 
kracht kwijtgeraakt. Misschien is het 
tijd om onze zendingsgeest opnieuw 
te laten ontbranden door vaker, con- 
sequenter en vuriger te bidden. 

De volgende dierbare herinnering 
die ik als zendeling heb, is die van 
dagelijkse schriftstudie. De discipline 
van het volgen van een schema voor 
schriftstudie om het evangelie te 
leren kennen, was een geweldige, 




f 




lonende ervaring. De kennis van de 
leringen in de Schriften ontvouwde 
zich op een heerlijke manier door in- 
dividuele studie. Ik herinner me dat 
ik me als zendeling verwonderde 
over de compleetheid van het plan 
dat de Heer had voor zijn kinderen 
hier op aarde, en hoe Hij in alle be- 
delingen des tijds de profeten had 
geïnspireerd om op te tekenen wat 
Hij had gedaan. Zijn woorden zijn al- 
tijd positief en openhartig, en ze ont- 
hullen welke zegeningen men krijgt 
door zijn wet en zijn levenswijze te 
volgen. 

We hadden elke dag ook een uur 
of langer gezamenlijke studie. Als je 
met twee paar ogen naar de leerstel- 
lingen van het koninkrijk kijkt, lijkt 
dat je begrip ervan te vermenigvuldi- 
gen, We lazen samen, en bespraken 
dan wat we ervan geleerd hadden. 

Ons verstand werd helderder 
door dagelijks individuele en geza- 
menlijke studie te hebben. Boven- 
dien kregen we er een betere band 
door als collega's, en vergrootten we 
er ons begrip van de leerstellingen 
van het koninkrijk mee. 

Als wij het zendingsveld verlaten, 
hebben we geen collega meer om 
ons te helpen met de discipline van 
onze studiegewoonten, maar dat wil 
niet zeggen dat we er maar mee op 
moeten houden. Zou het niet fijn 
zijn om na onze terugkeer thuis da- 
gelijks samen met onze huisgenoten 
schriftstudie te doen. En kunnen we, 
als we het ouderlijk huis verlaten 
hebben, niet onze kamergenoten en 
vrienden uitnodigen om samen met 
ons te studeren? Als we er een ge- 
woonte van zouden maken om gere- 
geld een studieklas te houden, 
zouden de leerstellingen van het ko- 
ninkrijk ons duidelijk in gedachten 
blijven en zouden ze een duidelijk 
contrast vormen met de voortduren- 
de storingen door wereldse zorgen. 
Vanzelfsprekend hebben we na ons 
huwelijk een eeuwige partner om de 
evangelieleringen mee te bestuderen 
en te bespreken. De Schriften zijn er 
altijd om ons begrip van het doel 
van dit leven te vergroten en van 
wat wij moeten doen om het leven 
bevredigender en lonender te ma- 
ken. Houd alstublieft de gewoonte 



van geregelde individuele en geza- 
menlijke schriftstudie aan. 

Herinnert u zich de vreugde die 
we voelden toen we iemand in het 
evangelie onderwezen die zijn leven 
lang deze leringen niet had gekend; 
de opwinding die we voelden door 
in de wet van de Heer te onderwij- 
zen, en de zegeningen die we kregen 
door Hem te volgen? Kunt u ooit de 
vreugde vergeten van uw eerste 
doop in het zendingsveld? 

In mijn tijd waren de kerken nog 
niet van een doopvont voorzien. 
Mijn eerste doopdienst werd gehou- 
den bij de rivier de Scioto in de staat 
Ohio. Het was een koele herfstdag 
en het water leek nog kouder dan de 
lucht. Ik herinner me de schok toen 
ik de koude rivier in waadde en mijn 
onderzoeker aanmoedigde om me te 
volgen. Maar de koude van de lucht 
en het water verdwenen al gauw 
toen ik de verordening van de doop 
bediende. Ik zal nooit het stralende 
gezicht vergeten van degene die uit 
de wateren der doop kwam. 

Maar het zijn niet alleen voltijd- 
zendelingen die de kans krijgen in 
het evangelie te onderwijzen en te 
dopen. Ik vraag me af waarom we 
het vuur van het zendingswerk la- 
ten doven als we terugkeren naar 
onze dagelijkse activiteiten in de 
wereld? 

Er is nog nooit een tijd geweest in 
de geschiedenis van de mensheid 
waarin we beter in staat zijn geweest 
om de kinderen van onze Vader in de 
hemel die hier op aarde wonen in het 
evangelie te onderwijzen. En ze lijken 
het nu harder nodig te hebben dan 
ooit. We zien dat het geloof afneemt. 
We zien een toename in liefde voor 
wereldsheid en een verval van zede- 
lijke waarden, die beide verdriet en 
wanhoop veroorzaken. Wij hebben 
een koninklijk leger van teruggekeer- 
de zendelingen nodig die weer in 
dienst gaan. Hoewel zij niet het 
naamplaatje van een voltijdzendeling 
zouden dragen, zouden ze dezelfde 
vastbeslotenheid en vastberadenheid 
hebben om het licht van het evange- 
lie te brengen aan een wereld die met 
moeite haar weg vindt. 

Ik roep u, teruggekeerde zende- 
lingen, op om u hernieuwd toe te 



L I A H O N A 
88 




Conferentiegangers genieten van het uitzicht op het balkon en plaza van het Conferentiecentrum. 



wijden, om het verlangen en de 
geest van het zendingswerk weer op 
te pakken. Ik roep u op om eruit te 
zien en u te gedragen als een dienst- 
knecht van onze Vader in de hemel. 
Ik bid om uw hernieuwde vastbeslo- 
tenheid om het evangelie te verkon- 
digen, zodat u actiever betrokken 
mag raken bij dit grote werk waartoe 
de Heer ons allen geroepen heeft. Ik 
beloof u dat er grote zegeningen 
voor u zijn weggelegd als u voort 
blijft gaan met dezelfde ijver die u 
als voltijdzendeling had. 

Ik kreeg een aantal jaren geleden 
een telefoontje van mijn zoon Lee. 
Hij vertelde me dat mijn eerste zen- 
dingscollega bij hem was, en dat hij 
graag een paar minuten met me wil- 
de doorbrengen. Het was een bijzon- 
dere ervaring om samen te zijn nadat 
we elkaar zoveel jaren niet gezien 
hadden. Als zendelingen hadden we 
een nieuw werkgebied geopend in 
een stad in Ohio. Vanwege die op- 
dracht werd ons toegestaan om tien 



maanden lang samen te werken. Hij 
was mijn trainer, mijn eerste collega. 
Hij kwam uit een gezin waar hij de 
waarde van hard werken had ge- 
leerd. Het was moeilijk voor me om 
hem bij te houden, maar in ons werk 
groeiden we als collega's naar elkaar 
toe. 

En onze samenwerking kwam na 
die tien maanden nog niet tot een 
einde. De Tweede Wereldoorlog was 
in volle gang en toen ik terugkeerde 
naar huis had ik maar weinig tijd om 
me aan te passen voordat ik werd op- 
geroepen voor militaire dienst. Op 
mijn eerste zondag in het opleidings- 
kamp voor mariniers, woonde ik een 
dienst van de kerk bij. Ik zag de ach- 
terkant van een hoofd dat mij erg be- 
kend voorkwam. Het was mijn eerste 
zendingscollega. We brachten het 
grootste deel van de volgende twee 
en een half jaar samen door. Hoewel 
de omstandigheden erg anders voor 
ons waren in militaire dienst, probeer- 
den we onze zendelingengewoonten 



aan te houden. We baden zo vaak 
mogelijk samen. Als de omstandighe- 
den het toelieten, hadden we geza- 
menlijke schriftstudie. Ik herinner me 
veel gezamenlijke studiebijeenkom- 
sten die we bij het licht van een olie- 
lamp in mijn door granaatscherven 
gehavende tent hielden. Het gebeur- 
de wel eens dat onze schriftlezing on- 
derbroken werd door het geluid van 
een luchtalarm. We deden dan gauw 
onze lamp uit, knielden samen neer 
en sloten onze schriftstudie met een 
gebed. 

We waren allebei aangesteld als 
groepsleider en we hadden nogmaals 
de kans om samen in het heerlijke 
evangelie van onze Heer en Heiland 
te onderwijzen. We hadden meer 
succes in het leger dan tijdens onze 
voltijdzending. Waarom? Omdat we 
ervaren teruggekeerde zendelingen 
waren. 

Mijn bezoek aan mijn eerste zen- 
dingscollega was de laatste kans die 
ik had om bij hem te zijn. Hij leed 



JANUARI 
89 



2 2 



aan een ongeneeslijke ziekte en over- 
leed enkele maanden later. Het was 
heerlijk om onze zending samen nog 
eens te beleven en elkaar te vertellen 
over ons leven na onze zending. We 
vertelden elkaar over ons werk als lid 
van bisschappen, hoge raden en ring- 
presidiums, en natuurlijk schepten we 
op over onze kinderen en onze klein- 
kinderen. Toen we van ons weerzien 
zaten te genieten, moest ik denken 
aan iets wat in Alma 17 staat. 

'Nu geschiedde het, toen Alma 
van het land Gideon zuidwaarts reis- 
de naar het land Manti, dat hij tot 
zijn verwondering de zoons van Mo- 
siah ontmoette, die naar het land 
Zarahemla trokken. 

'Nu, deze zoons van Mosiah wa- 
ren bij Alma, toen de engel de eerste 
maal aan hem verscheen; daarom 
was Alma zeer verheugd zijn broede- 
ren te zien; en wat zijn vreugde nog 
vermeerderde was, dat zij nog steeds 
zijn broederen in de Here waren; ja, 
zij waren sterk geworden in de ken- 
nis der waarheid; want zij waren 
mannen van gezond verstand en zij 
hadden de Schriften ijverig onder- 
zocht, opdat zij het woord Gods 
mochten weten. 

'Maar dit is niet alles; zij hadden 
veel gebeden en gevast; daarom had- 
den zij de geest der profetie en de 
geest der openbaring, en wanneer zij 
leerden, leerden zij met kracht en 
gezag van God' (Alma 17:1-3). 

Ik zou willen dat u allen zo'n 
weerzien zou kunnen hebben als ik 
met mijn eerste zendingscollega had; 
dat u kon terugkijken op een tijd 
van dienstbetoon waarin u ijverig uw 
tijd en uw talenten gaf voor de op- 
bouw van het koninkrijk van onze 
Vader in de hemel. Als u dat pro- 
beert, beloof ik u dat het een van de 
fijnste ervaringen van uw leven zal 
zijn. U bent een groot leger terugge- 
keerde zendelingen. Ga voort met 
nieuwe ijver en vastberadenheid, 
dan zal het licht van het evangelie 
door uw voorbeeld schijnen in deze 
wereld vol zorgen. Het werk waarbij 
wij betrokken zijn, is van de Heer. 
God leeft. Jezus is de Christus. Wij 
behoren tot zijn kerk. Dat is mijn ge- 
tuigenis aan u in de naam van Jezus 
Christus. Amen. □ 



Het zevende gebod: 



een 



schild 



Ouderling Neal A. Maxwell 

van het Quorum der Twaalf Apostelen 



'Het bewaren van het zevende gebod is een onmisbaar schild.' 
Wanneer men dit schild laat zakken of verliest, gaan de zo 
onontbeerlijke hemelse zegeningen verloren. ' 



zijn Jakobs woorden over de wrange 
gevolgen van onzedelijkheid zowel 
onthullend als poëtisch: 'vele harten 
[zijn] gedood, doorstoken met diepe 
wonden' (Jakob 2:35). Tegenwoordig 
bevinden wij ons onder zoveel dolen- 
de gewonden, en de lijst met slacht- 
offers blijft groeien. 

Vandaar dat er met recht nadruk 
kan worden gelegd op geruststellende 
evangeliebeginselen, bijvoorbeeld dat 
wie zich oprecht bekeren, hoewel 
hun 'zonden als scharlaken' zijn, 'wit 
[zullen worden] als sneeuw' (Jesaja 
1:18). Maar de rigide vereisten en de 
rijke beloningen van bekering zijn 
niet het thema van deze toespraak. 
Evenmin zal ik de loftrompet steken 
over de vele heldhaftige jongeren en 
volwassenen die kuis en trouw zijn — 
hoewel bijvoorbeeld een steeds klei- 
ner deel van de Amerikaanse samen- 
leving nog gelooft dat seks vóór het 
huwelijk verkeerd is. Bijval derhalve 
voor wie geloof tot gehoorzaamheid aan 
de geboden hebben, en evengoed een 
hartverwarmende groet aan wie, na 
overtreding van geboden, 'geloof tot 
bekering' (Alma 34:15; cursivering 
toegevoegd) hebben geoefend. 

Laat er geen misverstand over be- 
staan, onkuisheid en ontrouw hebben 
ernstige gevolgen, zoals de schokken- 
de, niet af te schudden, resultaten 
van seks vóór het huwelijk, zoals bui- 
tenechtelijke kinderen, maar ook 
ziekte en uiteengeslagen gezinnen. 
Zoveel huwelijken hangen aan een 




Met u, broeders en zusters, 
heb ik andermaal waarde- 
ring voor de profetische 
bediening van president Hinckley. Ik 
getuig dat hem heel lang geleden 
een voorsterfelijke ordening ten deel 
is gevallen, en we zijn daar blij om. 

Ik voel dezelfde tegenzin die Jak- 
ob kenbaar maakte toen hij schreef 
over de problemen van onkuisheid 
en ontrouw, de overtreding van wat 
sommigen het zevende gebod noe- 
men. Bezorgd omdat zijn toehoor- 
ders gevoelens hadden 'die uitermate 
teder en kuis en fijngevoelig' waren, 
wilde Jakob niet 'de wonden (...) 
vergroten van hen, die reeds gewond 
[waren]', maar hen in plaats daarvan 
troost brengen en hun wonden gene- 
zen. (Zie Jakob 2:7, 9.) Niettemin 



L I A H O N A 
90 



zijden draadje of zijn al geknapt. Deze 
stille maar diepe crisis coëxisteert met 
de ergerlijke internationale crises van 
onze tijd, met inbegrip van oorlog. 
Jezus heeft over de laatste dagen ge- 
sproken, waarin 'radeloze angst onder 
volken' zou zijn en hoe alles in beroe- 
ring zou zijn. (Lucas 21:25; zie ook 
LV 88:91; 45:26.) 

Daarom is het bewaren van het 
zevende gebod een onmisbaar schïldl 
Wanneer men dit schild laat zakken 
of verliest, gaan de zo onontbeerlijke 
hemelse zegeningen verloren. Geen 
individu of volk kan lang voorspoe- 
dig zijn zonder die zegeningen. 

Het is vreemd dat men zich in 
een tijd, waarin men zich lijkt bezig 
te houden met het krijgen van waar 
men recht op heeft, zo weinig druk 
maakt over het veiligstellen van he- 
melse zegeningen. In plaats daarvan, 
heeft een afnemend geloof in de on- 
sterfelijkheid ertoe geleid dat men in 
toenemende mate de onzedelijkheid 
aanhangt, waardoor velen zijn weg- 
geleid, doordat hun gezegd is 'dat bij 
de dood van de mens alles [eindigt]' 
(Alma 30:18). Confronterend was 
de uitspraak van een Japans denker, 
nadat hij onze genotzuchtige, wes- 
terse samenleving had beschouwd: 

'Als er niets na de dood is, is er ook 
niets verkeerd aan om zich geheel 
over te geven aan pleziertjes in de 
korte tijd dat iemand nog te leven 
heeft. Het verlies van geloof in de 
"andere wereld" heeft de moderne 
Westerse maatschappij opgezadeld 
met een fataal, moreel probleem. 
(Takeshi Umehara, 'The Civilization 
of the Forest: Ancient Japan Shows 
Postmodernism the Way', At Century's 
End, onder redactie van Nathan E 
Gardels [1995], blz. 190.) 

Daarom houdt een goed burger- 
schap onder meer in dat men het 
ondubbelzinnige verschil ziet tussen 
het begeren van iemands naaste en 
het liefhebben van iemands naaste! 
Matthew Arnold merkte terecht op 
dat hoewel 'de natuur zich niet be- 
zighoudt met kuisheid, (...) de men- 
selijke natuur (...) zich er veel 
gelegen aan laat liggen.' (Philistinism 
in England and America, deel 10 
van The Complete Prose Works of 
Matthew Arnold, onder redactie van 




Bij de lofzangen kunnen de aanwezigen even staan en actief deelnemen 
aan de conferentiebijeenkomsten. 



R. H. Super [1974], blz. 160.) Daar- 
aan voeg ik toe: de goddelijke na- 
tuur laat zich er oneindig meer aan 
gelegen liggen! 

De invloedrijke tendensen van de 
natuurlijke mens staan onwelwillend 
tegenover het zevende gebod, en 
zijn in zichzelf 'vleselijk, natuurlijk 
en duivels' en zelfvernietigend. (Mo- 
siah 16:3; zie ook Mosiah 3:19; Mo- 
zes 5:13.) Als deze drie woorden te 
hard klinken, neem dan het vreselij- 
ke doel van de tegenstander in over- 
weging: 'Hij tracht alle mensen even 
ellendig te maken als hij zelf is.' 
(2 Nephi 2:27.) Misère houdt echt 
van gezelschap! 

Een van de beste manieren waar- 
op we ons kunnen ontdoen van 'de 
natuurlijke mens' is hem uit te hon- 
geren (Mosiah 3:19). Verzwakt is hij 
gemakkelijker af te stoten. Anders zal 
hij erop staan dat zijn kaartje wordt 
geknipt op elk station waar de verlei- 
dingstrein tot stilstand komt. Helaas 
is de natuurlijke mens meestal niet 
gevoelig voor correctieve woorden, 
omdat begeerten het woord 'verstik- 
ken'. (Zie Marcus 4:19.) 

Het is betreurenswaardig dat de 



overtreding van het zevende gebod 
zoveel makkelijker wordt gemaakt 
door slimme sofisten die sommigen 
wijsmaken dat wat men ook doet 
'geen misdaad' is (Alma 30:17). Som- 
migen spitsen dan hun oren, omdat 
ze in feite slechts hunkeren naar een 
zweem van waarheid. Daarom laten 
ze hun oren hangen naar lieden die 
de scherpgekante, lastige geboden 
proberen af te stompen. (2 Timoteüs 
4:3). Niettemin blijft de spreuk, 'Wie 
overspel pleegt (...), is verstandeloos' 
(Spreuken 6:32). Weer anderen ne- 
geren de geboden, omdat zij door an- 
dere zaken in beslag worden 
genomen. Dostojevski legt een van 
zijn karakters in de mond: 'De eeu- 
wen zullen voorbijgaan, en het mens- 
dom zal verkondigen bij monde van 
hun sagen dat er geen misdaad is, en 
daarom geen zonde; er is alleen hon- 
ger.' (Fiodor Michailovitsj Dostojevs- 
ki, De broeders Karamasov , uit de 
vertaling van Constance Garnett 
[1952], blz. 130-131.) 

De tegenstander heeft ook het 
recht op privacy op de spits gedre- 
ven, en daarmee de individuele ver- 
antwoordelijkheid verder op de 



JANUARI 
91 



2 2 



helling gezet! Want is het niet zo dat 
iemand zich op de computer met 
een paar klikken van de muis, snel 
en ongehinderd, zonder door de pas- 
poortcontrole te hoeven gaan, op 
vijandelijk terrein kan begeven, 
waarna de enige overgebleven be- 
lemmering de controlepost van een 
afgestompt geweten is? 

Maar God heeft geen twee stellen 
tien geboden, een voor binnen en 
een voor buiten! Noch zijn er twee 
erkende wegen naar bekering. Een 
weekendje doorbrengen in spijt kan 
enige 'droefheid van de verdoemden' 
teweegbrengen, maar niet de 'grote 
verandering' die de 'droefheid naar 
Gods wil' produceert. (Mormon 
2:13; Mosiah 5:2; Alma 5:13-14; zie 
ook 2 Korintiërs 7:10.) 

Ja, het staat ons stervelingen vrij 
om te kiezen. Ja, er is een oorlog uit- 
gevochten in de hemel om onze keu- 
zevrijheid veilig te stellen. Maar hier 
onder de hemelen wordt vaak zon- 
der slag of stoot afstand gedaan van 
die grote gave van keuzevrijheid! 

Er zijn zoveel manieren waarop 
wij het schild van het zevende ge- 
bod stevig op zijn plaats kunnen 
houden. Zo is het bijvoorbeeld veel- 
zeggend dat de val van David, ge- 
deeltelijk althans, in de hand werd 
gewerkt door plichtsverzuim: 'In het 
daaropvolgende jaar, ten tijde, dat 
de koningen plegen ten strijde te 
trekken, (...) [bleef David] in Jeru- 
zalem' (2 Samuël 11:1). Toen kwam, 
zoals u weet, de begerige blik vanaf 
het dak en al het verdriet dat daarop 
volgde. Vandaar dat in de instructie 
'Staat daarom in heilige plaatsen' 
het vermijden van vergenoegd ver- 
pozen impliciet is. (LV 87:8; zie ook 
Matteüs 24:15.) 

Wie een leven van geluk leiden 
(zie 2 Nephi 5:27), ontwikkelen ook 
een beschermend, geestelijk leven. 
Dat komt tot uiting in fatsoenlijke 
kleding, taal, humor en muziek, 
waarmee ze de signalen van onwrik- 
baar discipelschap afgeven. (Zie 
Spreuken 23:7.) 

Tevens moet men ervoor waken, 
ter vermijding van latere moeilijkhe- 
den, dat men de zonden waarvan 
men zich niet bekeerd heeft, mee- 
neemt naar een nieuw huwelijk, 



waardoor de echtelieden vanaf het 
begin al een 'ongelijk span' vormen 
(2 Korintiërs 6:14). Evenzo kunnen 
man en vrouw zich welbewust wape- 
nen tegen verwijdering door niet te 
verslappen in hun wederzijdse loyali- 
teit en ervoor te waken dat zij zich 
niet laten meesleuren door de sterke 
stromingen die hen naar de water- 
vallen zullen wegvoeren. Evenzeer 
moet het stagnerende moeras van 
zelfmedelijden vermeden worden. 
Daar eenmaal in terechtgekomen is 
het geen kunst elk restant aan ver- 
antwoordelijkheidszin weg te rede- 
neren, om zo de inperkingen die 



zowel het geweten als de verbonden 
opleggen, aan de kant te schuiven, 
met als doel 'voor rechtvaardig 
[door te gaan] voor de mensen, 
maar (...) wat hoog is bij mensen, is 
een gruwel voor God' (Lucas 16:15). 
Het doorzien van de bedrieglijke 
spiraal van sensualiteit is nog een 
onmisbare preventieve maatregel. 
Zo hebben sommigen die het zeven- 
de gebod bespotten met hun onze- 
delijke leefstijl bijvoorbeeld veel 
weg van Kaïn, die verklaarde: Tk 
ben vrij' (Mozes 5:33), nadat hij, 
door Abel te doden, het zesde ge- 
bod had overtreden. Een dergelijke 




A H O N A 

92 



verkeerde denkwijze over vrijheid 
roept de waarschuwende woorden 
van Petrus voor de geest: '(•••) door 
wie men overmeesterd is, diens 
slaaf is men.' (2 Petrus 2:19; zie ook 
2 Nephi 2:26-30.) Zeker, luidruch- 
tige zielen zullen zelfs vrolijkheid 
te midden van slavernij en zonde 
voorwenden, maar een andere 
spreuk is hier van toepassing: 'Ook 
onder het lachen kan het hart pijn 
lijden en het einde der vreugde [is] 
kommer' (Spreuken 14:13). 

In een tijdperk waarin men te- 
rechtstaat op waarheidsgetrouwe re- 
clame, zijn bepaalde misleidende 
benamingen een belediging van het 
gezond verstand: XTC moet ellende 
heten; een houseparty is niet meer 
dan somber gesol uitgebraakt door 
dolgedraaide zinnelijkheid. Sommige 
fuifnummers hebben bijvoorbeeld de 
dwaze notie dat een beetje obsceen 
gedans geen kwaad kan. Zij zondigen 
'niet onwetend' (3 Nephi 6:18). 
Door de vijand te imiteren en te on- 
derschatten, blameren zij uiteindelijk 
zichzelf en terzelfder tijd brengen zij 
hun vrienden in verwarring en stel- 
len hen bovendien teleur! 

Heeft u zich ooit afgevraagd waar- 
om de sensuele scène zo vaak gebruik 
maakt van flikkerende, fluoresceren- 
de verlichting? Of waartoe al die ge- 
kunstelde glitter dient? Of waarom 
die luide maskerade doorgaat voor 
muziek? Omdat het kwaad, bevreesd 
voor de dageraad, niet bestand is te- 
gen de kritische blik van de heldere 
waarheid, noch kan het tegen de stil- 
le bespiegelingen van een gewetens- 
volle zelfanalyse! 

En zo worden de smaakknoppen 
van de ziel gedood door al die de- 
sensitiserende drumritmes die de le- 
gitieme behoeftes van erbij willen 
horen en liefde illegaal uitbuiten, 
doordat zowel roofdier als prooi, 
treurig genoeg, 'gevoelloos' zijn ge- 
worden. (1 Nephi 17:45; Efeziërs 
4:19; Moroni 9:20.) 

Henry Fairlie heeft geschreven dat 
'men bij een wellustig persoon meest- 
al een afgrijselijk zwart gat in het 
centrum van zijn leven zal vinden.' 
(Henry Fairlie, The Seven Deadly Sins 
Today [1978], blz. 187.) En toch pra- 
ten sommige naïeve jongeren over 



'het laten vollopen van hun heupfles' 
die leeg zal blijken te zijn met uitzon- 
dering van wat overgebleven zand en 
kiezels van toxische herinneringen. 
'Wellust', zo schreef Fairlie ook, 'is 
niet geïnteresseerd in zijn metgezel- 
len, maar alleen in de bevrediging 
van zijn eigen begeerten. (...) Wel- 
lust sterft bij de volgende dageraad, 
en als hij 's avonds terugkeert op 
zoek naar meer, wist hij zichzelf in 
zijn verleden.' (The Seven Deadly Sins 
Today, blz. 175.) 

In welke verschijning hij zich ook 
voordoet, wellust is geen vervanging 
van liefde; hij verstikt in feite, broe- 
ders en zusters, de ontwikkeling van 
echte liefde, waardoor de liefde van 
velen verkilt. (Zie Matteüs 24:12.) 
Daarom verbaast het ons niet dat 
ons gezegd is 'al [onze] lusten te be- 
teugelen, opdat [wij] van liefde ver- 
vuld [mogen] zijn' (Alma 38:12). 
Anders nemen binnensij pelende lus- 
ten de beschikbare ruimte in de ziel 
in, en een dubbele bezetting is niet 
mogelijk. 

Voorheen had men in de maat- 
schappij vaak de beschikking over 
nuttige, hoewel subtiele, evenwich- 
tige en inperkende mechanismen — 
zoals gezin, kerk en school — om 
buitensporig gedrag in toom te hou- 
den. Maar nu zijn sommige van 
die mechanismen maar al te vaak 
opgeheven, defect of buiten werking 
gesteld. 

Bovendien worden de genoemde 
trends verder in het zadel geholpen 
doordat men er tegenwoordig wel 
voor past om iemand om welk kwaad 
dan ook te veroordelen — zolang hij 
daarnaast maar iets doet dat prijzens- 
waardig is. Mussolini liet per slot van 
rekening wel de treinen op tijd rij- 
den. Overtreders van het zevende ge- 
bod kunnen zeer wel een nuttige 
bijdrage leveren, maar ze betalen wel 
een verborgen, hoge prijs. (Zie Alma 
28:13.) Over koning Morianton le- 
zen we: 'En hij handelde rechtvaardig 
met het volk, maar niet met zichzelf, 
wegens zijn vele hoererijen' (Ether 
10:11.) Hoewel kennelijk een eerlijk 
koning, die zonder aanzien des per- 
soons regeerde, respecteerde hij zich- 
zelf niet! De wonden die hij zichzelf 
had toegebracht, werden gemaskeerd 



door ornamentele rijkdom en praal- 
gebouwen. (Zie Ether 10:12.) 

Al het voorgaande stemt dusda- 
nig tot ernst dat wat nu volgt wel ge- 
zegd moet worden, en daarbij aarzel 
ik geen moment. Uit de openbarin- 
gen blijkt duidelijk dat de onbekeer- 
lijke zondaren, evenredig aan hun 
eigen zonden, 'moeten (...) lijden 
zoals [Jezus] , omdat zij op zekere dag 
de volle gerechtigheid van God zul- 
len ervaren. (Zie LV 19:16-18.) Bo- 
vendien zullen zij die op welke 
manier dan ook bij voortduring dit 
vaak van drugs doordrenkte drama 
van onzedelijkheid bevorderen en 
intensiveren — hetzij als promotor, 
afgever van vergunningen, beheer- 
der of profiteur — dan alle ellende 
onder ogen zien en voelen die zij ve- 
len hebben aangedaan! 

Ten slotte, broeders en zusters, op 
bepaalde tijden en onder bepaalde 
omstandigheden, vergt het discipel- 
schap van ons dat we er alleen voor 
staan! Onze bereidwilligheid dat te 
doen, hier en nu, is in overeenstem- 
ming met de geknielde Christus, 
daar en toen, in Getsemane. In de 
afronding van de verzoening 'was 
[er niemand] met [Hem].' (LV 
133:50; zie ook Matteüs 26:38-45.) 

De getrouwen die bij hun stand- 
punt blijven, zullen niet alleen zijn 
— althans, niet zó alleen. Daarom 
was het noodzakelijk dat de engel 
die naar Getsemane kwam om 
Christus te sterken, Hem verliet. 
(Zie Lucas 22:43.) Als we het schild 
des geloofs in God en in zijn gebo- 
den omhoog houden, zullen zijn en- 
gelen 'rondom [ons] zijn om [ons] te 
bemoedigen' en ' [ons] bewaren'. (LV 
84:88; 109:22.) Van deze belofte ge- 
tuig ik. En verder getuig ik, in ter- 
men van het weer in onze ziel, 
broeders en zusters, dat wij de baro- 
meterstand aangeven. Zo bepalen 
wij de mate van ons geluk in deze en 
de volgende wereld. Ook getuig ik 
dat de naleving van Gods geboden, 
inclusief het zevende, God ertoe 
noodt zijn hand op die van ons te 
leggen bij het aangeven van de baro- 
meterstand. Het is de hand van 
Hem die verlangt ons alles te geven 
wat Hij heeft. (Zie LV 84:38). In de 
naam van Jezus Christus. Amen. □ 



JANUARI 2002 
93 



'Het grote en 
eerste gebod' 



Ouderling Robert F. Orton 

van de Zeventig 



Al het andere wat we doen, zal gezien het doel van ons 
bestaan van weinig eeuwig belang zijn als we God en onze 
naaste niet liefhebben.' 



(...) en bid voor hen, die u geweld 
aandoen en u vervolgen.' (3 Nephi 
12:44; zie ook Matteüs 5:44.) En Hij 
was het die pleitte voor de soldaten 
die Hem kruisigden: 'Vader, vergeef 
het hun, want zij weten niet wat zij 
doen' (Lucas 23:34). 

Ik heb vele jaren gedacht dat lief- 
de een eigenschap was. Maar het is 
meer. Het is een gebod. In zijn ge- 
sprek met de rechtsgeleerde, een fa- 
rizeeër, zei Jezus: 'Gij zult de Heer, 
uw God, liefhebben met geheel uw 
hart en met geheel uw ziel en met 
geheel uw verstand. Dit is het grote 
en eerste gebod. Het tweede, daar- 
aan gelijk, is: Gij zult uw naaste lief- 
hebben als uzelf. Aan deze twee 
geboden hangt de ganse wet en de 
profeten.' (Matteüs 22:36-40; zie 
ook Galaten 5:14.) 

President Hinckley heeft gezegd: 
'Liefde is als de poolster. Het is een 
constante in een veranderende we- 
reld. Het is het wezen van het evan- 
gelie. (...) Zonder liefde (...) blijft 
er weinig over om ons het evangelie 
aan te bevelen als een manier van 
leven.' (Teachings of Gordon B. 
Hinckley, blz. 319, 317.) De apostel 
Johannes heeft gezegd: 'God is lief- 
de' (1 Johannes 4:8). Daarom hangt 
aan Hem, de belichaming van liefde, 
de ganse wet en de profeten. 

De apostel Paulus heeft gezegd 
dat geloof, het eerste evangeliebe- 
ginsel, werkt door liefde. (Zie Gala- 
ten 5:6). Wat een waardevolle leer! 




De laatste vier weken is de 
aandacht van de hele wereld 
gevestigd op de weloverwo- 
gen, opzettelijke en vernietigende 
terreuracties. 

Haat is de tegenpool van liefde. 
Lucifer is daarvan de belangrijkste 
voorstander en beoefenaar, en is dat 
al sinds zijn benadering van het heils- 
plan door de Vader werd verworpen. 
Hij gaf Judas in om Jezus aan de ho- 
gepriesters over te leveren voor dertig 
zilverstukken. Hij is de vijand van al- 
le rechtschapenheid en de vader van 
het conflict, die rondgaat 'als een 
brullende leeuw, zoekende wie hij zal 
verslinden' (1 Petrus 5:8). 

Anderzijds was het Jezus, door Ju- 
das overgeleverd aan de hogepries- 
ters, die zei: 'Hebt uw vijanden lief 



Liefde is de stuwende kracht achter 
het geloof. Zoals een huis in de win- 
ter verwarmd wordt door een haard- 
vuur, zo krijgen we geloof door liefde 
voor God en onze naaste, waardoor 
alles mogelijk is. 

De meesten van ons betuigen hun 
liefde voor God. Ik heb gemerkt dat 
liefde voor onze naaste het probleem 
is. De term naaste omvat onze familie, 
collega's, mensen die we in de kerk 
tegenkomen en zelfs de vijand, hoe- 
wel we niet goedkeuren wat die doet. 
Als wij al die mensen, onze broeders 
en zusters, niet liefhebben, kunnen 
we dan oprecht zeggen dat we God 
liefhebben? De apostel Johannes 
heeft gezegd: 'Wie God liefheeft, 
moet ook zijn broeder liefhebben', en 
ook heeft hij gezegd: 'Indien iemand 
zegt: Ik heb God lief, doch zijn broe- 
der haat, dan is hij een leugenaar' 
(1 Johannes 4:20-21.) Liefde voor 
God en onze naaste zijn dus onaf- 
scheidelijk met elkaar verbonden. 

Onze eeuwige vooruitgang is af- 
hankelijk van de mate waarin we 
liefhebben. Het woordenboek om- 
schrijft liefde als '(...) onzelfzuchtige, 
loyale en oprechte zorg voor het wel- 
zijn van elkaar; genegenheid, geba- 
seerd op bewondering, oprechtheid 
of wederzijdse interesses.' (Longman 
Webster English College Dictionary, 
overseas edition.) En volgens Moro- 
ni zijn 'de reine liefde van Christus' 
en 'naastenliefde' hetzelfde (Moroni 
7:47). Het beste tonen we onze lief- 
de voor God door zijn geboden te 
onderhouden. En we kunnen onze 
liefde voor God en onze naaste to- 
nen door menslievende daden. 

Sta me toe u twee voorbeelden te 
geven. In de bergen van Roemenië 
heeft een man zich, met zijn vrouw en 
twee kinderen, in de kerk laten do- 
pen. Hij werd leider van zijn gemeen- 
te; maar door financiële zorgen en 
spanningen in het gezin werd hij eni- 
ge tijd inactief. Toen hij weer actief 
werd, vertelde hij dat er iemand, toen 
hij bij zijn doop uit het water kwam, 
in zijn oor had gefluisterd: 'Ik hou van 
je'. Dat had nog nooit iemand tegen 
hem gezegd. Door de herinnering aan 
die uiting van liefde, en de liefdevolle 
daden en uitingen van de leden van 
zijn gemeente, is hij teruggekomen. 



L I A H O N A 
94 



Een aantal jaren geleden raakte 
een jongeman betrokken bij we- 
reldse aangelegenheden. Zijn ou- 
ders hadden enige tijd geen invloed 
op hem. Twee hogepriesters, die bu- 
ren en leden van zijn wijk waren, 
maar niet specifiek geroepen om 
zich met hem te bemoeien, sloegen 
met nog een oom en anderen hun 
armen om hem heen en sloten 
vriendschap met hem. Ze begeleid- 
den hem zodat hij weer actief werd, 
en ze moedigden hem aan zich op 
een zending voor te bereiden. Ze 
zeiden dat ze van hem hielden en 
toonden dat door hun gedrag. 
Daardoor veranderde het leven van 
de jongeman. Er is een overvloed 
aan liefde nodig en bereidwillige sa- 
menwerking om een kind groot te 
brengen. 

'Niemand kan bij dit werk be- 
hulpzaam zijn, tenzij hij ootmoedig 
en vol liefde is (...)' (LV 12:8). 
'Dient elkander door de liefde' (Ga- 
laten 5:13). Hulpvaardigheid is een 
natuurlijk gevolg van liefde, en zo is 
liefde een natuurlijk gevolg van 
hulpvaardigheid. Mannen, help uw 
vrouw. Vrouwen, help uw man. 
Mannen en vrouwen, help uw kin- 
deren. En tot allen zeggen we: dien 
God en uw naaste. Als we dat doen, 
zullen we gaan houden van degene 
die we dienen, en zo gehoorzamen 
we het eerste en belangrijke gebod 
om lief te hebben. 

Na zijn opstanding in Jeruzalem, 
verscheen Jezus aan de Nephieten in 
Amerika. Toen Hij hun over de 
doop verteld had, waarschuwde Hij 
voor boosheid en twist: 'En er zal 
geen woordenstrijd onder u zijn. 
(...) Want voorwaar, voorwaar zeg 
Ik u: Hij, die de geest van twisten 
heeft, is niet van Mij, maar is van de 
duivel, die de vader van twisten is, 
en hij hitst het hart der mensen op 
om in toorn met elkander te twisten' 
(3Nephill:22, 29). 

Broeders en zusters, als wij het 
gebod om lief te hebben, gehoorza- 
men, zal er geen woordenstrijd, twist 
of haat tussen of onder ons zijn. We 
spreken dan geen kwaad over elkaar, 
maar we behandelen elkaar vriende- 
lijk en met respect, in het besef dat 
we allemaal kinderen van God zijn. 



Er zullen geen Nephieten. Lamanie- 
ten of andere '-ieten' onder ons zijn, 
en elke man, vrouw en elk kind zal 
correct met de ander omgaan. 

Vroeg op een ochtend in Boeka- 
rest zag ik, toen ik in het Cismigiu- 
park liep te joggen, een oude boom 
die zijn best deed om nieuwe takken 
te vormen — om nieuw leven te ge- 
ven. Het symbool van leven is ge- 
ven. Wij geven zoveel aan ons gezin, 
onze vrienden en aan onze kerkge- 
meenschap, dat we soms, net als die 
oude boom, vinden dat het leven te 
moeilijk is — dat steeds maar geven 
een te zware last is. We kunnen den- 
ken dat het gemakkelijker is het op 
te geven en alleen maar te doen wat 
de natuurlijke mens doet. Maar we 
moeten en zullen niet opgeven. 
Waarom niet? Omdat we, net als 
Christus en die oude boom, moeten 
blijven geven. Laten wij, terwijl wij 
maar weinig geven, denken aan 



Hem die zijn leven heeft gegeven 
opdat wij mochten leven. 

Jezus heeft tegen het einde van 
zijn leven op aarde opnieuw onder- 
wezen in de leer van de liefde toen 
Hij zijn aanhangers leerde dat zij, 
net zoals Hij hen had liefgehad, el- 
kaar moesten liefhebben. 'Hieraan 
zullen allen weten dat gij discipelen 
van Mij zijt, indien gij liefde hebt 
onder elkander' (Johannes 13:35). 

Tot slot wil ik zeggen dat al het 
andere wat we doen, gezien het doel 
van ons bestaan van weinig eeuwig 
belang zal zijn als we God en onze 
naaste niet liefhebben. 

Ik getuig van de goddelijke aard 
van Christus en dat het zijn zending 
is de onsterfelijkheid en het eeuwige 
leven tot stand te brengen. Ik bid 
dat wij kunnen liefhebben zoals Hij 
heeft liefgehad, en blijven liefheb- 
ben. In de naam van Jezus Christus. 
Amen. □ 



President Hinckley wuift bij het verlaten van het Conferentiecentrum ten 
afscheid met zijn wandelstok naar de aanwezigen. 




JANUARI 
95 



2 2 



Onze daden bepalen 



ons 



karakter 



Ouderling Wayne S. Peterson 

van de Zeventig 




'Bij de meeste confrontaties kunnen wij, door onze wijze van 
reageren, bepalen wat voor ervaring dat voor ons zal worden.' 



Gelukkig schoot me voordat ik re- 
ageerde, een beginsel te binnen dat 
in de week voorafgaand tijdens de al- 
gemene conferentie door ouderling 
Marvin J. Ashton was besproken. 
(Conference Report, oktober 1970, 
blz. 36-38; of Improvement Era, de- 
cember 1970, blz. 59-60.) Hij zei 
toen hoe belangrijk het was om posi- 
tief en niet negatief op gebeurtenis- 
sen te reageren. Dus zwaaide ik naar 
het jongetje. Hij stak weer zijn tong 
uit. Ik glimlachte en wuifde weer. En 
deze keer zwaaide hij terug. 

Al gauw wuifden zijn jongere 
broertje en zusje enthousiast mee. Ik 
beantwoordde dat met allerlei wuif- 
bewegingen totdat mijn arm moe 
werd. Toen leunde ik op het stuur 
en bleef zwaaien op elke creatieve 
manier die ik kon bedenken, in de 
hoop dat hun ouders of mijn vrouw 
snel terugkwamen. 

Eindelijk kwamen de ouders, en 
toen ze wegreden, bleven mijn nieu- 
we vriendjes zwaaien zolang ik ze 
kon zien. 

Dat was een simpele gebeurtenis, 
maar het toonde aan dat we bij de 
meeste confrontaties, door onze wij- 
ze van reageren, kunnen bepalen wat 
voor ervaring dat voor ons zal wor- 
den. Ik was dankbaar dat ik had ge- 
kozen om vriendelijk te reageren op 
het kinderlijke gedrag van mijn jon- 
ge vriend. Daardoor vermeed ik de 
negatieve gevoelens die ik gehad zou 
hebben als ik mijn natuurlijke in- 
stinct had gevolgd. 

De Heiland leerde de Nephieten: 



Lang geleden was ik met mijn 
gezin op vakantie toen er iets 
gebeurde dat mij een belang- 
rijke les leerde. Op een zaterdag be- 
sloten mijn vrouw en ik met de 
kinderen een ritje te maken en wat 
boodschappen te doen. Onder het 
rijden vielen de kinderen in slaap 
en omdat ik ze niet wakker wilde 
maken, bood ik aan in de auto te 
blijven terwijl mijn vrouw naar de 
winkel ging. 

Terwijl ik zat te wachten, keek ik 
naar de auto die voor me stond. Hij 
zat vol kinderen, en ze keken naar 
mij. Mijn blik kruiste die van een 
jongetje van zes of zeven. Toen we 
elkaar aankeken, stak hij onmiddel- 
lijk zijn tong uit. 

Mijn eerste reactie was om mijn 
tong naar hem uit te steken. Ik 
dacht: Waaraan heb ik dit verdiend? 



'Alles dan, wat gij wilt dat de men- 
sen u zullen doen, doet gij hun des- 
gelijks' (3 Nephi 14:12). 

Stel u voor welk effect het op de 
wereld zou hebben als iedereen deze 
'gulden regel' toepaste. Maar dat lijkt 
tegengesteld aan de menselijke na- 
tuur. Koning Benjamin heeft gezegd: 
'De natuurlijke mens is een vijand 
van God' en zal dat blijven, tenzij hij 
'zich aan de ingevingen des Heiligen 
Geestes overgeeft, en de natuurlijke 
mens aflegt', en 'onderworpen, zacht- 
moedig, nederig, geduldig [en] vol 
liefde' wordt (Mosiah 3:19). 

In de snelle, hedendaagse wereld 
lijken de mensen meer geneigd tot 
agressiviteit. Sommigen voelen zich 
snel beledigd en reageren boos op 
echte of vermeende beledigingen, en 
allemaal hebben we onverantwoord 
gedrag in het verkeer gezien of ervan 
gehoord, of kennen we andere voor- 
beelden van ruw, ongevoelig gedrag. 

Jammer genoeg sluipt dit ons ge- 
zin binnen, en dat veroorzaakt thuis 
wrijving en spanning. 

Het lijkt normaal om in een situ- 
atie terug te doen wat we krijgen. 
Maar zo hoeft het niet te zijn. Met 
zijn vreselijke oorlogservaringen in 
gedachten schreef Viktor Frankl: 
'Wij, die in concentratiekampen 
hebben geleefd, wij zijn de gevange- 
nen niet vergeten die door de barak- 
ken liepen om anderen op te beuren 
en te troosten, die hun laatste korst 
brood aan een medegevangene 
schonken. Hun aantal was mis- 
schien klein, toch hebben deze man- 
nen overtuigend bewezen dat één 
ding de mens niet kan worden ont- 
nomen: de allerlaatste menselijke 
vrijheid — de keuze onder alle om- 
standigheden zijn eigen houding te be- 
palen, zijn eigen weg te kiezen.' 
(Mans Search for Meaning [1985], 
blz. 86; cursivering toegevoegd.) 

Dat is nobel gedrag van hoog al- 
looi, maar Jezus verwacht het wel 
van ons. 'Hebt uw vijanden lief', 
heeft Hij gezegd, 'en bidt voor wie u 
vervolgen' (Matteüs 5:44). 

Een van mijn lievelingslofzangen 
onderstreept die lering: 

Beheers uw gevoelens, o mijn 
broeder; 



L I A H O N A 
96 



leer uw natuurlüke reacties beheersen. 
Negeer uw emoties niet, 
maar laat wijsheid u besturen. 
(Hymns, nr. 336) 

De besluiten die we nemen en 
ons gedrag vormen uiteindelijk ons 
karakter. Charles A. Hall heeft dat 
proces als volgt beschreven: 'We 
zaaien gedachten, we oogsten onze 
daden. We zaaien daden, we oogsten 
onze gewoonten. We zaaien ge- 
woonten, we oogsten ons karakter. 
We zaaien^ ons karakter, we oogsten 
onze bestemming.' (The Home Book 
of Quotations, onder redactie van 
Burton Stevenson [1934], blz. 845.) 

Thuis is ons gedrag het belang- 
rijkst. Daar hebben onze daden de 
belangrijkste invloed, ten goede of 
ten kwade. Soms voelen we ons zo 
'thuis' dat we niet meer op onze 
woorden letten. We verliezen een- 
voudige beleefdheid uit het oog. Als 
we niet oppassen, vervallen we in de 
gewoonte elkaar te bekritiseren, 
boos te worden of ons egocentrisch 
te gedragen. Omdat zij van ons hou- 
den, vergeven onze partner en onze 
kinderen ons misschien snel, maar 
vaak dragen ze in stilte ongeziene 
kwetsuren en onuitgesproken hart- 
zeer met zich mee. 

Er zijn teveel gezinnen waar kin- 
deren bang zijn voor hun ouders of 
waar vrouwen bang zijn voor hun 
man. Onze leiders hebben ons in 
herinnering gebracht: 'De vader 
[behoort] zijn gezin met liefde en 
in rechtschapenheid te presideren', 
en ze hebben gewaarschuwd 'dat 
degenen die (...) hun partner of 
kinderen misbruiken (...) op een 
dag aan God rekenschap moeten 
afleggen.' ('Het gezin: een procla- 
matie aan de wereld', De Ster, 
oktober 1998, blz. 24.) De tegen- 
stander weet dat, als hij in het ge- 
zin een sfeer van rivaliteit, twist 
en angst kan kweken, de Geest 
bedroefd is en dat de banden die 
het gezin bijeen moeten houden, 
verzwakken. 

De herrezen Heer heeft zelf ge- 
zegd: 'Want voorwaar, voorwaar zeg 
Ik u: Hij, die de geest van twisten 
heeft, is niet van Mij, maar is van de 
duivel, die de vader van twisten is, 






pn mi hitct - rn=*t nart rl^r m^r^con 

om in toorn met elkander te twisten' 
(3Nephill:29). 

Als we boosheid of rivaliteit in 
ons gezin voelen, moeten we onmid- 
dellijk onderkennen welke macht 
ons leven beheerst en wat Satan pro- 
beert te bereiken. Salomo heeft ons 
deze wijze formule nagelaten: 'Een 
zacht antwoord keert de grimmig- 
heid af, maar een krenkend woord 
wekt de toorn op' (Spreuken 15:1). 

Ons gezin behoort liefst een toe- 
vluchtsoord te zijn waar elk lid zich 
veilig en bemind voelt, en bescher- 
ming vindt tegen de harde kritiek en 
rivaliteit die we in de wereld zo vaak 
zien. 

Christus heeft een volmaakt voor- 
beeld gegeven hoe we in elke situatie 
onze emoties moeten beheersen. 
Toen Hij voor Kajafas en Pilatus 
stond, werd Hij afgeranseld, geslagen, 
bespuwd en bespot door zijn beulen. 
(Zie Matteüs 26; Lucas 23.) De grote 
ironie was dat zij hun Schepper ver- 
nederden die leed uit liefde voor hen. 

Bij die onrechtvaardige mishande- 



llllgCil LJiV^l JV^i.U-0 JTVCllili. ^11 VVV^lg^JLU-^ 

Hij onvriendelijk te reageren. Zelfs 
op het kruis, onder onuitsprekelijk 
lijden, bad hij: 'Vader, vergeef het 
hun, want zij weten niet wat zij doen' 
(Lucas 23:34). 

Datzelfde verwacht Hij van ons. 
Tegen degenen die Hem wilden vol- 
gen, zei Hij: 'Hieraan zullen allen 
weten, dat gij discipelen van Mij zijt, 
indien gij liefde hebt onder elkan- 
der' (Johannes 13:35). 

Mogen wij tonen dat we zijn dis- 
cipelen zijn door ons gezin op vrien- 
delijke en liefdevolle manier te 
sterken. Mogen we niet vergeten dat 
'een zacht antwoord de grimmigheid 
afkeert' en ernaar streven om door 
onze banden en confrontaties met 
anderen een karakter te vormen dat 
de goedkeuring van de Heiland kan 
wegdragen. 

Jezus Christus is het volmaakte 
voorbeeld. Hij is onze Heiland 
en Verlosser. Ik getuig van Hem! 
Wij ontvangen leiding van een le- 
vende profeet. In de naam van Jezus 
Christus. Amen. □ 



Het Mormoons Tabernakelkoor zingt tijdens een conferentiebijeenkomst. 




JANUARI 2002 
97 



Mor niet 



Ouderling H. Ross Workman 

van de Zeventig 




'Gehoorzaamheid is essentieel voor de verwezenlijking van de 
zegeningen van de Heer 



treffelijk land had. Hij liet zijn 
dienstknechten twaalf olijfbomen 
planten en gaf ze opdracht een toren 
te bouwen om er toezicht op te hou- 
den. De toren had tot doel de wach- 
ters erop plaats te laten nemen om te 
waarschuwen als de vijand kwam. Zo 
konden ze de wijngaard beschermen. 

De dienstknechten bouwden geen 
toren. De vijand kwam en vernielde 
de olijfbomen. De ongehoorzaam- 
heid van de dienstknechten leidde 
tot een ramp in de wijngaard. (LV 
101:43-62.) 

Waarom hadden de dienstknech- 
ten de toren niet gebouwd? Het zaad 
van de ramp was gezaaid door gemor. 

Volgens de gelijkenis van de 
Heer, bestaat morren uit drie stap- 
pen. Elke stap leidt tot de volgende 
stap in een neergaande lijn naar on- 
gehoorzaamheid. 

Ten eerste: de dienstknechten be- 
gonnen te twijfelen. Ze vonden dat 
ze het beter konden beoordelen dan 
hun meester. 'Waarvoor heeft onze 
heer deze toren nodig, aangezien het 
nu een tijd van vrede is?' zeiden ze. 
(LV 101:48.) Eerst twijfelden ze zelf 
en plantten die twijfel vervolgens in 
de gedachten van anderen. De twij- 
fel kwam eerst. 

Ten tweede: ze praatten goed dat 
ze niet deden wat hun gezegd was. 
Ze zeiden: 'Kon dit geld niet aan de 
geldwisselaars worden gegeven? 
Want deze dingen zijn niet nodig.' 
(LV 101:49.) Zo bedachten ze een 
excuus voor hun ongehoorzaamheid. 

De derde stap volgt vanzelf: laks- 
heid in het opvolgen van de gebo- 
den van de Meester. In de gelijkenis 
staat: '[Ze werden] zeer nalatig en 



Als jonge zendelingen getuig- 
den mijn collega en ik dat 
God in deze tijd spreekt 
door profeten. Een man vroeg: 'En 
wat heeft jullie profeet deze week 
gezegd?' Ik pijnigde mijn hersens 
welke boodschap van de profeet er 
stond in de laatste Improvement Era, 
destijds het belangrijke tijdschrift 
van de kerk. Ik begreep ineens bij- 
zonder goed hoe belangrijk het is dat 
we de leringen van de levende pro- 
feet kennen en gehoorzamen. 

Ik hoop u er vandaag toe te bren- 
gen de levende profeten te volgen 
en u te waarschuwen voor de mislei- 
ding die de tegenstander bedacht 
heeft om u ervan te weerhouden 
hen te volgen. In de Schriften wordt 
die misleiding 'morren' genoemd. 

De Heiland heeft ons in een gelij- 
kenis gewaarschuwd voor het verra- 
derlijke pad van ongehoorzaamheid 
door 'morren'. Die gelijkenis gaat 
over een edelman die een stuk voor- 



gaven geen gehoor aan de geboden 
van hun heer.' (LV 101:50.) Zo was 
de tijd rijp voor een ramp. 

God heeft zijn kinderen gezegend 
met profeten die hen onderwijzen in 
zijn wegen en hen voorbereiden op 
het eeuwige leven. Gods wegen zijn 
voor de mens niet gemakkelijk te 
begrijpen. 'Want mijn gedachten 
zijn niet uw gedachten en uw wegen 
zijn niet mijn wegen, luidt het 
woord des Heren' (Jesaja 55:8). Ge- 
hoorzaamheid is essentieel voor de 
verwezenlijking van de zegeningen 
van de Heer, zelfs als we het doel 
van het gebod niet begrijpen. 

De tegenstander verleidt ons heel 
subtiel tot morren om zo de kracht 
te vernietigen die voortkomt uit ge- 
hoorzaamheid. Dat patroon zien we 
duidelijk in de geschiedenis van de 
kinderen van Israël: 

De Heer beloofde de kinderen 
van Israël dat Hij een engel zou stu- 
ren om de Kanaanieten te verdrij- 
ven zodat Israël het land van melk 
en honing kon beërven. (Zie Exodus 
33:1-3.) Toen Israël de grens van 
Kanaan bereikte, stuurde Mozes 
spionnen het land in, en toen die te- 
rugkwamen, rapporteerden ze dat de 
legers van Kanaan sterk waren, en 
ze opperden dat Kanaan sterker was 
dan Israël. Toen begon het morren. 

Ze twijfelden aan het gebod van 
Mozes, hun levende profeet. Ze 
brachten hun twijfel over op ande- 
ren. Hoe kon Israël de reuzen van 
Kanaan verslaan als de kinderen van 
Israël zich met sprinkhanen konden 
vergelijken? (Zie Numeri 13:32-33.) 

Twijfel draaide uit op goedpraten 
en excuses. Ze beweerden dat ze 
bang waren voor hun vrouwen en 
kinderen. 'Zou het voor ons niet be- 
ter zijn naar Egypte terug te keren?' 
zeiden ze. (Zie Numeri 14:2-3.) 

Het morren werd ongehoorzaam- 
heid toen Israël een hoofd wilde 
aanstellen dat hen naar Egypte terug 
zou brengen. (Zie vers 4.) 

Ze weigerden gewoon de levende 
profeet te volgen. Wegens hun ge- 
mor ontnam de Heer de kinderen 
van Israël de beloofde zegening (dat 
Hij de Kanaanieten zou verslaan en 
hun het beloofde land zou geven). 
In plaats daarvan stuurde Hij Israël 



L I A H O N A 
98 



» .! 




Op zaterdagavond arriveren priesterschapsdragers voor de priesterschapsbijeenkomst van de algemene 
conferentie. 



de wildernis in, waar ze veertig jaar 
zouden ronddolen. 

Het vertrouwde patroon van mor- 
ren zien we ook weer in het gezin 
van Lehi. 

Toen de profeet Lehi zijn zoons 
naar Jeruzalem stuurde om de kope- 
ren platen te bemachtigen, onder- 
vonden ze veel tegenslag. Eerst werd 
Laman uit het huis van Laban gezet 
toen hij alleen maar om de platen 
vroeg. Toen de zoons van Lehi goud 
en zilver voor de platen boden, 
stond Laban ze naar het leven en 
nam ze hun bezit af. De broers ver- 
borgen zich in een hol in de rotsen 
om de situatie te bespreken. 

Laman en Lemuël morden. Zoals 
altijd begon dat met twijfel: 'Hoe is 
het mogelijk, dat de Here Laban 
aan ons zal overgeven?' zeiden ze 
(lNephi3:31). 

Toen kwamen de excuses: 'Zie, 
hij is een machtig man en hij kan 
over vijftig gebieden; hij kan er zelfs 
vijftig doden, waarom ons dan niet?' 
(1 Nephi 3:31.) 

En ten slotte werden ze laks. Vol 
boosheid, wrevel en excuses wachtten 



Laman en Lemuël bij de muren van 
Jeruzalem terwijl de trouwe Nephi het 
werk van de Heer volbracht. (Zie 
1 Nephi 4: 3-5.) 

De Heer heeft zich in onze tijd te- 
gen die houding uitgesproken: 'Maar 
hij, die niets doet, voordat het hem 
wordt geboden, en een gebod met een 
twijfelend hart ontvangt en het traag 
nakomt, wordt verdoemd' (LV 58:29). 

We hebben onze levende profeten 
steun verleend door het opsteken 
van onze hand. We hebben het voor- 
recht dat we het geopenbaarde 
woord van God in deze tijd horen 
van onze levende profeten. Wat doen 
we als we dat horen? Volgen we de 
aanwijzingen van onze levende profe- 
ten precies op, of morren we? 

Is het in onze eigen tijd gemakke- 
lijker om een levende profeet te vol- 
gen dan in de tijd van Mozes of 
Nephi? Zouden degenen die tegen 
Mozes en Nephi morden, ook in deze 
tijd niet morren? Diezelfde vragen 
kunnen we omdraaien. Degenen 
die nu morren, zouden ook net zo ge- 
mord hebben als Laman en Lemuël 
of de kinderen van Israël tegen de 



profeet van hun tijd, met dezelfde 
rampzalige gevolgen. 

De eenvoudigste aanwijzingen 
kunnen de neiging tot morren ont- 
hullen. Ik woonde eens een dienst 
bij waarbij de presiderende autoriteit 
de aanwezigen verzocht om vooraan 
plaats te nemen. Enkelen deden dat. 
De meesten niet. Waarom niet? 

Ik weet zeker dat er mensen waren 
die zich afvroegen waarom ze van 
hun comfortabele plaats moesten ko- 
men. 'Waarom zou ik?' Die vraag 
werd ongetwijfeld gevolgd door een 
excuus of een redelijke verklaring 
waarom het niet uitmaakte of ze nu 
wel of niet een andere plaats inna- 
men. Ik denk dat er enige irritatie 
ontstond over zo'n verzoek van de 
presiderende autoriteit. De laatste 
stap was, duidelijk voor iedereen die 
dit gevolgd heeft, laksheid in het vol- 
doen aan het verzoek. Weinig mensen 
stonden op. Was dat een kleinigheid? 
Ja. Maar daaruit sprak wel een dieper 
liggend gebrek aan bereidwilligheid 
om te gehoorzamen. Het weerspiegel- 
de een geest van ongehoorzaamheid. 
Dat is geen kleinigheid. 



JANUARI 
99 



2 2 



Kort geleden was ik in een kerk- 
dienst in West-Afrika toen een 
priesterschapsleider de broeders 
vroeg om plaats te nemen op de eer- 
ste drie rijen in de kapel. Alle man- 
nen stonden onmiddellijk op en 
volgden die aanwijzing op. Een klei- 
nigheid? Ja. Maar het weerspiegelde 
de bereidheid om te gehoorzamen. 
Dat is geen kleinigheid. 

Ik vraag u om na te denken over 
het gebod van levende profeten 
waarmee u de meeste moeite heeft. 
Betwijfelt u of dat gebod op u van 
toepassing is? Heeft u gemakkelijke 
'excuses' waarom u dat gebod nu niet 
kunt nakomen? Raakt u gefrustreerd 
of geïrriteerd door degenen die u aan 
dat gebod herinneren? Bent u laks in 
het onderhouden ervan? Pas op voor 
de misleiding van de tegenstander. 
Pas op voor morren. 

Een gelukkige ouder ervaart bij- 
zondere vreugde als zijn kind bereid 
is om te gehoorzamen. Is dat ook 
met God niet zo? 

Ik kan een beetje begrijpen hoe blij 
de Heer moet zijn als zijn dienst- 
knechten gehoorzamen zonder te 
morren. Pas nog woonden mijn 
vrouw en ik een bijeenkomst bij waar 
ons verteld zou worden wat onze taak 
was. We hadden op dat moment geen 
idee wat die zou zijn, of waar. Ik had 
zelf gehoord dat we in West-Afrika op 
zending zouden worden geroepen. Ik 
was verrast en blij met de opdracht, 
maar ook moest ik denken aan de 
mogelijke reactie van degene die al 
39 mijn partner is. Hoe zou zij die 
taak opvatten? Ik wist dat ze zou in- 
stemmen. In al onze jaren samen had 
ze nog nooit een roeping van de Heer 
geweigerd. Maar wat zou ze voelen? 

Ik zat naast haar, en ze zag aan 
mijn ogen dat ik het wist. Ze zei: 
'Nou, waar gaan we heen?' Ik zei al- 
leen: Afrika.' Haar ogen straalden 
en ze zei blij: 'Is dat niet fantas- 
tisch!' Mijn vreugde was volkomen. 

Zo verheugd moet ook onze Va- 
der zijn als wij met een bereidwillig 
hart de levende profeten volgen. Ik 
getuig dat Jezus de Christus leeft. 
Hij spreekt tot profeten in onze tijd. 
Ik bid dat wij onze profeten zonder 
morren zullen volgen. In de naam 
van Jezus Christus. Amen. D 



De kracht van 
een sterk getuigenis 



Ouderling Richard G. Scott 

van het Quorum der Twaalf Apostelen 



l Uw veiligheid en uw geluk zijn afhankelijk van de kracht van 
uw getuigenis, want uw gedrag zal er in tijden van beproeving 
of onzekerheid door geleid worden.' 




In deze onzekere wereld zijn er za- 
ken die nooit veranderen: de vol- 
maakte liefde die onze hemelse 
Vader voor ons heeft; de zekerheid 
dat Hij leeft en ons altijd hoort; het 
bestaan van zuivere, onveranderlijke 
waarheden; het feit dat er een plan 
van geluk is; de zekerheid dat succes 
verkregen kan worden door geloof in 
Jezus Christus, door gehoorzaamheid 
aan zijn leringen en door de verlos- 
sende kracht van zijn verzoening; de 
zekerheid van leven na de dood; de 
realiteit dat onze staat daar afhanke- 
lijk is van onze levenswijze hier. En of 
iemand deze waarheden al dan niet 
accepteert, die realiteit verandert 
niet. Ze zijn de fundamentele bouw- 
stenen van een levend getuigenis. 
Een sterk getuigenis is de onwrikbare 



fundering van een veilig, zinvol leven 
waarin vrede, vertrouwen, geluk en 
liefde kunnen bloeien. Het is veran- 
kerd in de overtuiging dat een alwe- 
tend God zijn werk bestuurt. Hij zal 
niet falen. Hij zal Zich aan zijn belof- 
ten houden. 

Een sterk getuigenis is de kracht 
van een succesvol leven. Het is ge- 
richt op het begrip van de goddelijke 
eigenschappen van God de Vader, 
Jezus Christus en de Heilige Geest. 
Het is gewaarborgd door een gewillig 
vertrouwen op Hen. Een krachtig 
getuigenis is gebaseerd op de zeker- 
heid dat de Heilige Geest ons dage- 
lijks handelen ten goede kan leiden 
en inspireren. 

Een getuigenis wordt versterkt 
door de geestelijke indrukken die de 
geldigheid bevestigen van een lering, 
een rechtschapen daad of een waar- 
schuwing voor dreigend gevaar. Die 
indrukken gaan vaak gepaard met 
krachtige emoties, waardoor je een 
brok in de keel krijgt en tranen in je 
ogen. Maar een getuigenis is geen 
emotie. Het is het fundamenteelste 
en belangrijkste onderdeel van een 
karakter dat is gevormd door talrijke 
goede beslissingen. Deze beslissingen 
worden genomen met geloof en ver- 
trouwen in zaken die geloofd en, 
aanvankelijk althans, niet gezien 
worden. 1 Door een sterk getuigenis 
krijgen we gemoedsrust, troost en 
zekerheid. De overtuiging wordt 
ontwikkeld dat als de leringen van 



L I A H O N A 
100 



de Heiland consequent gehoor- 
zaamd worden, het leven prachtig 
en de toekomst zeker zal zijn. Dan 
zullen we het vermogen hebben om 
de moeilijkheden op ons pad te 
overwinnen. Een getuigenis groeit 
als wij de waarheid begrijpen, en 
wordt verkregen door gebed en 
schriftstudie. Het wordt gevoed als 
wij die waarheden naleven, met ge- 
loof en vertrouwen dat we de be- 
loofde zegeningen zullen ontvangen. 

Alle profeten zijn door de eeuwen 
heen gesterkt door een krachtig ge- 
tuigenis. In moeilijke tijden hebben 
ze door hun getuigenis moed en vast- 
beradenheid ontwikkeld. Een krach- 
tig getuigenis kan hetzelfde voor u 
betekenen. Als u uw getuigenis ver- 
sterkt, zult u de kracht krijgen om de 
juiste beslissingen te nemen, zodat u 
bestand zult zijn tegen de invloeden 
van de wereld die steeds wreder wor- 
den. Uw veiligheid en uw geluk zijn 
afhankelijk van de kracht van uw ge- 
tuigenis, want uw gedrag zal er in tij- 
den van beproeving of onzekerheid 
door geleid worden. 

Evalueer uw leven eerlijk. Hoe 
sterk is uw getuigenis? Is het werkelijk 
een steun en kracht in uw leven, of is 
het slechts de hoop dat wat u geleerd 



hebt waar is? Is het meer dan een 
vaag geloof dat waardevolle denk- 
beelden en levenswijzen redelijk en 
logisch zijn? Zo'n verstandelijke aan- 
vaarding is niet nuttig als u met ern- 
stige moeilijkheden te maken krijgt, 
en die zullen zeker op uw pad komen. 
Bent u met behulp van uw getuigenis 
in staat om goede beslissingen te ne- 
men? Om dat te kunnen doen, moe- 
ten de fundamentele waarheden een 
belangrijk onderdeel van uw karakter 
vormen. Ze moeten een belangrijk 
onderdeel van uw wezen zijn, meer 
gekoesterd dan het leven zelf. Als uit 
een eerlijke beoordeling van uw ge- 
tuigenis blijkt dat het niet zo sterk is 
als het zou moeten zijn, hoe kunnen 
we het dan versterken? 

Uw getuigenis zal versterkt wor- 
den als u uw geloof in Jezus Christus 
oefent, in zijn leringen en in zijn on- 
beperkte macht om zijn beloften na 
te komen. 2 De sleutelwoorden zijn 
'geloof oefenen'. Waar geloof heeft 
veel macht, maar er zijn beginselen 
die gevolgd moeten worden om die 
macht te gebruiken. Moroni heeft ge- 
zegd 'dat geloof datgene is, wat men 
hoopt en niet ziet; betwist het echter 
niet, omdat gij het niet ziet, want gij 
verkrijgt geen getuigenis dan na de 



beproeving van uw geloof.' * Dat be- 
tekent dat u de waarheid of het be- 
ginsel waarin u geloof hebt, moet 
toepassen. Als u het consequent na- 
leeft, krijgt u door de macht van de 
Heilige Geest een getuigenis van de 
waarheid ervan. Het is vaak een ge- 
voel van gemoedsrust. Het kan een 
innerlijk gevoel zijn. Het kan het be- 
wijs van de deur naar andere waarhe- 
den zijn. Als u geduldig naar een 
bevestiging op zoek gaat, zult u die 
ontvangen. Erken dat de Heer u het 
vermogen zal geven om de waarheid 
van zijn leringen te begrijpen en door 
persoonlijke ervaring te bewijzen. Hij 
zal met zekerheid bevestigen dat zijn 
wetten de beloofde resultaten zullen 
opleveren als ze gewillig en conse- 
quent worden onderhouden. 

Een krachtig getuigenis komt 
voort uit stille momenten van gebed 
en overdenking, als u de indrukken 
herkent die erbij horen. Nederig ge- 
bed, vol vertrouwen, verschaft ver- 
lichting, bemoediging, troost, leiding 
en gemoedsrust die de ongehoorza- 
men nooit zullen ervaren. 

Sommige waarheden over het ge- 
bed kunnen een hulpmiddel voor u 
zijn. De Heer zal uw gebeden in tijd 
van nood verhoren. Hij zal ze altijd 




JANUARI 
101 



2 2 




beantwoorden. Zijn antwoord zal 
over het algemeen echter niet gege- 
ven worden als u op uw knieën zit te 
bidden, zelfs niet als u om een on- 
middellijk antwoord vraagt. Er is 
een patroon dat gevolgd moet wor- 
den. Er wordt van u verwacht dat u 
zelf naar een antwoord op uw gebe- 
den zoekt, en dan om de bevestiging 
vraagt of dat antwoord juist is. 4 Ge- 
hoorzaam zijn raad dat 'gij het in uw 
gedachten moet uitvorsen'. 5 Vaak 
zult u een oplossing bedenken. Dan 
vraagt u om een bevestiging dat 
uw antwoord juist is. Die hulp kan 
door gebed of schriftstudie verkre- 
gen worden, soms door de hulp 
van anderen 6 , of door uw eigen 
vaardigheden, onder leiding van de 
Geest. 



Soms wil de Heer dat u vol ver- 
trouwen voorwaarts gaat, totdat u 
een antwoord krijgt. Zijn antwoord 
komt meestal in de vorm van pak- 
ketjes hulp. Als elk pakketje vol ge- 
loof aangegrepen wordt, zal het met 
andere verbonden worden om u het 
volledige antwoord te verschaffen. 
Dit patroon vereist de oefening van 
ons geloof. Hoewel het soms erg 
moeilijk is, zal het persoonlijke groei 
tot gevolg hebben. Soms zal de Heer 
u een antwoord geven voordat u er- 
om vraagt. Dat gebeurt als u zich 
bepaalde gevaren niet bewust bent, 
of als u iets verkeerds doet en erop 
vertrouwt dat het goed is. 

Alma heeft gezegd hoe vasten 
en gebed ons getuigenis kunnen 
versterken: 



'Ik getuig u, dat ik weet, dat deze 
dingen, waarvan ik heb gesproken, 
waar zijn. En hoe denkt gij, dat ik 
dit zo met zekerheid weet? 

'(...) Ziet, ik heb vele dagen ge- 
vast en gebeden, opdat ik deze din- 
gen zelf mocht weten. Nu weet ik 
zelf, dat ze waar zijn; want de Here 
God heeft ze door zijn Heilige Geest 
aan mij geopenbaard.' 7 

President Romney heeft de ge- 
tuigenisversterkende kracht van 
de Schriften met dit voorbeeld 
aangegeven: 

'Ik dring er bij u op aan om ver- 
trouwd te raken met [het Boek van 
Mormon], Lees het voor aan uw 
kinderen; ze zijn niet te jong om het 
te begrijpen. Ik weet nog goed dat ik 
het met een van mijn jongens las 
toen hij nog heel jong was. (...) Ik 
lag onderop het stapelbed en hij bo- 
venop. We lazen om de beurt een 
stukje uit die drie laatste indrukwek- 
kende hoofdstukken van 2 Nephi. Ik 
hoorde hem zijn keel schrapen en 
dacht dat hij verkouden was. (...) 
Toen we klaar waren zei hij: "Papa, 
huilt u wel eens als u in het Boek 
van Mormon leest?" 

'"Ja, jongen, (...) soms getuigt de 
Geest van de Heer zo doordringend 
tot mijn ziel dat het 'Boek van Mor- 
mon waar is, dat ik moet huilen." 

'"Nou," zei hij, "Dat overkwam 
mij daar straks.'" 8 

Uw getuigenis zal versterkt wor- 
den als u de wet van tiende naleeft 
en vastengaven betaalt, en de Heer 
zal u rijkelijk zegenen. Als uw getui- 
genis versterkt wordt, zal Satan har- 
der zijn best doen om u te verleiden. 
Weersta zijn pogingen. Dan zult u 
sterker worden, en zal zijn invloed op 
u afnemen. 9 De toenemende invloed 
van Satan in de wereld wordt toege- 
staan om een omgeving te scheppen 
waarin wij ons kunnen bewijzen. Sa- 
tan veroorzaakt nu problemen, maar 
zijn uiteindelijke lot is bezegeld door 
Jezus Christus' opstanding en verzoe- 
ning. De duivel zal niet overwinnen. 

Zelfs nu moet hij binnen de gren- 
zen blijven die de Heer heeft vastge- 
steld. Hij kan geen zegeningen 
afnemen die zijn verdiend. Hij kan 
geen karakter veranderen dat door 
juiste beslissingen is gevormd. Hij 



L I 



A H O N A 
102 



heeft niet de macht om de eeuwige 
banden te verbreken die in de heili- 
ge tempel tussen man, vrouw en 
kinderen zijn gesmeed. Hij kan waar 
geloof niet vernietigen. Hij kan ons 
getuigenis niet wegnemen. Ja, die 
dingen kunnen wij kwijtraken als we 
aan zijn verleidingen toegeven. 
Maar hij heeft zelf niet de macht om 
ze te vernietigen. 

Deze en andere waarheden zijn 
zekerheden. Maar uw overtuiging 
van die realiteit moet voortkomen 
uit uw eigen begrip van de waarheid, 
uit uw eigen toepassing van goddelij- 
ke wetten en uit uw gewilligheid om 
het bevestigende getuigenis van de 
Geest te ontvangen. Uw getuigenis 
kan beginnen met de erkenning dat 
de leringen van de Heer redelijk lij- 
ken. Maar het moet groeien door ge- 
hoorzaamheid aan zijn wetten. Dan 
zult u uit eigen ervaring weten dat ze 
waar zijn en kunt u de beloofde zege- 
ningen in ontvangst nemen. Die be- 
vestiging krijgt u niet in één keer. 
Een sterk getuigenis ontvangen we 
regel op regel en voorschrift op voor- 
schrift. Er is geloof, tijd, gehoorzaam- 
heid en offerbereidheid voor nodig. 

Een sterk getuigenis kan niet op 
een zwakke fundering worden ge- 
bouwd. Doe daarom niet alsof u iets 
weet, terwijl u het niet zeker weet. 
Streef naar een bevestiging van de 
Geest. We moeten in krachtig gebed 
worstelen, rechtschapen leven en 
om een bevestiging van de Geest 
vragen. De pracht van de leringen 
van de Heer is dat ze waar zijn en 
dat we daar zelf achter kunnen ko- 
men. Ontwikkel uw geestelijke ont- 
vankelijkheid door voortdurend 
open te staan voor de leiding die we 
door de stille, zachte stem van de 
Geest kunnen ontvangen. Vertel on- 
ze Vader in de hemel over uw gevoe- 
lens, behoeften, hoop en verlangens. 
Praat vol vertrouwen met Hem, en 
weet dat Hij zal luisteren en ant- 
woorden. Ga dan geduldig voort en 
doe wat goed is, met het vertrouwen 
dat voortkomt uit geloof en recht- 
schapenheid. Wacht geduldig op het 
antwoord dat gegeven zal worden, 
op de manier en de tijd die de Heer 
het meest geschikt vindt. 10 

Waarom was Joseph Smith in staat 



om meer tot stand te brengen dan 
zijn vaardigheden toelieten? Door 
zijn krachtige getuigenis. Dat leidde 
tot zijn gehoorzaamheid, zijn geloof 
in de Meester, en zijn onwrikbare be- 
sluit Gods wil te doen. Ik getuig dat 
u, naarmate uw getuigenis in kracht 
toeneemt, en zo u dat nodig heeft en 
verdient, meer inspiratie zult ontvan- 
gen om te weten wat u moet doen, 
en indien noodzakelijk, goddelijk 
kracht om dat ook te doen. 11 Joseph 
Smith verfijnde zijn vermogen om de 
leiding van de Heer op te volgen 
door gedisciplineerd bezig te zijn. Hij 
liet zijn eigen verlangens, gemak of 
de overredingen van mensen niet 
prevaleren boven zijn gehoorzaam- 
heid. Volg zijn voorbeeld na. 

Om op sommige momenten en 
tijdens overdenking blijvende ge- 
moedsrust en veiligheid te ontvan- 
gen, moet u zeker weten dat er een 
God in de hemel is die van u houdt; 
dat Hij alles bestuurt en u zal hel- 
pen. Die overtuiging is de kern van 
een sterk getuigenis. 

Na mijn toespraak zal president 
Hinckley de slotwoorden van deze 
conferentie spreken. Vanochtend 
hebben we gehoord hoe hij ons, als 
profeet van de Heer, tot ernst stem- 
mende en toch geruststellende raad 
heeft gegeven aangaande de moei- 
lijkheden die in het verschiet liggen. 
Hij heeft ons gevraagd nederig tot 
God te bidden om leiding en kracht 
bij de strijd tegen het kwaad. Onze 
veiligheid is in Hem en zijn geliefde 



Zoon, Jezus Christus. Ik weet dat de 
Heiland van u houdt. Hij zal uw in- 
spanningen om uw getuigenis te ver- 
sterken, bekrachtigen, zodat het een 
volkomen kracht ten goede in uw 
leven wordt, een kracht die u een 
steun zal zijn in tijden van nood, en 
die u vrede en zekerheid zal schen- 
ken in deze onzekere tijden. 

Als een van zijn apostelen, be- 
voegd om van Hem te getuigen, ge- 
tuig ik plechtig dat ik weet dat de 
Heiland leeft, dat Hij een opgestaan, 
verheerlijkt persoon van volmaakte 
liefde is. Hij is onze hoop, onze Mid- 
delaar, onze Verlosser. In de naam 
van Jezus Christus. Amen. D 

NOTEN 

1. Zie Ether 12:6; Hebreeën 11:1. 

2. Zie Alma 26:22; LV 3:1-10; 
LV 82:10. 

3. Ether 12:6; accentuering toegevoegd. 

4. Zie LV 6:23, 36; LV 8:2-3, 10; LV 9:9. 
5.LV9:8. 

6. Zie The Teachings of Spencer W. 
Kimball; bezorgd door Edward L. Kimball; 
(1982), blz. 252. 

7. Alma 5:45-46. 

8. Conference Report, april 1949, blz. 41. 

9. Zie David O. McKay, 'Let Virtue 
Garnish Thy Thoughts,' Conference 
Report, april 1969, Improvement Era, 
juni 1969, blz. 28. 

10. Zie David O. McKay, 'The Times 
Call for Courageous Youth and True Man- 
hood,' Conference Report, april 1969, 
Improvement Era, juni 1969, blz. 117. 

11. Zie LV 43:16. 




JANUARI 
103 



2 2 



Tot 



) 



wu w 



eder 



> 



zien 



President Gordon B. Hinckley 



'Onze deugd zal ons veiligheid verschaffen. Onze 
rechtschapenheid zal ons kracht verschaffen. God heeft duidelijk 
gesteld dat Hij ons niet zal verlaten als wij Hem niet verlaten.' 




Geliefde broeders en zusters, 
ik ben blij dat zuster Inis 
Hunter, de weduwe van pre- 
sident Howard W. Hunter, gisteren 
en vandaag in ons midden was. We 
waarderen dat zeer. 

We zijn aan het eind gekomen van 
deze geweldige conferentie. Het koor 
zal 'God zij met u tot w'u wederzien' 
(lofzang 105). Ik ben dankbaar voor 
die lofzang. De tekst gaat als volgt: 

God zij niet u tot w'u wederzien; 

dat zijn vaderhand u leidde; 

bij zijn kudd' u veilig weidde, (...) 

als de levensstormen woeden, 
moog' zijn arm u dan behoeden (...). 

Blijf op zijne liefde bouwen 
door op Christus te vertrouwen, 
God zij niet u tot w'u wederzien. 

Ik heb die woorden in het Engels 
gezongen terwijl anderen ze in veel 



verschillende talen zongen. Ik heb 
deze prachtige, eenvoudige woorden 
bij gedenkwaardige gelegenheden 
over de hele wereld gezongen. Ik heb 
ze met tranen in mijn ogen tijdens 
afscheidsdiensten voor zendelingen 
gezongen. Ik heb ze met soldaten in 
gevechtstenue in Vietnam gezongen. 
In de loop der jaren heb ik deze af- 
scheidswoorden op duizend plaatsen 
gezongen, in veel verschillende om- 
standigheden, met zoveel anderen 
die elkaar liefhebben. 

We waren vreemdelingen toen 
we elkaar ontmoetten. We waren 
broeders en zusters toen we afscheid 
namen. 

Die eenvoudige woorden werden 
een gebed tot de troon van God, ten 
behoeve van elkaar. 

En in die geest nemen we na een 
heel opmerkelijke en gedenkwaardi- 
ge conferentie afscheid van elkaar. 

Ik hoop dat ons hart geraakt is 
door de woorden die de broeders en 
zusters hebben gesproken, en dat we 
goede voornemens hebben. Ik hoop 
dat iedere getrouwde man tegen zich- 
zelf zal zeggen: 'Ik zal aardiger en mil- 
der voor mijn vrouw en kinderen zijn. 
Ik zal mij beheersen.' Ik hoop dat irri- 
tatie in onze gesprekken door vrien- 
delijkheid zal worden vervangen. 

Ik hoop dat iedere vrouw haar 
man als dierbare partner zal be- 
schouwen, de ster van haar leven, 
haar steun, haar beschermer, haar 
partner met wie ze hand in hand alle 
lasten draagt. Ik hoop dat zij haar 
kinderen als zoons en dochters van 
God zal beschouwen, haar belang- 
rijkste bijdrage aan de wereld, haar 
grootste zorg met betrekking tot hun 



prestaties, en kostbaarder dan enige 
andere hoop. 

Ik hoop dat jongens en meisjes 
deze conferentie zullen verlaten met 
meer waardering voor hun ouders, 
met meer liefde in hun hart voor de 
mensen die hen op deze aarde heb- 
ben gezet, voor hen die het meest 
van hen houden en zich het meest 
zorgen om hen maken. 

Ik hoop dat het geluid bij ons 
thuis een aantal decibellen zal afne- 
men, dat we zachter zullen praten, 
met meer waardering en respect 
voor elkaar. 

Ik hoop dat alle leden van de 
kerk volledig trouw aan de kerk zul- 
len blijven. De kerk heeft onze loya- 
le steun nodig, en u hebt de loyale 
steun van de kerk nodig. 

Ik hoop dat het gebed een be- 
langrijkere rol in ons leven zal spe- 
len. Niemand kan in de toekomst 
kijken. We kunnen speculeren, maar 
we weten het niet zeker. We kunnen 
door ziekte getroffen worden. We 
kunnen met tegenspoed geconfron- 
teerd worden. We kunnen door 
angst bevangen worden. De dood 
kan haar koude en plechtige hand 
op ons of een dierbare leggen. 

Moge onverzettelijk en onveran- 
derlijk geloof, ongeacht de toe- 
komst, als een poolster boven ons 
schijnen. 

Momenteel staan we oog in oog 
met bepaalde problemen, ernstig en 
overweldigend, die ons zorgen baren. 
We hebben zeker de Heer nodig. 

Toen ik naar huis ging voor de 
middagmaaltijd, zette ik de televi- 
sie aan en keek even naar het 
nieuws, toen moest ik denken aan 
de woorden uit de psalm: 'Waarom 
woelen de volken en zinnen de 
natiën op ijdelheid?' (Zie Psalmen 
2:1.) Ik heb alle oorlogen van de 
20 5te eeuw meegemaakt. Mijn oud- 
ste broer ligt begraven in Frankrijk, 
gesneuveld in de Eerste Wereldoor- 
log. Ik heb de Tweede Wereldoor- 
log meegemaakt, de Koreaanse 
oorlog, Vietnam, de Golfoorlog, en 
minder ernstige conflicten. We zijn 
een ruziezoekend en moeilijk volk 
in onze onderlinge conflicten. We 
behoren ons tot de Heer te wenden 
en op Hem te vertrouwen. Ik moet 



L I A H O N A 
104 



denken aan de indrukwekkende 
woorden van Kipling: 

In verre streken smelten onze vloten; 
op duinen en kapen is men het vuur 

aan het vergooien — 
zie, onze praal van weleer is aldus 
één met Nineve en Tyrus! 
Rechter aller volken, spaar ons nog 

even, 
Opdat wij niet vergeten — opdat 

wij niet vergeten! 
(Naar Rudyard Kipling, 'Reces- 
sional', in Masterpieces of Religious 
Verse, onder redactie van James 
Dalton Morrison [1948], blz. 512.) 

Onze deugd zal ons veiligheid 
verschaffen. Onze rechtschapenheid 
zal ons kracht verschaffen. God 
heeft duidelijk gesteld dat Hij ons 
niet zal verlaten als wij Hem niet 
verlaten. Hij, die waakt over Israël, 
sluimert noch slaapt. (Zie Psalmen 
121:4.) 

En nu wij deze conferentie gaan 
afsluiten, wil ik, hoewel wij nog een 
slotgebed zullen hebben, onder deze 
omstandigheden een kort gebed uit- 
spreken: 

O God, onze eeuwige Vader, gro- 
te Rechter aller volken, U die het 
heelal bestuurt, U, onze Vader en 
onze God, van wie wij kinderen zijn, 
wij verlaten ons op U in deze donke- 
re en ernstige tijd. Lieve Vader, ze- 
gen ons met geloof. Zegen ons met 
liefde. Zegen ons met naastenliefde 
in ons hart. Zegen ons met de geest 
van volharding om het afgrijselijke 
kwaad in deze wereld uit te roeien. 
Schenk bescherming en leiding aan 
wie actief betrokken zijn bij de 
strijd. Zegen hen; bewaar hun leven; 
behoed hen voor het kwaad en het 
gevaar. Neig uw oor naar hun dier- 
baren die bidden voor hun veilig- 
heid. Wij bidden voor de grote 
democratieën van deze aarde, waar- 
op U hebt toegezien bij de stichting 
van hun regeringen, waar vrede en 
vrijheid en democratische processen 
gemeengoed zijn. 

O Vader, zie met barmhartigheid 
om naar deze natie en zijn vrienden 
in deze tijd van nood. Spaar ons en 
leer ons te wandelen met geloof in U 
en in uw geliefde Zoon, op wiens 



barmhartigheid wij ons verlaten en op 
wie wij vertrouwen als onze Heiland 
en onze Heer. Zegen de zaak van vre- 
de en herstel die weer snel aan ons, 
dat bidden wij U nederig. Wilt U ons 
onze arrogantie vergeven, wilt U aan 



onze zonden voorbijgaan, wilt U ons 
genadig zijn, dat ons hart zich in lief- 
de tot U zal wenden. Dat bidden wij 
nederig in de naam van Hem die ons 
allen liefheeft, Jezus Christus, onze 
Verlosser en Heiland. Amen. D 




JANUARI 
105 



2 2 



Bijeenkomst van de zustershulpvereniging 

29 september 2001 

Standvastig 
en onwrikbaar 



Mary Ellen Smoot 

Algemeen presidente van de ZHV 



( We kunnen ons geloof niet de rug toekeren als er zich 
problemen voordoen, We keren ons niet af; we trekken ons niet 
terug; we raken niet ontmoedigd. ' 



in de wereld. Ik zal nooit meer de- 
zelfde zijn. 

Ik vraag u voor mij te bidden nu 
ik een aantal dingen zeg die, naar ik 
hoop, tot uw hart zullen doordrin- 
gen en u dichter bij onze Heiland en 
Verlosser zullen brengen. 

We hebben gekozen om standvas- 
tig en onwrikbaar te zijn in ons geloof 
vanwege de beloften van eeuwige 
heerlijkheid, eeuwige vooruitgang en 
blijvende gezinsbanden in het cele- 
stiale koninkrijk. We houden van on- 
ze gezinsleden en we weten dat we de 
grootste vreugde en vrede ontvangen 
als we zien dat zij, wanneer gecon- 
fronteerd met de beproevingen van 
het leven, rechtschapen keuzen doen 
om de wereld te overwinnen. 

Af en toe neem ik het gezicht van 
een van mijn kinderen of kleinkinde- 
ren in mijn handen als ze iets doen 
wat hen onmiddellijk of op den duur 
schade kan toebrengen. Ik kijk ze 
dan diep in de ogen en leg ze zorgvul- 
dig uit dat we van ze houden en dat 
ze ons dierbaar zijn. Dan beschrijf ik 
welke schade er kan ontstaan door de 
daden waarvoor ze hebben gekozen. 

Ik kan me voorstellen dat de Hei- 
land ons gezicht in zijn handen 
neemt en ieder van ons smeekt om 
standvastig en onwrikbaar en ge- 
trouw te blijven aan de God, die ons 
gemaakt heeft. 




Soms komen er mensen en ge- 
beurtenissen in ons leven die 
sporen in ons hart achterlaten, 
waardoor we nooit meer dezelfde 
zijn. 

Vanavond bidden we als presidi- 
um dat de woorden die vanavond 
gesproken worden, sporen in ons 
hart zullen achterlaten, en dat we 
als dochters van God flink, stand- 
vastig en onwrikbaar zullen blijven. 

Op mijn reizen over de wereld 
hebben de getrouwe zusters van de 
zustershulpvereniging sporen in mijn 
hart achtergelaten. Ik heb hun toe- 
gewijde inspanningen gezien om el- 
kaar te dienen, zowel hier als elders 



Zusters, ik zou uw gezicht in mijn 
handen willen nemen, u diep in de 
ogen willen kijken en u deelgenoot 
maken van een duidelijk beeld van 
uw belangrijke rol als geliefde dochter 
van God, wier 'leven inhoud, zin en 
richting heeft'. Wij zijn vrouwen die 
ons 'getuigenis van Jezus Christus 
[versterken] door gebed en schriftstu- 
die', die 'streven naar geestelijke 
kracht door gehoor te geven aan de 
ingevingen van de Heilige Geest'. Wij 
'wijden ons toe aan het sterken van 
huwelijk en gezin, ervaren het moe- 
derschap als een edele taak en vinden 
vreugde in het vrouwzijn.' 1 Wij zijn 
vrouwen van de zustershulpvereni- 
ging van De Kerk van Jezus Christus 
van de Heiligen der Laatste Dagen. 

Voordat we in deze sterfelijke we- 
reld kwamen, woonden we samen 
bij onze liefhebbende hemelse Vader. 
Ik denk dat een van onze lievelings- 
onderwerpen de vraag was wat er 
zou gebeuren als we door de sluier 
zouden gaan en aan dit aardse be- 
staan zouden beginnen. 

Nu zijn we hier. Maar hoewel ons 
iets verteld is van de moeilijkheden 
die we op aarde zouden tegenko- 
men, betwijfel ik of we begrepen of 
konden weten hoe veeleisend en 
zwaar, hoe vermoeiend en soms zelfs 
verdrietig, dit sterfelijk bestaan zou 
zijn. Ik betwijfel of we konden weten 
hoe veeleisend en moeilijk dit sterfe- 
lijk bestaan zou zijn. Ongetwijfeld 
hebben we allemaal wel eens het ge- 
voel gehad dat wat we meemaakten 
gewoon te zwaar was om te verdra- 
gen. Toch heeft de profeet Joseph 
Smith ons geleerd: 'Toen [wij] lid 
werd [en] van deze kerk, heb [ben] 
[wij] toegezegd God te zullen die- 
nen. Toen [we] dat [deden], ver- 
liepen we] (...) neutraal gebied, en 
daar [kunnen we] nooit meer terug- 
keren. Als [we] de Meester die [we] 
zou [den] dienen in de steek zouden 
laten, dan is dat op aanstichting van 
de boze, wat inhoudt dat [we] zijn 
bevelen opvolg [en] en zijn dienaar 
zijn.' 2 

Ik kan me voorstellen dat onze 
Heiland ons gezicht in zijn handen 
neemt, ons diep in de ogen kijkt en 
ons een zusterschap, de zustershulp- 
vereniging, belooft om ons te helpen 



L I A H O N A 
106 



in onze beproevingen. Deze organi- 
satie voor alle vrouwen van de kerk 
heeft als doel ons te helpen tot de 
Heiland te komen en elkaar bij te 
staan in de hulp aan de zieken en de 
armen. De zusters van de ZHV zul- 
len de nieuwe leden omarmen en ie- 
dereen het gevoel geven nodig te zijn 
en gekoesterd te worden, ongeacht 
hun status op dat moment. Ze zullen 
hen die van de jonge vrouwen over- 
gaan naar de ZHV welkom heten en 
hen nauw betrekken bij alle activi- 
teiten. Maak gebruik van hen. We 
kunnen ons niet veroorloven hen 
kwijt te raken. Iedereen zal opge- 
bouwd en bemind worden. Iedereen 
zal de priesterschapsleiders volgen 
die ons door een nauwe doorgang 
leiden naar een veilige haven, zuive- 
re waarheid en een levensstijl die ge- 
past is voor dochters van God. 

President Gordon B. Hinckley 
heeft de vrouwen van de kerk de 
volgende raad gegeven: 'Maak uw 
grote potentieel waar. Ik vraag niet 
of u meer doet dan binnen uw mo- 
gelijkheden ligt. Ik hoop dat u zich- 
zelf niet plaagt met de gedachte aan 
mislukking. Ik hoop dat u niet pro- 
beert doelen te stellen die uw ver- 
mogen te boven gaan. Ik hoop dat u 
gewoon doet wat u kunt, zo goed als 



u kunt. Als u dat doet, zult u getuige 
zijn van wonderen.' 3 

Als ik zusters hoor zeggen: 'Het is 
gewoon te moeilijk om op huisbezoek 
te gaan', of 'Ik heb gewoon geen tijd 
om te bidden en in de Schriften te le- 
zen!' 'Ik heb teveel om handen in 
mijn gezin om ook de bijeenkomst ter 
verrijking van het persoonlijk en 
huiselijk leven bij te wonen', dan wil 
ik zeggen wat president Hinckley ons 
heeft aangeraden: 'Maak uw grote 
potentieel waar.' Misschien moeten 
we een stapje terug doen en naden- 
ken of wat we doen wel strookt met 
de zaken die voor ons het belangrijkst 
zijn. Als we het belangrijkste op de 
eerste plaats stellen, kunnen we elke 
dag leven zonder spijt. 

We gaan niet alleen elke week naar 
de ZHV om gevoed en gekoesterd te 
worden en om liefde te voelen, maar 
ook om onze diensten aan te bieden. 
Soms ligt onze belangrijkste taak bin- 
nen de muren van ons eigen huis. 

Lucifer doet alles wat hij kan om 
ons af te leiden van de allerbelang- 
rijkste zaken. Een van Satans doel- 
treffendste middelen is ons ervan te 
overtuigen dat het onmogelijk is om 
ons op geestelijke zaken te blijven 
concentreren, omdat het leven zulke 
dwingende eisen stelt. 



Toen een rechtsgeleerde de Hei- 
land vroeg welk gebod het grootste 
was, antwoordde Jezus zonder aarze- 
len: 'Gij zult de Here, uw God, lief- 
hebben met geheel uw hart en met 
geheel uw ziel en met geheel uw ver- 
stand. (...) Het tweede, daaraan ge- 
lijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben 
als uzelf.' 4 Dat zijn de belangrijkste 
geboden. Daaraan hangt de ganse 
wet en de profeten. Dat zijn de din- 
gen die het er het meeste toe doen. 
Als wij proberen die geboden na te 
leven, vloeien de andere daar van- 
zelf uit voort. 

Hoe is onze band met onze he- 
melse Vader? Hebben we Hem met 
heel ons hart, onze ziel en ons ver- 
stand lief? Hoeveel houden we van 
onze gezinsleden, onze buren, onze 
zusters in de ZHV en onze naasten? 
Mede door die vragen zien wij in 
wat het belangrijkste is, en ze dienen 
als een maatstaf waaraan wij kunnen 
afmeten hoe ver we zijn. 

Houden we van de Heer als we 
naar slechte films kijken, pornografi- 
sche lectuur lezen, of iets anders doen 
dat ons neerhaalt of dat niet gepast is 
voor een dochter van God? Tonen we 
onze liefde voor de Heer als we ons 
onfatsoenlijk kleden? Kort geleden 
sprak ik een grote groep jongeren toe, 




JANUARI 2002 
107 




en een jongeman gaf me na de bijeen- 
komst dit briefje: 'Wilt u de vrouwen 
van de kerk alstublieft vertellen hoe- 
zeer ik hun fatsoen waardeer? Ik weet 
dat het moeilijk is om in onze wereld 
fatsoenlijke kleren te vinden. Maar 
vertel hun alstublieft dat het waarde 
heeft voor mij en voor de goede man- 
nen met wie ze zullen trouwen.' 

We kunnen ons geloof niet de rug 
toekeren als er zich problemen voor- 
doen. We keren ons niet af; we trek- 
ken ons niet terug; we raken niet 
ontmoedigd. We gaan dapper en 
duidelijk voorwaarts en zijn een 
voorbeeld voor iedereen om ons 
heen, in fatsoen, ootmoed en geloof. 
Standvastig en onwrikbaar zijn, is 
een persoonlijke zoektocht met eeu- 
wige beloningen, want als we dat 
doen, zal 'Christus, de Here God, de 
almachtige, u als de zijne (...) verze- 
gelen, en [zult gij] ten hemel (...) 
worden gevoerd, opdat gij eeuwigdu- 
rende zaligheid en het eeuwige leven 
moogt hebben.' 5 

Een aantal jaren geleden heeft 
zuster Belle Spafford in haar af- 
scheidsrede tot de zusters van de 
ZHV gezegd: 'Ik denk dat de gemid- 
delde vrouw in deze tijd er goed aan 
zou doen om haar interesses onder de 
loep te nemen, haar activiteiten te 
evalueren, en dan stappen te onder- 
nemen om haar leven te vereenvou- 
digen, de belangrijkste zaken op de 
eerste plaats te zetten, met nadruk op 
de zaken die het meest lonend en 
blijvend zijn, en zich te ontdoen van 
de minst lonende activiteiten.' 6 

Soms is er een traumatische ge- 
beurtenis nodig om ons te laten in- 
zien wat het belangrijkste is. Een 
paar weken geleden hebben we een 



van die dramatische gebeurtenissen 
meegemaakt die ons leven voorgoed 
hebben veranderd en waardoor we 
beseften dat we voorbereid moeten 
zijn. Het verlangen dat het vaakste 
werd uitgesproken door hen die 
rechtstreeks getroffen zijn door de 
recente terroristische aanslagen aan 
de oostkust van de Verenigde Staten, 
was dat ze alleen maar al hun fami- 
lieleden weer bij elkaar wilden heb- 
ben. Ik heb begrip voor die reactie. 

Eerder dit jaar heb ik een zware 
operatie ondergaan en heb ik lang in 
het ziekenhuis gelegen. Toen ik na- 
dacht over mijn leven en welk ver- 
slag ik aan de Heer zou uitbrengen 
als ik naar huis geroepen zou wor- 
den, zag ik volkomen helder in dat 
het gezin een van de belangrijkste 
verantwoordelijkheden is die we 
hebben. Ik wist dat ik de grootste 
vreugde zou hebben als mijn kinde- 
ren, kleinkinderen en toekomstige 
achterkleinkinderen flink, standvas- 
tig en onwrikbaar in het geloof 
zouden blijven. Op die eenzame mo- 
menten in een donkere ziekenhuis- 
kamer, besefte ik dat wat wij binnen 
de muren van ons eigen huis doen, 
veel zwaarder weegt dan wat wij 
daarbuiten doen. 

Zeker, bij tijd en wijle worden we 
bedolven onder zorgen, pijn en ver- 
driet. Maar we moeten ons daar niet 
aan overgeven. Eliza R. Snow, de 
tweede president van de ZHV, heeft 
geschreven: 

'Ik zal doorgaan. (...) Ik zal glimla- 
chen als de stormen woeden en ik zal 
onbevreesd en triomferend de onstui- 
mige oceaan van moeilijkheden be- 
dwingen. (...) En het getuigenis van 
Jezus zal mij als een lamp leiden door 



de portalen van de onsterfelijkheid, 
en zal mij inzicht geven in de heerlijk- 
heden van het celestiale koninkrijk.' 7 

O, kon ik maar elke zuster in de 
ogen kijken en haar laten voelen 
hoeveel enthousiasme er in die woor- 
den schuilt en haar écht laten begrij- 
pen wie zij is en waartoe zij in staat is. 
O, mogen de woorden van onze ver- 
klaring diep in ons wortelen: 'Wij zijn 
geliefde geestdochters van God. (...) 
[Wij zijn] wereldwijd verenigd in on- 
ze toewijding aan Jezus Christus. (...) 
Wij zijn vrouwen met geloof, deugd, 
visie en naastenliefde.' 8 

Ontmoediging, zorgen, pijn en ver- 
driet kunnen ons overvallen en ons 
op de proef stellen. Maar, lieve zusters 
in het evangelie, omdat het te laat is 
om terug te gaan, kunnen we flink en 
standvastig zijn en sporen achterlaten 
bij degenen wier leven we raken. We 
kunnen glimlachen als de stormen 
woeden en triomferend de onstuimige 
oceaan van moeilijkheden bedwin- 
gen. We kunnen door het getuigenis 
van Jezus Christus een lamp ontste- 
ken die ons door de portalen van de 
onsterfelijkheid zal leiden. 

Dat wij glorieus de finish zullen 
halen, dat we onze energie zullen 
richten op de zaken die het belang- 
rijkst zijn, en dat we elkaar uiteinde- 
lijk zullen ontmoeten aan de andere 
zijde van de sluier en elkaar zullen 
omhelzen met de jubelende zekerheid 
dat we standvastig en onwrikbaar zijn 
gebleven, is mijn hoop en mijn gebed 
voor u, lieve zusters, in de naam van 
Jezus Christus. Amen. D 

NOTEN 

1. Verklaring van de zustershulpvereni- 
ging, in Mary Ellen Smoot, 'Verheugt u, gij 
dochter van Sion', Liakona, januari 2000, 
blz. 112. 

2. 'Recollections of the Prophet Joseph 
Smith', Juvenüe Instructor, 15 augustus 
1892, blz. 492. 

3. Motherhood: A Heritage ofFaith (1995) , 
blz. 9. 

4. Matteüs 22:37, 39. 

5. Mosiah5:15. 

6. A Womaris Reach (1974), blz. 23. 

7. 'The Lord is My Trust,' Poems, 
Religious, Historica! and Political, deel 1 
(1856), blz. 148-149. 

8. Liakona, January 2000, blz. 112. 



A H O N A 
108 



Sta pal 



Virginia U. Jensen 

Eerste raadgeefster in het algemene ZHV-presidium 



'Laten we nooit vergeten dat we voor en met ons gezin een 
fundament bouwen op de rots van onze Verlosser. ' 




Mijn jongste dochter is met 
haar man jarenlang op zoek 
geweest naar de beste me- 
dische adviezen en de nieuwste we- 
tenschappelijke hulp om een baby te 
krijgen. Ze hebben gevast, gebeden, 
erop gehoopt en ernaar verlangd. 

Uiteindelijk is bereikt waarnaar 
ze zo lang hebben verlangd, en is ze 
in verwachting van hun eerste 
kind. De dokter heeft kort geleden 
grondig onderzocht of de zwanger- 
schap goed verliep. Mijn dochter 
maakte zich daar erg zorgen over. 
Toen de afgesproken dag naderde, 
bleek dat haar man haar niet kon 
vergezellen, en ze vroeg of ik mee- 
ging. Ze zei: 'Mam, als er na alles 
wat we hebben doorgemaakt iets 
niet goed is, moet ik echt iemand 
bij me hebben.' 

Ik was opgetogen dat ik van te- 
voren een glimp mocht opvangen 
van iemand die ik tot in de eeuwig- 
heid zal liefhebben en koesteren. Ik 



wilde haar geruststellen dat alles in 
orde was; maar in mijn hart was ik 
ook bezorgd. 

Toen de dokter de echo bekeken 
had, besprak hij zijn bevindingen 
met ons. Zijn eerste woorden wa- 
ren: 'Ik zou willen dat elke baby er 
zo volmaakt uitzag!' Ik kon me nau- 
welijks inhouden. Toen we naar 
onze auto liepen, kon ik mijn ge- 
voelens niet meer de baas, en ik be- 
gon te huilen. Er kwamen zoveel 
gevoelens bij me los. Ik huilde en 
wenste dat elke zwangere moeder 
diezelfde woorden kon horen. Ik 
huilde om elke vrouw die een baby 
wil maar niet kan krijgen. Mijn tra- 
nen stroomden voor alle vrouwen 
die kinderen willen maar geen man 
hebben gevonden. En ten slotte 
vergoot ik tranen van dankbaarheid 
met een intens verlangen dat onze 
familie deze baby een goed thuis 
zou bieden. 

De Engelse dichter Wordsworth 
heeft een aantal van mijn gevoelens 
omtrent dit kleinkind en het gezin 
onder woorden gebracht door ons in 
herinnering te brengen: 

'Geboren worden is slechts vergeten 

en slapen. (...) 
In wolken van heerlijkheid 
Komen wij van God — ons thuis. ' 
(William Wordsworth, 'Ode: Inti- 
mations of Immortality from Recol- 
lections of Early Childhood') 

Ons thuis hier op aarde is heilig 
door zijn verbondenheid met onze 
hemelse Vader en ons hemels thuis. 
Door mijn ervaring met mijn doch- 
ter werd ik me er opnieuw scherp 



van bewust dat gezin en familie pri- 
oriteit hebben en van essentieel be- 
lang zijn. Het bracht me ook in 
herinnering dat wij als vrouwen met 
de natuurlijke neiging om lief te 
hebben, te koesteren en te onder- 
wijzen, geroepen zijn om ieder lid 
van ons gezin te beschermen en tot 
zegen te zijn. Omdat Hij baby's naar 
deze aarde stuurt, is het belangrijk 
voor de Heer dat wij, ongeacht onze 
omstandigheden, pal en onwrikbaar 
staan, en gezinnen blijven vormen 
als een bolwerk tegen de aanstor- 
mende golven van het kwaad. Het 
is onze taak om het gezin en de fa- 
milie te beschermen, waar ter we- 
reld we ons ook mogen bevinden. 

'Ik geloof met heel mijn hart dat 
het gezin de beste plaats is om ons 
voor te bereiden op (...) het eeuwi- 
ge leven', heeft president David O. 
McKay gezegd. ('Blueprint for Fami- 
ly Living', Improvement Era, april 
1963, blz. 252.) Maar hoe voeden 
we rechtschapen kinderen op in een 
wereld die steeds meer op Sodom en 
Gomorra lijkt? 

President Howard W. Hunter 
heeft het historische verhaal ver- 
teld waarmee ik die vraag kan 
beantwoorden. 

De laatste en beslissende strijd 
van de Napoleontische oorlogen is 
geleverd op 18 juni 1815 in het 
dorp Waterloo, in de buurt van 
Brussel. Wat we kennen als 'De slag 
bij Waterloo' wordt beschouwd als 
een belangrijk keerpunt in de he- 
dendaagse geschiedenis en heeft de 
politieke grenzen en het machts- 
evenwicht in Europa drastisch ver- 
anderd. Op een kritiek moment in 
die grote strijd tussen de strijd- 
krachten van de Franse keizer Na- 
poleon en de geallieerden onder 
commando van de Britse generaal 
Arthur Wellesley [beter bekend als 
de graaf van Wellingtonl , stormde 
een bezorgde officier het kantoor 
van de graaf binnen met de bood- 
schap dat ze, als de troepen niet on- 
middellijk werden teruggetrokken, 
zich moesten overgeven aan het 
grotere, Franse leger. 

De graaf gebood: 'Sta pal!' 

'Maar we zullen allemaal omko- 
men', antwoordde de officier. 



JANUARI 2002 
109 



'Sta pal!' was weer het antwoord 
van de graaf. 

(Zie Howard W. Hunter, That We 
Might Havejoy, blz. 148.) 

'Sta pal!' luidde het bevel van de 
graaf; de overwinning was het ge- 
volg. Aan die twee woorden — sta 
pal — ontleen ik moed en raad. In 
deze tijd, zusters, zijn we betrokken 
bij een moeilijke strijd om de geest, 
het hart en zelfs de ziel van onze 
kinderen, kleinkinderen en andere 
familieleden. In dat gevecht hebben 
we veel krachtiger wapens en wa- 
penrustingen dan de troepen van de 
graaf van Wellington. Want ons 
staat de kracht ter beschikking die 
voortvloeit uit geloof in de Heer 
Jezus Christus en de kracht van de 
evangelieverordeningen. Om te 
overwinnen, moeten we ons wape- 
nen met geloof in de Heer, Jezus 
Christus, en moeten we pal staan in 
onze overtuiging. 

In het Boek van Mormon lezen 
we over de Lamanieten 'die tot het 
ware geloof waren bekeerd; en zij 
wilden er niet van afwijken, want zij 
waren vastberaden, standvastig 
en onwrikbaar, gewillig om met alle 



ijver de geboden des Heren te on- 
derhouden.' (3 Nephi 6:14.) 

Uw krachtige en onwankelbare 
geloof en kennis van het evangelie 
van Jezus Christus en zijn plan voor 
u en uw gezin zal een grote bescher- 
ming vormen tegen strijdige stand- 
punten en kwade invloeden. Uw 
gehoorzaamheid en getrouwheid aan 
eeuwige verbonden en geboden 
kunnen gemoedsrust en, ja, zelfs ge- 
luk brengen te midden van de chaos 
van deze wereld. Gewapend met ge- 
loof kunt u pal staan en een thuis 
bieden dat de kinderen van onze he- 
melse Vader waardig is. 

Toen ik eens op reis was in een 
gebied dat leed onder geweld en 
maatschappelijke onrust, merkte 
een opmerkzame priesterschapsdra- 
ger mijn bezorgdheid en hij sprak 
mij troost in. 

Toen hij nog jong was, ontleende 
zijn moeder, die plotseling berooid al- 
leen kwam te staan, kracht aan de 
volgende woorden die ze las in een 
oud boek: 'Ik zei tegen de man bij de 
poort van het jaar: "Geef me licht 
opdat ik het onbekende veilig tege- 
moet kan treden", en hij antwoordde: 



"Ga naar buiten, de duisternis in, en 
leg uw hand in Gods hand. Dat is be- 
ter voor u dan licht, en veiliger dan 
een bekende weg."' (Minnie Louise 
Haskins, Oxford Dictionary of Quota- 
tions, 4de editie, onder redactie van 
Angela Partington [1996], blz. 328.) 

De moeder van mijn vriend heeft 
haar leven opnieuw opgebouwd en 
een stevig fundament gelegd door 
die aansporing op te volgen. Ook ik 
vond steun toen ik me zorgen maak- 
te, door het onbekende tegemoet te 
treden, gewapend met de kennis dat 
het gezelschap van de Heer beter 
was dan welke andere, aardse be- 
scherming ook. 

Om pal te staan, moeten we in de 
kern van onze ziel weten dat de Heer 
ons altijd tot steun zal zijn als wij ste- 
vig zijn verankerd in de 'rots van onze 
Verlosser'. Dat wordt duidelijk gezegd 
in het vijfde hoofdstuk van Helaman. 
'En nu, (...) bedenkt, bedenkt, dat gij 
op de rots van onze Verlosser, de 
Christus, de Zoon van God, uw fun- 
dament moet bouwen, opdat, wan- 
neer de duivel zijn krachtige winden 
zendt, ja, zijn pijlen in de wervelwind, 
ja, wanneer al zijn hagel en zijn 



Op zaterdag 29 september 2001 vullen zusters het Conferentiecentrum voor de algemene ZHV-bijeenkomsf. 




L I 



A H O N A 
110 



krachtige storm u zullen striemen, dit 
geen macht over u zal hebben, om u 
mede te sleuren (...) en dit wegens de 
rots, waarop gij zijt gebouwd, die een 
vast fundament is; indien de mensen 
op dat fundament bouwen, kunnen zij 
niet vallen' (Heiaman5:12). 

Zusters, de beloften van de Heer 
zijn betrouwbaar. Hij heeft zijn leven 
gegeven voor ons heil. 

Om zelf vastberaden pal te staan 
en anderen daarbij te helpen, moet 
de boodschap van het herstelde 
evangelie stevig in ons hart geplant 
zijn, en moeten we het onze kinde- 
ren thuis leren. Geef uw kinderen en 
andere dierbare huisgenoten de 
geestelijke wapenrusting die ze elke 
dag nodig hebben als ze u en de vei- 
lige bescherming van uw huis verla- 
ten. Leer uw dierbaren hoe ze door 
vasten en bidden de machten van 
de hemel moeten gebruiken. Leer ze 
dat het heiligen van de sabbat ze 
voor de wereld zal beschermen. Leer 
ze gehoorzamen. Leer ze dat ze moe- 
ten streven naar Gods goedkeuring, 
niet naar die van mensen. Leer ze 
dat ze alleen door de Heiland lief te 
hebben en te volgen, en door ver- 
bonden te sluiten en zich eraan te 
houden, terug kunnen keren naar 
ons hemelse thuis. De waarheden 
van het evangelie en kennis van het 
heilsplan zijn wapens die uw gezins- 
leden kunnen gebruiken om Satans 
leger van het kwaad te overwinnen. 

In onze rol als vrouw, moeder, 
grootmoeder, zus en tante, moeten 
we het voorbeeld geven en pal staan. 
Omdat we van ze houden, willen we 
onze familieleden een krachtig, 
rechtschapen voorbeeld geven dat ze 
kunnen navolgen. In alles wat we 
zeggen en doen, hoe we ons kleden, 
hoe we onze tijd besteden, in alle 
keuzen die we doen, tonen we wat 
we geloven, en dat wordt een voor- 
beeld voor ze dat ze kunnen volgen. 

Lucy Mack Smith, de moeder van 
de profeet Joseph Smith, heeft in haar 
levensverhaal geschreven dat haar 
man en zij zich in het voorjaar van 
1803 druk maakten om godsdienst. Ze 
schrijft over haar eigen zoeken naar 
de waarheid: 'Ik trok me terug in een 
stuk bos niet ver van mijn huis, waar 
ik aan de Heer vroeg of we het ware 




evangelie mochten ontvangen.' (His- 
tory of Joseph Smith, onder redactie 
van Preston Nibley [1958], blz. 43.) 
Klinkt dat ons bekend in de oren? 

Zeventien jaar later, in het voor- 
jaar van 1820, kwam de profeet 
Joseph Smith die op zoek was naar 
de waarheid, 'tot het besluit om het 
aan God te vragen. (...) [Ik] begaf 
mij dus het bos in om een poging te 
doen.' (Geschiedenis van Joseph 
Smith 1:13-14.) 

Is het toeval dat de moeder en de 
zoon een groepje bomen kozen als 
de plek waar ze God vroegen de 
waarheid aan hen bekend te maken? 
Door het gebed van Joseph werd de 
hele wereld gezegend door de her- 
stelling van het evangelie van Jezus 
Christus. Het rechtschapen voor- 
beeld van een vrouw die pal staat in 
geloof is talloze anderen tot zegen. 

Hoewel ik het fijn vind om echtge- 
note en moeder te zijn, geef ik toe dat 
het niet altijd gemakkelijk is. Ik heb 
begrip voor de gevoelens die een 
meisje op de basisschool onder woor- 
den bracht toen een vriendin van mij, 
haar leerkracht, de klas een brief aan 
God liet schrijven. Sharon schreef: 
'Lieve God, ik denk dat het voor U 
heel moeilijk is om van iedereen op 
de wereld te houden. We zijn thuis 
maar met zijn vijven, maar ik kan het 



gewoon niet.' Evenzo ben ik er zeker 
van dat mijn familieleden zouden zeg- 
gen dat het niet altijd makkelijk is om 
van mij te houden. Maar ik ben het 
met ouderling Loren C. Dunn eens, 
die heeft gezegd: 'Er bestaat niets dier- 
baardere of duurzamers dan het gezin.' 
('Our Precious Families', Ensign, no- 
vember 1974, blz. 9.) Hoewel het ge- 
zinsleven soms moeilijk kan zijn, is het 
werk in ons gezin van het grootste be- 
lang. Als u ontmoedigd bent en het in 
uw gezin niet loopt zoals u wilt, sta 
dan pal in geloof en zeg, net als een 
ander schoolmeisje in haar brief aan 
God: 'Lieve God, ik doe mijn best.' 
Laat de moeilijkheden die inherent 
zijn aan het gezinsleven u niet over- 
matig ontmoedigen of de liefde beïn- 
vloeden die in het gezin kan heersen. 

Laten we ons wapenen met geloof 
en pal staan in onze overtuiging. La- 
ten we nooit vergeten dat we voor en 
met ons gezin een fundament bou- 
wen op de rots van onze Verlosser. 
Laten we onze hand in Gods hand 
leggen. Met de hulp van de Heer 
kunnen we bouwen aan een gezin dat 
een rechtschapen vesting is. 

Moge de Heer u zegenen in uw 
inspanningen om pal te staan in de 
verdediging van het gezin en de fa- 
milie, dat is mijn gebed in de naam 
van Jezus Christus. Amen. D 



JANUARI 2002 
111 



Zijn wij niet 
allemaal moeder? 



Sheri L. Dew 

Tweede raadgeefster in het algemeen ZHV-presidium 




'Het moederschap omvat meer dan kinderen krijgen. Het is de 
kern van wie we zijn als vrouw.' 



Gelukkig bereikten we eindelijk 
het kerkgebouw. Maar door die ener- 
verende gebeurtenis begreep ik beter 
hoe moeders zich moeten voelen als 
ze hun eigen veiligheid in de waag- 
schaal stellen om een kind te be- 
schermen. Mijn zussen hadden me 
hun dochters toevertrouwd. Ik houd 
van ze, en ik zou alles hebben ge- 
daan om ze in veiligheid te brengen. 
Zo heeft onze Vader ons, vrouwen, 
zijn kinderen toevertrouwd, en Hij 
heeft ons gevraagd ze lief te hebben 
en ze door de gevaren van het sterfe- 
lijk leven heen veilig terug te leiden. 

Liefhebben en leiden. Deze woor- 
den zijn een samenvatting van het 
allesomvattende werk van de Vader 
en de Zoon, maar ze zijn tevens de 
essentie van ons werk, want het is 
ons werk om de Heer met zijn werk 
te helpen. Hoe kunnen wij, als vrou- 
wen Gods in de laatste dagen de 
Heer het beste in zijn werk bijstaan? 

Profeten hebben deze vraag her- 
haaldelijk beantwoord, zoals ook ze- 
stig jaar geleden het Eerste Presidium, 
toen zij het moederschap 'de hoogste, 
heiligste dienst' noemden die men 
'het mensdom kan bewijzen'. 1 

Hebt u zich ooit afgevraagd waar- 
om profeten de leer van het moeder- 
schap — en het is leer — steeds weer 
hebben verkondigd? Ik wel. Ik heb 
lang en diep nagedacht over het werk 
van vrouwen Gods. En ik heb gewor- 
steld met wat de leer van het moeder- 
schap voor ieder van ons betekent. 
Door die kwestie voelde ik me ge- 
drongen te bidden, de Schriften te 



Afgelopen zomer heb ik met 
vier nichtjes in de tienerleef- 
tijd een enerverende zondag- 
avond meegemaakt toen we van een 
hotel in een stad die we bezochten 
naar een nabijgelegen kerkgebouw 
liepen waar ik zou spreken. Ik had die 
wandeling al vele malen gemaakt, 
maar deze keer werden we plotseling 
omringd door een grote groep dron- 
ken mensen die naar een optocht wa- 
ren geweest. Het was geen goede plek 
voor vier jonge meisjes, of voor hun 
tante, zou ik eraan toe willen voegen. 
Maar omdat de straten waren afgeslo- 
ten voor verkeer, moesten we wel blij- 
ven lopen. Boven het lawaai uit riep 
ik naar de meisjes: 'Blijf dicht bij 
me'. Toen we door de dichtopeenge- 
pakte mensen manoeuvreerden, was 
de veiligheid van mijn nichtjes mijn 
enige zorg. 



bestuderen en de tempel te bezoeken 
— waar ons steeds een verheffende 
leer wordt bijgebracht over onze ui- 
terst belangrijke rol als vrouw. Het is 
een leer waarover we duidelijk moe- 
ten zijn als we standvastig en onwrik- 
baar 2 willen blijven met betrekking 
tot kwesties waarmee vrouwen steeds 
te maken krijgen. Want Satan heeft 
het moederschap de oorlog verklaard. 
Hij weet dat degenen die hun kind 
wiegen zijn hele aardse imperium om- 
ver kunnen werpen. En hij weet dat 
Gods koninkrijk zonder rechtschapen 
moeders die de volgende generatie 
liefhebben en leiden, zal falen. 

Als we de grootsheid van het moe- 
derschap begrijpen, wordt duidelijk 
waarom profeten de uiterst heilige rol 
van de vrouw in bescherming hebben 
genomen. Terwijl wij geneigd zijn om 
het moederschap alleen in verband te 
brengen met kinderen krijgen, heeft 
het woord moeder in de taal van de 
Heer verschillende betekenissen. Van 
alle woorden die ze voor haar functie 
en haar wezen hadden kunnen kie- 
zen, gaven onze Vader en Adam aan 
Eva de naam moeder van alle leven- 
den 3 — en nog wel voordat ze ooit een 
kind had gebaard. Net als bij Eva is 
ons moederschap al voor onze ge- 
boorte begonnen. Zoals mannen die 
het waardig waren in het voorsterfe- 
lijk leven tot priesterschapsdrager 
voor het sterfelijk leven geordend 
zijn 4 , zijn rechtschapen vrouwen 
voorsterfelijk begiftigd met het voor- 
recht van het moederschap. 5 Het 
moederschap omvat meer dan kinde- 
ren krijgen, hoewel het dat zeker is. 
Het is de kern van wie we zijn als 
vrouw. Het is een beschrijving van 
onze identiteit, onze goddelijke status 
en aard, en de unieke eigenschappen 
die onze Vader ons gegeven heeft. 

President Gordon B. Hinckley 
heeft gezegd: 'God heeft in vrouwen 
iets goddelijks geplant.' 6 Dat 'iets' is 
de gave en de gaven van het moe- 
derschap. Ouderling Matthew Cow- 
ley heeft gezegd: 'Mannen hebben 
[in het sterfelijk leven] iets gekregen 
om hen tot heilanden van de mens 
te maken, maar moeders, vrouwen, 
niet. [Zij] worden geboren met een 
erfrecht, een ingewortelde bevoegd- 
heid om mensenzielen te redden 



A H O N A 
112 



(...) en zijn de hernieuwende kracht 
in het leven van Gods kinderen.' 7 

Moederschap is niet wat er over- 
bleef toen onze Vader zijn zoons ze- 
gende met de ordening tot het 
priesterschap. Het was de ver- 
heffendste begiftiging die Hij zijn 
dochters kon geven, een heilige taak 
waardoor wij volwaardige partners 
zijn in het werk van God. Zoals pre- 
sident J. Reuben Clark jr. heeft ge- 
zegd, is het moederschap 'net zo'n 
goddelijke roeping en net zo belang- 
rijk als het priesterschap.' 8 

Het onderwerp moederschap ligt 
niettemin heel gevoelig, want het 
herinnert ons aan onze grootste 
vreugden en smarten. Dat is vanaf 
het begin zo geweest. Eva was 'ver- 
heugd' na de val, omdat ze besefte 
dat ze anders 'nooit zaad [zou] heb- 
ben gehad.' 9 En toch, stelt u zich 
haar smart over Kaïn en Abel eens 
voor. Sommige moeders voelen pijn 
vanwege de kinderen die zij gebaard 
hebben; anderen voelen pijn omdat 
zij hier geen kinderen hebben gekre- 
gen. Daarover is ouderling John A. 
Widtsoe duidelijk geweest: 'Vrou- 
wen die buiten hun schuld de gave 
van het moederschap niet rechtst- 
reeks kunnen uitoefenen, kunnen 
dat plaatsvervangend doen.' 10 

Om redenen die de Heer bekend 
zijn, moeten sommige vrouwen 
wachten voordat ze kinderen kun- 
nen krijgen. Dat uitstel is voor geen 
enkele rechtschapen vrouw gemak- 
kelijk. Maar het tijdschema van de 
Heer neemt ons natuurlijke verlan- 
gen niet weg. Sommigen onder ons 
moeten dus gewoon een andere ma- 
nier zoeken om die moederlijke be- 
hoefte te bevredigen. En overal om 
ons heen zijn er mensen die behoef- 
te hebben aan liefde en leiding. 

Eva heeft het voorbeeld gegeven. 
Ze heeft niet alleen kinderen gekre- 
gen, maar heeft gezorgd voor de hele 
mensheid toen ze het moedigste be- 
sluit nam dat een vrouw ooit heeft 
genomen en met Adam samen onze 
vooruitgang mogelijk maakte. Ze 
heeft als vrouw een voorbeeld gege- 
ven dat mannen kunnen respecteren 
en dat vrouwen kunnen volgen, 
waarmee ze een voorbeeld was van 
de kenmerken waarmee wij als 




vrouw zijn begiftigd: heldhaftig ge- 
loof, fijngevoeligheid voor de Geest, 
afschuw van het kwaad en volkomen 
onzelfzuchtigheid. Net als de Hei- 
land, 'die, om de vreugde, welke vóór 
Hem lag, het kruis op Zich genomen 
heeft' 11 , heeft Eva, om de vreugde 
dat ze de mensheid kon helpen, de 
val verdragen. Ze had ons voldoende 
lief om ons mede te leiden. 

Als dochters van onze hemelse 
Vader en als dochters van Eva zijn 
wij allen moeder en zijn we dat ook 
altijd geweest. En allemaal hebben 
we de taak om lief te hebben en de 
opgroeiende generatie te leiden. Hoe 
zullen onze jonge vrouwen leren om 
te leven als vrouwen Gods als zij niet 
weten hoe vrouwen Gods eruitzien, 
met andere woorden wat we dragen, 
bekijken en lezen; hoe we onze tijd 
en onze geest vullen; hoe we ver- 
leiding en onzekerheid tegemoet 
treden; waarin we echte vreugde vin- 
den, en waarom fatsoen en vrouwe- 
lijkheid kenmerken zijn van een 
rechtschapen vrouw? Hoe zullen on- 
ze jongemannen leren om vrouwen 
Gods te respecteren als wij ze niet la- 
ten zien wat die deugden waard zijn? 

Ieder van ons heeft de uiterst be- 
langrijke taak om een voorbeeld van 
rechtschapenheid te zijn, omdat onze 
jeugd dat misschien nergens anders 
ziet. Elke zuster in de ZHV, wat de be- 
langrijkste vrouwengemeenschap aan 



deze kant van de sluier is, heeft de 
taak om onze jonge vrouwen te hel- 
pen met een prettige overgang naar 
de ZHV. Dat betekent dat onze 
vriendschap met hen lang vóór hun 
achttiende verjaardag moet beginnen. 
Ieder van ons kan voor iemand zor- 
gen — beginnend, natuurlijk, met de 
kinderen in onze eigen familie, maar 
ook ver daarbuiten. Ieder van ons kan 
door woord en daad laten zien dat het 
werk van de vrouwen in het konink- 
rijk van de Heer schitterend en heilig 
is. Ik herhaal: Wij zijn allemaal moeder 
in Israël, en het is onze roeping de op- 
groeiende generatie lief te hebben en 
te leiden door de gevaarlijke straten 
van het sterfelijk leven. 

Weinigen onder ons zullen ons po- 
tentieel waarmaken zonder de koes- 
tering van zowel de moeder die ons 
heeft gebaard als de moeders die ons 
verzorgen. Kort geleden was ik opge- 
togen toen ik voor het eerst in jaren 
een van mijn jeugdleidsters weer zag. 
Als tiener zonder enig zelfvertrouwen 
ging ik altijd naast deze vrouw staan, 
omdat ze dan haar arm om me heen 
sloeg en zei: 'Jij bent gewoon een fij- 
ne meid!' Ze hield van me en daarom 
liet ik haar leiding aan mij geven. 
Hoeveel jongemannen en jongevrou- 
wen verlangen wanhopig naar uw 
liefde en leiding? Beseffen we ten vol- 
le dat onze invloed als moeder in Is- 
raël onvervangbaar en eeuwig is? 



JANUARI 
113 



2 2 



Toen ik opgroeide, was het niet 
ongewoon dat mijn moeder me mid- 
den in de nacht wakker maakte en 
zei: 'Sheri, pak je kussen en ga naar 
beneden.' Ik wist wat dat betekende. 
Het betekende dat er een orkaan 
kwam en dan was ik meteen bang. 
Maar dan zei moeder: 'Sheri, alles 
komt goed'. Haar woorden kalmeer- 
den mij altijd. Nu, tientallen jaren 
later, als het leven overweldigend of 
beangstigend lijkt, bel ik mijn moe- 
der om haar te horen zeggen: 'Alles 
komt goed.' 

De recente, afschuwelijke gebeur- 
tenissen in de Verenigde Staten heb- 
ben nog eens beklemtoond dat we in 
een onzekere wereld leven. Er is nog 
nooit grotere behoefte geweest aan 
rechtschapen moeders — moeders die 
hun kinderen tot zegen zijn met een 
gevoel van veiligheid, en vertrouwen 
in de toekomst, moeders die hun kin- 
deren leren waar ze gemoedsrust en 
waarheid vinden, en dat de macht 
van Jezus Christus altijd groter is dan 
de macht van de tegenstander. Elke 
keer als we bouwen aan het geloof 
van een jonge man of jonge vrouw, of 
hun voortreffelijke eigenschappen 
aanmoedigen, elke keer als we iemand 
liefhebben of ook maar een klein stap- 
je leiden op het pad — zijn we trouw 
aan onze begiftiging als moeder en 
aan de opbouw van Gods koninkrijk. 
Geen enkele vrouw die het evangelie 
begrijpt, zal ooit denken dat ander 
werk belangrijker is, of zal ooit zeggen: 
'Ik ben slechts moeder', want moeders 
genezen de ziel van de mens. 

Kijk om u heen. Wie heeft u en 
uw invloed nodig? Als wij echt iets 
goeds tot stand willen brengen, dan 
zal dat gebeuren als we zorgen voor 
degenen die we het leven hebben ge- 
schonken en degenen voor wie we 
willen zorgen. Als we naast onze 
jeugd blijven staan — als we van ze 
houden — zullen zij in de meeste ge- 
vallen dicht bij ons blijven, wat in- 
houdt dat zij onze leiding accepteren. 

Als moeder in Israël zijn wij het 
geheime wapen van de Heer. Onze 
invloed komt voort uit een goddelij- 
ke begiftiging die er vanaf het begin 
geweest is. Ik vraag me af of we in 
de voorsterfelijke wereld, toen onze 
Vader onze functie beschreef, niet 



stomverbaasd waren dat Hij ons wil- 
de zegenen met een heilige taak die 
in zijn plan zo centraal stond, en dat 
Hij ons wilde begiftigen met gaven 
die zo belangrijk waren voor het lief- 
hebben en leiden van zijn kinderen. 
Ik vraag me af of we niet juichten 
van vreugde 12 , ten dele vanwege de 
edele status die Hij ons schonk in 
zijn koninkrijk. De wereld zal u dat 
niet vertellen, maar de Geest wel. 

We mogen de Heer gewoon niet 
teleurstellen. En als de dag aanbreekt 
dat wij de enige vrouwen op aarde 
zijn die het moederschap iets edels 
en goddelijks vinden, zo zij het. 
Want het woord moeder is de defini- 
tie van een rechtschapen vrouw die 
vervolmaakt is in de hoogste graad 
van het celestiale koninkrijk, een 
vrouw die in aanmerking komt voor 
een eeuwig nageslacht, voor eeuwige 
wijsheid, vreugde en invloed. 

Ik weet dat deze leringen over on- 
ze goddelijke rol absoluut waar zijn, 
en dat ze, als ze begrepen worden, al- 
le vrouwen gemoedsrust en een doel 
schenken. Lieve zusters, van wie ik 
meer houd dan ik onder woorden 
kan brengen, geeft u gehoor aan de 
uitdaging om in deze hachelijke tij- 
den moeder te zijn, hoewel dat uw 
volharding, moed en geloof tot het 



uiterste op de proef zal stellen? Zult u 
standvastig en onwrikbaar zijn als 
moeder in Israël en als vrouw Gods? 
Onze Vader en zijn eniggeboren 
Zoon hebben ons een heilig rent- 
meesterschap gegeven en een heilige 
kroon in hun koninkrijk. Mogen wij 
ons daarin verheugen. En mogen we 
hun vertrouwen waardig zijn. In de 
naam van Jezus Christus. Amen. O 

NOTEN 

1. 'The Message of the First Presidency 
to the Church', ïmprovement Era, novem- 
ber 1942, blz. 761. 

2. Mosiah5:15. 

3. Mozes 4:26. 

4. Zie Alma 13:2-4, 7-8. 

5. Zie Spencer W. Kimball, The Role 
of Righteous Women', Ensign, november 
1979, blz. 102. 

6. Teachings ofGordon B, Hinckley 
(1997), blz. 387. 

7. Matthew Cowley Speaks, 1954, blz. 109. 

8. 'Our Wives and Our Mothers in the 
Eternal Plan', Relief Society Magazine, 
december 1946, blz. 801. 

9. Mozes 5:11. 

10. Priesthood and Church Government, 
bezorgd door John A. Widtsoe (1939), 
blz. 85. 

11. Hebreeën 12:2. 

12. Zie Job 38:7. 




L I A H O N A 
114 



'Wees een voorbeeld' 



President Thomas S. Monson 

Eerste raadgever in het Eerste Presidium 




( Vul uw verstand met waarheid; vul uw hart met liefde; 
vul uw leven met dienstbetoon. ' 



de gelovigen in woord, in wandel, in 
liefde, in geloof en in reinheid.' 2 

Ik wil u, zusters die hier in het 
Conferentiecentrum bijeen bent en 
in het publiek over de hele wereld, 
een drieledige formule geven die 
een onfeilbare gids is, waarmee u 
deze aansporing van de apostel Pau- 
lus kunt nakomen: 

1. Vul uw verstand met waar- 
heid; 

2. Vul uw hart met liefde; 

3. Vul uw leven met dienstbe- 
toon. 

Ten eerste, vul uw verstand met 
waarheid; we vinden geen waarheid 
als we ons met dwaling bezighouden. 
Waarheid wordt gevonden door het 
geopenbaarde woord van God te on- 
derzoeken, te bestuderen en na te le- 
ven. Wij nemen dwaling aan als we 
omgaan met dwaling. Wij leren waar- 
heid als we omgaan met waarheid. 

De Heiland van de wereld heeft 
gezegd: 'Put woorden van wijsheid 
uit de beste boeken, zoekt weten- 
schap, ja, door studie alsmede door 
geloof.' 3 En daar heeft Hij aan toe- 
gevoegd: 'Onderzoekt de Schriften, 
want gij meent daarin eeuwig leven 
te hebben, en deze zijn het, welke 
van Mij getuigen.' 4 

Hij nodigt ieder van ons uit: 
'Leer van Mij, en luister naar mijn 
woorden; wandel in de ootmoed 
van mijn Geest, en in Mij zult gij 
vrede hebben.' 5 

Een zuster uit de pionierstijd die 
een goed voorbeeld was van het uit- 
voeren van de opdracht die we van- 
avond gehoord hebben, die haar 
verstand, hart en ziel met waarheid 
vulde, was Catherine Curtis Spencer. 



We zijn vanavond geïnspi- 
reerd door de bezielende 
boodschappen van het al- 
gemeen ZHV-presidium van de kerk. 
Hun smeekbede aan ons om stand- 
vastig en onwrikbaar te staan, is wijze 
raad waarmee we de beroering van 
onze tijd tegemoet kunnen treden en 
waarlijk bolwerken van bestendig- 
heid zijn in een zee vol verandering. 

Laten we eens kijken naar woor- 
den van wijsheid die de apostel 
Paulus aan zijn dierbare Timoteüs 
geschreven heeft: 

'Maar de Geest zegt nadrukkelijk, 
dat in latere tijden sommigen zullen 
afvallen van het geloof, doordat zij 
dwaalgeesten en leringen van boze 
geesten volgen, door de huichelarij 
van leugensprekers, die in hun eigen 
geweten gebrandmerkt zijn.' 1 

Vervolgens komt Paulus' aanspo- 
ring en oproep aan Timoteüs, die 
evenzeer van toepassing is op ieder 
van ons: 'Wees een voorbeeld voor 



Haar man, Orson Spencer, was een 
attente, goed opgeleide man. Zij was 
opgevoed in Boston en was ontwik- 
keld en beschaafd. Ze had zes kinde- 
ren. Haar zwakke gezondheid leed 
onder de ontberingen na het vertrek 
uit Nauvoo. Ouderling Spencer 
schreef haar ouders en vroeg of zij bij 
hen mocht wonen tot hij een wo- 
ning voor haar had geregeld in het 
westen. Hun antwoord luidde: 'Als 
ze haar waardeloze geloof afzweert, 
mag ze terugkomen — eerder niet.' 

Zuster Spencer weigerde haar ge- 
loof af te zweren. Toen de brief van 
haar ouders haar was voorgelezen, 
vroeg ze haar man zijn bijbel te pak- 
ken en haar dit uit het boek Ruth 
voor te lezen: 'Dring er bij mij niet 
op aan, dat ik u in de steek zou la- 
ten, door van u terug te keren; want 
waar gij zult heengaan, zal ik heen- 
gaan, en waar gij zult vernachten, 
zal ik vernachten; uw volk is mijn 
volk, en uw God is mijn God.' 6 

Buiten woedde de storm, de huif 
van de kar lekte en vriendinnen hiel- 
den melkpannen boven het hoofd 
van zuster Spencer om haar droog te 
houden. Onder die omstandigheden, 
en zonder enige klacht te uiten, sloot 
ze voor de laatste keer haar ogen. 

Ook al zal er niet noodzakelijker- 
wijs van ons gevraagd worden om 
ons leven te geven, laten we wel be- 
denken dat Hij onze stille gebeden 
hoort. Hij die alle daden ziet die wij 
in stilte verrichten, zal ons openlijk 
belonen als dat nodig is. 

Wij leven in roerige tijden. Vaak is 
de toekomst onbekend; daarom is het 
goed als wij ons voorbereiden op onze- 
kerheden. Statistieken wijzen uit dat u 
ooit, vanwege de ziekte of het overlij- 
den van uw man, of uit economische 
noodzaak, de rol van kostwinner op u 
zult moeten nemen. Ik spoor u aan om 
een opleiding te volgen en vaardighe- 
den te leren waar vraag naar is, zodat 
u in een dergelijk noodgeval in staat 
bent om de kost te verdienen. 

Uw talenten zullen toenemen als 
u studeert en leert. U zult uw kinde- 
ren beter kunnen helpen met hun 
huiswerk, en u zult gemoedsrust heb- 
ben door de wetenschap dat u zich 
hebt voorbereid op de noodgevallen 
die u in het leven kunt tegenkomen. 



JANUARI 
115 



2 2 




Conferentiegangers stromen in en uit het Conferentiecentrum en steken de straat over naar Temple Square 



Om het tweede deel van onze 
formule — namelijk, vul uw hart met 
liefde — te illustreren, wend ik mij 
tot een prachtig verhaal in het boek 
Handelingen over een discipel uit 
Joppe, die Tabita heette, ook wel 
Dorkas genoemd. Zij wordt beschre- 
ven als een vrouw vol goede werken 
en aalmoezen. 

'En het geschiedde in die dagen, 
dat zij ziek werd en stierf; en na haar 
gewassen te hebben, legde men haar 
in een bovenzaal. 

'En daar [...] de discipelen hoor- 
den, dat Petrus daar was, [zonden 
zij] twee mannen tot hem met het 
verzoek: Kom zonder dralen met 
ons. 

'En Petrus stond op en ging met 
hen mede. Toen hij daar aangeko- 
men was, bracht men hem naar de 
bovenzaal en al de weduwen kwa- 
men bij hem staan, en lieten hem 
onder tranen al de lijfrokken en 



mantels zien, die [Tabita], toen zij 
nog bij hen was, gemaakt had. 

'Maar Petrus zond hen allen naar 
buiten en knielde neder en bad. En 
hij wendde zich tot het lichaam en 
zeide: Tabita, sta op! En zij opende 
haar ogen en zag Petrus en ging 
overeind zitten, en hij gaf haar de 
hand en richtte haar op; toen riep 
hij de heiligen en de weduwen en 
stelde haar levend voor hen. 

'En het werd bekend door geheel 
Joppe en velen kwamen tot geloof in 
de Here.' 7 

Wat mij betreft is de schriftuurlijke 
beschrijving van Tabita, waarin zij een 
vrouw wordt genoemd 'overvloedig in 
goede werken en aalmoezen', een de- 
finitie van enkele fundamentele taken 
van de ZHV; namelijk hulp aan de lij- 
denden, zorg voor de armen, en alles 
wat daarbij hoort. Vrouwen van de 
ZHY u bent waarlijk reddende enge- 
len. Dat komt op grote schaal naar 



voren door humanitaire hulp aan hen 
die lijden vanwege kou, honger of an- 
dere beproevingen, waar zij ook zijn. 
Uw werk is ook duidelijk te zien in 
onze wijken, ringen en zendingsgebie- 
den. Elke bisschop in de kerk kan van 
die waarheid getuigen. 

Ik herinner me dat ik als jonge dia- 
ken een deel van de wijk afging op de 
ochtend van de vastenzondag, dat ik 
elk gezin de kleine envelop gaf, 
wachtte tot er een bijdrage in gedaan 
was, en vervolgens terugging naar de 
bisschop. Op een keer begroette een 
bejaard lid, broeder Wright, die alleen 
woonde, me bij de deur en frommelde 
met zijn oude handen aan het touwtje 
waarmee de envelop was dichtgebon- 
den, en deed er een klein geldbedrag 
in. Zijn ogen glommen toen hij zijn 
bijdrage gaf. Hij vroeg me te gaan zit- 
ten en vertelde me over een voorval, 
vele jaren geleden, dat hij geen voed- 
sel meer in de kast had. In zijn honger 



L i 



A H O N A 

116 



had hij zijn hemelse Vader om voed- 
sel gebeden. Niet lang daarna keek hij 
uit het raam van zijn zitkamer en zag 
iemand naar de deur komen die een 
rode kar trok. Het was zuster Balm- 
forth, de ZHV-presidente, die de kar 
driekwart kilometer over het spoor 
naar zijn huis getrokken had. De kar 
puilde uit met voedsel dat de ZHV- 
zusters van de wijk verzameld hadden 
en waarmee zuster Balmforth de lege 
planken in broeder Wrights keuken 
vulde. Hij beschreef haar als 'een en- 
gel die door de hemel gezonden was'. 

Zusters, u bent de belichaming 
van liefde. U bent het zonnetje in 
huis, u leidt uw kinderen in liefde; 
en terwijl uw man het hoofd van het 
gezin is, bent u beslist het hart van 
het gezin. Samen, door wederzijds 
respect en gedeelde taken, bent u 
een onoverwinnelijk team. 

Ik vind het opmerkelijk dat als 
kinderen zorg en liefdevolle aan- 
dacht nodig hebben, ze zich wenden 
tot u — hun moeder. Zelfs de afge- 
dwaalde zoon of nalatige dochter die 
de noodzaak inziet om terug te ke- 
ren naar de omarming van het gezin, 
komt vrijwel altijd bij de moeder, die 
haar kind nooit heeft opgegeven. 

De liefde van zijn moeder brengt 
het beste in een kind naar voren. U 
wordt het voorbeeld dat uw kinde- 
ren kunnen volgen. 

Het eerste woord dat een kind 
leert en zegt, is over het algemeen 
het lieve 'mama'. Ik vind het opmer- 
kelijk dat zowel op het slagveld als in 
tijden van vrede het laatste woord 
dat een zoon voor zijn dood spreekt, 
meestal 'moeder' is. Zusters, wat hebt 
u een edele rol. Ik getuig dat uw hart 
vol liefde is. 

Van het derde onderdeel van on- 
ze formule — namelijk, vul uw leven 
met dienstbetoon — wil ik twee af- 
zonderlijke voorbeelden noemen. 
Het ene van een lerares en de vér- 
strekkende invloed die zij heeft 
gehad op het leven van haar leerlin- 
gen, en het andere van een zende- 
lingechtpaar door wier dienstbetoon 
het licht van het evangelie gebracht 
is aan hen die in geestelijke duister- 
nis hadden geleefd. 

Vele jaren geleden was er een 
jonge vrouw, Baur Dee Sheffield, die 



lesgaf aan de jongevrouwen. Ze had 
zelf geen kinderen, hoewel haar man 
en zij er erg naar verlangden. Zij uit- 
te haar liefde door haar toewijding 
aan haar fijne jongevrouwen, die zij 
elke week lesgaf in eeuwige waarhe- 
den en levenslessen. Toen kwam er 
een ziekte, gevolgd door de dood. Ze 
was nog maar 27. 

Elk jaar ondernamen haar jonge- 
vrouwen een pelgrimsreis van gebed 
naar het graf van hun lerares, waar 
ze telkens bloemen neerlegden en 
een kaartje met de tekst 'Voor Baur 
Dee, van je meisjes.' Aanvankelijk 
gingen er tien meisjes, toen vijf, toen 
twee, en uiteindelijk was er nog 
maar één, die nog steeds op Memo- 
rial Day naar het graf gaat en er een 
boeket neerlegt en een kaartje, zoals 
altijd met de tekst 'Voor Baur Dee, 
van je meisjes.' 

Eens, bijna 25 jaar na de dood 
van Baur Dee, besefte het enige van 
'haar meisjes' die het graf nog be- 
zocht, dat ze afwezig zou zijn op Me- 
morial Day, en ze besloot het graf 
van haar lerares enkele dagen eerder 
te bezoeken. Dus plukte ze bloemen, 
wikkelde er een lint om, deed er een 
kaartje bij, en deed net haar jas aan 
toen de deurbel ging. Ze deed open 
en werd begroet door een van haar 
huisbezoeksters, Colleen Fuller, die 
zei dat het haar niet gelukt was een 
afspraak te maken met haar huisbe- 
zoekcollega, waardoor ze besloten 
had om maar alleen en onaangekon- 
digd op pad te gaan, in een poging 
om haar huisbezoek nog voor het 
eind van de maand af te maken. 
Toen Colleen werd uitgenodigd om 
binnen te komen, zag ze de jas en de 
bloemen en verontschuldigde zich 
omdat ze blijkbaar stoorde. 

'O, geen probleem', was het ant- 
woord. 'Ik ben net op weg naar de 
begraafplaats om bloemen te leggen 
op het graf van de vrouw die mij les 
heeft gegeven in de jongevrouwen, 
want ze had grote invloed op mij en 
de andere meisjes die ze lesgaf. Aan- 
vankelijk gingen we elk jaar met zijn 
tienen naar het graf om haar onze 
liefde en dank te betuigen, maar nu 
vertegenwoordig ik de groep.' 

Colleen vroeg: 'Was de naam van 
je lerares misschien Baur Dee?' 



'Ja', was het antwoord. 'Hoe weet 
je dat?' 

Met ontroering in haar stem zei 
Colleen: 'Baur Dee was mijn tante 
— de zuster van mijn moeder. Sinds 
haar dood heeft mijn familie elke 
Memorial Day op haar graf een boe- 
ket bloemen gevonden, en een 
kaartje, ondertekend door de meis- 
jes van Baur Dee. Ze hebben altijd 
willen weten wie die meisjes waren, 
om ze te bedanken voor hun nage- 
dachtenis aan Baur Dee. Nu kan ik 
het ze vertellen.' 

De Amerikaanse schrijver Thorn- 
ton Wilder heeft gezegd: 'Het groot- 
ste eerbetoon aan de doden is geen 
rouw, maar dankbaarheid.' 

Het tweede voorbeeld van een le- 
ven dat gevuld is met dienstbetoon, 
waarmee ik zal besluiten, is de zen- 
dingsbelevenis van Juliusz en Doro- 
thy Fussek, die een oproep hadden 
ontvangen om een zending van an- 
derhalf jaar te vervullen in Polen. 
Broeder Fussek was in Polen gebo- 
ren. Hij sprak de taal. Hij hield van 
het volk. Zuster Fussek was Engels 
en wist weinig af van Polen en niets 
van het Poolse volk. 

Maar met vertrouwen in de Heer 
gingen zij op pad om hun taak te 
vervullen. De woonomstandigheden 




JANUARI 
117 



2 2 



waren primitief, het werk was een- 
zaam en hun taak was gigantisch. Er 
was toen nog geen volledige zen- 
dingsorganisatie in Polen. De op- 
dracht die het echtpaar Fussek had 
gekregen, was om de weg voor te be- 
reiden zodat er een permanente zen- 
dingsorganisatie kon komen, dat er 
andere zendelingen geroepen kon- 
den worden, mensen onderricht 
konden ontvangen, gemeenten ge- 
sticht konden worden, en er kerken 
gebouwd konden worden. 

Wanhoopten broeder en zuster 
Fussek wegens de enorme omvang 
van hun taak? Geen moment. Zij 
wisten dat hun roeping van God 
kwam, zij baden om zijn goddelijke 
hulp, en zij wijdden zich met heel 
hun hart aan hun werk. Ze bleven 
geen anderhalf, maar vijf jaar in 



Polen. Alle doelen werden bereikt. 
Dat gebeurde tijdens een bijeen- 
komst waarbij de ouderlingen 
Russell M. Nelson, Hans B. Ringger 
en ik, vergezeld van ouderling 
Fussek, spraken met minister Adam 
Wopatka van de Poolse regering, en 
wij hoorden hem zeggen: 'Uw kerk is 
hier welkom. U mag kerken bouwen, 
u mag zendelingen sturen. U bent 
welkom in Polen. Deze man,' en hij 
wees op Juliusz Fussek, 'heeft uw 
kerk goed gediend met zijn vrouw. U 
kunt dankbaar zijn voor hun voor- 
beeld en hun werk.' 

Laten wij, net als de Fusseks, doen 
wat we moeten doen in het werk van 
de Heer. Dan kunnen we, samen met 
Juliusz en Dorothy Fussek, de psalm 
'Mijn hulp is van de Here' zingen. 8 

Mijn geliefde zusters, u bent echt 



'een voorbeeld voor de gelovigen'. 
Moge onze hemelse Vader ieder van 
u zegenen, of u nu gehuwd bent of 
er alleen voor staat, thuis, in uw ge- 
zin, in uw leven — opdat u de heer- 
lijke begroeting van de Heiland van 
de wereld mag verdienen: 'Wèl ge- 
daan, gij goede en getrouwe slaaf. 9 
Ik bid dat, met deze zegen, in de 
naam van Jezus Christus. Amen. D 

NOTEN 

1. 1 Timoteüs 4:1-2. 

2. 1 Timoteüs 4:12. 

3. LV 88:118. 

4. Johannes 5:39. 

5. LV 19:23. 

6. RuthlTÓ. 

7. Handelingen 9:36-42. 

8. Psalmen 121:2. 

9. Matteüs 25:21. 



Conferentiegangers wandelen door de poorten die naar Temple Square leiden. 




L I A H O N A 

118 



Zij hebben ook 
tot ons gesproken 



Verslag van de 171ste oktoberconferentie van 
6-7 oktober 2001 voor de kinderen van de kerk 



President Gordon B. Hincldey: Is dit 
een gevaarlijke tijd? Jazeker. Maar we 
hoeven niet bang te zijn. We kunnen 
thuis en in ons hart gemoedsrust 
hebben. We kunnen allemaal een 
goede invloed in de wereld zijn. 

President Thomas S. Monson, eerste 
raadgever in het Eerste Presidium: mo- 
gen wij van deze dag af aan ons hart 
met liefde vullen. Mogen wij de 
tweede mijl gaan om allen in ons le- 
ven toe te laten die eenzaam of ter- 
neergeslagen zijn, of die op de een of 
andere manier lijden. 

President James E. Faust, tweede 
raadgever in het Eerste Presidium: De 
overweldigende boodschap van de 
verzoening is de volmaakte liefde die 
de Heiland heeft voor ieder van ons. 
Het is een liefde vol erbarmen, ge- 
duld, genade, billijkheid, lankmoe- 
digheid, en vooral vergeving. 

President Boyd K. Packer, waarne- 
mend president van het Quorum der 
Twaalf Apostelen: Ik houd van dit 
Boek van Mormon: een getuige van 



Jezus Christus. Bestudeer het, dan 
kunt u zowel het Oude Testament als 
het Nieuwe Testament in de Bijbel 
begrijpen. Ik weet dat het waar is. 

Ouderling Dallin H. Oaks van het 
Quorum der Twaalf Apostelen: De 
Heer heeft al zijn kinderen lief. Hij wil 
dat zij allen de volheid ontvangen van 
zijn waarheid, en de overvloed aan 
zijn zegeningen. Hij weet het als zij er 
klaar voor zijn, en Hij wil dat wij luis- 
teren naar zijn aanwijzingen om ande- 
ren te vertellen over het evangelie. 

Ouderling Joseph B. Wirthlin van 
het Quorum der Twaalf Apostelen: 
Het enige waar u zich om moet be- 
kommeren is dat u ernaar streeft zo 
goed mogelijk te zijn. En hoe doet u 
dat? Houdt het oog gericht op de 
doelen die er in dit leven het meest 
toe doen en beweegt u stap voor 
stap in de richting van die doelen. 

Ouderling Richard G. Scott van het 
Quorum der Twaalf Apostelen: Om op 
sommige momenten en tijdens over- 
denking blijvende gemoedsrust en 



veiligheid te ontvangen, moet u zeker 
weten dat er een God in de hemel is 
die van u houdt; dat Hij alles bestuurt 
en u zal helpen. Die overtuiging is de 
kern van een sterk getuigenis. 

Ouderling Jeffrey R. Holland van het 
Quorum der Twaalf Apostelen: Wij 
zouden [tiende en gaven] moeten be- 
talen als persoonlijke manier om onze 
liefde voor een milddadige en barm- 
hartige Vader in de hemel te laten 
zien. Door zijn genade heeft God de 
hongerigen brood gegeven en de ar- 
men kleding. Op verschillende tijden 
horen wij daar allemaal bij. 

Ouderling Henry B. Eyring van het 
Quorum der Twaalf Apostelen: Als 
u de Schriften overpeinst en gaat 
doen wat u [bij uw doop] beloofd 
heeft, kan ik u beloven dat u meer 
liefde voor God gaat voelen en meer 
van zijn liefde voor u. 

Ouderling H. Ross Workman van 
de Zeventig: God heeft zijn kinderen 
gezegend met profeten die hen on- 
derwijzen in zijn wegen en hen voor- 
bereiden op het eeuwige leven. (...) 
Gehoorzaamheid is essentieel voor 
de verwezenlijking van de zegenin- 
gen van de Heer, zelfs als we het 
doel van het gebod niet begrijpen. 

Bisschop H. David Burton, Preside- 
rende bisschop: Onder onze jongeren 
wordt vulgaire en ruwe taal gemak- 
kelijk gebruikt om hun gevoelens tot 
uitdrukking te brengen. Jonge vrien- 
den, nu is het tijd om pal te staan en 
deze woorden uit je vocabulaire te 
verwijderen. (...) Vraag om kracht 
van je hemelse Vader. D 




JANUARI 
119 



2 2 



Leringen voor onze tijd 2002 



Leringen voor onze tijd vormt het les- 
materiaal op de vierde zondag van 
de maand voor zowel de Melchizedekse 
priesterschap als de ZHV Hiervoor kiest 
het Eerste Presidium ieder jaar tien on- 
derwerpen met bronnenmateriaal uit. 
Hier volgen de onderwerpen met bron- 
nenmateriaal voor het jaar 2002. Het 
ring- of districtspresidium kiest nog 
twee onderwerpen. 

De leerkracht kiest een of hoog- 
stens twee bronnen uit die het beste 
passen bij de behoeften van de leden 
van de groep of het quorum. De 
leid(st)ers en leerkrachten wordt aan- 
geraden discussies op gang te brengen, 
niet een preek of een presentatie te 
geven. Ze moeten manieren bedenken 
om de leden van de groep of het quo- 
rum te stimuleren de beginselen die in 
de discussie behandeld worden, in 
hun leven toe te passen. Wenken voor 
de voorbereiding en het leiden van de 
discussies in het quorum of de groep 
staan in Onderwijzen — geen grotere 
roeping en Leidraad onderwijs. 

1. Jezus van Nazaret, Heiland 
en Koning 

Matt. 1:18-21; Hand. 4:8-12; 
3 Ne. 11:7-17. 

'Bijzondere getuigen van Christus', 
Liahona, april 2001, blz. 2 (facultatief 
hierbij de video Bijzondere getuigen van 
Christus, 53584120). 

Russell M. Nelson, 'Jezus de Chris- 
tus: onze Meester, en meer', Liahona, 
april 2000, blz. 4. 

'Jezus Christus, ons vast funda- 
ment', les 1 in De vrouw in de kerk B. 

2. Zich werkelijk bekeren, als gezin 
en als individu 

Luc. 18:18-30; Mos. 4:6-7; 5:2; 
Alma 5:14-35. 

Gordon B. Hinckley, 'Het wonder 
van geloof', Liahona, juli 2001, blz. 82. 

L. Tom Perry, 'Discipelschap', 
Liahona, januari 2001, blz. 72. 

Dallin H. Oaks, 'Opdracht tot wor- 
ding', Liahona, januari 2001, blz. 40. 

'Naastenliefde', hoofdstuk 30 in 
Evangeliebeginselen. 

3. Ons doopverbond trouw blijven 

Matt. 3:13-17; 2 Ne. 31:5-20; 
Mos. 18:7-10. 

James E. Faust, 'Wederom 
geboren', Liahona, juli 2001, blz. 68. 



Robert D. Hales, 'Het doopver- 
bond: in het koninkrijk en van het ko- 
ninkrijk zijn', Liahona, januari 2001, 
blz. 6. 

'De doop: een blijvend verbond', 
les 29 in Priesterschapsplichten en 
zegeningen A. 

4. Vreugde en vrede als gevolg van 
de verzoening 

Jes. 1:16-20; 2 Ne. 9:18-21; 
Alma 34:14-16; 38:8-9; LV 18:10-13. 

Boyd K. Packer, ' "De hand van de 
Meester" ', Liahona, juli 2001, blz. 25. 

Richard G. Scott, 'Het pad naar 



vrede en vreugde', Liahona, 
januari 2001, blz. 31. 

'Bekering', hoofdstuk 19 in 
Evangeliebeginselen. 

5. Een getuigenis van de waarheid 
van evangeliebeginselen verkrijgen 

Joh. 7:17; Alma 5:44-46; 
32:27-28; Ether 12:6; Mro. 10:4-5; 
LV 6:20-23. 

James E. Faust, 'Een groeiend 
getuigenis', Liahona, januari 2001, 
blz. 69. 

Joseph B. Wirthlin, 'Zuiver getuige- 
nis', Liahona, januari 2001, blz. 27. 

'Een getuigenis van het evangelie 
van Jezus Christus', les 26 in Priester- 
schapsplichten en zegeningen A. 




L I A H O N 
120 



6. Onze kinderen een nalatenschap 
van geloof geven 

Spr. 22:6; Matt. 5:13-16; Titus 
2:1-8; 1 Ne. 1;1;LV 68:25-28. 

Gordon B. Hinckley, 'Advies en een 
gebed van een profeet voor de jonge- 
ren', Liakona, april 2001, blz. 30. 

David. B. Haight, 'Wees een sterke 
schakel', Liahona, januari 2001, 
blz. 23. 

'Het gezin kan eeuwig zijn', hoofd- 
stuk 36 in Evangeliebeginselen. 

7. Het gezin tegen het kwade 
beschermen 

Jes. 52:11; Joh. 15:1-4; Jakob 
3:10-12; LV 121:45. 

Thomas S. Monson, 'Pornografie 
— een dodelijke bacillendrager', 
Liahona, november 2001, blz. 2. 

Neal A. Maxwell, 'Het geruk en 
getrek van de wereld', Liahona, 
januari 2001, blz. 43. 

'Zedelijke reinheid', les 34 in 
Priesterschapsplichten en zegeningen A. 

8. Deelnemen aan zendingswerk, 
als gezin en als individu 

Mare. 16:15; LV 18:15-16; 34:4-6; 
60:1-2; 123:12; 88:81. 

M. Russell Ballard, 'De leden zijn 
de sleutel', Liahona, sep. 2000, blz. 12. 

Jeffrey R. Holland, ' "Gij zijt mijn 
getuigen"', Liahona, juli 2001, blz. 15. 

'Zendingswerk', hoofdstuk 33 in 
Evangeliebeginselen. 

9. De verloren schapen van de Heer 
zoeken en voeden 

Luc. 10:25-37; Ef. 2:19; Alma 
31:34-35; LV 18:15-16. 

Thomas S. Monson, 'Uw eeuwige 
vaart', Liahona, juli 2000, blz. 56. 

Henry B. Eyring, ' "Waakt met 
Mij" ', Liahona, juli 2001, blz. 44. 

'Begeleiden: een taak van 
de priesterschap', les 10 in Priester- 
schapsplichten en zegeningen B. 

10. De zegeningen van de tempel 

Ps. 23:3-5; LV 109:12-23; 
110:6-10. 

Boyd K. Packer, 'De heilige tempel', 
De Ster, juni 1992, blz. 14. 

Russell M. Nelson, 'Uw voorberei- 
ding op de tempelzegens', Liahona, 
juli 2001, blz. 37. 

'Onze tempel- en familiehistorische 
taken', les 8 in Priesterschapsplichten en 
zegeningen B. D 



Bijeenkomsten ter verrijking van het 
persoonlijk en huiselijk leven* 

Ter voorbereiding van de bijeenkomsten ter verrijking van het persoonlijk en 
huiselijk leven stelt u zorgvuldig vast wat de behoeften van de zusters zijn. 
Indien van toepassing zorgt u ervoor dat als onderdeel van die bijeenkomst les- 
sen gevolgd kunnen worden waarin de zusters vaardigheid leren op het gebied 
van opvoeding en de onderlinge verstandhouding in het gezin. Leidraad voor het 
gezin (31180 120) en Huwelijk en gezin: leerkrachtenboek (35865 120) kunnen 
daarbij als bronmateriaal dienen. Zij zijn verkrijgbaar bij het distributiecentrum. 



Presentaties 



Thema-ideeën voor memiklassen** 



Geestelijke ontwikkeling 

(LV 88:63) 



Huishoudelijke vaardigheden 

(Spreuken 31:27) 



Huwelijk en gezin 

(Maleachi 4:6; Mosiah 4:15) 



Harmonieuze relaties 

(Matteüs 5:38^14; 25:40) 



Zelfredzaamheid 

(LV 88:119) 



Hulpvaardigheid 

(Spreuken 31:20; Mosiah 4:26) 



Fysieke en emotionele gezondheid 

(Mosiah 4:27; LV 10:4) 



Algemene ontwikkeling en opleiding 

(LV88:118; 130:18-19) 



Alfabetisering 

(Daniël 1:17; Mozes 6:5-6) 



Culturele activiteiten 

(LV 25:12) 



Dienstdoen in de tempel 
Bidden en schriftstudie 
Inachtneming van de sabbat (LV 59) 



'.■'.. 



Voedsel telen, bereiden en bewaren 
Ordelijkheid en netheid thuis 
De waarde van werken 



'Het gezin: een proclamatie aan de 
wereld' (De Ster, oktober 1998, 24) 
Gezinsavond, gezinsgebed en 
schriftstudie 
Vaardigheid in opvoeden 



Communicatie en het oplossen van 
conflictsituaties 
Bekering en vergiffenis 
Doeltreffend leiderschap 




Voorraadvorming en noodsituaties 
Opleiding en middelenbeheer 
Gezondheid en hygiëne 



Familie en naasten dienen 
Dienen in de kerk 
Dienstbetoonproject in de 
gemeenschap 



Conditietraining en goede voeding 
Stressmanagement en ontspanning 
Dankbaarheid voelen en de zegenin- 
gen van de Heer zien 



Patriarchale zegens 

Talenten en creativiteit ontplooien 

Altijd leren 



Evangeliekennis 

Geschiedenis en getuigenissen op 

schrift 

Onderwijs aan kleine kinderen en 

kinderlectuur 



Het belang van muziek in het gezin 
Literatuur en de schone kunsten 
Begrip voor andere culturen 



*De 'Richtlijnen voor de bijeenkomst ter verrijking van het persoonlijk en huiselijk leven' was een bijla 
ge bij een brief van het Eerste Presidium, gedateerd 20 september 1999. 

** Bronmateriaal voor de thema's van de lessen vindt men ook in: deel A en B van De vrouw in de kerk 
(31113 120 en 31114 120) en het lesboek Evangeliebeginsekn (31110 120). 




JANUARI 2002 
121 



Hulpbronnen voor 
Aaronische pries- 
terschap, lesboek 3 

Gebruiken in 2002, lessen 1-25 

De volgende hulpbronnen kunnen 
als aanvulling op de lessen 1-25 
in Aaronische priesterschap, lesboek 3 
gebruikt worden. Ze dienen niet ter 
vervanging van die lessen. Gelieve de 
lessen te geven in de volgorde waarin 
ze in het boek staan. (K=De Kinder- 
ster/De Kindervriend.) NB: het lesboek 
bevat geen speciale les voor Pasen. Als u 
eenpaasles wilt geven (31 maart), kunt 
u conferentietoespraken gebruiken, als- 
mede artikelen en lofzangen die over de 
verzoening en de opstanding en het leven 
en de zending van de Heiland gaan. 

Les 1 : De Godheid 

Gordon B. Hinckley, 'De Vader, de 
Zoon en de Heilige Geest', De Ster, 
mrt 1998, blz. 2. 

James E. Faust, 'Dat zij U kennen, 
de enige waarachtige God, en Jezus 
Christus', De Ster, feb 1999, blz. 2. 



S. Michael Wilcox, 'Geen andere 
goden voor mijn aangezicht', De Ster, 
feb 1998, blz. 26. 

Les 2: Het plan van zaligheid 

Joseph. B. Wirthlin, 'De tijd om 
ons voor te bereiden', De Ster, jul 
1998, blz. 15. 

Henry B. Eyring, 'Het gezin', De 
Ster, okt 1998, blz. 12. 

John B. Dickson, 'De weergaloze 
gaven', De Ster, okt 1999, blz. 18. 

'Ik ben een kind van God', lofzang 
195. 

Les 3: Zonen van de levende God 

Boyd K. Packer, 'Gij [rijt] Gods 
tempel', Liahona, jan 2001, blz. 85. 

Russell M. Nelson, 'Wij zijn kinde- 
ren van God', Liahona, jan 1999, 
blz. 101. 

'Ik weet dat mijn Verlosser leeft', 
lofzang 92. 

Les 4: Ik heb de mogelijkheid en de 
vrijheid om te kiezen 

Joseph B. Wirthlin, 'Jij moet kie- 
zen', De Ster, nov 1998, blz. 46. 

Richard G. Scott, 'Het goede 
doen', Liahona, mrt 2001, blz. 10. 

'Kies toch goed', lofzang 162. 



Les 5: 'Hoe zijt gij uit de hemel 
gevallen, o Lucifer!' 

James E. Faust, 'De innerlijke vij- 
and', Liahona, jan 2001, blz. 54. 

Richard C. Edgley, 'Satans zak vol 
snippen', Liahona, jan 2001, blz. 52. 

Dennis Largey, 'Afzien van heden- 
daagse afgoden', De Ster, mrt 1998, 
blz. 16. 

Les 6: De val van Adam 

Russell M. Nelson, 'De verzoe- 
ning', De Ster, jan 1997, blz. 32. 

Dallin H. Oaks, 'Het grote plan 
van gelukzaligheid', De Ster, jan 1994, 
blz. 67. 

'Het aards conflict', Liahona, sep 
2001, blz. 30. 

Les 7: De verzoening overwint dood 
en hel 

Gordon B. Hinckley, 'Het wonder- 
lijke en ware verhaal van Kerstmis', 
Liahona, dec 2000, blz. 2. 

D. Todd Christofferson, 'De verlos- 
sing van de doden en het getuigenis 
van Jezus', Liahona, nov 2001, blz. 10. 

Richard D. Draper, 'Christus' rol 
van Verlosser', Liahona, dec 2000, 
blz. 10. 




LIAHONA 
122 



Les 8: De opstanding en het oordeel 

Gordon B. Hinckley, ' "Hij is hier 
niet, maar Hij is opgewekt" ', Liahona, 
jul 1999, blz. 82. 

Dallin H. Oaks, 'Opstanding', 
Liahona, jul 2000, blz. 16. 

'Om de wereld te overwinnen', 
Liahona, sep 2000, blz. 26. 

Les 9: Gerechtigheid en genade 

Richard G. Scott, 'Het pad naar 
vrede en vreugde', Liahona, jan 2001, 
blz. 31. 

Jeffrey R. Holland, 'Kom en zie', 
De Ster, aug 1998, blz. 44. 

Les 10: Een grote verandering 

James E. Faust, 'Worden wederge- 
boren', De Ster, jun 1998, blz. 2. 

Dallin H. Oaks, 'Opdracht tot 
wording', Liahona jan 2001, blz. 40. 

Robert L. Millet, 'De natuurlijke 
mens afleggen', Liahona, aug 2000, 
blz. 6. 

'U wil ik volgen, Heer', lofzang 
153. 

Les 1 1 : Geloof dat het eeuwige 
leven mogelijk maakt 

James E. Faust, 'Het schild des 
geloofs', Liahona, jul 2000, blz. 20. 

Jeffrey R. Holland, 'Als duiven op 
ons raamkozijn', Liahona, jul 2000, 
blz. 90. 

Taylor Hartley, 'De beproeving van 
mijn geloof', De Ster, okt 1999, 
blz. 40. 

'Trouw aan 't geloof', lofzang 170. 

Les 12: Bekering 

Boyd K. Packer, 'Gereinigd', 
De Ster, mei 1997, blz. 8. 

Henry B. Eyring, 'Stel niet uit', 
Liahona, jan 2000, blz. 38. 

'Gemoedsrust vinden', Liahona, jun 
2000, blz. 32. 

'O, komt tot Jezus', lofzang 85. 

Les 13: Vergeving ontvangen zoals 
ook wij vergeven 

Gordon B. Hinckley, 'Het is van u 
vereist alle mensen te vergeven', De 
Ster, nov 1991, blz. 2. 

Henry B. Eyring, 'Opdat wij één 
mogen zijn', De Ster, jul 1998, blz. 74. 

Yessika Delfin Salinas, ' "Bid voor 
uw vijanden'", Liahona, sep 2000, 
blz. 8. 

Aurora Rojas de Alvarez, 'Door 
vergevensgezindheid zijn we één ge- 
worden', De Ster, okt 1999, blz. 44. 

Roderick J. Linton, 'Een hart vol 
vergeving', De Ster, jun 1998, blz. 28. 



Les 14: Het avondmaal 

Robert D. Hales, 'Tot gedachtenis 
van Jezus', De Ster, jan 1998, blz. 25. 

'Het offer van de Heiland waarde- 
ren', Liahona, jun 2001, blz. 26. 

'Hoe kan ik weten of ik van het 
avondmaal mag nemen?', De Ster, apr 

1999, blz. 22. 

Les 15: Tot het einde toe volharden 

Neal A. Maxwell, 'Lijden goed ver- 
dragen', De Ster, apr 1999, blz. 10. 

Robert D. Hales, 'Zie, wij prijzen 
hen zalig die volhard hebben', De Ster, 
jul 1998, blz. 83. 

Les 16: Jezus Christus, het Leven en 
het Licht van de wereld 

Russell M. Nelson, 'Jezus de Chris- 
tus: onze Meester, en meer', Liahona, 
apr 2000, blz. 4. 

Sharon G. Larsen, 'Jullie licht in de 
wildernis', De Ster, jul 1999, blz. 106. 

'De Heer is mijn Licht', lofzang 57. 

Les 17: De Heilige Geest 

Boyd K. Packer, 'Tongen als van 
vuur die zich verdeelden', Liahona, jul 

2000, blz. 7. 

Sheri L. Dew, 'We zijn niet alleen', 
Liahona, jan 1999, blz. 112. 

'Neem de Heil'ge Geest tot gids', 
lofzang 203. 

Les 18: Gebed 

Henry B. Eyring, '"In mijn hart ge- 
grift'", Liahona, jan 2001, blz. 99. 

Julieta Arevyan de Alvarez, 'Dank- 
baarheid op een regenachtige dag', 
Liahona, mei 2000, blz. 26. 

'Dacht gij aan 't gebed?', lofzang 
96. 

Les 19: Vasten 

Thomas S. Monson, 'Bouwen aan 
uw eeuwig thuis', De Ster, okt 1999, 
blz. 2. 

B. Wirthlin, 'De wet van vasten', 
Liahona, jul 2001, blz. 88. 

Brigada Acosta de Pérez, 'Geze- 
gend door het vasten', De Ster, okt 
1999, blz. 46. 

Diane K. Cahoon, 'Het wonder 
van zuster Stratton', De Ster, mei 
1999, K6. 

Les 20: Tiende betalen — een 
geestelijke test 

James E. Faust, 'De vensters van 
de hemel openen', De Ster, jan 1999, 
blz. 67. 



Theodorus G. Baalman, 'De belof- 
te van de Heer toetsen', De Ster, dec 
1998, blz. 26. 

'Daar gij mij veel gegeven hebt', 
lofzang 151. 

Les 2 1 : De taken van het quorum 

M. Russell Ballard, 'Houden we 
het bij?', De Ster, jan 1999, blz. 6. 

D. Todd Christofferson, 'Het pries- 
terschapsquorum', De Ster, jan 1999, 
blz. 47. 

'Gij ouderlingen Israëls', lofzang 

201. ' 

Les 22: De plichten van een priester 

Thomas S. Monson, 'De priester- 
schap — machtig leger van de Heer', 
De Ster, jul 1999, blz. 56. 

Dallin H. Oaks, 'De Aaronische 
priesterschap en het avondmaal', De 
Ster, jan 1999, blz. 43. 

Les 23: De voorbereiding op het 
Melchizedeks priesterschap 

Thomas S. Monson, 'Vandaag 
bepaalt morgen', De Ster, jan 1999, 
blz. 55. 

Joseph B. Wirthlin, 'In het priester- 
schap groeien', Liahona, jan 2000, 
blz. 45. 

Jeffrey R. Holland, '"Heiligt u"', 
Liahona, jan 2001, blz. 46. 

Les 24: Volg de profeet 

Gordon B. Hinckley, 'Advies en 
een gebed van een profeet voor de 
jongeren', Liahona, apr 2001, blz. 30. 

Clyde J. Williams, 'De profeet 
volgen: een visie uit het Boek van 
Mormon', Liahona, jun, 2000, blz. 18. 

'Komt, hoort naar eens profeten 
stem', lofzang 2 1 . 

Les 25: Elke jongeman behoort een 
zending te vervullen 

Thomas S. Monson, 'Wie God 
eert, eert God ook', De Ster, jan 1996, 
blz. 42. 

Lance B. Wickman, 'Jouw toe- 
komst', Liahona, nov 2000, blz. 22. 

'Uitgekozen Hem altijd te dienen', 
De Ster, aug 1999, blz. 26. 

Janet Peterson, 'Nog steeds op de 
fiets', De Ster, apr 1999, blz. 26. 

'Komt, alle zonen Gods', lofzang 

202. D 



JANUARI 2002 
123 



Hulpbronnen voor 
Jongevrouv/en, 
lesboek 3 

Gebruiken in 2002, lessen 1-25 

De volgende hulpbronnen kunnen 
als aanvulling op de lessen 1—25 
gebruikt worden. Ze dienen niet ter 
vervanging van die lessen. Gelieve de 
lessen te geven in de volgorde waarin 
ze in het boek staan. NB: het lesboek 
bevat geen speciale les voor Pasen. Als u 
een speciale paasles wilt geven (31 
maart) , kunt u conferentietoespraken ge- 
bruiken, alsmede artikelen en lofzangen 
die over de verzoening en de opstanding 
en het leven en de zending van de Hei- 
land gaan 

Les 1 : Volg de profeet 

Gordon B. Gordon B. Hinckley, 
'De Vader, de Zoon en de Heilige 
Geest', De Ster, mrt 1998, blz. 2. 

James E. Faust, 'Dat zij U kennen, 
de enige waarachtige God, en Jezus 
Christus', De Ster, feb 1999, blz. 2. 



S. Michael Wilcox, 'Geen andere 
goden voor mijn aangezicht', De Ster, 
feb 1998, blz. 26. 

Les 2: De Heiland leren kennen 

Russell M. Nelson, 'Jezus de Chris- 
tus: onze Meester, en meer', Liahona, 
apr 2000, blz. 4. 

Jeffrey R. Holland, 'Kom en zie', De 
Ster, aug 1998, blz. 44. 

Sheri L. Dew, 'Onze enige kans', 
De Ster, jul 1999, blz. 77. 

'O, komt tot Jezus', lofzang 85. 

Les 3: Het evangelie in je dagelijks 
leven 

Jeffrey R. Holland, '"Geeft dan uw 
vrijmoedigheid niet prijs'", Liahona, 
jun 2000, blz. 34. 

Laury Livsey, 'Welkom op Rizal 
High', De Ster, mei 1998, blz. 10. 

Linda Van Orden, 'De Heer op de 
eerste plaats zetten', De Ster, nov 

1998, blz. 42. 

Les 4: De voorbereiding op je rol als 
eeuwige partner 

Gordon B. Hinckley, 'Wandelen in 
het licht van de Heer', De Ster, jan 

1999, blz. 115. 



Richard G. Scott, 'Het grote plan 
van gelukzaligheid', De Ster, jan 1996, 
blz. 67. 

'Het celestiale huwelijk', De Ster, 
okt 1998, blz. 25. 

Les 5: Thuis een geestelijke sfeer 
scheppen 

M. Russell Ballard, 'Als een onuit- 
blusbare vlam', De Ster, jul 1999, 
blz. 101. 

'Hoe kan ik mijn thuis gelukkiger 
en geestelijker maken?', De Ster, aug 
1998, blz. 26. 

'Als een hemel op aarde', lofzang 
195. 

Les 6: De onderwijstaak van de 
vrouw 

Gordon B. Hinckley, 'Uw grootste 
opgave: moeder', Liahona, jan 2001, 
blz. 113. 

Boyd K. Packer, 'Leer de kinderen', 
Liahona, mei 2000, blz. 14. 

Ronald L. Knighton, 'De beste 
leerkrachten van onze kinderen wor- 
den', Liahona, jun 2001, blz. 36. 

'Help mij bij het onderwijzen', 
lofzang 181. 




LIAHONA 
724 



Les 7: Ons doel in dit leven 

Thomas S. Monson, 'Je celestiale 
reis', De Ster, jul 1999, bk 114. 

Russell M. Nelson, 'Wij zijn 
kinderen van God', Liahona, jan 1999, 
blz. 101. 

'Ik ga daar waarheen Gij mij zendt', 
lofzang 179. 

Les 8: Eeuwige gezinnen 

Henry B. Eyring, 'Het gezin', De 
Ster, okt 1998, blz. 12. 

Alfonso Castro Vazquez, '"Ik wil 
een eeuwig gezin'", Liahona, aug 2000, 
blz. 26. 

'Ons gezin kan eeuwig zijn', lofzang 
204- 

Les 9: De eenheid in het gezin 
bevorderen 

Thomas S. Monson, 'Bouwen aan 
uw eeuwig thuis', De Ster, okt 1999, 
blz. 2. 

Henry B. Eyring, 'Opdat wij één 
mogen zijn', De Ster, jul 1998, blz. 74. 

Robert E. Wells, 'Eenheid in het sa- 
mengestelde gezin', De Ster, jun 1999, 
blz. 28. 

Tammy Munro, 'Samen lezen met 
Ben', Liahona, mei 2000, blz. 10. 

'Als er liefde heerst', lofzang 192. 

Les 10: Meewerken aan gezellige 
gezinsactiviteiten 

Eerste Presidium, 'Brief van het 
Eerste Presidium', De Ster, dec 1999, 
blz. 1. 

Paul ]. Rands, 'De gezinsavond 
hoeft niet volmaakt te zijn', De Ster, 
aug 1999, blz. 44. 

D. Ray Thomas, 'Acht tips voor 
een sterker gezin', De Ster, dec 1999, 
blz. 30. 

Les 11: Familiebanden 

Robert D. Hales, 'Het gezin ster- 
ken: onze heilige taak', De Ster, jul 
1999, blz. 37. 

Dennis B. Neuenschwander, 'Brug- 
gen en eeuwige kostbaarheden', De 
Ster, jul 1999, blz. 98. 

Les 12: De zegeningen van het 
priesterschap 

Boyd K. Packer, 'Wat iedere ouder- 
ling — en ook iedere zuster — moet 
weten', De Ster, nov 1994, blz. 14. 

Ray H. Wood, ' "Gemaakt zoals de 
Zoon van God'", De Ster, jul 1999, 
blz. 48. 

Kerstin en Birgitta Strandberg, 
'"Leonard is verdronken"', De Ster, 
nov 1999, blz. 10. 



Fuco Rey, 'Het priesterschap in mijn 
handen', De Ster, sep 1998, blz. 32. 

Les 13: De priesterschap kan het 
gezin tot zegen zijn 

Russell M. Nelson, 'Herders, lam- 
meren en huisonderwijzers', De Ster, 
apr 1999, blz. 42. 

D. Lee Tobler, 'Het priesterschap 
thuis', De Ster, jul 1999, blz. 51. 

Les 14: Een prachtige erfenis 

Jeffrey R. Holland, 'Als duiven op 
ons raamkozijn', Liahona, jul 2000, 
blz. 90. 

Stephen B. Oveson, 'Ons erfgoed', 
Liahona, jan 2000, blz. 34. 

'Een engel van de Heer', lofzang 11. 

Les 15: De zegeningen van het huis 
van Israël 

James E. Faust, '"Doorgrond mij, O 
God, en ken mijn hart' ", De Ster, jul 
1998, blz. 19. 

Russell M. Nelson, 'De kinderen 
van het verbond', De Ster, jul 1995, 
blz. 29. 

Marvin K. Gardner, '"Eén uit een 
stad en twee uit een geslacht": het be- 
gin van de kerk in Tsjernigov (Oekraï- 
ne)', De Ster, apr 1999, blz. 36. 

Les 16: De begiftiging 

Boyd K. Packer, 'De heilige 
tempel', De Ster, jun 1992, blz. 14. 

Julia Hardel, 'De tempelreis', 
De Ster, feb 1997, blz. 8. 

Kuteka Kamulete, 'Vanuit Zaïre 
naar het huis van de Heer', De Ster, 
aug 1997, blz. 8. 

Les 17: Voorbereiding op de tempel 

James E. Faust, 'De eeuwigheid ligt 
voor ons', De Ster, jul 1997, blz. 18. 

Barbara Jean Jones, 'Tieners in de 
steigers', Liahona, nov 2000, blz. 8. 

Tamara Leatham Bailey, 'Een 
tempelbezoeker', De Ster, mei 1999, 
blz. 46. 

'Uw gewijde huis', lofzang 166. 

Les 18: Het tempelhuwelijk 

Richard G. Scott, 'De zegeningen 
van de tempel ontvangen', Liahona, 
jul 1999, blz. 29. 

'Een bestendige liefde voeden', 
Liahona, mei 2000, blz. 25. 

'Het celestiale huwelijk', De Ster, 
okt 1998, blz. 25. 

Les 19: Ons erfgoed 

David B. Haight, 'Wees een sterke 
schakel', Liahona, jan 2001, blz. 23. 



Richard G. Scott, ' "Hindernissen 
voor geluk verwijderen" ', De Ster, 
jul 1998, blz. 95. 

Donald L. Hallstrom, 'Cultiveer 
goede tradities', Liahona, jan 2001, 
blz. 34. 

Les 20: De taken van een zendeling 

L. Tom Perry, 'Neem de uitdaging 
aan', De Ster, sep 1999, blz, 44. 

Roger Terry, 'Nog één', Liahona, 
mrt 2000, blz. 46. 

Laury Livsey, 'Ik zal heengaan en 
doen', De Ster, feb 1998, blz. 8. 

Les 21: Anderen over het evangelie 
vertellen 

M. Russell Ballard, 'De leden zijn 
de sleutel', Liahona, sep 2000, blz. 12. 

Mary Ellen Smoot, 'Wij zijn midde- 
len in Gods hand', Liahona, jan 2001, 
blz. 104- 

Shane Wise en Chris tie Giles, 'Kijk 
om je heen', Liahona, mrt 2000, blz. 8. 

Les 22: Een eeuwige perspectief 

Jeffrey R. Holland, ' "Hogepriester 
van goede dingen die zullen komen"', 
Liahona, jan 2000, blz. 42. 

Jay E. Jensen, 'Houd het eeuwig 
perspectief voor ogen', Liahona, jul 

2000, blz. 32. 

'Komt, heil'gen, komt', lofzang 15. 

Les 23: Tegenslag te boven komen 

Neal A. Maxwell, 'Het geruk en 
getrek van de wereld', Liahona, jan 

2001, blz. 43. 

L. Aldin Porter, '"Doch wij sloegen 
geen acht op hen", De Ster, apr 1999, 
blz. 30. 

Les 24: Onze keuzevrijheid 

Joseph B. Wirthlin, 'Jij moet 
kiezen', De Ster, nov 1998, blz. 46. 

Richard G. Scott, 'Het goede 
doen', Liahona, mrt 2001, blz. 10. 

Sharon G. Larsen, 'Keuzevrijheid: 
een zegen en een last', Liahona, jan 
2000, blz. 12. 

'Kies toch goed', lofzang 162. 

Les 25: Gehoorzaamheid 

James E. Faust, 'Gehoorzaamheid: 
het pad naar de vrijheid', Liahona, 
jul 1999, blz. 53. 

Robert D. Hales, 'Het doopver- 
bond: in het koninkrijk en van het 
koninkrijk zijn', Liahona, jan 2001, 
blz. 6. 

Denalee Chapman, 'De drie vra- 
gen', Liahona, nov 2000, blz. 46. □ 



JANUARI 2002 
125 



Algemene presidiums van de hulporganisaties 

ZONDAGSSCHOOL 



KERKNIEUWS 






Ouderling John H. Groberg 
Eerste raadgever . 



Ouderling Cecil 0. Samuelson jr. 
■ President - 

JONGEMANNEN 



Ouderling Richard J. Maynes 
Tweede raadgever 






Ouderling Glenn L Pace 

Eerste i 



Ouderling F. Meivin Hammond 
President 



Ouderling Spencer J. Condie 
Tweede raadgever 



ZUSTERSHULPVERENIGING 






Zuster Virginia U. Jensen 
Eerste raadgeefster 



Zuster Mary Ellen W. Smoot 
President 

JONGEVROUWEN 



Zuster Sheril. Dew 
Tweede raadgeefster 






Zuster Carol B, Thomas 
Eerste raadgeefster 



Zuster Margaret 0. Nadauld 
President 

JEUGDWERK 



Zuster Shgron G. Larsen 

Tweede raadgeefster 






Zuster SydneyS. Reynolds 
Eerste raadgeefster 



Zuster Coleen K. Menfove 
President 



Zuster Gayle M. Clegg 
Tweede raadgeefster 




President James E. Faust draagt 
de namen van kerkfunctionarissen 
ter steunverlening voor tijdens de 
zaterdagmiddagbijeenkomst van 
de conferentie. 

Mutaties 
zeventigen, 
jongemannen, 
zondagsschool 

Mutaties in het Presidium der 
Zeventig die eerder, in juni 
2001, waren aangekondigd, werden 
tijdens de zaterdagmiddagbijeen- 
komst van de conferentie door de 
kerkleden gesteund. Verder werden 
er negen leden van de Zeventig ont- 
heven, 24 gebiedszeventigen onthe- 
ven, drie nieuwe gebiedszeventigen 
geroepen, en werden de algemene 
presidiums van de zondagsschool en 
de jongemannen gereorganiseerd. 

De ouderlingen Charles Didier en 
Cecil O. Samuelson jr. werden ge- 
steund als nieuwe lid van het Presi- 
dium der Zeventig. Zij vervangen 
de ouderlingen L. Aldin Porter en 
Marlin K. Jensen. Ouderling Porter 
werd ontheven, waarop hem het 
emeritaat werd verleend, en ouder- 
ling Jensen was in augustus 2001 al 
geroepen als lid van het presidium 
van het gebied Europa-Midden. 

Ouderling Samuelson werd ge- 
steund als de nieuwe algemeen 
zondagsschoolpresident, met de 



L I A H O 
126 



N A 



ouderlingen John H. Groberg en 
Richard J. Maynes als raadgevers. 
Ouderling Jensen werd ontheven als 
algemeen zondagsschoolpresident, 
met zijn raadgevers, de ouderlingen 
Neil L. Andersen en John H. Groberg. 
Ouderling E Meivin Hammond 
van de Zeventig werd gesteund als de 
nieuwe algemeen jongemannenpresi- 
dent, met de ouderlingen Glenn L. 
Pace en Spencer J. Condie als raadge- 
vers. Ouderling Robert K. Dellen- 
bach, die werkzaam was als algemeen 
jongemannenpresident, was in augus- 
tus al geroepen als lid van het presidi- 
um van het gebied Oceanië. Tijdens 



de conferentie werd hij ontheven, 
alsmede zijn raadgevers, de ouderlin- 
gen Hammond en John M. Madsen. 

Samen met ouderling Porter wer- 
den de ouderlingen John K. Carmack, 
Vaughn J. Featherstone, L. Lionel 
Kendrick en Rex D. Pinegar onthe- 
ven als lid van het Eerste Quorum 
der Zeventig, en hun werd het eme- 
ritaat verleend. 

Ook werden vier leden van het 
Tweede Quorum der Zeventig ont- 
heven als algemeen autoriteit: 
de ouderlingen Richard E. Cook, 
Wayne M. Hancock, Richard B. 
Wirthlin en Ray H. Wood. D 




Op 14 september 2001 spreekt president Gordon B. Hinckley tijdens de 
herdenkingsdienst in de Tabernakel. 

Kerk geeft troost en humanitaire hulp 
na terroristische aanslagen 



De kerkleiders brachten na de 
terroristische aanslagen van 11 
september 2001 in New York, Wash- 
ington, D.C. en Pennsylvania bood- 
schappen van vrede en troost. Voor 
zover bekend zijn er vijf heiligen der 
laatste dagen omgekomen bij de 
aanslagen. 

Carolyn Meyer-Beug (48), lid van 
de wijk Santa Monica 2 in de ring 
Los Angeles- Santa Monica (Califor- 
nië), en haar moeder, Mary Alice 
Wahlstrom (75), lid van de wijk 
Kaysville 17 in de ring Kaysville-Oost 



(Utah) , bevonden zich aan boord van 
het eerste vliegtuig dat zich in het 
World Trade Center in New York 
boorde. De twee vrouwen hadden de 
tweelingdochters van zuster Beug 
naar de universiteit gebracht en wa- 
ren op weg naar huis. 

Ivhan Luis Carpio Bautista (24), 
lid van de gemeente Richmond Hill 
3 in het district Richmond Hill (New 
York) , werkte in een restaurant op de 
107e verdieping van toren één van 
het World Trade Center toen de aan- 
slagen werden gepleegd. Hij was van 



plan geweest 1 1 september vrij te ne- 
men vanwege zijn verjaardag, maar 
stemde erin toe om in te vallen voor 
een collega. 

Brady Howell (26), lid van de 
wijk Crystal City in de ring Mount 
Vernon (Virginia), en Rhonda Ras- 
mussen (44), lid van de wijk Lake 
Ridge 2 in de ring Mount Vernon 
(Virginia), kwamen om bij de aan- 
slag op het Pentagon in Washington, 
D.C. Broeder Howell was als burger- 
werknemer werkzaam voor de Ame- 
rikaanse marine. Zuster Rasmussen 
was werkzaam als begrotingsanaliste 
voor het Amerikaanse leger. Haar 
man, met wie zij 26 jaar getrouwd 
was, werkte ook in het gebouw, maar 
die bleef ongedeerd. 

Kort nadat zij van de aanslagen ge- 
hoord hadden, gaven de leden van 
het Eerste Presidium een verklaring 
uit waarin zij 'groot medeleven' be- 
tuigden aan van wie 'dierbaren, 
vrienden en kennissen zijn omgeko- 
men of gewond zijn geraakt bij de zin- 
loze gewelddaden van vandaag. Wij 
bidden voor de onschuldige slacht- 
offers van deze kwaadaardige aansla- 
gen. Wij vragen onze hemelse Vader 
om president [George W] Bush [van 
de Verenigde Staten] en zijn advi- 
seurs te leiden in hun reactie op deze 
verschrikkelijke gebeurtenissen. 

'Wij voegen onze gebeden bij die 
van anderen dat de gemoedsrust en 
liefde van de Heiland ons allen zal 
leiden in deze moeilijke tijd.' 

Op de avond van 11 september 
sprak president Gordon B. Hinckley 
tijdens een eerder gepland concert 
van het Mormoons Tabernakelkoor, 
dat was veranderd in een herden- 
kingsdienst. 'Hoe duister deze tijd 
ook is,' zei de president van de kerk, 
'door de zware bewolking van angst 
en woede heen schijnt de heilige, 
heerlijke beeltenis van de Zoon van 
God. In deze omstandigheden zien 
wij op naar Hem.' 

President Hinckley bracht ver- 
scheidene boodschappen van geloof 
en troost, zowel toen hij te gast was 
bij het programma Larry King Live, 
als tijdens een herdenkingsdienst die 
op 14 september in de Tabernakel 
werd gehouden, een dag die door 
president Bush als nationale dag van 



JANUARI 
127 



2 2 



gebed en herdenking was uitgeroe- 
pen. 'We kunnen de doden niet te- 
rughalen', zei president Hinckley, 
maar we kunnen wel 'onze hemelse 
Vader aanroepen om hen die veel 
geleden hebben troost en verlichting 
te brengen.' Hij sprak ook de hoop 
uit dat onze hemelse Vader de dag 
naderbij zou brengen waarop de 
mensen hun zwaarden zouden om- 
smeden tot ploegscharen en 'de oor- 
log niet meer leren' (zie Jesaja 2:4). 
Aan de herdenkingsdienst namen 
ook leden van het Eerste Presidium 
en het Quorum der Twaalf Aposte- 
len deel, alsmede andere algemene 
autoriteiten en het Tabernakelkoor. 
De dienst werd uitgezonden naar 
kerken in de Verenigde Staten. 

Op 20 september kwam president 
Hinckley op uitnodiging van de pre- 
sident van de Verenigde Staten met 
26 andere godsdienstige leiders met 
president Bush bijeen in het Witte 
Huis. 'Ik heb me nog nooit zo sterk 
gevoeld', zei president Bush, 'en die 
kracht komt van God.' Hij vroeg of 
de mensen wilden bidden om de vei- 
ligheid van het volk, en om hem te 
zegenen met wijsheid, kracht en een 
helder verstand. 

Toen president Bush om een reac- 
tie van de aanwezigen vroeg, zei pre- 
sident Hinckley: 'Ik wil u alleen 
maar zeggen, meneer de president, 
dat wij achter u staan. Wij bidden 
voor u. Wij houden van dit "volk 
onder God".' 

Op verzoek van het Eerste Presi- 
dium hielden alle units van de kerk 
in de Verenigde Staten op zondag 
16 september een herdenkings- 
avondmaalsdienst. Over de hele we- 
reld reikten kerkleden hen die 
dierbaren hadden verloren in liefde 
en dienstbetoon de hand. Veel leden 
boden onderdak aan mensen die in 
New York en op luchthavens ge- 
strand waren. 

Schenkingen van de kerk aan het 
Amerikaanse Rode Kruis werden 
grotendeels gebruikt voor het zoeken 
naar slachtoffers en voor reddings- 
werk, alsmede voor noodrantsoenen 
en onderdak, en andere benodigdhe- 
den. De afdeling Salt Lake City van 
het Rode Kruis gebruikte een deel 
van het geld om gestrande reizigers 



in Salt Lake City van voedsel en on- 
derdak te voorzien. Er werd ook 
hulp verleend aan de familie van 
slachtoffers in New York. 

Op 9 oktober gaf het Eerste Presi- 
dium toestemming voor de dis- 
tributie van dekens, hygiënesets, 
medische hulpgoederen en sets voor 
pasgeboren baby's onder Afghaanse 
vluchtelingen. D 

Evangelieverbreiding 
via nieuwe website 

De kerk heeft een nieuw hulp- 
middel om het evangelie te ver- 
breiden. Op een officiële website 
van de kerk, www.mormon.org, kan 
men in volkomen anonimiteit meer 
te weten komen over het evangelie. 

De site werd op 5 oktober 2001 
tijdens de algemene conferentie 
door ouderling Dallin H. Oaks van 
het Quorum der Twaalf Apostelen 
aangekondigd. 'Dit nieuwe initiatief 
heeft een potentieel dat net zo be- 
langrijk is als het uitgeven van ge- 
drukte brochures in de negentiende 
eeuw en ons gebruik van radio, tv 
en film in de twintigste eeuw', zei 
ouderling Oaks tijdens de conferen- 
tie. '(...) Leden van de kerk zal het 
helpen met het beantwoorden van 
vragen van vrienden, zowel rechtst- 
reeks als door verwijzing naar de 
site.' 

Binnen drie dagen na de aankon- 
diging van mormon.org werden er 
93.433 bezoeken van de site geregis- 
treerd, waarvan er 
151 resulteerden in 
een aanvraag van een 
boek-van-mormon en 
36 in een aanvraag 
van een bezoek door 
zendelingen. De be- 
zoekers waren afkom- 
stig uit Afrika; Azië; 
Australië; de Stille 
Zuidzee; het Cari- 
bisch gebied; Europa; 
het Midden-Oosten; 
en Noord-, Zuid- en 
Midden- Amerika . 

Op mormon.org 
vindt men een combi- 
natie van geluids-, 



beeld- en tekstelementen waarmee 
de fundamentele beginselen van de 
kerk in eenvoudige, makkelijk te be- 
grijpen termen worden uitgelegd. De 
inhoud is verdeeld over vier hoofd- 
categorieën: de kerk, het gezin, de 
aard van God, en het doel van het 
leven. 

Links in elke categorie leiden 
naar fundamentele informatie over 
het onderwerp; nadere links leiden 
naar aanverwante onderwerpen, au- 
dio- of videoclips van kerkvideo's of 
toespraken door leden van het Eer- 
ste Presidium of het Quorum der 
Twaalf Apostelen. Wie meer wil we- 
ten, kan een gesprek met zendelin- 
gen aanvragen, of kerklectuur of 
-video's bestellen, of kan met een 
zoekmachine kijken welke wijk of 
gemeente het dichtst bij hen is (mo- 
menteel alleen voor de Verenigde 
Staten en Canada). 

Andere informatie op mormon.org 
omvat onder meer antwoorden op 
veel gestelde vragen inzake sociale 
kwesties, theologie en kerkbeleid, in- 
formatie over ouderschap, gezinsrela- 
ties en communicatie; alsmede een 
zoekmachine en een verklarende 
woordenlijst voor een beter begrip 
van evangelietermen. 

Kerkleden kunnen de site gebrui- 
ken om vrienden de webpagina's te 
sturen, of gratis digitale wenskaarten 
met evangelieverwante thema's. 

Mormon.org is momenteel alleen 
in het Engels, maar de kerkleiders 
zeggen dat de site uiteindelijk in veel 
talen beschikbaar zal zijn. □ 



■ ■■ :• i .*'■■■•• • 
JESUSCHR13T 



..,-■' / w&s, 



We 



come 



ThiiSHia 


«mpai* ira*rtetsilfc>.kSKfatmCH 


ö»a* Bw ttwtfi tf Sant OsriK ü Lat&&y Siids. 


. Wiw 


ityrotoyiwjrfoBtetöoiiftwa. ";.-. 


e Chtirci 


itaSoi 1o süpSaiï owteSaft «bent 




^xvSp4?S0fGpd t andtbs 




lj€. We also «woungs ymi to vviw 




quently askêd questions - 




Op de homepage van www.mormon.org worden 
bezoekers verscheidene opties geboden om ant- 
woorden te vinden op vragen over de kerk. 



A H O N A 
128 




Robert T. Barrett, De doop van Christus 

'Toen kwam Jezus uit Galilea naar de Jordaan tot Johannes, om Zich door hem te laten dopen. Maar deze 

trachtte Hem daarvan terug te houden en zeide: Ik heb nodig door U gedoopt te worden en komt Gij tot mij? 

Jezus echter antwoordde en zeide tot hem: Laat Mij thans geworden, want aldus betaamt het ons alle 

gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij Hem geworden' (Matteüs 3:13-15). 




'Onze deugd zal ons 

veiligheid verschaffen. 

Onze rechtschapenheid zal 

ons kracht verschaffen. 

God heeft duidelijk gesteld 

dat Hij ons niet zal 

verlaten als wij Hem 

niet verlaten.' 



— President Gordon B. Hinckley, 
Zondagmiddag, 
7 oktober 2001 







i ir 



HOP 



^ *. 



KW* 

MfSf 









zoo 

:c\j 
:<m 
:cm 
=o 



VERSLAG VAN DE 171STE 

ALGEMENE OKTOBERCONFERENTIE 

6-7 OKTOBER 2001